Menno Hurenkamp

We gaan weer vernieuwen

Wat is er tegen macaroni met suiker? Niks. Maar wat is er voor? Nog minder. Wat is er tegen democratische vernieuwing? Niks. Maar wat pleit er eigenlijk voor? Minister van Binnenlandse Zaken Alexander Pechtold weet het wel. Hij gaat een burgerforum samenstellen, een club van willekeurig gekozen gewone mensen. Omdat iedereen bij de naam Pechtold meteen denkt aan wilde meningen over Afghanistan, Den Haag en andere gure oorden zal dit nog niet iedereen zijn opgevallen. Het burgerforum van Pechtold mag, naar Canadees model, voorstellen doen hoe in de toekomst de Tweede Kamer gekozen wordt. Het kan dus opperen om de kiesdrempel te verhogen, zodat het lastiger wordt om met voorkeurstemmen in de Tweede Kamer te komen. Waarom zou die club dat doen? Omdat die kiesdrempel één dag voor het lanceren van het burgerforum door de minister verlaagd is naar 12,5 procent. Dan heeft Pechtold iets te melden bij aanstaande verkiezingen, maar zo is ook meteen duidelijk hoeveel vertrouwen hij heeft in zijn eigen burgerforum. Als de burgers ballen hebben laten ze Pechtold meteen zien wat ze van zijn grasvoordevoetenwegmaaierij vinden, en brengen ze die kiesdrempel terug naar 25 procent.

Zijn verwachting is dat het door dit forum beter gaat met het vertrouwen van de burger in de politiek. Er is echter geen aanwijzing dat er een Nederlander is die vindt dat de Tweede Kamer anders gekozen moet worden. Nu, op wat D66-stemmers na dan. En hoe die wél te typeren is lastig, maar niet als «indrukwekkende massa» of «scherp geprofileerde avant-garde-denkers» waar Nederland zijn politieke kompas op moet richten. In British Columbia, Canada leefde ergernis over het heersende kiessysteem. Hier maken normale mensen zich om veel druk, behalve om de vraag hoe precies hun stem in de democratie gewogen wordt. Als politici hun werk doen en niet de hele tijd aandacht vragen door te melden hoe «vuil en vunzig» de politiek is, is de gewone man (u, ik) al heel tevreden.

Dezelfde Pechtold stelt ook een Nationale Conventie in. Die gaat nadenken over allerlei andere democratische vernieuwingen. Bijvoorbeeld over, tromgeroffel, de positie van de Eerste Kamer. Uit de stukken valt niet goed op te maken waarom één vernieuwingsclub niet genoeg is. Misschien omdat Pechtold vermoedt dat ook burgers «vuil en vunzig» zijn, en je dus maar beter wat tegenwicht kunt organiseren? Deze Nationale Conventie staat onder leiding van Rein Jan Hoekstra, ex-topambtenaar en vooral: CDA-man. Verder telt de club degelijke commissieroutiniers als de Groningse hoog leraar Frank Ankersmit en de Nijmeegse hoog leraar Carla van Baalen. De Nationale Conventie heeft dus a) een superieure teflonlaag tegen D66-fratsen en b) een gegarandeerde uitkomst: een pleidooi tégen «verkokering» van ministeries, vóór een sterker en onafhankelijker par lement, en voor meer betrokkenheid van de burger bij het beleid. Oftewel, wat er al twintig jaar in nota’s staat en waar niemand tegen is, maar eigenlijk ook niemand echt voor.

Hopelijk vergis ik me, maar zowel de dis cussie over democratische vernieuwingen als de uitkomsten van het werk van deze clubs zullen weinig doen aan het onbehagen dat de politiek aankleeft. Maar áls ik me vergis, dan organiseer ik een feestelijk diner van macaroni – met kaas – voor alle D66-leden. Te tellen ná dit vernieuwingscircus, opdat we met z’n allen aan tafel kunnen.