H.J.A. Hofland

We gingen Soekarno halen

New York, maandag — Wolf Blitzer, Bill Hemmer (let op zijn naam, hij wordt de nieuwe Peter Arnett) en de andere verslaggevers van CNN doen bewonderenswaardig werk. Ze filmen de bloedbaden en de ruïnes, ze laten de partijen aan het woord, ze stellen de ongemakkelijkste vragen. Af en toe braakt er een commercial door de verslaggeving; een wondermiddel voor de verdelging van onkruid in uw mooie grasveld. Dan gaat het weer verder met de ruïnes, het bloed en de huilende mensen. Zondag ben ik naar twee demonstraties gaan kijken. Joden in Brooklyn, Palestijnen bij de VN. In Brooklyn kreeg Powell ervan langs: de doodgraver van Israël. Bij de VN werd Sharon verdoemd.

’s Avonds komt op de televisie alles nog eens in de herhaling. Dat kon toen nog niet, maar verder komt alles me absurd bekend voor. Vaderlandse geschiedenis van meer dan een halve eeuw geleden. De onverzoenlijkheid, het onvermogen, de angst van iedere partij om zich in de andere te verdiepen, de wederzijdse waan van het absolute gelijk, de eindeloze herhaling van argumenten, de gelijkschakeling in razernij.

Absurd bekend: de conferenties, de bemiddeling, de wapenstilstand, de schendingen, de wreedheden, de ontkenningen. Linggadjati, de Renville-overeenkomst, de demarcatielijn, de schendingen van de wapenstilstand door de ploppers, het Bondowoso-transport, de afgebrande kampongs. De pesthaard Djokja, zei de overigens zo vredelievende Schermerhorn, moet worden uitgeroeid. Politionele acties.

Dat was bij elkaar de oorlog met Indonesië. De Nederlanders wisten hoe het moest. Alles zou goed komen met de voormalige kolonie als de voormalige kolonie zou doen wat de Nederlanders zeiden. De deelstatenstructuur van Van Mook. En een andere leider, want Soekarno was «niet van goede wil» en had met de Japanners gecollaboreerd. Onze regering nodigde Amerikaanse journalisten uit om zelf te komen kijken. Hun vliegtuig stortte neer. Dat maakte ons gelijk er niet minder op. Daar was en werd iets groots verricht.

«We gaan Soekarno halen», had een soldaat op zijn driekwarttonner geschreven, met schoolkrijt. Het lukte. De collaborateur/terroristenleider werd gearresteerd. Er is een foto van hem. Glimlachend zat hij tussen zijn bewakers in een jeep. Nederland was tevreden en blij. Nu zou het vlug afgelopen zijn. Binnen een paar jaar was het zover, maar anders dan de leiders van de natie hadden gedacht.

Later kwam een andere kant van de waarheid aan het licht. In Achter het nieuws verscheen de oud-officier dr. P.J. Hueting en vertelde over oorlogsmisdaden. In Nederland brak opnieuw een burgeroorlog met woorden los. Er verscheen een rapport, een goed rapport, met een typisch Hollandse titel: Ontsporing van geweld. Tot op de dag van vandaag woeden de ruzies verder. Pas als de laatste veteraan is gestorven, zal het afgelopen zijn — misschien. Het zit diep. (*)

Onze oorlog was een eenvoudig vraagstuk vergeleken met die tussen Israël en Palestina. Toen lag er een maand varen tussen de belligerenten; nu grijpen hun landen in elkaar. Toen ging een klein Europees land de strijd aan met een grote Aziatische mogendheid in wording; nu ruimt een modern leger de «terroristische infrastructuur» op, en begint, als het verkeerd loopt, de strijd tegen nog onzichtbare miljoenen. Nu loopt het verkeerd. Toen wist Amerika wat het moest doen; nu moet de president in Washington zijn eerste idee nog krijgen.

Al die verschillen worden tot bijkomstigheden gereduceerd door een overeenkomst. De oorlog tussen Israël en Palestina is een koloniaal conflict. Dat was te vermijden geweest als de Palestijnen niet consequent als een partij van de tweede rang waren beschouwd — niet alleen door Israël. Dat gaat niet. Dan is het niet meer een kwestie van moraal, humanitaire overwegingen, het wederzijds tellen van doden, de vraag door wiens schuld het meeste bloed wordt vergoten. Het gaat om de onde finieerbare macht die in een volk huist, de macht die zich niet laat onderdrukken of declasseren. Daarom gaat Israël deze oorlog verliezen — als het de strategie van Sharon blijft volgen.

In het hiernamaals komt hij zijn tientallen voorgangers tegen, onder wie veel Hollanders. Allemaal hebben ze niet tegen een volk maar tegen de geschiedenis gevochten.