Mayschoß, 21 juli 2021. Het water in de rivier de Ahr steeg half juli tot recordhoogte © Christof Stache / AFP / ANP

Het lawaai is brutal, meedogenloos. Vrijwilligers maken met drilboren de tegels in de badkamers los. Een stuk of tien vrouwen geven emmers met de gebroken stenen door en kieperen die over de rand van het balkon. In de slaapkamers snijden anderen het rode tapijt in repen en trekken het van de vloer. Je kunt hier, op de eerste verdieping van Hotel Lochmühle, nog steeds zien tot waar het water heeft gestaan. Op het behang, ergens halverwege de hoogte van de muur, staat de markeringslijn. Het hotel ligt direct aan de Ahr. Nu een kabbelend stroompje, maar een maand geleden stond het water hier tot boven de negen meter en verwoestte de kelder, de begane grond en de eerste verdieping.

Op deze zonnige zaterdag in augustus zijn twee bussen met vrijwilligers gekomen om puin te ruimen. Ze zijn om zes uur uit Düsseldorf vertrokken. Alles is georganiseerd door een jonge vrouw uit die regio: de bus met chauffeur, verzekeringsformulieren, laarzen in alle maten en bier. De vrijwilligers hebben machines en ladders meegenomen, spullen waarvan ze denken dat het nuttig kan zijn voor een dag slopen. In de chaos ontstaat vanzelf een structuur waarin de helpers, die elkaar veelal niet kennen, aan het werk gaan.

Op straat staat een Chinese man er verloren bij. Hij valt op. Niet alleen omdat hij de enige is die niet wit is, maar ook omdat hij in nette kleren loopt. Donkerblauwe broek, bijpassende trui, mooie werklaarzen. Het blijkt de eigenaar te zijn, Xuhan Zheng (51). Twee weken vóór de overstroming kocht hij dit hotel met honderdtwintig kamers. Hij leunt tegen een tafel waar frisdrank en koekjes liggen voor de helpers. ‘De eerste weken na de overstroming was ik radeloos. De verzekering betaalt niks. Als ik nu zie wat de vrijwilligers voor elkaar krijgen, krijg ik een beetje hoop. Als het hotel ooit weer opengaat, geef ik een groot feest voor alle mensen die hier hebben geholpen. En dan mag iedereen blijven slapen!’ Xuhan lacht ongemakkelijk. Hij is een nieuwkomer in het dorp. Zal de gemeenschap hem net zo graag helpen als de mensen die al generaties in Mayschoß wonen?

‘Willkommen im Zoo. Een slachtoffer fotograferen kost tien euro, een huilend slachtoffer dertig euro’, staat een maand later op een groot geel bord te lezen bij de binnenkomst van Mayschoß. Ook tegen de gevel van Hotel Lochmühle staat een groot houten bord: ‘Ramptoerisme is erbärmlich’, staat er in boze letters.

Pottenkijkers zijn niet welkom, helpende handen wel. De onderste etages van het hotel zijn nu bijna gestript. Op de plafonds van de kamers op de begane grond zit nog behang. Afsteken is een rotwerkje waar je lang over doet. Door de week komen er maar een paar vrijwilligers per dag, in het weekend komen ze nog steeds met bussen tegelijk uit heel Duitsland. Zo’n vijftien kilometer verderop zit een camping die speciaal is opgezet voor de helpers. Sommigen nemen al hun vakantiedagen op; anderen hebben door de coronacrisis geen werk meer en bivakkeren er sinds de overstroming. Ze worden door een shuttlebus naar een van de dorpjes in de vallei gebracht.

Bedrijven en particulieren brengen wat ze kunnen missen. In wat ooit de hotelreceptie was staan torens van kratten fris en bier, netjes gesorteerd op kleur. René, een stevige man van in de dertig met kort geschoren zwart haar, is door Xuhan aangesteld als Bauleiter. Hij slaapt in het hotel, douchen doet hij bij een waspunt in het dorp. Een vergaderzaal op de tweede verdieping is droog gebleven en heeft René ingericht als proviandzaal met tafels vol met pakken pasta, koffie, thee, suiker, meel en blikken vlees en een paar potjes zelfgemaakte jam. Ook staan er tientallen dozen met overalls en schoonmaakmiddelen, eindeloos veel tubes tandpasta en rollen keukenpapier. Een oude man heeft net al zijn gereedschap gedoneerd. ‘Helaas was het Müll’, zegt René.

Xuhan zit in de zon op het grote terras van witte grindtegels. Met uitzicht op de Ahr en de wijnranken op de steile berghellingen. Twee mensen van een bedrijf uit de buurt komen een gebruikt koffieapparaat brengen, met ingebouwde bonenmolen. Ze geven er ook een zak bonen bij. ‘Die Ahr kabbelt zo rustig voort, moeilijk voor te stellen dat dat zo’n grote stroom is geworden. Ben je verzekerd?’ vragen ze aan Xuhan. ‘Natuurlijk!’ zegt hij. ‘Maar die betaalt niet voor Hochwasser.’ Als de mensen zijn vertrokken zet hij een kopje koffie met het nieuwe apparaat. ‘Dat mensen dit voor mij doen, vind ik ongelooflijk.’

Hij kijkt dromerig voor zich uit. ‘Mooi is het hier hè? De gasten zitten zo graag op dit terras. We gaan het weer opbouwen en dan wordt het nog mooier dan het al was.’ De aannemer die Xuhan heeft ingehuurd loopt het terras op. Hij noemt een bedrag dat een bedrijf wil hebben voor een technische klus. Betaal het maar, zegt Xuhan gelaten. Nee, het moet voor minder kunnen, vindt de aannemer. Het spel om het geld is begonnen.

Xuhan en zijn zus Hanzi (48) zijn ongeveer dertig jaar geleden vanuit China naar Duitsland gekomen, naar Keulen. Ze hebben een import-exportbedrijf en wilden graag een hotel. Na veel zoeken kwamen ze in Mayschoß. Ze werden op slag verliefd op Hotel Lochmühle. Broer en zus Zheng onderhandelden twee jaar met de vorige eigenaar. Door corona moest het hotel dicht en lagen de onderhandelingen stil. Uiteindelijk kregen ze in juni de sleutel. Ze hebben een dag of tien schoongemaakt, en toen het hotel vijf dagen open was, begon de regen. Hanzi was er op 14 juli, met een stuk of zestig voornamelijk Nederlandse gasten. De brandweer was langsgekomen om te zeggen dat ze hun auto’s hoger op de berg moesten parkeren omdat er kans was dat de straten zouden overstromen. Dat deden ze. Ze zagen het water stijgen, maakten wat foto’s, gingen eten.

Toen de ramen van de kelder sprongen brak er paniek uit. ‘Het water steeg en steeg, we wisten niet wanneer het zou stoppen. Die onzekerheid was het ergste. De gasten van de begane grond zijn naar de eerste verdieping verhuisd. Toen naar de tweede. We hebben het noodnummer gebeld, de brandweer, we konden niemand bereiken. De batterijen van onze telefoons gingen leeg, we hadden geen stroom en konden ze niet meer opladen. We waren bang dat het gebouw het niet zou houden. Tot twee uur zagen we het water stijgen, om drie uur ging het een beetje zakken.’ De volgende dag zijn alle gasten met een helikopter gered.

De ramp

Van 14 op 15 juli 2021 viel in de Ahrvallei in 24 uur zoveel regen als normaal gesproken in de hele maand. Het water in de rivier de Ahr steeg tot recordhoogte. De stroom sleurde alles mee dat aan de oevers stond. Dit puin hoopte zich onder meer bij Mayschoß op tegen de bruggen en blokkeerde het water. Hierdoor kon het stijgen tot zo’n negen meter. In Mayschoß, een dorp van ongeveer 970 inwoners, verdronken vier bewoners en twee campinggasten. In totaal kwamen er tijdens de ramp in de Ahrvallei zeker 134 mensen om. Bijna driekwart van de gebouwen in het gebied is beschadigd of compleet verwoest. Zeventienduizend mensen raakten huis en haard kwijt.

Net als haar broer ziet Hanzi er piekfijn uit. Een kleine tengere vrouw met een zwart jasje aan. Ze raakt geëmotioneerd als ze over de avond van de ramp spreekt. Over de gasten die zo goed meewerkten en gelukkig heeft iedereen het overleefd. En ja, dan is er de materiële schade. In 2016 was er ook hoogwater in de Ahr, het stond toen tot ruim drieënhalve meter. Xuhan en zij wilden het hotel verzekeren tegen een hogere waterstand. Maar de verzekeraar wilde er niet aan. De max was drieënhalf. Het water kwam tot boven de negen. ‘We hebben veel premie betaald, voor niets.’

‘Het water steeg en steeg. De gasten van de begane grond zijn naar de eerste verdieping verhuisd. Toen naar de tweede. We konden niemand bereiken’

Hubertus Kunz (74) is nog een paar dagen officieel de burgemeester. Hij overleefde de overstroming op het dak van zijn huis, met zijn vrouw en schoonmoeder die naast hen woont. In het pikkedonker hoorden ze het water klotsen. ‘Todesangst hatte Ich.’ Alles wat ze bezaten is weggespoeld. Het huis is een geraamte. Aan de gevel heeft Hubertus een laken opgehangen waar met gekleurde stift een dankwoord aan de helpers is geschreven. Nu logeren ze bij een neef van zijn vrouw, die een appelboomgaard heeft een paar dorpen verderop. ‘Mayschoß leeft van toerisme en wijnbouw. Mijn overgrootoma was hier nog wijnboerin. En dat is ook onze toekomst.’

Daarom hoopt hij dat Hotel Lochmühle opnieuw wordt opgebouwd, maar zo direct aan de Ahr is dat een risico. ‘Lochmühle is een begrip. Toen de regering nog in Bonn zat, hielden ze regelmatig besprekingen in het hotel. Oud-bondskanselier Willy Brandt onderhandelde er in het geheim over de Ostverträge.’ Zelfs de studenten van de Universiteit Bonn die de revolutie leidden in 1848 en voor de Pruisen moesten vluchten, doken onder in het hotel, dat er al staat sinds ongeveer 1750. En nu zijn er de Chinezen, zoals Hubertus ze consequent noemt. ‘Die hebben een bedrijfsplan, die willen Aziatische toeristen naar de Ahr brengen.’ De naam van het hotel hebben ze al veranderd in Mayhotel. Vreselijk, vindt de burgemeester, want daarmee verdwijnt een stuk geschiedenis. ‘Toen de ramp gebeurde, klopten ze bij ons aan: willen jullie ons helpen? Natuurlijk, maar kom hier niet met de Rote Armee zei ik tegen ze.’ Dat was een grap, benadrukt hij.

28 juli 2021, Mayschoß. Hotel (aan de overkant) en restaurant Lochmühle worden schoongemaakt met hulp van vrijwilligers, politiemensen en een technische hulporganisatie © Murat Tueremis / laif / ANP

Eind september merk je niets van de Bondsdagverkiezingen in het dorp. Hier geen plakkaten of posters van de kandidaten. Er is ook geen stemlokaal. De inwoners van de Ahrvallei konden stemmen per post. Maar niemand heeft het over de opvolger van Merkel. De vrijwilligers praten over andere dingen. Over gereedschap dat is gestolen tijdens een pauze en heb je al gehoord dat gisteravond een groep Roemenen voor 150.000 euro materiaal heeft gestroopt langs de oever van de Ahr?

Gerd Baltes is gepensioneerd politieagent en de leider van de crisisstaf in Mayschoß. Ze opereren vanuit een oude school. Aan de muren van het lokaal hangen grote cheques van bedrijven en particulieren die geld hebben gedoneerd. Ook komen er enorme partijen spullen binnen. ‘Ik ben de enige in het dorp die zelf een nieuwe wasmachine gekócht heeft.’

Baltes kent de hardnekkige verhalen over de diefstallen. Maar bij hem is slechts één melding binnengekomen van een vermiste boor. ‘We hadden het gevoel – en dat is bevestigd na politieonderzoek – dat het georganiseerd fake news was. Vanuit een centraal punt verspreidden queerdenkers berichten via sociale media: er is cholera uitgebroken, we hebben hier geen vrijwilligers meer nodig. Vlak na de ramp werd het verhaal de wereld in gebracht dat er een dam was doorgebroken. Mensen waren dünnhautig, zo nerveus dat iedereen het geloofde. Ik kwam mijn vrouw tegen op straat, ze riep in paniek dat ik me in veiligheid moest brengen. Dit bleek achteraf ook georganiseerd fake news te zijn. Het idee erachter is dat de burgers denken dat de staat de ramp niet onder controle heeft.’

Bij veel vrijwilligers gaan de verhalen erin als koek. En de overheid is ook afwezig, op de politie na. Vrijwel elk uur rijdt een politiewagen door het dorp. ‘De eerste vier weken hebben we geschreeuwd om politie’, vertelt Baltes. ‘We hadden de wegen provisorisch gerepareerd, het ging regenen, zware voertuigen vielen om, het was chaos. Mensen kwamen met aanhangers spullen brengen, daardoor ging het verkeer vastzitten. En er was geen politie om dat te regelen. Nu gaat het goed. De politie rijdt vooral rond om te laten zien dat ze er zijn.’ Verder knappen de Mayschossers het zelf op. ‘Want wat moet de overheid hier doen dan? De plicht om het dorp weer op te bouwen ligt bij onszelf.’

Bij Lochmühle komen die zaterdag twee bussen met vrijwilligers. Een groepje zet een geïmproviseerde keuken neer met koffiezetapparaten op een gasbrander en een barbecue voor de worst. Er zijn zelfs gebakjes met het marsepeinen logo van deze ‘Ahr-scheppers’ erop. Hanzi praat met de aannemer en komt even zitten op het terras. Van alle kanten klinken boren en vallend puin. ‘De ravage was ónvoorstelbaar in juli. We wisten niet hoe en waar we moesten beginnen. En toen kwamen de vrijwilligers. Die vroegen niet wat ze moesten doen of voor wie. Ze pakten gewoon een schep en zijn gaan scheppen. Niet één of twee, nee honderden mensen. Uit heel Duitsland, uit heel Europa zelfs. Die solidariteit, we hebben echt de beste kant van Duitsland gezien, de beste kant van de mensen.’

Ze schiet vol. Knut, een wat oudere man die al weken in Mayschoß helpt, zegt: ‘Maar dat is toch vanzelfsprekend.’ Nee, zegt Hanzi, dat is het niet.

Bij de ingang van de weeghal van de wijncoöperatie Mayschoß-Altenahr, iets hoger op de helling, staat een rij gekleurde trekkers. De wijnboeren hebben in hun laadbak de druivenoogst liggen van dit jaar. Spätburgunder, Portugieser, Domina, in totaal verbouwen de wijnboeren zeventien verschillende soorten op de steile hellingen van de vallei. De druiven worden in de hal gewogen. Chef Matthias Baltes, de neef van crisisleider Gerd, controleert ze. Zit er schimmel op, zitten er bessen tussen? De druiven worden verwerkt tot verschillende soorten wijn, de afrekening komt als duidelijk is hoeveel kilo van welke boer gebruikt is voor de productie. Mayschoß-Altenahr is de oudste wijncoöperatie ter wereld, opgericht in 1868. Vandaag de dag zijn er van de 460 leden 125 actief als wijnboer. Ze hebben allemaal een stukje land, gemiddeld een hectare. ‘De machines waren precies één dag voor de druiven kwamen gerepareerd. Het water stond kniehoog in de fabriekshal, alle elektronica en motoren waren kapot. We weten nog niet of we geld krijgen van de verzekering of van de staat, maar we moesten de machines wel maken, om veilig te stellen dat we in 2023 geld kunnen verdienen met de wijn.’ Dan is de rode wijn klaar. De eerste witte wijn en rosé gaan met de Kerst al in de verkoop.

Matthias (39), slank, zwart haar met een nette scheiding en gekleed in een donkerblauwe jas met het logo van het bedrijf, was niet in het wijnhuis toen het water kwam. Hij was om zeven uur ’s avonds halsoverkop weggereden omdat het water zijn eigen huis binnenstroomde, een dorp verderop. De medewerkers die er wél waren zijn als bezetenen flessen wijn uit de kelders naar boven gaan brengen. Rond half tien zagen ze in dat er niets meer te redden viel en hebben ze zichzelf in veiligheid gebracht.

Een dag later bleek dat de wijnkelders waren ondergelopen en het ontvangstgedeelte met winkel en proeverij verwoest was. Maar de fabriekshal die hoger ligt bleef vrijwel intact. Mayschoß-Altenahr heeft vijf verkooppunten in de vallei, waar in totaal 1,6 miljoen flessen wijn lagen. Op vierhonderdduizend na zijn die uit de modder getrokken.

Buiten op de werkplaats staan in de septemberzon vrijwilligers flessen te wassen. Matthias heeft het laten testen bij een laboratorium: de Flutwein is niet bedorven en kan gewoon worden verkocht. Het is gezellig aan de spoelbakken. Laura, begin dertig uit Keulen, heeft de leiding. Het is haar 38ste dag in Mayschoß als vrijwilliger. Ze heeft al haar vakantiedagen opgenomen om hier te kunnen zijn. Aan de bakken staan jonge moeders uit Keulen die regelmatig een dagje komen, gepensioneerde mannen uit de buurt die er meerdere dagen per week zijn – mits het mooi weer is – en een paar dames van in de vijftig uit Karlsruhe die een vakantiehuis hebben gehuurd verderop. Maar, zegt Bastian, die er al sinds half juli is en vrijwillig de steekwagen rijdt, het worden er wel steeds minder. Dat is een van de grote zorgen van chef Matthias: de mensen in Duitsland zullen de ramp vergeten en hoe moet het dan verder met het dorp en zijn bedrijf?

Tussen de middag is er rijst met runderreepjes. De lunch is gedoneerd en wordt klaargemaakt in een geïmproviseerde keuken door een professionele kok. Vijfduizend schoongemaakte flessen tellen de helpers aan het eind van de dag. ‘Er zijn hier duizenden en duizenden mensen geweest. Als ik die had moeten inhuren, had het me miljoenen gekost.’ Maar dat is niet de enige reden dat de vrijwilligers belangrijk zijn, zegt Matthias. ‘De eerste dag na de overstroming heb je geen hoop dat het goed komt. Iedereen was kapot. Toen kwamen de eerste helpers puinruimen van de straten. En dat gaf ons moed.’ Inmiddels, eind september, zijn al een miljoen wijnflessen gewassen.

Mayschoss, 25 juli 2021 © Murat Tueremis / laif / ANP

Half november staan de druivenranken vol in de herfstkleuren. Hanzi komt met snelle pasjes aangelopen. Op de begane grond in Lochmühle is de open haard weer in gebruik, in een cirkel eromheen staan zo’n twintig stoelen met dekens. Tegen de muren kratten drank en dozen eten. ‘We hebben enorme stappen gemaakt’, zegt ze. ‘Vrijwel alles is geïsoleerd en gestript. Het lijkt wel een nieuwbouwhuis, alleen de muren staan nog!’ Het zoemende geluid klinkt van heteluchtblazers die in het hele hotel staan. ‘Al het vocht moet uit de muren. Anders krijgen we schimmel. Pas als alles droog is kunnen we verder. Loop je mee naar de kelder?’ Ergens drupt water, de voetstappen klinken hol. ‘Als ik hier nu rondloop, heb ik gemengde gevoelens. Aan de ene kant ben ik blij en dankbaar dat we zo ver zijn gekomen. Aan de andere kant denk ik o… er moet nog zo veel gebeuren…’

Vijftien miljard euro is beschikbaar gesteld door de staat voor de getroffenen. ‘Dat is unheimlich veel geld, maar daar moet álles van worden betaald’

In de hele regio is een schreeuwend tekort aan vakmensen. En Hanzi heeft nog geen geld voor de wederopbouw. Bedrijven en burgers die getroffen zijn door de overstroming en niet verzekerd zijn, kunnen aanspraak maken op steun van de overheid. Tachtig procent van de nieuwwaarde kunnen ze vergoed krijgen. Ook Hanzi gaat het aanvragen, maar de papieren heeft ze nog niet ingevuld. Eerst moet ze de totale kosten weten.

In de werkplaats van de wijncoöperatie rinkelen de flessen op de lopende band. De gewassen flessen worden gecontroleerd op het etiket. Is dat onleesbaar, dan plakt een medewerker er een nieuw etiket op. De flessen verdwijnen in de machine en worden automatisch per zes verpakt in een doos.

Matthias Baltes is tevreden met de druivenoogst van afgelopen september, in totaal anderhalf miljoen kilo. ‘De wijnmix is goed. Ik had verwacht dat ik door de juliregen zeker een derde van de druiven had moeten afkeuren. Maar het was maar een kwart. Godzijdank werkte alle techniek.’

Tijdens de koffiepauze staat een rijk ontbijt klaar. Bastian, die de steekwagen rijdt, trakteert want hij gaat weg. Hij heeft een baan gevonden. Na vier maanden vrijwilligerswerk werd het tijd. De gesprekken gaan over geld en de verzekering. De meeste medewerkers zijn ook persoonlijk getroffen. De een heeft enkel een ondergelopen kelder, de ander is zijn halve huis verloren.

Matthias heeft inmiddels de schade van de wijncoöperatie in kaart. ‘We hebben ongeveer achttien miljoen euro schade. De verzekering betaalt tien miljoen en voor de overige acht miljoen doen we een aanvraag bij de staat. Daarvan krijgen we ongeveer tachtig procent uitgekeerd. Ik verwacht ook nog donaties. Dus ik denk dat wij alles weer kunnen opbouwen.’ Maar hoe precies? ‘Ik heb wel een idee, maar ik weet nog niet of dat mag. Onze grond is door de staat vastgesteld als Hochwassergebiet. Volgende week komt iemand langs en dan horen we waar we wat mogen bouwen en onder welke voorwaarden. Dan kunnen we een plan maken.’

En de wijnboeren? ‘De boeren wier ranken zijn weggespoeld moeten afwachten of ze weer mogen verbouwen op die laaggelegen plek. De boeren met de hogere percelen zullen niet anders gaan werken, denk ik, want er is geen andere mogelijkheid. De bodem is van steen en daar kun je geen gras laten groeien om water vast te houden.’ Matthias lacht veel, maar hij ziet de toekomst somber in. ‘Wij verkopen vijftig procent van onze wijn hier in het dal. Nu zijn mensen nog solidair, Kerst komt eraan, dan zien ze bij de terugblikken op tv weer beelden van de overstroming en zullen ze bij ons bestellen. Maar volgend jaar zal het minder worden, mensen vergeten het, dat is logisch. Dit dorp leeft grotendeels van toeristen, maar als je hier niet kunt overnachten of eten, wat moet je hier dan? De wijnverkoop op orde houden de komende anderhalf jaar, dat gaat heel lastig worden.’

Als je in november het dorp binnenrijdt, lijkt het of er na de ramp niets is gebeurd. De verwoeste huizen staan er nog zo bij als in augustus. Maar toch is veel verbeterd. ‘Er liggen nieuwe waterleidingen, er is stromend water, het riool werkt weer en er is stroom’, vertelt Gerd Baltes. Zijn grootste zorg is verwarming, met de winter in zicht. ‘Negentig procent van de mensen hier verwarmde met stookolie en had tanks in de kelder met wel vijftienduizend liter olie. Door de overstroming is dat overal kapot. De olie is opgenomen in de muren en dat krijg je er niet meer uit. Er zijn huizen puur en alleen daarom afgebroken.’ Baltes wil voor het dorp een nieuwe energiecentrale bouwen, zonder gebruik van fossiele brandstoffen. Deze winter moeten ze doorkomen met elektrische straalkacheltjes en hout.

In totaal is er vijftien miljard euro beschikbaar gesteld door de staat voor de getroffenen in het Ahrdal. ‘Dat is unheimlich veel geld, maar daar moet álles van worden betaald: ook de bouw van nieuwe bruggen, de aanleg van het spoor, het asfalteren van de wegen. Negentig procent van de mensen die zijn getroffen is niet verzekerd voor natuurrampen en maakt aanspraak op die steun.’ Dat trekt ook mensen die geld ruiken. ‘Dat zijn de gieren’, zegt Baltes.

‘Die komen vaak uit andere deelstaten of het buitenland en bellen mensen thuis op en zeggen: we kunnen je verwarming maken. Ze vragen krankzinnige prijzen. De mensen hier zijn in nood en zijn bereid te hoge prijzen te betalen.’

Twee dagen geleden was hij met een paar helpers boven op de berg, vertelt hij. ‘We hadden een vuurtje gestookt en wat te eten gemaakt. We gingen te voet naar beneden om elf uur ’s avonds en het was spookachtig. Geen leven op straat. Het is beklemmend.’ Baltes blijft secondenlang stil. Tranen schieten in de blauwe ogen. ‘We moeten de moed blijven vinden om aan te pakken. Gisteravond was het Sint-Maarten, de kapel speelde, overal in het dorp waren kaarsjes aangestoken. Het was zoals altijd. Wel waren er meer mensen dan normaal. Dat was indrukwekkend. Maar als je dan zo bij elkaar staat, met een glas glühwein, dan zijn de gesprekken nog steeds hetzelfde.’ Hij schraapt zijn keel. ‘Zo, ik lust nog wel een kopje koffie.’

Gerd Baltes heeft Xuhan Zheng al zes weken niet gezien. Het is begin januari. ‘Hij kwam elke maandag langs om te vertellen hoe de voortgang ging. Zijn architect laat zijn gezicht ook niet meer zien.’ De crisisleider maakt zich zorgen. ‘Ik hoop écht dat hij het hotel weer gaat opbouwen.’ Het andere grote hotel in het dorp was niet te redden en is afgebroken. Misschien dat der Zheng wacht op het geld van het steunprogramma, speculeert Baltes. ‘In het begin gingen veel vrijwilligers uit de buurt niet graag helpen in Hotel Lochmühle. Die Chinezen hebben miljoenen in China op de bank staan, zeiden ze, ik help liever iemand wiens huis is overstroomd.’ Maar inmiddels is de blik op de familie Zheng veranderd, hun hotel is noodzakelijk voor de toekomst van het dorp.

Sommige vrijwilligers vormen nu een probleem. Verspreid in de Ahrvallei hebben helpers kleine communes gesticht en bivakkeren in bijvoorbeeld containers, zegt Gerd. In totaal zou het om tweehonderd tot 250 mensen gaan. ‘Het is lastig. De gemeenschap is de helpers dankbaar. Maar je ziet nu een groep overblijven die werkloos is, waarschijnlijk geen huis heeft en de afgelopen periode hier aansluiting heeft gevonden. Er woont ook een groep in Hotel Lochmühle, dat staat vol proviand, daar kunnen ze kosteloos leven, maar er is daar geen werk meer voor hen. ’s Avonds maken ze soms vuur op het terras. Zolang ze niets strafbaars doen en de eigenaar het goed vindt, doen wij er niets aan.’

In de bus naar Mayschoß zit om half tien ’s ochtends één persoon. Het is een vrijwilliger die gaat helpen in de wijncoöperatie. De werkplaats is dicht. Alleen de wijnverkoop gaat door. Een keldergewelf is met licht en kerstversiering smaakvol ingericht. Je ziet dat de flessen de overstroming hebben meegemaakt: etiketten zitten er deels op en aan sommige kleeft nog modder. De Flutwein vindt gretig aftrek.

In het magazijn sorteert een andere vrijwilliger flessen. ‘Mix rot’ staat er op het papier op de stalen box. Klaus (63) uit Karlsruhe is een gepensioneerde automonteur en komt een week helpen. Als hij zes flessen van dezelfde soort heeft gevonden, stopt hij ze in een doos. De radio staat aan, hij zingt mee.

De wijnverkoop ging goed met Kerst. Er werd zoveel verkocht dat het kantoor – een aantal grijze containers met gedoneerd tweedehands meubilair – vier dagen dicht ging, omdat iedereen moest helpen dozen inpakken. De precieze omzet is nog niet uitgerekend. Er is inmiddels een globaal plan voor de wederopbouw: in januari en februari wordt het hoofdgebouw met ontvangstruimte en restaurant gesloopt. Daarna worden de gebouwen weer opnieuw neergezet. De verwachting is dat het drie of vier jaar gaat duren.

Verderop bij Hotel Lochmühle zijn alle ramen dichtgespijkerd. Er zit een ijzeren deur in en een gedeelte van het terrein is afgezet met een hek. Tegen de buitenmuren staat om de paar meter een kerstboom. René heeft net zijn hond uitgelaten. Hij draagt een zwarte trui waar met grote witte letters ‘ich hasse menschen’ op staat. Hij geeft een getatoeëerde hand. René woont nu officieel in het hotel. Hij heeft zijn huur opgezegd. ‘Ik mag hier een jaar wonen van Xuhan, voor niets.’ Het haardvuur brandt, er staat in een hoek een zelf getimmerd barretje met flessen sterk. Drie oude bureaustoelen staan voor een beamer, daarnaast een paar grote boxen en een stapel dvd’s. ‘We wonen hier nu met z’n zessen. Dat zijn vrijwilligers die helpen met wat klusjes en het hier schoon houden.’ Er is inmiddels warm water in het hotel. De dag ervoor is René bij Hanzi en Xuhan in Keulen geweest. ‘Ze wachten tot het geld komt. Tot dan kunnen ze niks. Ja, dat kan nog wel maanden duren. Mal kucken.’

Mijke van Wijk kreeg voor dit verhaal een beurs van het Internationale Journalisten-Programme, IJP