Reportage uit Afghanistan

«We geloven Nederland pas als we het zien»

Volgens minister Kamp van Defensie gaat Nederland in Kandahar een speciale gevangenisvleugel beheren ter wille van de mensenrechten. In de Afghaanse stad weten de autoriteiten van niets.

KANDAHAR – In de gevangenis Omomi-Mahbas van Kandahar stinkt het naar poep. Geultjes die uit de celmuren komen, vervoeren een bruine drab naar het open riool dat het pleintje doorsnijdt. Hier worden de gevangenen gelucht. Veel goed zal deze stinkende buitenlucht, die in de bloedhitte haast te snijden is, hun niet doen.«De gevangenen kunnen tussen zeven uur ’s ochtends en vier uur ’s middags hun cel uit, we laten de deuren open», zegt gevangeniscommandant Nader Khan. Hij draagt een groen uniform met drie sterren en twee zilveren veertjes. In Afghanistan is het gevangeniswezen op militaire leest geschoeid.Voordat we een cel in gaan om te spreken met de gevangenen, schuift hij een zware grendel van de deur. Het is twaalf uur ’s middags. De bewoners van deze cel kunnen onmogelijk zelfstandig de luchtplaats op, tussen zeven en vier.De cel meet nog geen twee bij drie meter en herbergt drie gevangenen. Eén van hen, Sulaimansha (25), is veroordeeld wegens steun aan de Taliban. Als we hem vragen naar de reden van zijn detentie, zegt hij: «Ik had geen geld.» Zijn linkerwang trilt. Ja, hij is voorgeleid aan een rechter. Wat zei die dan? Weer trilt zijn wang. «Ik had geen geld», zegt hij zacht. Bijna huilt hij, een zeldzaamheid in dit geharde land.Als zijn celgenoot Nader (40) gevraagd wordt waarom hij vast zit, brandt deze los in een lang en wanhopig verhaal. De aanwezigheid van de gevangenisdirecteur deert hem niet. Hij zat thuis en werd gebeld dat zijn broer een auto-ongeluk had gehad. Hij spoedde zich naar het ziekenhuis. Daar werd hij omsingeld door Afghaanse militairen. Hij werd meegenomen en dagenlang ondervraagd. Hij werd geslagen op zijn rug, zijn armen en zijn handen. Zo hard en lang dat zijn nagels uitvielen. Hij laat zijn handen zien. Enkele nagels zijn vergroeid, andere zwart.Nader is veroordeeld tot vijf jaren cel die pas begonnen te tellen toen hij naar de gevangenis van Kandahar werd gebracht. Daarvoor zat hij een half jaar opgesloten in een politiecel. «Na een half jaar werd ik voorgeleid. De rechter zei dat ik vijfhonderdduizend afghani (tienduizend dollar – jb) moest betalen, maar zoveel geld had ik niet. Toen lieten ze me een document tekenen en werd ik naar deze gevangenis gebracht. Later hoorde ik dat ik was veroordeeld tot vijf jaar cel. Ik kreeg geen advocaat en er is me nooit verteld waarvan ik werd verdacht.»Nader zit in het gedeelte van de gevangenis waar «politieke gevangenen» worden vastgehouden, zoals ze volgens de Afghaanse wet heten. Tachtig procent van hen is veroordeeld wegens terroristische activiteiten, twintig procent wegens ontvoering. Buiten de cel vertelt gevangeniscommandant Nader Khan dat hij niets weet over de achtergronden van Sulaimansha, maar dat de zaak van Nader ook hem vreemd voorkomt. «Ik heb begrepen dat eraan gewerkt wordt. Ik wil er wel op wijzen dat wij slechts verantwoordelijk zijn voor het vasthouden van deze mannen.»
De Omomi-Mahbas-gevangenis is de gevangenis in Kandahar waarvan minister Henk Kamp van Defensie vorige week maandag zei dat Nederland er samen met de Canadezen «een vleugel gaat organiseren». Althans, het móet de Omomi-Mahbas-gevangenis wel zijn, want er is geen andere officiële gevangenis in Kandahar-stad. Maar het ministerie van Defensie kan dat niet bevestigen. Daar heeft men het over «verwarde berichtgeving» en verwijst men door naar Buitenlandse Zaken.

Voordat we uit Kaboel naar Kandahar vertrokken, bleek dat men op de ambassade ook van niets wist. Officiële informatie kon niet gegeven worden, wel werd in ambassadekringen gehoord «dat er nog niets geregeld is».Minister Kamp deed zijn uitspraak in Sydney, op bezoek bij zijn Australische ambtgenoot. Zij stonden er de pers te woord over de missie naar Uruzgan. Deze zomer worden tussen de veertien- en zestienhonderd Nederlandse militairen uitgezonden naar de gevaarlijke Afghaanse provincie, bijgestaan door zo’n tweehonderd Australiërs. De Nederlandse aanwezigheid maakt deel uit van een Navo-missie die in Zuid-Afghanistan het vaandel overneemt van Amerikaanse eenheden in drie provincies. Nederland legert troepen in Uruzgan, Canada in (de provincie) Kandahar en Groot-Brittannië in Helmand.Voorafgaand aan de missie meldde de Nederlandse regering dat de mogelijkheid onderzocht zou worden om een detentiefaciliteit te bouwen die voldoet aan internationale standaarden en om gevangenispersoneel op te leiden. Kamps uitspraak in Sydney houdt daarmee waarschijnlijk verband. Gevangenen gemaakt door Navo-troepen moeten binnen 96 uur aan de Afghaanse autoriteiten worden overgedragen. Er heerst bezorgdheid over de behandeling van gevangenen door Afghaanse én Amerikaanse bewakers. Op de Amerikaanse vliegbasis Bagram worden al-Qaeda- en Taliban-verdachten vastgehouden. Twee stierven er nadat ze tot moes waren geslagen door Amerikaanse gevangenbewaarders. Gevangeniscommandant Nader Khan heeft geen contact gehad met Nederlanders. Wel met Canadezen. Maar van het «organiseren van een vleugel» van zijn gevangenis weet hij niets. Hij is verbaasd, maar hij zou er niets op tegen hebben, zelfs niet als een deel van de gevangenis aan zijn bevel zou worden onttrokken, zolang Kaboel er maar mee akkoord gaat. Zijn gevangenis valt onder het ministerie van Justitie.Ook als de Nederlanders en Canadezen bij hem hun eigen gevangenen willen opsluiten, zonder dat die zijn voorgeleid aan een rechter, is dat te regelen. Dat doet de geheime dienst per slot van rekening ook, zegt hij. «Soms komen ze gevangenen halen, en brengen ze hen later weer terug. We weten niet wat er met hen gebeurt. Soms brengen ze een rechter naar de gevangenis om met de arrestanten te praten.»Ook mevrouw Gullalai van de Onafhankelijke Afghaanse Mensenrechtencommissie (AIHRC) kijkt op van de uitspraak van minister Kamp. De AIHRC is ingesteld door de regering in Kaboel, maar opereert zelfstandig. Ze houdt zich uitvoerig bezig met het bewaken en propageren van de mensenrechten in Afghanistan. Daarmee is het, ondanks mooie woorden van de regering en miljoenen dollars hulpgeld van de internationale gemeenschap, nog steeds heel slecht gesteld, vertelt ze. De AIHRC heeft zich inmiddels ontwikkeld als een mondige luis in de pels van de regering van president Hamid Karzai.Nederland werkt nauw samen met de mensenrechtencommissie op het gebied van transitional justice, maar contact over de gevangenis in Kandahar is er niet geweest. «Dat zou wel logisch zijn geweest», zegt Gullalai. Zij is belast met de gevangenissen in onder meer Kandahar en Uruzgan. Ze probeert zo goed en kwaad als het kan in de gaten te houden wat er met gevangenen gebeurt. «We krijgen maar mondjesmaat informatie en we mogen niet altijd de gevangenissen in. Over Uruzgan weten we vrijwel niets, niet wie er gevangen zitten en al helemaal niet onder welke omstandigheden. Omdat wij daar nooit komen, verwachten we dat het er nog erger is dan in Kandahar. Het is voor ons veel te gevaarlijk om daarheen te reizen over de weg, vanwege de dreiging van de Taliban, en we hebben geen beschikking over vliegtuigen of helikopters.»Wat ze aantreft in de gevangenis van Kandahar is steevast kommer en kwel. «We krijgen veel klachten over de slechte behandeling. De gevangenen worden geslagen, ze zitten met velen op één cel en ze worden nauwelijks gelucht. Dit druist in tegen de reguleringen die de regering voor het gevangeniswezen heeft opgesteld. De regering zegt dat nu in alle gevangenissen de mensenrechten worden gerespecteerd, maar wij hebben nooit meegemaakt dat het ook echt gebeurt.»
Volgens de AIHRC kan Nederland niets doen binnen het gevangeniswezen zonder medewerking van de gouverneur van Kandahar. De plannen om een deel van de gevangenis te reorganiseren zouden volgens Gullalai wel eens ongunstig voor hem kunnen zijn. «Deze gouverneur gebruikt een deel van de politie voor zijn eigen zaakjes, en hij houdt er een privé-gevangenis op na.»

Toen de mensenrechtencommissie lucht kreeg van de praktijken van de gouverneur, stuurde ze daarover wekelijks een rapport aan de regering in Kaboel. Toen het hem te heet onder de voeten werd, liet de gouverneur 25 privé-gevangenen overbrengen naar de Omomi-Mahbas-gevangenis. Daar staan ze nu onder speciale controle. «Wij mogen hen niet bezoeken, het Rode Kruis ook niet.»Volgens Gullalai maakt de gouverneur nog steeds gebruik van zijn persoonlijke gevangenis. «We hebben gezien dat er mensen op zijn terrein werden vastgehouden.» Ze bladert in een langwerpig schrift en diept de namen op van drie neven: Mahmut, Turjan en Janan. Ze werden gearresteerd door mensen van de gouverneur, op verdenking van terroristische activiteiten. Het is een van de weinige zaken waarin de mensenrechtencommissie de namen heeft van privé-gevangenen. «Er is geen enkel bewijs tegen hen. De zaak is niet voor de rechter geweest. Wij hebben een rapport opgesteld en naar aanleiding daarvan gaf de rechter de opdracht de mannen vrij te laten. Maar de gouverneur weigert dat tot op de dag van vandaag.»De gevangeniscommandant trekt enkele celdeuren open. Er zitten in de grote cellen maximaal zes of acht mensen, vertelde hij voordat we werden rondgeleid, in de kleine maar twee. Maar in elke grote cel die we zien, met een oppervlakte van een vierkante meter of dertig, zitten meer gevangenen. Het maximum is veertien, de dunst bevolkte cel telt negen mannen. De kleine cel van Sulaimansha en Nader werd bewoond door drie gevangenen. «We zijn nog lang niet vol», vertelt hij monter, «we kunnen drieduizend gevangenen hebben, nu hebben we er maar 650.» De commandant ontkent dat de gouverneur persoonlijke gevangenen vast laat houden in zijn gevangenis. Volgens hem mag iedereen bezocht worden door het Rode Kruis en de AIHRC.Hij heeft het liever over andere zaken. Hulp heeft hij nodig. Auto’s moet hij hebben, en geld voor de salarissen van zijn personeel. Een bewaarder verdient maar achthonderd afghani (zestien dollar) per maand. Er zijn maar zestig bewakers, die steeds met z’n tienen een dienst draaien, op 650 gevangenen. De gevangenis heeft geen eigen stroomgenerator en het lichtnet is onbetrouwbaar. De stroom valt steeds uit. Dan wordt het pikdonker in de kerkerachtige gevangenisgangen. Een paar maanden geleden wisten de gevangenen tijdens een stroomstoring enkele bewakers te overmeesteren. Er volgde een vuurgevecht waarin tien gevangenen en een bewaker gewond raakten. Er vielen twee doden, een gedetineerde en een bewaarder.Over de hulp die hij tot nog toe van de Canadezen heeft gehad, die al een Provinciaal Reconstructieteam in Kandahar bemannen, is de commandant niet erg te spreken. Zij lieten een nieuwe keuken, een kantine en douches voor de bewakers bouwen. Maar stoelen, tafels en keukenapparatuur kreeg hij niet. «Wij hebben daar het geld niet voor, dus nu eten we nog steeds op de grond.»Hij laat de vieze wasgelegenheid van de gevangenen zien. «We hebben gevraagd of ze die niet liever renoveerden dan voor ons douches te bouwen, maar dat wilden ze niet.» Gevangenisdokter Najibulah brengt ons naar zijn dokterspost. De muren zijn fris geschilderd, betaald door de Canadezen, zegt hij. «Maar geld voor medicijnen kreeg ik niet. Ik heb verschillende keren een officieel verzoek daartoe bij de Canadezen ingediend.» In het medicijnenrek liggen pakken vol malariapillen, antibiotica en vitamine C-injecties: allemaal verlopen, sommige houdbaarheidsdata werden al in 2003 overschreden.
In Sydney meldde minister Kamp ook dat Canadezen en Nederlanders gevangenispersoneel gaan opleiden, zodat ze op een nette manier met de gevangenen omgaan. De Canadezen zijn daarmee al begonnen. «Ze geven onze mensen een cursus van drie dagen. Ze leren hoe te voorkomen dat gevangenen ontsnappen en hoe ze nachtpatrouilles moeten lopen. Nee, we worden niet onderwezen in mensenrechten», zegt de gevangeniscommandant.

Dat is wel zeer noodzakelijk, volgens mevrouw Gullalai van de onafhankelijke mensenrechtenorganisatie AIHRC. Ook wat betreft het niveau van de gevangenbewaarders zijn de reguleringen van de regering mooier dan de werkelijkheid. Bewakers zouden een gespecialiseerde opleiding gehad moeten hebben, met aandacht voor mensenrechten, maar die opleiding bestaat niet. «Slechts vijf procent is naar school geweest, en kan niet veel meer dan zijn naam schrijven. Als je in dit land bewakers echt alles wilt leren wat nodig is voor een humane behandeling van de gevangenen, dan duurt dat jaren. De mensen hier hebben veel ellende gezien. Velen hebben bloed aan hun handen. Ze zijn niet anders gewend dan mishandelen en mishandeld worden.» Van de korte cursus verwacht de mensenrechtencommissie niets. «Wij zeggen hier: als het water kookt, duurt het lang voordat het afgekoeld is.»Volgens Gullalai belooft Nederland meer dan het kan waarmaken, omdat Nederland niet beseft hoe de verhoudingen liggen. Er zijn mensen verdwenen op de weg tussen Helmand en Kandahar, vertelt ze. «Als ze ontvoerd waren door criminelen of Taliban, dan hadden die van zich laten horen. Wij vermoeden dat ze gearresteerd zijn door Amerikaanse militairen, misschien zelfs door Canadezen. We hebben navraag gedaan, maar we krijgen geen enkele informatie. Dit kan ook gebeuren in Uruzgan, als jullie militairen daar zijn. De Amerikanen doen wat ze willen in dit land. Als de Nederlandse regering nu beloften doet over de behandeling van gevangenen, zonder dat wij daarvan iets weten, dan geloven wij het pas als we het zien.»

Zie ook www.groene.nl, web[oor]log