INTERVIEW MET CONNIE BUTLER

‘We hebben enorm zitten schuiven’

De Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas, die woont en werkt in Nederland, heeft een solotentoonstelling in het MoMA in New York, samengesteld door Connie Butler. ‘Marlene wist heel duidelijk wat ze wilde: intieme ruimtes.’

‘DIT IS ONZE SLUIPROUTE’, zegt Connie Butler, chief curator of drawings, over haar schouder, terwijl ze behendig over enkele verwarmingsbuizen stapt en zich langs een monteur wurmt die iets in een muur staat te schroeven. Verborgen achter de strakke wanden van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York ligt een stelsel van gangen en trappen dat toegang geeft tot technische ruimtes en liftschachten. Op drukke dagen verplaatsen de medewerkers van het MoMA zich graag hierlangs, zo omzeilen ze de drommen bezoekers in de gangen en op de roltrappen van het museum.
In het museum is het altijd druk. Bezoekers komen deze dagen voor een groot overzicht van Joan Miró, van Pipilotti Rist én voor de tentoonstelling van de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Marlene Dumas, op dit moment een van de meest in het oog springende vrouwelijke kunstenaars ter wereld. Zij woont en werkt al sinds het midden van de jaren zeventig in Amsterdam. Op de zesde verdieping worden zo’n zeventig schilderijen van Dumas getoond, gemaakt in een periode van dertig jaar, en op de derde verdieping nog eens 35 tekeningen.
Met deze tentoonstelling in het MoMA stijgt de ster van Dumas tot grote hoogte. Het is opmerkelijk dat de tentoonstelling een beetje het gevolg is van een toeval: de overstap van Butler in 2006 van het Museum of Contemporary Art (MoCA) in Los Angeles naar het MoMA in New York.
Connie Butler: ‘In 1998 zag ik tekeningen van Dumas in New York en raakte ik erg onder de indruk. Ik wilde haar toen al naar Los Angeles halen, maar dat lukte me niet, het was nog te vroeg, denk ik. Ik ben in Los Angeles met die tentoonstelling begonnen en het MoCA is ook het museum dat het initiatief genomen heeft. We hebben de tentoonstelling ook allereerst voor de ruimten in Los Angeles ontworpen. Maar toen verhuisde ik naar New York en het bleek dat hier veel belangstelling was voor Marlene. De relatieve bescheidenheid van de tentoonstelling van Marlene is passend. Het gaat bij haar niet om een definitief retrospectief, maar om een mid career-overzicht. Natuurlijk krijgt Miró in het MoMA de grote zalen, dat is logisch. Dat de schilderijen en tekeningen niet samen hangen, is een kwestie van ruimte. Straks gaat de tentoonstelling naar Houston, dan willen we proberen de tekeningen en schilderijen weer samen te laten zien.’
Hoe heb je met Dumas samengewerkt?
‘Marlene heeft grote behoefte aan intimiteit met de mensen met wie ze werkt. Dat betekent dat je elkaar veel moet zien. Ik kende haar nog niet persoonlijk, dus op een dag hadden we een “date” in Amsterdam, het contact was meteen goed. Daarna ben ik nog vaak bij haar geweest, in haar studio. Ik heb ook geprobeerd zo veel mogelijk van haar werk in het echt te zien. Dat was belangrijk. Soms zag ik werken die me teleurstelden en soms bleken werken spectaculair. Je kunt niet afgaan op reproducties.’

Wat waren de overwegingen om nu een tentoonstelling aan haar te wijden?
‘Ik denk dat het moment heel belangrijk is. Je wilt een kunstenaar op een goed moment vangen, in een upward swing. Maar er zijn meer overwegingen. Zijn er al shows van haar geweest? En waar zijn die dan geweest? Het is verbazend dat Marlene nog geen solotentoonstelling heeft gehad in de Verenigde Staten. Vergeleken met Europa zijn we laat. Voor mij persoonlijk speelt ook een rol dat ik voortdurend nadenk over de vraag wie op dit moment interessante vrouwelijke kunstenaars zijn die een grote tentoonstelling verdienen. In de figuratieve schilderkunst vind ik haar een van de belangrijkste kunstenaars van haar generatie. Ze is interessant, invloedrijk en iemand waar jongere kunstenaars naar kijken, ze past in een rijtje met bijvoorbeeld Elisabeth Peyton, John Curren, Eric Fischl, Luc Tuymans en Peter Doig. Ik vind het werk van Marlene ontzettend eerlijk. In een wereld vol cynische beeldproductie is dit werk zo echt. Voor Marlene geldt misschien hetzelfde als voor Francis Bacon, van wie gezegd wordt dat het werk is waar veel geweld in zit, angst, seksualiteit. Dat is zo, maar het is tegelijkertijd ook heel fysiek en het laat zien wat het is om te leven. Dood, geboorte, al die dingen krijgen in het werk van Dumas opnieuw betekenis, het is life affirming.’
Wat bepaalt de kwaliteit van een tentoonstelling?
‘Bij het installeren kan van alles misgaan. Er kan te veel werk worden opgehangen, te volle wanden, slecht licht, te veel bewegwijzering en uitleg. Er moet een soort chemie ontstaan. Ik was daarover altijd wat cynisch, maar hoe meer ik met dit vak bezig ben, hoe meer ik dat door krijg.’
Zijn er conventies als het om het ophangen van schilderijen gaat? Zoveel vierkante centimeter canvas op zoveel vierkante meter muur?
‘Nee, het staat nergens in een boekje, maar in de meeste musea zijn er gebruiken. Er is bijvoorbeeld een centrale hoogte, centre height zoals wij dat noemen, die verschilt per museum en heeft te maken met de plafondhoogte in een ruimte. In de zalen waar de schilderijen van Dumas hangen, is de centrale hoogte 157,5 centimeter. Daar moet het centrale punt van een schilderij zitten. Daar begin je mee, dat is je referentie, maar bij deze tentoonstelling zakken veel schilderijen onder of boven dat punt. Marlene wist heel duidelijk wat ze wilde: intieme ruimtes. Ze heeft een plattegrond gemaakt met kleine printjes van de schilderijen. Daarmee hebben we enorm zitten schuiven. Ik heb er op zeker moment zelfs mee op het bed van mijn hotelkamer in Basel gezeten, en maar met die schilderijtjes schuiven. Eigenlijk wel heel leuk om te doen. Uiteindelijk is het toch anders geworden toen we eenmaal in de zalen stonden met de werken, maar we hadden een goed plan om mee te beginnen. Ik heb veel van Marlene geleerd over hoe je werk ophangt, meer dan ik ooit geleerd heb op dit terrein.’
Wat doet ze dan?
‘Marlene doet dingen die ik in m’n eentje nooit zou hebben gedaan. In de laatste zaal van de tentoonstelling zie je bijvoorbeeld acht grote portretten, waaronder The Believer of Liberation. Die portretten hangt ze bewust hoog, zodat ze je overdonderen. De blikken in de ogen van de afgebeelde personages krijgen extra kracht door de manier waarop ze op je neer kijken. De full figures, zoals de serie met vier reusachtige baby’s, The First People (I-IV), hangt ze juist laag. Ze wil dat de figuren grond onder de voeten hebben. Door dit soort oplossingen ademt de show, en dat is iets wat niet iedereen goed voor elkaar krijgt. Ze verbindt werken alleen door hun onderwerp, en dat vind ik ook heel interessant.’
Het heeft iets theatraals.
‘Ja, er zit drama in. Als je de tentoonstelling binnenloopt en je ziet dat schilderij The Painter recht voor je: wham! Je staat meteen stokstijf stil. Daar zit dramatiek in, dat vind ik goed om soms te doen, om de aandacht van de toeschouwer te pakken.’

Van ‘The Painter’ bestaan verschillende tekeningen op papier van het belangrijkste motief uit het schilderij. Is Dumas meer tekenaar of meer schilder?
‘Ik vind haar een echte schilder. Haar tekeningen vind ik eigenlijk schilderijen op papier, zoals ze aquarelleert, zoals ze de inkt laat vloeien. En ze is ook zeer betrokken bij de geschiedenis van het schilderen, ze gebruikt het als onderwerp en ze geniet van het schilderen zelf. Ze denkt ook veel na over andere schilders en reageert op hun werk. De tekening The Shrimp reageert op de tekening Lobster Woman van Willem de Kooning uit 1965. Er zijn allerlei referenties, aan Edouard Manet, Barnett Newman of Robert Ryman. Als ze een wit schilderij wil maken, vraagt ze zich af hoe ze dat kan doen en komt met Rymans Brides. Zes bruiden met witte trouwjurken aan.’
Een groot deel van haar oeuvre is gebaseerd op fotografie, maar in de tentoonstelling is nauwelijks te zien hoe ze werkt en hoe ze fotografie gebruikt.
‘We wilden niet te veel uitleggen en het ook een beetje mysterieus houden. De foto’s zijn geen sleutel. Toen we net begonnen met de voorbereiding van deze tentoonstelling zeiden sommige mensen van de afdeling educatie: dit materiaal, de foto’s, is zo interessant, waarom laten we dat niet zien? Het zou te veel een puzzel worden en het onbevangen kijken naar het werk van Marlene in de weg staan.’

Marlene Dumas, Measuring Your Own Grave. T/m 16 februari, Museum of Modern Art, New York, www.moma.org