Popmuziek - Dropkick Murphys

We buigen ons hoofd en bidden

Alleen de titel is al prachtig. 4-15-13. Het zullen drie cijfers zijn die bij alle inwoners van Boston net zo weinig toelichting behoeven en onmiddellijk net zo veel emoties oproepen als bij inwoners van New York (en ver daarbuiten) 9-11-01.

Medium muziek
Dropkick Murphys © Courtesy the Artists

Het was de dag waarop een aanslag plaatsvond op de marathon, van alle grote sportevenementen van de stad (en dat zijn er veel) dat met de meeste internationale deelnemers en uitstraling. Boston is de stad van de Dropkick Murphys. De naam van de stad staat op hun merchandise, de stad zit in de titel van hun beroemdste nummer (I’m Shipping Up to Boston, beroemd geworden door de prominente rol in de film The Departed), hun jaarlijkse serie jubileumshows rond St. Patricksday vindt plaats in Boston, hun grootste show ooit vond plaats in het plaatselijke baseballstadion Fenway Park en het clublied van de Boston Red Sox is herschreven door de Dropkick Murphys. Kortom, de lading van een nummer van deze band over deze dag in deze stad is enorm.

Wat er zo knap aan is, is dat het nummer net zo sober blijkt als de titel. Niets is aangezet. De tragiek niet, de stadsheroïek evenmin. Het is niet vet, maar vroom: ‘We stand here together, we bow our heads and pray.’ Het is een nummer over gewone mensen die hun best doen, ook op die tragische dag: ‘I’m a cop, I’m a teacher, I’m a prophet, I’m a preacher, I’m a mover, I’m a shaker, I’m a con’.

De Dropkick Murphys hebben twee leadzangers: de rauwdouwer Al Barr en bassist Ken Casey. Die laatste is hier de zanger en ook dat is een goede keuze: zeker de laatste jaren heeft Casey een mooie smartlapsnik in zijn stem ontwikkeld. Zijn vocale rol is op 11 Short Stories of Pain Glory sowieso groter geworden. Hij zingt ook het fantastische Paying My Way, dat begint als een stadionrocker, maar al snel afbuigt naar een Springsteen-achtige ode aan bloed, zweet en tranen. Melancholisch, om niet te zeggen ronduit nostalgisch is het fraaie Sandlot. De invloed van punk, een van de vaste pijlers onder de Dropkick Murphys, is kleiner dan ooit. In het verleden konden nummers van de band nog wel eens verzuipen in hun rijke instrumentarium, maar ook daar lijdt het strakke 11 Short Stories of Pain Glory niet onder.

Het enige nummer dat vreemd aandoet is de cover van You’ll Never Walk Alone, vooral bekend in de versie van Gerry the Pacemakers. Het past perfect bij de Dropkick Murphys, met die lyrische tekst vol saamhorigheidsgevoel en strijdlust, het leent zich ook voor de massale samenzang uit de Ierse folktraditie waar de band altijd naar heeft verwezen, en de cover is conventioneel maar prima uitgevoerd. Maar de lading van het nummer is in Europa al beslist: in Engeland is dit het lijflied van FC Liverpool-fans, in Nederland van Feijenoord-fans, in de versie van Lee Towers. Een gouden microfoon en een vak vol voetbalsupporters: dat zijn de beelden die dit nummer oproept. Dat kan ook een stel mannen uit Boston nooit meer keren.


Dropkick Murphys, 11 Short Stories of Pain Glory. De Dropkick Murphys spelen 25 januari in AFAS Live (voorheen HMH) in Zuidoost