‘we hebben duivels nodig’

‘I KILLED HER, but I did not hit her’, vertelt een van de seriemoordenaars uit Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers (1994) over de moord op zijn moeder. Het is de neerslag van een pijnlijke analyse: tot moord word je gedwongen, slaan doe je uit eigen wil. Ten Monologues is een indrukwekkende en vooral verontrustende film. Niet vanwege de gruweldaden waarover de seriemoordenars vertellen, maar door de toon waarop het gebeurt. Verstandelijk, intelligent, gevoelig.

‘We are no monsters’, zegt een van hen, 'we are your sons and husbands.’ Meer nog dan over hun eigen daden lijken ze zich te verbazen over de wereld om hen heen. De wereld die hen, stuk voor stuk normale mannen, tot duivels heeft gemaakt en die dat duivelsbeeld koestert als een kostbaar wapen.
Ten Monologues is mijns inziens een sleutelfilm in het inmiddels zeer omvangrijke oeuvre van de filmer Ian Kerkhof. Duidelijker en meer beheerst dan in andere films schetst hij de wereld die hij wil filmen. Het is een wereld waarin het kwaad, de lelijkheid en het extreme niet worden weggemoffeld onder een dik tapijt van fatsoen en goede smaak, maar als wezenlijk onderdeel van de menselijke psyche worden gezien.

  1. Verbanning 'De eerste negentien jaar van mijn leven ben ik opgegroeid in witte wijken in Johannesburg en Durban. Wij hadden zwarte bedienden. Iedereen wist dat het niet goed kon aflopen, maar niemand zei iets. Want als je erover praatte, kon je niet meer rustig slapen. Dan moest je weg. In 1983 vroeg ik politiek asiel aan in Nederland. Nadat ik de formulieren bij de vreemdelingenpolitie had ingevuld, pakte de dienstdoende ambtenaar geëmotioneerd mijn hand en zei: “Ik hoop dat je heel snel asiel krijgt. Welkom! Welkom terug!” Je kunt erom lachen, maar ik moet zeggen, zo'n verhaal heb ik nog nooit van een neger of een moslim gehoord. Binnen zes maanden had ik mijn verblijfsvergunning, terwijl ik zwarte Zuid-Afrikanen ken die zeventien jaar hebben gewacht. Mensen met veel geloofwaardiger en sterkere argumenten dan ik had. Ik had die eerste tien jaar hier heel sterk het gevoel op bezoek te zijn, maar toen ik na die tijd voor het eerst weer terugkeerde naar Zuid-Afrika, wist ik dat ik ook daar niet meer thuishoorde. Het is zoals James Joyce schrijft: “You can never go back, there is no home anymore.” De ballingschap neemt bezit van je psyche. En als ik dus iets te bieden heb in mijn werk, dan is het dat perspectief van de buitenstaander.’
  2. Helden 'Raging Bull van Scorsese heeft mijn leven veranderd. Het was de eerste film waarbij ik me bewust werd van de invloed van de regisseur. Dat ik de constructie en de compositie zag. Een absoluut meesterwerk. Echt een knock-out. Charles Manson. De teksten die hij schrijft, beautiful! En de muziek die hij maakt, is huiveringwekkend. De meest simpele blues. Ik heb teksten van hem gebruikt in mijn film over Nietzsche, en dan voel je pas de diepte van zijn filosofie. Hij is als geen ander, behalve misschien Hitler, Jezus of Elvis, in staat mythevorming te analyseren. Hij is een trieste nobody die door de media tot duivel is gebombardeerd omdat we nu eenmaal duivels nodig hebben om het volk koest te houden. Natuurlijk zou ik hem willen ontmoeten, maar ik denk niet dat hém veel interesseert.’
  3. Filmacademie 'Een regelrechte ramp. Wat je overigens niet zou verwachten van een instituut dat zo'n geweldige reputatie heeft bij mensen die erdoor worden afgewezen. De docenten zijn er alleen maar op uit de studenten te vernederen. Ze haten kunst. Elke keer als ik ze een nieuwe film liet zien, vroegen ze me of ik niet liever naar de kunstacademie wilde. Zoveel bitterheid! Het goede ervan is wel geweest dat ik heel duidelijk heb geleerd wat ik níet wilde. En natuurlijk heb ik een deel van mijn bekendheid juist aan de Filmacademie te danken. Op de kunstacademie zou ik normaal zijn geweest, op de Filmacademie was ik de token weirdo, die wel moest opvallen.’
  4. Slavernij 'Ik zie slavernij als een van de belangrijkste thema’s van de Nederlandse maatschappij. De staat doet er alles aan om haar mensen te betuttelen op zo'n manier dat ze niet meer volwassen durven te zijn. Neem de Nederlandse filmwereld. Allereerst is daar het keurslijf van de genres. Als je eenmaal bent ingedeeld in een van die genres, is het bijna onmogelijk om er uit te breken. Ik ben ooit geclassificeerd als “experimenteel”. Dus toen ik Naar de klote! maakte, werd ik afgeschreven. Terwijl die film juist de meest experimentele is die ik ooit gemaakt heb. Maar als je je niet aan de regels houdt, word je uitgekotst. Afgelopen. Exit! Nederland heeft geen filmcultuur meer. Filmkunst in Nederland is edel-televisie. Producenten en zogenaamd onafhankelijke filmers stemmen hun agenda af op de wensen van het Filmfonds en de omroepen. Krijgen ze geen geld, dan maken ze geen film. Daarom zijn bijna alle filmers in Nederland, hoe succesvol ze ook zijn, verbitterd. Ik heb nog nooit een film niet gemaakt omdat ik geen geld kreeg van het Fonds. Mijn laatste acht films zijn volledig onafhankelijke producties.’
  5. Filmkritiek 'De Nederlandse filmkritiek, voor wat die titel waard is, is niets anders dan een verlengstuk van de marketing-divisies van de productiemaatschappijen. Eigenlijk zou je als filmredactie het lef moeten hebben om bepaalde films helemaal niet te recenseren. Of de roulatie van een kleine film proberen te forceren. Maar dat durft niemand.’
  6. Goede smaak 'The Dead Man 2, Return of the Dead Man begint met een scène waarin twee mannen elkaar aftrekken waarna de één vervolgens in de mond van de ander kotst. Wat ik belangrijk vind aan die scène is: beide mannen gaan over een grens. Het is de eerste keer dat ze dit doen. Natuurlijk zijn ze bang. En om het te kunnen doen, moeten ze alles wat ze hebben geleerd van hun ouders, alle condities die de maatschappij oplegt, alles! - vergeten. En als ze dat lukt, dan zie je dat ze onbegrensd worden. Absoluut vrij. Ze zijn, heel even, geen mens meer. En als het dan voorbij is, komen ze terug tot de wereld. Hun allereerste reactie is een liefkozing en lachen. Ze hebben het overleefd! Die ontlading is essentieel. Zonder dat had ik die scène nooit gebruikt. Het grappige is, elke keer dat ik iemand ontmoet die werk maakt dat ik interessant en heftig vind, blijkt de persoon zelf zo lief en zachtaardig als maar kan. Blijkbaar word je een beter mens als je een expressie kunt vinden voor je demonen. En dat kan niet altijd op een esthetische manier, want er is niets ergers voor de ziel dan Goede Smaak. Goede smaak, de gemiddelde, dominante smaak, is altijd de antithese van de ziel. Neem nu zo'n film als Left Luggage, dat is echt een belediging aan al die verbrande joden. Wat een verschrikkelijk sentiment. Dat is geen kunst, maar propaganda! Alles moet draaglijk worden gemaakt, zodat ook oma er met plezier naar kan kijken. En daar leeft de televisie van: goede smaak, brain damage. Dag in, dag uit.’
  7. Naar de klote! 'Natuurlijk lag er een masterplan aan ten grondslag. Kijk, vóór Naar de klote! had ik vijf speelfilms gemaakt die soms niet meer dan tachtig bezoekers trokken, terwijl het me even goed een half jaar werk kostte. Het plan was heel simpel: City 1. Ik wilde ergens binnen kunnen lopen en zeggen: “Hallo, ik ben Ian Kerkhof, filmer.” Je moet je eigen reputatie creëren. Ik wilde niet het slachtoffer worden van de combinatie van saaie producenten en het Filmfonds en mijn leven slijten als een gefrustreerde arthouse-filmer. Ik wilde huge publicity. De film kwam uit en kreeg in Nederland een ontzettend slechte reputatie. Op één avond verloor ik het respect van bijna alle mensen die mijn vorige films goed vonden. Ik had de elite verraden. Ik ben niet met je eens dat het een slechte film is. Ik geloof dat het een fantastische film is! Alleen in een genre dat nog geen naam heeft. Mijn eerdere films waren experimenteel omdat ze binnen dat genre pasten. Naar de klote! stond, bij zijn release, volkomen op zichzelf. Nu pas herken ik elementen ervan in The Idiots van Lars von Trier en U-Turn van Oliver Stone. De film deed het goed in Japan. Voor zover ik het snap, heeft dat met het manga-effect te maken. Alles is heel erg over the top: de kleuren, het acteren, het triviale verhaal. Voor Japanners is dat heldere taal. Opvallend was ook dat het Japanse publiek van de film heel erg sophisticated was. Designers, kunstenaars, intellectuelen - publiek dat er hier zijn neus voor ophaalde.’
  8. Japan 'Mijn volgende film, From the Belly of the Beast, draai ik in Japan. Met Japans geld. Mede dankzij het succes daar van Naar de klote! Volgend jaar heb ik een retrospectief van mijn gehele werk in Osaka. In Japan, en overigens ook in landen als Rusland en de Verenigde Staten, wordt mijn werk gezien als een oeuvre dat het waard is om in te investeren. In Nederland nobody gives a fuck about an oeuvre, or about long term investment. They only want to score quick money from the Filmfonds. Ik heb wel geprobeerd Nederlands geld te krijgen voor deze film, maar alle producenten die ik het liet lezen, vonden het te vrouwonvriendelijk, te extreem. Het is een verhaal over incest. Over een vrouw die in de prostitutie terechtkomt omdat ze door haar vader verkracht werd. Het is geïnspireerd op een prachtig gedicht van de New Yorkse dichteres Tricia Warden. Thom Hofman speelt een van de hoofdrollen. Thom wilde graag een film maken waarin hij samen met een actrice voor een week zou worden opgesloten in een kamer en helemaal gek zou worden. Hij heeft me gevraagd de film te schrijven.’
  9. DVC 'DVC, digital video, heeft alles te maken met productionele onafhankelijkheid. Weg met de producent, weg met de crew, weg met de klassieke hiërarchie van de filmproductie, weg met de logge economische infrastructuur! Ik wil geen filmmaker worden die twaalf jaar moet wachten tot hij een nieuwe film kan maken die dan vervolgens flopt. Dat is gekte. Slavernij. Ik maak liever, volkomen zelfstandig, twintig videoproducties per jaar. De digitale esthetiek is sterk gekoppeld aan het productieproces. Je hoeft bijvoorbeeld nooit meer uit te lichten, want er is altijd licht genoeg. Eén peertje, één kaars is genoeg. Maar het is niet de klassieke, filmische esthetiek van Visconti en Bertolucci die op de Filmacademie wordt gedoceerd. Digitale esthetiek is vaak waanzinnig lelijk! Maar dat vind ik mooi. Die nieuwe film van Lars von Trier bijvoorbeeld, die is zo onesthetisch - een verademing! Nu, met de DVC, begint de cinema verité pas echt! Ik krijg het medium steeds meer onder de knie. Het is zo rijk, zo geschakeerd, er kan zo veel! Je moet er heel veel mee werken om de schoonheid van de beperking weer terug te vinden.’
  10. Verhaal 'Als je me vraagt wat mijn overkoepelende verhaal is, dan zou ik je alleen kunnen zeggen dat ik heel droevig ben. Ik zie weinig reden in de wereld om gelukkig of optimistisch te zijn over heden en toekomst.’