Niet het klimaat veranderen, maar onszelf

We groeien ons kapot

We kunnen beter met de onvermijdelijke klimaatcrisis omgaan als we ophouden met onrealistisch denken. De opwarming van de aarde is niet meer te stoppen. Dus moeten we onze technologische creativiteit gebruiken, en onze doelen beperken.

HET DEBAT OVER klimaatverandering speelt zich af in een atmosfeer van onwerkelijkheid. Afgezien van een groepje krankzinnigen dat de wetenschappelijke consensus betwijfelt, accepteren de mensen tegenwoordig dat er een verschuiving gaande is in het klimaat van de wereld, en dat die verschuiving is ingezet door menselijke activiteit. Veel wetenschappers geloven inmiddels dat de verandering in klimaat grootschaliger is – en misschien abrupter zal zijn – dan nog maar een paar jaar terug werd geloofd. Ook al kan er op geen enkel gebied van de menselijke kennis zoiets als zekerheid bestaan, toch lijkt de conclusie redelijk dat de noodzaak van een effectief beleid dringender is dan ooit.
Desondanks lijken overheden en hun burgers vast te zitten in een denkpatroon dat garandeert dat elke maatregel die wordt genomen ineffectief of contraproductief zal zijn. Het publieke debat is voor het grootste deel uiterst moralistisch en brengt ofwel symbolische maatregelen voort, die weinig of geen praktische gevolgen zullen hebben, ofwel de eis dat de hele wereldeconomie wordt hervormd. Door de structureel scheve verhouding tussen de schaal van het probleem en de respons erop dringt het vermoeden zich op dat het werkelijke doel van veel serieuze discussies in de eerste plaats is om een toestand van psychologische rust te genereren en niet zozeer om resultaten te boeken in de echte werkelijkheid.
Een van de oorzaken van deze stand van zaken is de weigering de omvang van het probleem onder ogen te zien. Klimaatverandering is niet altijd veroorzaakt door de mensheid – de meeste grote klimaatverschuivingen in de geschiedenis van de aarde deden zich voor toen er nog geen mensen waren – maar de huidige verschuiving is een bij-effect van een buitengewoon ingrijpend menselijk fenomeen: wereldwijde industrialisatie. Geïndustrialiseerde samenlevingen zijn voor het merendeel van hun energiebehoefte afhankelijk van fossiele brandstoffen, en die afhankelijkheid is er de oorzaak van dat we koolstof dumpen in de atmosfeer. Klimaatverandering is de keerzijde van globalisering; als de globalisering voortschrijdt en versnelt, doet de opwarming van de aarde dat ook. Dat is niet simpelweg omdat er door toenemende globalisering meer wordt uitgestoten, want uitstoot is maar de helft van het probleem, zo niet minder.
Wereldwijde industrialisatie veroorzaakt zowel een snelle groei van het aantal mensen op aarde als de voortdurende verwoesting van de biosfeer als gevolg van landbouw en het gebruik van biobrandstoffen. Door de biosfeer te beschadigen, verzwakken we de natuurlijke mechanismen van de aarde die het klimaat reguleren. De wereldbevolking zal in de komende twintig jaar naar verwachting groeien met circa twee miljard. Al die mensen zullen een leven willen zoals de welvarende minderheid dat op dit moment leidt. Uiteindelijk zal de bevolkingsgroei afnemen en zal het aantal mensen wel gaan krimpen, maar ondertussen komt de aarde onder steeds grotere druk te staan.
De standaardoplossingen van westerse regeringen, ontwikkelingseconomen en milieudeskundigen concentreren zich op duurzame energie en duurzame ontwikkeling, en op economische herverdeling tussen rijke en arme landen. Daarmee worden de verbanden tussen klimaatverandering, toenemende globalisering en bevolkingsgroei genegeerd. Er zijn milieudeskundigen die voorstellen de globalisering terug te draaien en te kiezen voor een low-tech levensstijl gebaseerd op lokale zelfvoorziening, maar een bevolking van negen miljard is niet in leven te houden met een combinatie van bio-boerderijen en windmolens. Ontwikkelingseconomen zeggen dat het probleem niet overbevolking is, maar het energiegebruik per capita, maar de menselijke behoeften trekken al een zware wissel op de aarde en er is sowieso niet de geringste kans op een grootschalige herverdeling van grondstoffen op mondiaal niveau.
Er bestaat een bien-pensant consensus dat de wereldeconomie zich moet losmaken van olie door veelzijdiger te worden. Wat die consensus over het hoofd ziet is het feit dat voor sommige landen – Iran, Rusland en Venezuela bijvoorbeeld – olievoorraden de belangrijkste bron van geopolitieke macht zijn. Neoliberale economen geloven dat naarmate conventionele olie duurder wordt alternatieve brandstoffen bruikbaarder zullen worden en de klimaat-energiecrisis uiteindelijk zichzelf zal oplossen. Het probleem is dat de meeste alternatieven, zoals teervlaktes, vuiler zijn dan conventionele olie. Bovendien zou, zelfs als westerse landen een structureel alternatief zouden bedenken voor fossiele brandstoffen (een vergezocht idee), olie nog steeds worden gewonnen en gebruikt. In dat scenario zouden olie producerende landen een prikkel hebben om hun reserves sneller op te pompen zodat ze die niet in de toekomst tegen een lagere prijs moeten verkopen. De milieucrisis kan niet worden opgelost door simpelweg te vertrouwen op de markt.
Eerlijk gezegd heeft geen van de standaardoplossingen veel invloed op het probleem. Menselijke activiteit heeft de huidige golf van klimaatverandering veroorzaakt, maar dat wil niet zeggen dat menselijk handelen die kan stoppen. De aarde is geen klok die naar believen kan worden opgewonden en stilgezet. Zelfs als mensen overal ter wereld morgen ophielden de atmosfeer te vergiftigen, zou de opwarming van de aarde niet tot staan worden gebracht, aangezien die zit ingebouwd in het systeem van de planeet. Ze zou zelfs kunnen versnellen als gevolg van een afname van global dimming (de dimmende invloed van drijfgassen in de atmosfeer, dat deels de opwarmende effecten van broeikasgassen tegengaat). Dat wil niet zeggen dat er niets aan te doen is. Integendeel, er kan veel worden gedaan om de effecten van aanhoudende opwarming van de aarde tegen te gaan en wellicht is er nog steeds een kans dat de voortgang ervan kan worden afgeremd. Maar de reacties die waarschijnlijk het effectiefst zijn vereisen meer realistisch denken dan tot nu toe zichtbaar is. Ze houden in dat we vertrouwen op technologische ingrepen die buitengewoon smakeloos zullen zijn voor de mensen voor wie de milieucrisis in de eerste plaats een kans is om zelf-bewonderende morele poses aan te nemen.

REALISTISCH DENKEN op dit gebied begint met het aanvaarden dat ingrijpende klimaatverandering niet kan worden afgewend. De focus moet liggen op het beschermen van ontwikkeld leven tegen schade. Opkomende landen zullen hulp nodig hebben bij het verwerven van de middelen die ze nog steeds missen en dat kan niet zonder de bereidheid om technologieën te gebruiken waar milieubewegingen uitgesproken vijandig tegenover staan. Er zijn natuurlijk een heleboel dingen die technologie niet kan doen. Ze kan bijvoorbeeld niet beschadigde biologische systemen opnieuw tot leven brengen (misschien kunnen uitgestorven soorten worden teruggebracht door het gebruik van hun DNA, maar de habitat waarin ze ooit gedijden kan dat niet). Geen technologische ingreep kan de mondiale energie-klimaatcrisis helemaal oplossen, wat een gevolg is van de buitensporige eisen die de mensheid aan de planeet heeft gesteld. Toch zullen technologische ingrepen onmisbaar zijn om een weg te vinden in de stroomversnellingen die op ons af komen; de technologieën die het nuttigst zullen blijken, kunnen deels heel goed die technologieën zijn die het meest worden gedemoniseerd.
Milieudeskundigen hebben het publiek – en vele politici – ervan overtuigd dat milieuproblemen overwonnen kunnen worden als we natuurlijker gaan leven. Als dat argument al ooit geldig is geweest, is het dat nu niet meer. De doorslaggevende imperatief is om de menselijke footprint op de aarde te verkleinen. Met een wereldbevolking van negen miljard kan aan die behoefte alleen maar worden voldaan door high-tech-oplossingen volledig te exploiteren. Zowel kernenergie als genetisch gemodificeerd voedsel brengt ernstige risico’s met zich mee, maar we hebben niet de luxe van risicovrije oplossingen. Het is meer dan twijfelachtig dat traditionele landbouwmethoden – biologisch of anderszins – ons in staat zouden stellen de menselijke populatie te voeden die tegen het midden van deze eeuw zal bestaan. Het soort intensieve landbouw die zich heeft ontwikkeld sinds de groene revolutie is een op petroleum gebaseerd proces – in feite het winnen van voedsel uit olie – dat zelf de opwarming van de aarde bespoedigt. Om verdere schade aan het milieu te beperken is onze enige hoop waarschijnlijk kernenergie en GM-voedsel. Hoe riskant ze ook zijn, ze verwoesten in elk geval de biosfeer niet.
Hier speelt een paradox die het conventionele denken ontgaat. De ultieme wortel van de milieucrisis is de scheiding tussen exponentiële industriële groei en de natuurlijke grondstoffen van de aarde. Puur cijfermatig kunnen de groei van de menselijke bevolking, productie en consumptie niet eeuwig doorgaan; we zullen onvermijdelijk aanlopen tegen de beperkingen van een toenemende schaarste van grondstoffen, zoals olie, vers water en landbouwgrond, die allemaal onveranderlijk eindig zijn. We gaan op grenzen stuiten, en dat zal in de komende eeuw steeds heviger worden. Ons huidige economische systeem, dat is gebaseerd op exponentiële groei, is duidelijk onhoudbaar.
Tegelijkertijd kunnen we niet aan onze benarde situatie ontsnappen door te vertrouwen op langzame groei of geen groei. In China is aanhoudende groei een voorwaarde voor politieke stabiliteit: als de honderden miljoenen mensen die de arbeidsmarkt betreden niet de baan vinden die ze nodig hebben, zal sociale onrust het gevolg zijn. Hetzelfde geldt in andere opkomende landen, en zelfs in de meest geavanceerde samenlevingen van de wereld. Of ze nu democratisch zijn of niet, de meeste overheden van de wereld zijn voor hun overleven nu afhankelijk van instemming van het volk, en die instemming zal niet worden gegeven in omstandigheden waarin groei statisch is – of negatief – gedurende langere perioden.
Vandaag de dag zijn regeringen gedwongen groei te stimuleren om te ontsnappen aan de deflatoire gevolgen van de financiële crisis. In verschillende opzichten is dat een gevaarlijke strategie. Als we een klein beetje in de toekomst kijken, kunnen we de terugkeer voorzien van de hoge goederenprijzen van een paar jaar geleden. Elke hervatting van economische groei zal ook voeding geven aan geopolitieke spanningen. De Eerste Golfoorlog was een grondstoffenoorlog en, zoals Alan Greenspan onlangs opmerkte, olie was ook een cruciale factor in het ontstaan van de Irak-oorlog. Toenemende concurrentie om het resterende erfgoed van natuurlijke grondstoffen in de wereld zal zonder twijfel gepaard gaan met economisch herstel. We kunnen ook rustig zeggen dat als de opwarming van de aarde het ijs aan de Noordpool doet smelten dat deel van de aarde een gebied zal worden van steeds heviger geopolitieke conflicten.

NIETTEMIN IS EEN HERSTART van de groei een noodzakelijk onderdeel van elke passende reactie op klimaatverandering. Er wordt veel gesproken over ‘groene groei’ (waarmee duurzame energie en dergelijke worden bedoeld). Het lijdt geen twijfel dat alternatieve energie deel zou moeten uitmaken van onze respons – vooral zonne-energie lijkt bijzonder veelbelovend; kernenergie, hoewel in mijn ogen essentieel, is absoluut geen wondermiddel. Wat elke voortzetting van de groei moet inhouden, als de meest onmisbare component, is research and development van technologieën die in menselijke behoeften kunnen voorzien en tegelijkertijd de menselijke impact op de planeet beperken. De verticale boerderijen die op dit moment in Amerika worden ontwikkeld zullen bijvoorbeeld urbane esthetische verlangens niet bevredigen, maar als ze voor elkaar krijgen dat land wordt teruggegeven aan de natuur, zouden deze landbouwwolkenkrabbers heel goed de moeite waard kunnen zijn.
Je zou kunnen stellen dat een high-tech-benadering van de milieucrisis niet bijzonder arbeidsintensief is en om die reden niet zal voorzien in de behoeften van de mondiale arbeidsmarkt. Maar als klimaatverandering niet kan worden tegengehouden, dan zal er een heleboel te doen zijn om de gevolgen ervan het hoofd te bieden. Zeeniveaus zullen stijgen en kustbeschermingen zullen moeten worden versterkt. Er zullen wildoversteekplaatsen moeten worden gecreëerd, zoals is gedaan in Nederland, en in sommige gevallen zal land moeten worden teruggegeven aan de zee. Het stadsleven zal moeten worden geregenereerd en minder energie-intensief gemaakt. Voor milieuvluchtelingen – waarvan er vele miljoenen zouden kunnen zijn – zal moeten worden gezorgd. Dit zijn potentieel reusachtige taken die al onze menselijke capaciteiten zullen vereisen. Er is geen reden waarom grote aantallen mensen werkloos zouden moeten blijven.
Het voornaamste obstakel voor een effectief beleid is een wijdverbreide mentaliteit van ontkenning. Er bestaat intens verzet tegen de idee dat de klimaatcrisis niet volledig op te lossen is en tegen de overtuiging dat wat we ook doen, de opwarming van de aarde zal doorgaan. Toch zijn deze conclusies het onvermijdelijke gevolg van zowel de beste wetenschappelijke kennis die voorhanden is als van elke realistische inschatting van de wereldpolitiek. De moeilijkheden die op ons af komen in de volgende decennia zullen enorm zijn en in bepaalde contexten mogelijk hardnekkig. We zullen er beter mee omgaan als we ophouden onrealistisch te denken en onze technologische creativiteit gebruiken om door een crisis heen te komen die niet langer te vermijden is. Door onze doelen te beperken, zouden we uiteindelijk zelfs gelukkiger kunnen gaan leven.