Vrouwenprotest in de Verenigde Staten

‘We hadden geen keuze meer’

Na de verkiezing van Donald Trump zijn drie tot vier keer zo veel vrouwen politiek actief geworden als daarvoor. Wat drijft hen? Hoe houden ze een half jaar na de Women’s March hun activisme levend? En wat betekenen zij voor de Democratische Partij?

Medium omslag anp 49250037
13 januari, Jayna Zweiman en Krista Suh maken pussyhats voor de Women’s March op 21 januari © Lucy Nicholson / Reuters / ANP

Amy Nosek is laat. Moe en onopgemaakt verschijnt ze voor de brunch, in haar kielzog twee dreinende jongens van acht en tien. ‘Een mimosa’, zucht ze, ‘dat heb ik wel verdiend.’ Een half jaar geleden was Nosek voltijds moeder. Haar maatschappelijke inzet beperkte zich tot activiteiten op de school van haar jongens. Nu is ze voorvrouw van een actiegroep die zich verzet tegen het Republikeinse bewind in haar kiesdistrict in Georgia. Haar eerste opgave was de onbekende Democraat Jon Ossoff verkozen te krijgen voor een plek in het Congres. Hij verloor de race. Maar de strijd van Nosek, en met haar vele vrouwen in Georgia, is pas net begonnen.

3500 kilometer verderop in breiwinkel The Little Knittery in Los Angeles ontvouwen zich bij het geluid van tikkende breinaalden, knapperende koekjes en de garenspin gesprekken over het leven, de liefde en politiek. Deze aaibare, kleine schoenendoos is de geboorteplaats van de pussyhats: de roze, gebreide mutsen die het visuele symbool werden van de Women’s March en daarmee van het verzet tegen Donald Trump. Vrouwen door het hele land versleten voorraden wol in de mutsen en gaven daarmee uiting aan hun politieke kleur. Craftivism noemen de Amerikanen het: activisme door handwerk. Jayna Zweiman, bedenkster van het Pussyhat Project, schuift zoals elke vrijdag aan in The Little Knittery. Vanavond wordt er verwoed gebreid aan een vervolgproject volgens dezelfde formule: Welcome Blanket. Ook hier is de strijd pas net begonnen.

De decors in Georgia en LA hebben ogenschijnlijk niets met elkaar gemeen. Georgia kleurt Republikeins rood op de electorale kaart, Los Angeles Democratisch blauw. De populatie in LA is 25 procent blank tegenover zestig procent in Georgia. De Peach State ademt ruimte en groen en het leven in het kiesdistrict is voorstedelijk: overdekte winkelcentra, voetbalvelden, kerken en vrijstaande huizen. Los Angeles stapelt mensen, huizen en auto’s en spuugt smog. In het creatieve Mekka van de westkust drijft de ambitie van alle obers/acteurs zo dik door de lucht dat je haar kunt vastpakken. Het zijn twee totaal verschillende werelden, maar ze hebben één ding gemeen: ze zijn brandhaard én landelijk symbool van het vrouwelijk verzet tegen Trump.

Wat drijft deze vrouwen? Wat bindt hen, ondanks de verschillen? Hoe houden ze hun activisme levend, ruim een half jaar na de Women’s March? En wat is de betekenis van deze beweging voor de Democratische Partij?

Op een zondagmiddag in juni verzamelen zich tientallen vrijwilligers op een campagnekantoor in Alpharetta, een uithoek van het zesde kiesdistrict in Georgia. Ze worden getraind en volgens goed Amerikaans campagnegebruik opgewarmd voor de komst van hun kandidaat met collectief yellen en het delen van succesverhalen. Je struikelt hier over de ‘een-half-jaar-geleden-was-ik-voetbalmoeder-nu-ben-ik-campagnemanager-in-mijn-wijk’-verhalen. Enthousiaste vrouwen die door de campagne allemaal verantwoordelijk zijn gemaakt voor de kiezersopkomst in hun kleine stukje van het kiesdistrict.

Hier ontmoet ik Amanda Lee en Sheila Leddy. Een half jaar geleden moesten ze hun gekozen vertegenwoordigers googelen. Nu ratelen ze de namen achter elkaar op. Die radicale ommekeer kent één korte verklaring: Trump. ‘We hadden simpelweg geen keuze meer’, zegt Lee. ‘Sinds 9 november is er elke dag wel iets waar ik me boos over maak. De benoeming van Betsy DeVos als minister van Onderwijs was voor mij de druppel. Waarom benoemen we in dit land iemand als minister die geen verstand heeft van onderwijs? Wij zitten ver weg van Washington DC, maar de keuzes die daar gemaakt worden gaan over mijn kinderen.’

In een drankenhandel twintig kilometer verderop tref ik later die middag Triana Arnold James. Als Miss Georgia Classy prijst ze daar in bijpassende outfit haar eigen likeur aan. Onder een dikke laag make-up en een perfect kapsel gaat een kanon van een vrouw schuil: veteraan, ondernemer, moeder van twee kinderen en activiste. Ze lijkt in niets op de voetbalmoeders van vanmiddag en vecht tegen Trump op haar eigen manier. In de armere en zwarte wijken van het verder relatief rijke kiesdistrict voert ze gesprekken in kapperszaken en nagelsalons. Over gezondheidszorg. Over verkiezingen. Over politieke beslissingen die genomen worden en effect hebben op het leven van Amerikanen in Georgia. ‘Ik word woedend als mensen niet stemmen. Je legt je lot in handen van anderen. Zo krijg je nooit een plek aan tafel. Als je serieus genomen wilt worden, moet je het spel meespelen.’

Voor Arnold is activisme niets nieuws. ‘Geboren worden als zwarte vrouw is geboren worden als activist’, zegt ze. Haar leven lang al zet ze zich in voor de zwarte gemeenschap en tijdens de eerste campagne van Barack Obama werd ze politiek actief. Ze maakte het tot haar missie om zo veel mogelijk mensen te registreren als kiezer en hen bewust te maken van de macht van hun stem. Maar zelfs haar activisme heeft een extra impuls gekregen. Haar mantra is de mantra van alle vrouwen die ik tegenkom: we hebben geen keuze meer. Stuk voor stuk werd voor hen ergens een grens overschreden, een fatsoensgrens, een morele grens, een inhoudelijke grens of een combinatie daarvan.

Dat constateert ook Jennifer Lawless, professor aan American University in DC, gespecialiseerd in vrouwelijke politieke participatie. Zij onderzocht het ‘Trump-effect’: de invloed van Trump op de deelname van vrouwen aan het politieke proces. ‘Vrouwen, met name Democratische vrouwen, reageren significant sterker dan mannen op Trump met gevoelens van woede, ontreddering, afschuw en zelfs depressie. Die emoties zie je in hevige mate terug bij vrouwen die na Trumps verkiezingen politiek actief zijn geworden’, aldus Lawless. ‘Die emoties komen mede voort uit een bedreiging van het waardenpatroon van deze vrouwen. Zij bestempelen Trump significant vaker dan mannen en Republikeinen als racist, seksist en karakterologisch ongeschikt voor het vak.’

‘Mannen worden in hun politiek activisme net zo goed gedreven door emotie en hun waardenpatroon’, stelt Heidi Hartmann, directrice van het Institute for Women’s Policy Research, een progressieve denktank voor vrouwenemancipatie. ‘Maar vrouwen worden onevenredig hard getroffen door Trumps agenda. Abortus, zelfbeschikking en Obamacare zijn economische rechten die hard bevochten zijn. Vrouwen gaan de straat op omdat die rechten voor Trump en zijn kabinet inwisselbaar zijn. We dachten als vrouwen dat we sommige gevechten al geleverd hadden, maar hij bewijst het tegendeel.’

Het onderzoek van Lawless laat duidelijk zien: vrouwen zijn na de verkiezing van Trump drie tot vier maal vaker politiek actief dan daarvoor. Ze doneren, delen informatie via sociale media, demonstreren of worden lid van een actiegroep. Emily’s List, de landelijke ngo die Democratische vrouwelijke pro-choice-kandidaten steunt en opleidt, ontving sinds de verkiezingen van Trump zestienduizend informatieverzoeken tegenover 920 het jaar ervoor. Lawless signaleert die trend ook, maar nuanceert dat het een lange weg is van interesse tonen naar een kandidaatstelling. Het merendeel van de vrouwen haakt voortijdig af.

‘Vrouwen reageren sterker dan mannen op Trump met gevoelens van woede, ontreddering, afschuw en depressie’

Gevraagd naar een vergelijkbare golf van vrouwelijk politiek activisme refereren Lawless en Hartmann eensgezind aan The Year of The Woman, de geuzennaam voor het jaar 1992 waarin een recordaantal vrouwen zich kandidaat stelde en werd verkozen in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Aanleiding voor dit vrouwelijke succes was de getuigenis van advocate en professor in de rechten Anita Hall. Voor een elfkoppige mannelijke senaatscommissie verklaarde zij publiekelijk seksueel geïntimideerd te zijn door Clarence Thomas, kandidaat voor het Supreme Court. Twee dagen later werd hij desondanks geïnstalleerd. Woede, verontwaardiging en het gevoel van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer waren ook hier de motor voor vrouwelijk activisme en een sterke grassrootsbeweging die een recordaantal vrouwen politiek verkozen kreeg.

Het verzet tegen Trump verenigt net als in 1992 vrouwen door alle kleuren en achtergronden heen, waarbij de complexe verhoudingen en ongelijkheden in het land niet worden weggevaagd. De Women’s March werd breed omarmd, maar kreeg ook kritiek: het was vooral een blanke en grootstedelijke aangelegenheid. ‘Fantastisch dat er zo’n grote beweging van verzet is. Het werd verdomme tijd. Waar waren al die vrouwen de afgelopen veertig jaar?’ zeggen Arnold en met haar andere zwarte activistes die ik spreek. Als ik die vraag voorleg aan de blanke huismoeders luidt het antwoord eenduidig: ‘Ik had een prima en druk leven, ik was tevreden. Waar moest ik me druk over maken? Het afgelopen half jaar heeft me geleerd dat ik echt iets kan veranderen. Nu wil ik niet meer terug naar alleen de zorg voor mijn kinderen en het huishouden.’

Het leidende vehikel voor de emancipatie van de huismoeders in Georgia is community organizing, een concept dat Obama perfectioneerde en tot het hart van zijn campagne maakte. Het principe is dat je op lokaal niveau leiders identificeert, ze opleidt in hun eigen omgeving en verantwoordelijk maakt voor iets waar ze in geloven. Alles is erop gericht om mensen verantwoordelijk te maken en ze te leren dat ze iets voor elkaar kunnen krijgen; ‘leiderschap’ in goed Amerikaans jargon.

‘Organizing’ is zo bekeken een gestructureerde inspanning tot collectief burgerschap, passend bij de Amerikaanse geest van aanpakken, verantwoordelijkheid nemen en nastreven waar je in gelooft. Bij de voetbalmoeders in Georgia raakt de aanpak een snaar die dieper gaat dan alleen vechten voor een hoger doel. Het geeft nieuwe betekenis aan het leven van alledag. ‘Ik heb mezelf nooit gezien als leider’, zegt Amy Nosek. ‘Ik vind het doodeng om voor groepen te staan of met journalisten te spreken. Maar ik doe het wel. Elke dag leer ik iets nieuws en word ik beter. Het is verslavend.’

De vrouwen dachten allemaal dat ze in hun omgeving in Georgia de enigen waren die zich na 9 november zo miserabel voelden. Sociale structuren boden geen ruimte voor het ventileren van verdriet: schoolbesturen, kerken en vrijwilligerswerk worden gedomineerd door Republikeinen. En als minderheid in het Zuiden houd je je mond. Facebook bood uitkomst: daar vonden de vrouwen elkaar in groepen met namen als You Are Not the Only One. De herkenning maakt, na al die jaren stilzitten als je geschoren wordt, een enorme energie los.

Democratische vrouwen in LA waren allerminst alleen. Republikeinen zoek je in de stad met een vergrootglas. Waar de vrouwen in Georgia hun politieke voorkeur verborgen hielden omdat ze dachten dat ze de enigen waren, toonden de vrouwen in LA zich lethargisch door hun overvloed. Een Democratische stem maakt immers noch in Georgia noch in LA een verschil.

‘Ik bracht plichtmatig mijn stem uit en doneerde af en toe eens wat’, zegt Jayna Zweiman. ‘De vrijdag na de verkiezingen was het fijn om in The Little Knittery samen te zijn en het verdriet te verwerken. We voelden ons onmachtig en verslagen. We wilden wel iets doen, maar wat dan?’ Het was de vraag die vrouwen overal in Amerika zichzelf stelden. Totdat begin december de Women’s March werd aangekondigd. Het was de lont in het kruitvat waar de vrouwen op gewacht hadden.

Medium amy nosek met pusshyat met zoon op protest
Amy Nosek met pussyhat en zoon tijdens protest © Laila Frank

Al snel werden simultane marsen door het hele land aangekondigd, zo ook in Atlanta. Daar zagen de vrouwen elkaar voor het eerst in de echte wereld, buiten de Facebook-groepen om. Voor de activistes in Georgia was dit een keerpunt. ‘Onderschat de betekenis van de mars niet’, zegt een van hen op een campagnebijeenkomst. ‘Het was geen geïsoleerd moment, het was de motor van al het vrouwelijk activisme in Amerika.’

Het Pussyhat Project was een platform voor politieke participatie en kwam precies op het goede moment, zegt Zweiman: ‘Iedereen had een verhaal te vertellen over de verkiezingen en de pussyhat was het middel om dat verhaal te delen. Met dat gegeven hebben we iets gecreëerd wat betekenis had, individueel én als collectief.’ Craftivism is geen nieuw gegeven, de massaliteit ervan is dat wel. De blijvende betekenis van het project is het netwerk en het activerend vermogen daarvan. ‘Breiwinkels en handwerkclubs door het hele land zijn nu een politiek netwerk van vrouwen. Door te breien realiseren zij zich nu dat ze politieke macht hebben. Craftivism is een manier van politiek bedrijven die bij hen past, een aanvulling op de klassieke manier van politiek actief zijn.’

Wederkerigheid is het sluitstuk in het solide netwerk van vrouwen dat door de mutsen aan elkaar is verbonden. Duizenden vrouwen maakten een muts voor een onbekende die zelf niet kon breien of niet aanwezig kon zijn bij de mars. Het breisel werd begeleid met een wens of uitspraak over vrouwenrechten. In Washington DC, het zenuwcentrum van de logistieke operatie, werden die pussyhats verzameld en gedistribueerd. Een pussyhat droeg je niet alleen voor jezelf maar ook voor de onbekende maakster. Dat was je aan elkaar verplicht. Wederkerigheid tussen onbekenden als cement van een gemeenschap. Vreemden verbonden in ideologie door tastbaar handwerk.

‘Ik vind het doodeng om voor groepen te staan. Maar ik doe het wel. Elke dag leer ik iets nieuws. Het is verslavend’

Tussen de lancering van het project en de Women’s March zaten 55 dagen van roze wol. Op het hoogtepunt van dat succes en in de wetenschap dat het een overzichtelijke rit was, werd al het andere opzij gezet. De verbinding met anderen was de beloning. Maar hoe houden ze die energie een half jaar later levend? De vrouwen in LA varen er wel bij: het project gaf hun landelijke bekendheid en bood nieuwe mogelijkheden. Mede-bedenkster Krista Suh kreeg aanbiedingen van verschillende uitgevers en schrijft een feministisch handboek voor een jonge generatie met de passende titel DIY Rules for a WTF World. Little Knittery-eigenares Kat Boyle heeft het drukker dan ooit in haar winkel. Jayna Zweiman wil ook de energie van het Pussyhat Project vasthouden.

Dat doet ze met Welcome Blanket, een project volgens dezelfde formule als de pussyhats, met immigratie als onderwerp. 3100 kilometer welkomstdekens voor vluchtelingen wordt er gebreid, zoveel als de grens met Mexico lang is. Het ontwerp is wederom simpel en gratis te downloaden. Maaksters delen bij hun deken een verhaal over hun eigen immigratiegeschiedenis – de gemene deler van Amerika. Vanaf september worden de dekens tentoongesteld in het Smart Museum of Arts in Chicago. Daar vult de expositieruimte zich tot januari met dekens. In het nieuwe jaar worden ze met hulp van vluchtelingenorganisaties overhandigd aan de nieuwkomers.

Hebben de vrouwen nog energie over voor een deken? ‘Eenzelfde succes lijkt me onwaarschijnlijk’, zegt Zweiman. ‘Het collectieve moment van die eerste verontwaardiging is voorbij. Maar de energie en het netwerk zijn er nog steeds. Vrouwen vertellen me dat ze hun pussyhat op zetten als ze hun senatoren bellen. Om kracht en vertrouwen te vinden voor dat telefoontje, waarvan ze een jaar geleden dachten dat ze het nooit zouden plegen. Ze zetten hun muts op als powerhat. Het herinnert ze aan de mars, aan al die andere vrouwen of aan degenen die de muts voor hen hebben gebreid. Dat is de kracht van de pussyhat.’

‘Het is niet moeilijk om cynisch te doen over de mutsen of de mars af te doen met: ach dat was maar een moment’, zegt ontwerpster Krista Suh. ‘Maar elke beweging heeft een startpunt nodig: een ingang die niet te veel vraagt van mensen. Als je die eerste stap eenmaal genomen hebt, is de overgang naar een volgende stap veel kleiner. Het breien of dragen van een muts was die kleine stap.’

Het succes van de pussyhats liep simultaan met de Women’s March. Voor de vrouwen in Georgia begon het toen pas echt. Amper bekomen van de mars werden er verkiezingen uitgeroepen in het zesde kiesdistrict in Georgia. De energie die was opgebouwd in de maanden na de overwinning van Trump kreeg de uitlaatklep die nodig was.

Nu het stof van de campagne is neergedaald, moet blijken wat de leiderschapskwaliteiten van de vrouwen waard zijn. Ze blijven achter met nieuwe vriendschappen, een netwerk en hun ervaringen, maar zonder een campagneorganisatie om op terug te vallen. Veel vrouwen stellen zich kandidaat voor een van de lokale bestuursniveaus. Het is een noodzakelijk kwaad: het vertrouwen in de partij is laag, het vertrouwen in elkaar hemelhoog: ‘De oude generatie moet eruit, het is tijd voor een nieuwe lichting’, zegt Amy Nosek. ‘We beginnen onderop, want het afgelopen half jaar heeft ons geleerd dat als we verandering willen we daar zelf voor moeten zorgen.’

De kritiek op de Democratische Partij klinkt luid en wordt breed gedragen: door de vrouwen, door de opiniemakers en in de media. De partij is onzichtbaar. Er is verhaal noch strategie. De partij levert woorden zonder daden en de tijd van de grote ideeën (New Deal, New Frontier, Great Society) is vervangen door de tijd van grote leegte. De leiders luisteren niet en zien te veel DC en te weinig Amerika. De partij is de aansluiting met de werkende klasse kwijt. Obama heeft de partij verwaarloosd en bovendien met zijn politieke stijl de vijandigheid tussen Republikeinen en Democraten aangewakkerd. Veel actievoerders zijn nog steeds boos omdat de partij Bernie Sanders geen eerlijke kans heeft gegeven. De vrouwen in Georgia waren aanhangers van Sanders. De energie die hen drijft, is ook een afrekening met de Democratische Partij.

Geld en tijd stromen naar de grassrootsbewegingen en niet naar de partij. Planned Parenthood bijvoorbeeld sloot 2016 af met veertig keer zo veel donaties als in 2015 en de ucla, de organisatie die Amerikanen beschermt tegen schending van mensenrechten, haalde in de week na de verkiezingen prompt zeven miljoen dollar op. Het zijn slechts twee van honderden voorbeelden. De kas van de Democratic National Committee steekt er schril bij af: de partij haalde in april het laagste bedrag op sinds 2009. Terwijl de dnc met zichzelf overhoop ligt, sluiten vrijwilligers zich aan bij de grassrootsorganisaties. In zes maanden tijd zijn er tientallen frisse, jonge clubs bij gekomen die, in tegenstelling tot de dnc, open en toegankelijk zijn. Maar ook oudere clubs met een bestaande infrastructuur bloeien op dankzij het nieuwe activisme.

In een natuurlijke reactie op de politieke crisis nemen de organisaties stuk voor stuk de traditionele partijtaken zoals dataverzameling, lobbyen en het opleiden van vrijwilligers en kandidaten over. Het verzet tegen de hervorming van Obamacare bijvoorbeeld werd geleid door de grassrootsbeweging, de protestmarsen worden door hen georganiseerd. Veteranen uit het campagnevak en jonge vrijwilligers worden met dank aan de nieuwe clubs aan elkaar gekoppeld om het lokale verzet te voeden. Emily’s List steunt inmiddels zes vrouwen die zich in 2018 verkiesbaar stellen voor het Huis van Afgevaardigden en levert zo kwaliteitskandidaten af voor de Democratische Partij. De organisatie hoopt nog veel meer vrouwen te kandideren. De grassroots krijgen het vertrouwen van progressief, boos en gedreven Amerika en zijn daarmee van essentieel belang voor de Democraten.

Nosek sloot zich aan bij Indivisible, de leidende progressieve verzetsbeweging. Dat contact werd haar levenslijn. ‘Wij wilden helemaal geen organisatie worden’, vertelt Indivisible-chef Gonzalo Da Silva. ‘Ons doel was de energie die vrijkwam na de verkiezing van Trump zo effectief mogelijk in te zetten. We schreven een praktische gids voor het beïnvloeden van gekozen politici. We wilden kiezers bewust maken van het denken en handelen van politici. Politiek lijkt voor mensen vaak ver weg, maar dit zijn gekozen politici, die volgens procedures en patronen werken en verantwoording moeten afleggen. Daar heb je invloed op en dat hoeft niet moeilijk te zijn. In een week schreven we de gids. Toen wilden we weer door met ons leven.’

Het liep anders. Binnen een week werd het bestand meer dan een miljoen keer gedownload. Ruim zesduizend groepen grassrootsactivisten gebruiken de gids. Via crowdfunding werden twintig mensen in vaste dienst genomen. De club drijft daarnaast op een leger van invloedrijke vrijwilligers. Lobbyisten, politiek strategen en inhoudelijk experts schrijven handzame, hapklare brokken tekst in antwoord op de voorstellen die van Congres en Senaat komen. Da Silva stuurt dat proces aan en bewapent de activisten met de informatie en de soundbites die ze nodig hebben om hun politici bij de les te houden.

De progressieve krachten in de VS houden elkaar zo in evenwicht. Terwijl de partij het motorblok op orde maakt, houden de grassroots als zijspan de partij op de weg. Gonzalo Da Silva is kritisch over de dnc maar ook mild: ‘Ik hoop dat we onszelf weer kunnen opheffen, ons bestaan is geen doel op zich. Maar eerst moet dit land weer een progressieve meerderheid verkozen krijgen.’ Nosek beaamt dat: ‘Deze race was proefdraaien voor de midterms in 2018 en de presidentsverkiezingen in 2020. Een race in Georgia kan, zo blijkt nu, wel degelijk spannend zijn.’ Ook Triana Arnold zet vol vuur in op het activeren van kiezers die nu niet stemmen: ‘Deze race en de verkiezing van Donald Trump hebben me geleerd dat de enige manier om écht invloed te krijgen via het politieke proces is.’

‘De grootste winst is dat ik weet dat ik niet alleen ben’, zegt Nosek. ‘Samenwerken staat voor mij bovenaan. Dat vraagt tijd en die tijd ga ik het geven.’ Die lange adem klinkt ook in LA: ‘Een blauwdruk voor een succesvol vervolg bestaat niet. Het enige wat we kunnen doen is iets nieuws proberen op basis van onze ervaringen en daar weer van leren’, zegt Zweiman.

Met vallen en opstaan geven vrouwen door het hele land hun verzet blijvend vorm. Voortgestuwd door een cocktail van geproefd succes, herkenning in anderen, politieke bewustwording, persoonlijke ontwikkeling of hernieuwde energie in een oude strijd. Ondanks de dnc, met dank aan Donald Trump. ‘De grootste overwinning van het afgelopen jaar is dat kiezers Trump serieus nemen. En daarmee ook alle andere politici die ze verkozen hebben’, aldus Da Silva. ‘Het is harder werken dan ooit om nu politicus te zijn. Reken maar dat je kiezers je verantwoordelijk houden voor je daden. Wij slapen niet tot 2020, maar politici evenmin.’