Op de puinhopen van de crisis #8 (slot): George Monbiot

‘We hebben een overtuigend herstelverhaal nodig’

Nadat George Monbiot een boek had gepubliceerd over hoe we in de crisis waren beland, was het onvermijdelijk dat hij zou schrijven over hoe we er weer bovenop kunnen komen. De kernwoorden: gemeenschapszin en saamhorigheid.

Indragiri Hulu in de provinincie Riau, Indonesië. Ontbossing voor palmolieplantages. ‘Een beschaving kan oorlog of een hongersnood overleven, maar van het verlies van de bodem kun je onmogelijk herstellen’ © Riau / Flickr / Wikimedia Commons

We bevinden ons op de weg naar de verdoemenis, dus we moeten als de wiedeweerga van koers veranderen – of eigenlijk zouden we ons eerst eens moeten bezinnen op de eindbestemming. Dat is, grof samengevat, de onderliggende boodschap van alles wat George Monbiot de afgelopen dertig jaar heeft geschreven. ‘Ik probeer telkens nieuwe en aantrekkelijkere manieren te vinden om hetzelfde te zeggen’, zegt hij. ‘Dat is een constante worsteling, want het is een vervreemdende en afschrikwekkende boodschap die mensen niet graag willen horen.’

Monbiot – gebloemd overhemd, beige broek en blote voeten – zit op een eenvoudige campingstoel in de achtertuin van zijn twee-onder-een-kapwoning in een gemoedelijke buitenwijk van Oxford. Het is hartje zomer en de dorre plekken in het gras verraden dat zijn gazon het zwaar te verduren heeft door de aanhoudende hitte en droogte. ‘Het weerbericht van de bbc had het vanochtend over “een risico op buien”. Hoezo “risico”? Laat maar komen die regen!’

Wie een beetje bekend is met het werk van George Monbiot proeft dat dit niet zomaar onbeduidende small talk is. Misschien kijken we later terug op de zomer van 2018 als het moment waarop onze ogen werden geopend voor de concrete gevolgen van een opwarmende aarde. Gevolgen waar Monbiot ruim tien jaar geleden al voor waarschuwde in zijn boek Heat: How to Stop the Planet from Burning. Ook in zijn andere publicaties is de bezorgdheid om de planeet en het leven erop nooit ver weg. ‘I love not Man less, but Nature more’, de dichtregel van Lord Byron, staat als een lijfspreuk in zijn Twitter-profiel.

Monbiot is zoöloog van opleiding en begon zijn journalistieke carrière bij de bbc-radio waar hij in de jaren tachtig natuurprogramma’s maakte. Later trok hij op eigen houtje naar West-Papoea, Brazilië en Oost-Afrika waar hij met inheemse volkeren leefde en met eigen ogen zag hoe hun leefomgeving en levensstijl werden bedreigd door corrupte overheden en kapitaalkrachtige bedrijven. Hij schreef er zijn eerste drie boeken over. En ook in de zeven die daarop zouden volgen bleef, ondanks de uiteenlopende thema’s, de rode draad dezelfde: laten zien wat er misgaat en vooral hoe het beter kan.

Bij Monbiot voedt de journalistiek het activisme en andersom. Dat maakt het leven er niet altijd gemakkelijker op, verklapt een passage uit zijn nieuwste boek: ‘Je inzetten voor het milieu en je blik richten op wat anderen niet onder ogen willen zien, houdt in dat je elke dag weer geconfronteerd wordt met vijandigheid, ontkenning en vooral ook onverschilligheid. Je merkt dat je in conflict komt met bijna iedereen die macht heeft en komt vast te zitten in een eindeloze cyclus van wanhoop en vastberadenheid.’

‘We dreigen de middelen te verliezen waarmee we onszelf in stand houden’

De columns die hij sinds 1996 voor The Guardian schrijft beslaan een breed spectrum: van Brexit tot obesitas en van ttip tot insectensterfte. In de ogen van Monbiot zijn dit geen geïsoleerde onderwerpen, maar symptomen van een dieper liggend probleem. De ‘epidemie van eenzaamheid’ en het verlies van biodiversiteit hebben dezelfde grondoorzaak: onze onthechte verhouding tot elkaar en de wereld om ons heen. Een houding waarbij winstbejag de boventoon voert en waartegen alles van waarde weerloos is, met ecologische ellende en menselijk lijden als gevolg.

Toch blijft de lezer bij Monbiot nooit achter met een gevoel van machteloosheid, want hoe somber zijn analyses ook zijn, hij komt altijd met een opbeurend alternatief. Al is het voor sommigen nog steeds niet genoeg, zucht hij. ‘Het maakt niet uit hoeveel positieve voorstellen ik doe, er blijven mensen die zeggen dat ik een zeurkous ben die geen antwoorden biedt. Hm… Oké… Kijk anders even in mijn laatste zes boeken.’

Zijn nieuwste boek, Out of the Wreckage: A New Politics for an Age of Crisis (afgelopen mei in het Nederlands verschenen als Uit de puinhopen), moet dit soort critici definitief de mond snoeren. Het is volledig gewijd aan de uitwerking van een aantrekkelijk antwoord, want net als Naomi Klein weet Monbiot dat nee niet genoeg is; om iets te veranderen heb je een inspirerend verhaal nodig. ‘Nadat ik in 2016 een boek publiceerde met de titel How Did We Get into this Mess? was het eigenlijk onvermijdelijk dat ik een boek zou schrijven over hoe we eruit kunnen komen.’

De kredietcrisis die tien jaar geleden de wereld schokte was voor Monbiot niet zozeer een eye-opener als wel een bevestiging van wat hij al vermoedde: dit systeem is verrot. ‘Ik ben geen financieel expert, dus ik kon niet voorspellen wat er precies zou gebeuren, maar ik zag wel dat het mis zou gaan. Ik had verschillende kritische artikelen geschreven over de economische standpunten van Labour-leiders. Iemand als Gordon Brown betoogde in het parlement dat we regelgeving moeten versoepelen en dat het nemen van risico’s lovenswaardig is. Gek genoeg heeft Brown nog steeds een goede reputatie in dit land – vooral omdat hij qua karakter de tegenpool van Tony Blair is – maar hij is de architect van catastrofaal beleid. Hij heeft gezorgd voor deregulering van de financiële sector, verlaagde de bedrijfsbelastingen en was een hartstochtelijk voorstander van het private finance initiative (waardoor commerciële bedrijven konden worden ingehuurd om publieke taken uit te voeren – jt), dat uitliep op een drama voor de belastingbetaler.’

Maar de ‘tijd van crisis’ waarin we ons volgens Monbiot bevinden, gaat verder dan de ineenstorting van het financiële stelsel. Het is evengoed een crisis van het politieke bestel, waar het grote geld heerst en burgers vaak machteloos aan de zijlijn staan. ‘Mensen verliezen het vertrouwen in de politiek, omdat ze niet langer het gevoel hebben dat ze invloed hebben op de uitkomst van politieke besluitvorming’, zegt hij. En juist de meest schadelijke bedrijven hebben de meeste reden om te investeren in een krachtige lobby, omdat zij de meeste hinder zouden ondervinden van milieu- of sociale wetgeving. De ‘vervuilersparadox’ noemt Monbiot dat: zolang we de macht van het kapitaal niet beteugelen, houden ‘vieze’ bedrijven de politiek in de greep.

Dat zorgt niet alleen voor een uitholling van de democratie, maar draagt ook bij aan de almaar groeiende ecologische crisis. ‘We overschrijden in rap tempo allerlei planetaire grenzen. Het verlies van biodiversiteit, klimaatverandering, de aftakeling van ecosystemen: de mensheid dreigt de middelen te verliezen waarmee ze zichzelf in stand houdt.’

Er is één voorbeeld in het bijzonder waar hij ’s nachts wakker van kan liggen: het verlies van bodemkwaliteit door chemische landbouw, intensieve veehouderij en ontbossing. Als de uitputting van de aarde in dit tempo doorgaat, hebben we over zestig jaar nauwelijks meer vruchtbare bodem over, waarschuwde de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties in 2015. Met alle gevolgen van dien. ‘Een beschaving kan oorlog of een hongersnood overleven, hoe verschrikkelijk ook, maar van het verlies van de bodem kun je onmogelijk herstellen.’

‘Neoliberalen zien de maatschappij als een bedrijf, en mensen als concurrenten’

De grote schuldige in zijn analyse is het neoliberalisme, een woord dat zo onderhand is verworden tot een vergaarbak voor alles wat de progressief ingestelde burger verafschuwt. Zeker na de crash groeide het neoliberalisme uit tot een scheldwoord en zelfs de hedendaagse erfgenamen van Margaret Thatcher en Ronald Reagan zullen zichzelf niet snel meer een trotse neoliberaal noemen. Door de begripsinflatie zou je bijna vergeten dat het wel degelijk een duidelijk afgebakende ideologie betreft, met een aanwijsbare geschiedenis en concrete doctrines.

Monbiot definieert het als volgt: ‘Het neoliberalisme beschouwt collectieve, politieke actie als illegitiem. De macht van geld zou de enige legitieme kracht van verandering zijn en alles wat daarmee intervenieert – belastingen, vakbonden, herverdeling van welvaart, publieke dienstverlening – moet aan banden worden gelegd. Neoliberalen zien de maatschappij als een bedrijf, mensen als concurrenten en onderlinge relaties als transacties.’

Hij gaat verder: ‘Nu er meer kritiek komt, hoor je mensen zeggen: “Neoliberalisme bestaat helemaal niet, dat is een term die is verzonnen door tegenstanders die ons willen besmeuren.” Dat is onzin, degenen die dat beweren hebben hun geschiedenishuiswerk niet gedaan. De bedenkers van deze doctrine, Friedrich Hayek en Milton Friedman, noemden het zelf zo. Totdat ze zich realiseerden dat, als je het beestje een naam geeft, je niet kunt doen alsof je een objectieve beschrijving geeft van de werkelijkheid. Je wil het niet als een ideologie identificeren, dat maakt je kwetsbaar. Ze claimen dat ze niet ideologisch gedreven zijn, maar simpelweg natuurwetten blootleggen.’

Na de financiële crisis moest zelfs Alan Greenspan, de directeur van de Amerikaanse centrale bank en een van de meest dogmatische neoliberalen, toegeven dat de theorie gebrekkig was. Van links tot rechts zwol de kritiek aan. En toch is het neoliberale denken nog altijd dominant. Sterker nog, in een poging de economie uit het slop te trekken grepen overheden naar bezuinigingsbeleid, verdere deregulering, en de ontmanteling van publieke diensten. ‘We hebben helemaal niets geleerd’, zegt Monbiot. ‘In veel Europese landen is de crisis gebruikt om de neoliberale aanval op het maatschappelijke weefsel verder op te voeren.’

© i-Images / Polaris / HH

Hoe kan het dat de ideologie overleefde, terwijl het systeem instortte? ‘Door een gebrek aan een alternatief verhaal’, luidt de conclusie van Monbiot. ‘In de jaren dertig, na de Grote Depressie, schreef de econoom John Maynard Keynes een fantastisch nieuw herstelverhaal, met een compleet andere kijk op het politieke en economische leven. Dat kreeg steeds meer navolging, totdat de sociaal-democratie een kwestie van gezond verstand leek. En toen in de jaren zeventig de verzorgingsstaat ontrafelde, stonden de neoliberalen klaar met een alternatief, waar ze al dertig jaar aan hadden gewerkt. Het had dezelfde structuur, maar een compleet tegenovergesteld doel. Maar toen het failliet van het neoliberalisme in 2008 aan het licht kwam, stonden we met lege handen. We hebben een overtuigend herstelverhaal nodig.’

Terugkeren naar het keynesiaanse model zal volgens Monbiot niet gaan. Dat is gestoeld op het idee van eindeloze economische groei, aangejaagd door een blind consumentisme en biedt dus geen oplossingen voor de ontwrichting van het milieu en klimaat. Betere aanknopingspunten vindt hij in Doughnut Economics, het boek waarmee de Britse econoom Kate Raworth vorig jaar hoge ogen gooide. Een model dat zowel oog heeft voor menselijke behoeften als voor planetaire grenzen, dat groei niet langer als een heilig huisje ziet en korte metten maakt met het sprookje van de homo economicus. Niet voor niets noemde Monbiot haar in een column de ‘John Maynard Keynes van de 21ste eeuw’.

‘Het is vrijwel onmogelijk om iets compleet nieuws te verzinnen dat niet compleet gestoord is’

Voor zijn eigen herstelverhaal in Uit de puinhopen leunt hij zwaar op ideeën die al langer rondzingen in progressieve kringen. Het basisinkomen, het belang van de commons, participatieve democratie, lokale munten, de donut van Raworth – het komt allemaal voorbij. Een bewuste keuze, legt hij uit: ‘Het is vrijwel onmogelijk om iets compleet nieuws te verzinnen dat niet compleet gestoord is. Er zijn zoveel mensen die dag in, dag uit nadenken over economische en politieke vernieuwing en sommigen van hen hebben briljante inzichten. Het zou stompzinnig zijn om dat te negeren. In mijn boek probeer ik die ideeën te bundelen om een samenhangend verhaal te vertellen dat tot de verbeelding spreekt. De fundatie is gelegd door anderen, daar doe ik niet geheimzinnig over. Hopelijk kan ik een paar stenen leggen, waar anderen vervolgens weer op kunnen voortbouwen.’

Zijn belangrijkste bouwstenen zijn saamhorigheid en de gemeenschap. Niet in een abstracte zin, maar heel concreet: mensen van vlees en bloed, die samen dingen ondernemen of collectief vormgeven aan hun leefomgeving. In zijn boek haalt hij tal van inspirerende initiatieven aan: van leeszalen in Rotterdam tot de inwoners van Porto Alegre in Brazilië die samen hun buurtbudget beheren, van de participatieve democratie in IJsland tot het Transition Towns-netwerk van duurzame pionierssteden. Zelf brengt Monbiot graag tijd door in zijn moestuin, een ‘common’ in de klassieke zin van het woord, waar de leden samen de grond beheren en regels opstellen. Eens per jaar organiseren ze een ‘persdag’ waarop iedereen samenkomt om de geoogste appels en peren om te toveren tot sappen en cider. ‘Geweldig’, zegt Monbiot. ‘Een heerlijk staaltje participatiecultuur.’

Het klinkt sympathiek, maar ook een beetje triviaal, want hoe kunnen dit soort initiatieven een tegenwicht bieden voor ongrijpbare processen als ecologische vernietiging of neoliberale globalisering? ‘Mensen hebben het gevoel dat ze de controle kwijtraken door abstracte, anonieme krachten. Alleen: dat los je niet op met abstracte, anonieme tegenkrachten.’ In de nieuwe politiek van Monbiot vormen juist kleinschalige projecten een cruciale ondergrond voor duurzame verandering. ‘Natuurlijk is er behoefte aan de hervorming van het mondiale bestuursmodel, maar dat zet weinig zoden aan de dijk zolang we geen politiek hebben die is geworteld in lokale gemeenschappen. Een saamhorigheidspolitiek die het dagdagelijkse bestaan van mensen op een tastbare manier verbetert.’

Hoe belangrijk de geborgenheid van een hechte gemeenschap is ondervond Monbiot afgelopen jaar aan den lijve, nadat hij was gediagnostiseerd met prostaatkanker. Plots had hij een dagtaak aan ziek zijn. ‘Het was zwaar, dat zal ik niet ontkennen, maar toch raakte ik op geen enkel moment bevangen door angst of paniek. Ik merkte ook hoe essentieel alle steun was voor mijn kijk op de situatie en mijn kansen op herstel.’

In zijn Guardian-column schreef hij zelfs dat hij door zijn ziekte de sleutel tot een goed leven had gevonden. Inmiddels heeft hij een succesvolle operatie achter de rug, is de kanker verdwenen, en heeft hij het schrijven van zijn column hervat, maar door aanhoudende pijn en complicaties moet hij een hoop projecten op een lager pitje zetten. ‘Dat is lastig voor iemand zoals ik, die normaal gesproken tomeloze energie heeft. Maar het helpt enorm dat ik omringd ben door mensen die me liefhebben en waarderen.’

In de basis is dat iets waar iedereen naar hunkert, want hoewel de ideologen van het neoliberalisme ons anders deden geloven is de mens een uitzonderlijk sociaal wezen. ‘Met uitzondering van de naakte molrat is er geen enkel ander dier dat zo is aangewezen op de gemeenschap. Zonder kunnen we niet functioneren, dan raken we psychologisch ontwricht.’

Toch doen we vaak alsof de mens een zelfzuchtig en hebzuchtig wezen is, een calculerende homo economicus die als puntje bij paaltje komt enkel oog heeft voor zijn eigen belang. Handig in economische modellen, maar met de werkelijkheid heeft het weinig te maken. ‘Alle inzichten uit de (neuro)psychologie laten zien dat de mens ten diepste empathisch, sociaal en altruïstisch is. Dat stemt me hoopvol. We hoeven de menselijke aard niet te veranderen, we moeten het alleen naar de oppervlakte brengen. In psychologisch opzicht is iemand als Donald Trump een extreme uitschieter, de norm is bijna het tegenovergestelde van de waarden die hij belichaamt.’

Gelukkig ziet hij ook politici opstaan die de sociale waarden wél belichamen en de ‘nieuwe politiek’ in praktijk proberen te brengen. Enthousiast wordt Monbiot bijvoorbeeld van iemand als Alexandria Ocasio-Cortez, de 28-jarige latina uit The Bronx die een jaar geleden nog in een bar werkte en nu zo goed als zeker het jongste vrouwelijke Congreslid ooit wordt. Met een grassroots-campagne en gedurfde voorstellen – gezondheidszorg voor iedereen, huisvesting als mensenrecht en een baangarantie – wist zij, tegen alle verwachtingen in, overtuigend te winnen van haar opponent, een gematigde Democraat die werd gesteund door de partijtop en grote geldschieters. ‘Een revolutie is begonnen in Amerika’, schreef Monbiot na de overwinning van Ocasio-Cortez, ‘en het wordt tijd dat we begrijpen wat dat betekent.’

Het is vooral de achterliggende strategie van big organizing die kan helpen om het herstelverhaal te transformeren tot een politiek project, gelooft hij. Het team achter Ocasio-Cortez, dat eerder voor Bernie Sanders werkte, vertrouwde op de massale inzet van vrijwilligers in plaats van een select clubje professionals, voerde campagne in de wijken in plaats van op tv en klopte voor financiering aan bij kleine donateurs in plaats van grote geldschieters.

Al valt of staat het succes van zo’n campagnestrategie natuurlijk met de inhoud van het politieke programma. Want om mensen te mobiliseren heb je een visie voor verandering nodig. De inspiratie daarvoor zal uit de samenleving moeten komen, betoogt Monbiot: ‘We kunnen niet van politici verwachten dat zij uit het niets een nieuw verhaal verzinnen. Het is hun taak om een bepaalde boodschap overtuigend uit te dragen, maar het is de verantwoordelijkheid van intellectuelen om met een voorstel te komen dat zo inspirerend en aansprekend is dat politici er niet omheen kunnen.’