Een man neemt tijdens een massacrematie afscheid van een nabestaande. New Delhi, 26 april © Adnan Abidi / Reuters

Het is nauwelijks te bevatten, de ernst en omvang van het trauma, de chaos en bovenal de mensonterende situaties waarmee de getroffenen te maken krijgen. Ondertussen laten premier Narendra Modi en zijn bondgenoten weten dat we niet moeten klagen. Tijdens een ongekend polariserende verkiezingscampagne in de deelstaat Uttar Pradesh in 2017 wist Modi de gemoederen nog eens extra te verhitten. Vanaf een openbaar podium verweet hij de deelstaatregering, die werd geleid door een oppositiepartij, de moslimgemeenschap voor te trekken door meer geld uit te geven aan moslimbegraafplaatsen (kabristans) dan aan hindoecrematoriumplaatsen (shamshans). Met zijn kenmerkend smalende lachje, en zijn zinnen waarin alle hoon en venijn halverwege de hoogte in worden gestuwd om uiteindelijk weg te sterven in een dreigende galm, zweepte hij de menigte op. ‘Voor elke kabistran die in een dorp wordt aangelegd, moet er ook een shamshan komen’, zei hij. ‘Shamshan! Shamshan!’ scandeerde vervolgens de menigte, die aan zijn lippen hing.

Wellicht is Modi tevreden nu de spookachtige beelden van de oplaaiende vlammen van de massabegrafenissen op India’s crematieplaatsen de voorpagina’s halen van alle internationale kranten. En nu alle kabristans en shamshans in zijn land naar behoren functioneren, in directe relatie tot het aantal inwoners dat ze vertegenwoordigen, en ze hun capaciteit ruim overstijgen.

‘Kan India, met een inwonertal van 1,3 miljard, worden geïsoleerd?’ luidde onlangs de retorische vraag in een redactioneel commentaar van The Washington Post over de ramp die zich in India voltrekt en over de vraag in hoeverre het mogelijk is nieuwe, zich snel verspreidende virusvarianten binnen de landsgrenzen te houden. ‘Dat zal niet makkelijk zijn’, luidde het antwoord. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een vergelijkbare vraag is gesteld toen het coronavirus een paar maanden terug door Engeland en Europa raasde. Maar daar kunnen wij in India nauwelijks aanstoot aan nemen, gezien de uitlatingen van onze premier op het Wereld Economisch Forum in januari van dit jaar.

Modi sprak op een moment dat Europa en de Verenigde Staten midden in de piek van de tweede golf zaten. Hij uitte niet één woord van medeleven, maar hield een lange, zelfingenomen toespraak over India’s infrastructuur en het feit dat India in staat was het virus het hoofd te bieden. Ik heb de toespraak gedownload omdat ik vrees dat hij weleens zou kunnen verdwijnen, of zo goed als onvindbaar zou kunnen worden, zodra de regering-Modi de geschiedenis heeft herschreven, wat niet lang meer zal duren.

Hier volgen enkele krenten uit de pap: ‘Vrienden, in deze angstige tijden sta ik hier met een boodschap van vertrouwen, positiviteit en hoop namens 1,3 miljard Indiërs… Er is voorspeld dat India van alle landen ter wereld het zwaarst zou worden getroffen door corona. Er is gezegd dat India te maken zou krijgen met een tsunami aan coronabesmettingen, er is zelfs gezegd dat er zeven- tot achthonderd miljoen Indiërs besmet zouden raken, en er is ook gezegd dat er twee miljoen Indiërs zouden overlijden.’

‘Vrienden, het lijkt me niet verstandig het succes van andere landen te meten aan dat van India. In een land dat achttien procent van de wereldbevolking herbergt, zijn we erin geslaagd de mensheid te behoeden voor een enorme ramp door corona op effectieve wijze in te dammen.’

Modi de goochelaar neemt het applaus in ontvangst voor het effectief indammen van het coronavirus. Kunnen wij, nu blijkt dat Modi dit toch niet heeft weten klaar te spelen, ons erover beklagen dat de wereld doet alsof wij radioactief besmet zijn?

Toen India vorig jaar werd getroffen door de eerste golf, die snel weer afvlakte, klopten de regering en de regeringsgezinde media zich op de borst. ‘India heeft het niet makkelijk’, tweette Shekhar Gupta, de hoofdredacteur van de online nieuwssite ThePrint. ‘Maar onze goten liggen niet vol lijken, onze ziekenhuizen hebben geen tekort aan bedden, onze crematoria & begraafplaatsen hebben geen gebrek aan hout of ruimte. Klinkt dit te mooi om waar te zijn? Als u een andere mening bent toegedaan, zult u met cijfers moeten komen. Tenzij u meent god te zijn.’ De harteloze, respectloze beelden even daargelaten: hadden we echt een god nodig om ons te vertellen dat de meeste pandemieën een tweede golf kennen?

Deze golf was voorspeld, al zijn zelfs wetenschappers en virologen verrast door de heftigheid. Maar wat zien we nu van die covid-specifieke infrastructuur en die ‘burgerbeweging’ tegen het virus waarop Modi prat ging tijdens zijn toespraak? Er zijn onvoldoende ziekenhuisbedden. Artsen en verplegend personeel staan op instorten. Vrienden bellen me met verhalen over ziekenhuisafdelingen waar geen personeel is en waar meer doden liggen dan levenden. Mensen sterven in ziekenhuisgangen, op straat en in huis. Crematoria in Delhi hebben geen brandhout meer. Het ministerie van bosbouw heeft speciale toestemming verleend om bomen te kappen. Wanhopige mensen gebruiken alles wat ook maar een beetje brandt. Parken en parkeerplaatsen veranderen in crematieplaatsen. Het is alsof er een onzichtbare ufo in de lucht hangt die de zuurstof uit onze longen zuigt. Een luchtaanval zoals we die niet eerder hebben meegemaakt.

Zuurstof is de nieuwe valuta op India’s morbide beursvloer. Oudere politici, journalisten, juristen – de elite van India – plaatsen smeekbeden op Twitter voor ziekenhuisbedden en zuurstofcilinders. De zwarte markt voor zuurstof neemt een hoge vlucht. Het is vrijwel ondoenlijk om aan beademingsapparatuur en pijnstillers te komen.

Er zijn ook markten voor andere zaken. Aan de onderkant van de vrije markt is het mogelijk mensen om te kopen zodat je nog een laatste blik op een dierbare kunt werpen, in een lijkenzak in het ziekenhuismortuarium. Tegen bijbetaling is een priester bereid het laatste gebed te zeggen. Online worden medische consulten aangeboden door meedogenloze artsen die wanhopige families kaalplukken. Aan de bovenkant van de markt kun je wellicht je land en je huis verkopen en je laatste roepie gebruiken voor een behandeling in een privékliniek.

En dit alles toont nog niet eens de volledige ernst en omvang van het trauma, de chaos en vooral de mensonterende situaties waarmee de getroffenen te maken krijgen. Het verhaal van mijn jonge vriend T is slechts een van de honderden, misschien wel duizenden vergelijkbare verhalen in Delhi. T is in de twintig en woont bij zijn ouders, in een piepklein flatje in Ghaziabad, aan de rand van Delhi. Zowel T als zijn ouders werden positief getest op corona. Zijn moeder werd heel ernstig ziek. Omdat het nog in de begindagen was, had T het geluk dat hij een ziekenhuisbed voor haar kon vinden. Zijn vader, gediagnosticeerd met een ernstige vorm van een bipolaire depressie, werd gewelddadig en ging zichzelf verwonden. Hij sliep niet meer. Hij liet zijn ontlasting lopen. Zijn psychiater bood online hulp, al kreeg ze het soms te kwaad omdat haar eigen vader net was overleden aan corona. Ze zei dat T’s vader moest worden opgenomen, maar omdat hij corona had zou dat niet lukken. Dus bleef T wakker, nacht na nacht, om zijn vader in bedwang te houden, het zweet van zijn lijf te vegen, hem te wassen. Uiteindelijk kwam de boodschap: ‘Vader is overleden.’ Hij was niet overleden aan corona, maar aan een ongekend hoge bloeddruk die in de hand was gewerkt door een psychische inzinking die in de hand was gewerkt door totale hulpeloosheid.

Wat te doen met het lichaam? Vertwijfeld benaderde ik iedereen die ik kende. Een van degenen die reageerden was Anirban Bhattacharya, die samenwerkt met de bekende sociaal activist Harsh Mander. Bhattacharya moet binnenkort voor het gerecht verschijnen op beschuldiging van opruiing, omdat hij in 2016 heeft geholpen een demonstratie te organiseren op de campus van zijn universiteit. Mander, die nog altijd niet is hersteld van een ernstige corona-infectie vorig jaar, vreest dat hij ook zal worden gearresteerd en dat de weeshuizen die hij leidt zullen worden gesloten, omdat hij het verzet had georganiseerd tegen het National Register of Citizens (nrc) en de Citizenship Amendment Act (caa) van 2019 – wetgeving waarin moslims overduidelijk worden gediscrimineerd.

Mander en Bhattacharya zijn enkele van de vele burgers die hulplijnen en nooddiensten in het leven hebben geroepen, die geïmproviseerde ambulancediensten draaiende houden en die zowel begrafenissen als het vervoer van stoffelijk overschotten regelen. Al deze vrijwilligers lopen risico door dit te doen. Bij deze golf van de pandemie zijn het vooral de jongeren die worden getroffen, die de intensivecareafdelingen bevolken. Als de jongeren sterven, verliezen de ouderen onder ons iets van de wil om te leven.

T’s vader is gecremeerd. T en zijn moeder zijn aan de beterende hand.

Uiteindelijk zal alles weer in rustiger vaarwater komen. Ooit. We weten alleen niet hoevelen van ons die dag zullen meemaken. De rijken zullen iets rustiger kunnen ademhalen. De armen niet. Maar voor nu heerst er, onder de zieken en stervenden, een zweem van democratie. Ook de rijken worden geveld. Ziekenhuizen smeken om zuurstof. Bij sommige ziekenhuizen moeten patiënten zelf voor zuurstof zorgen. De zuurstofcrisis heeft geleid tot heftige, onverkwikkelijke conflicten tussen deelstaten, terwijl de politieke partijen de schuld proberen af te wentelen.

Het Kaushambi-busstation in New Delhi. Arbeidsmigranten proberen naar hun dorpen terug te keren, 19 april © Amarjeet Kumar Singh / SOPA Images / LightRocket via Getty Images
Voor de inwoners van Uttar Pradesh lijkt de boodschap te zijn: doe jezelf een plezier en ga dood zonder te klagen

In de nacht van 22 april overleden in Sir Ganga Ram, een van de grootste privéziekenhuizen in Delhi, 25 ernstig zieke coronapatiënten die hoge doses zuurstof kregen toegediend. Het ziekenhuis had enkele noodoproepen doen uitgaan om de zuurstofvoorraad aan te vullen. De dag na de sterfgevallen wist de voorzitter van de raad van bestuur van het ziekenhuis niet hoe snel hij moest reageren: ‘We kunnen niet stellen dat deze mensen zijn overleden als gevolg van zuurstofgebrek.’ Op 24 april stierven nog eens twintig mensen toen een ander groot ziekenhuis in Delhi, Jaipur Golden, door de zuurstofvoorraad heen raakte. Diezelfde dag zei Tushar Mehta, die optrad als landsadvocaat voor de Indiase regering, in het hooggerechtshof van Delhi: ‘Laten we nou niet gaan jammeren… tot nog toe hebben we ervoor weten te zorgen dat niemand in dit land zonder zuurstof is komen te zitten.’

Ajay Mohan Bisht, de in oranjegeel gehulde regeringsleider van Uttar Pradesh, die door het leven gaat als Yogi Adityanath, heeft laten weten dat er in geen enkel ziekenhuis in zijn staat een tekort is aan zuurstof en dat eenieder die dat gerucht verspreidt op grond van de National Security Act zal worden vastgezet, zonder mogelijkheid op borgtocht vrij te komen, en dat al zijn bezittingen in beslag zullen worden genomen.

Het is Yogi Adityanath menens. Siddique Kappan, een moslimjournalist uit Kerala, die maanden heeft vastgezeten in Uttar Pradesh nadat hij daar met twee anderen naartoe was gegaan om verslag te doen van de groepsverkrachting en de moord op een Dalit-meisje in het district Hatras, is ernstig ziek en is positief getest op corona. Zijn vrouw, die een vertwijfelde petitie heeft ingediend bij de opperrechter van het hooggerechtshof van India, zegt dat haar man ‘als een beest’ is geketend aan een ziekenhuisbed in het academisch ziekenhuis in Mathura. (Het hooggerechtshof heeft inmiddels de regering van Uttar Pradesh gelast hem over te brengen naar een ziekenhuis in Delhi.) Dus voor de inwoners van Uttar Pradesh lijkt de boodschap te zijn: doe jezelf een plezier en ga dood zonder te klagen.

Voor wie wel klaagt, blijft de dreiging niet beperkt tot Uttar Pradesh. Een woordvoerder van de fascistische hindoe-nationalistische organisatie Rashtriya Swayamsevak Sangh (rss) – waarvan Modi en enkele van zijn ministers lid zijn, en die een eigen gewapende militie heeft – heeft gewaarschuwd dat ‘anti-India krachten’ de crisis willen aanwenden om ‘negativiteit’ en ‘wantrouwen’ aan te wakkeren en hij verzocht de media mee te werken aan het scheppen van een ‘positief klimaat’. Twitter is te hulp geschoten door accounts te verwijderen waarin kritiek wordt geuit op de regering.

Waar kunnen we nog troost uit putten? Waar kunnen we wetenschappelijke kennis vinden? Moeten we ons vastklampen aan de getallen? De aantallen doden? Het aantal mensen dat er weer bovenop is gekomen? Het aantal besmettingen? Wanneer zal de piek komen? Op 27 april werden 323.144 nieuwe gevallen gemeld, 2771 doden. De nauwkeurigheid heeft iets geruststellends. Alleen, hoe weten we dat allemaal? Het is moeilijk om aan tests te komen, zelfs in Delhi. Het aantal begrafenissen die volgens coronaprotocol verlopen, suggereert een sterftecijfer dat misschien wel dertig keer zo hoog ligt als de officiële aantallen. Artsen die buiten de stedelijke gebieden werken kunnen je vertellen hoe erg de situatie daar is.

Als het al spaak loopt in Delhi, hoe moet de situatie dan zijn in dorpen in Bihar, in Uttar Pradesh, in Madhya Pradesh? De dorpen waar tientallen miljoenen arbeidsmigranten uit de steden, die het virus met zich meedroegen, naartoe vluchtten, terug naar hun familie, getraumatiseerd door de herinnering aan Modi’s landelijke lockdown van 2020. Dat was de strengste lockdown ter wereld, die al vier uur na de aankondiging werd ingevoerd. De arbeiders zaten vast in de steden, zonder werk, zonder geld om de huur te betalen, zonder eten en zonder transportmiddelen. Velen moesten honderden kilometers lopen naar hun familie in een afgelegen dorp. Honderden zijn er onderweg overleden.

Hoewel er nu geen landelijke lockdown is, zijn veel arbeiders vertrokken nu het nog kan, nu er nog treinen en bussen rijden. Ze zijn vertrokken omdat ze weten dat zij weliswaar de motor vormen van de economie in dit enorme land, maar dat ze voor de regering domweg niet bestaan zodra er zich een crisis aandient. De uittocht van dit jaar heeft een ander soort chaos in de hand gewerkt: er zijn geen quarantainecentra waar de mensen kunnen verblijven voor ze hun dorp betreden. Er wordt niet eens de schijn opgehouden dat er pogingen worden gedaan het platteland te beschermen tegen het virus uit de steden.

We hebben het over dorpen waar mensen sterven aan eenvoudig te behandelen ziekten als diarree of tbc. Hoe moeten die mensen zich weren tegen corona? Zijn er coronatests voor hen beschikbaar? Zijn er ziekenhuizen? Is er zuurstof? En bovenal: is er liefde? Liefde is misschien te hoog gegrepen, maar is er betrokkenheid? Nee, dat is er niet. Want waar het hart voor de Indiase bevolking zou moeten kloppen, bevindt zich slechts een hartvormig gat dat is gevuld met ijzige onverschilligheid.

Vroeg op de ochtend van 28 april wordt bekendgemaakt dat onze vriend Prabhubhai is overleden. Voor zijn dood vertoonde hij de klassieke coronasymptomen. Maar zijn dood telt niet mee in de officiële coronastatistieken omdat hij thuis is overleden, zonder te zijn getest of behandeld. Prabhubhai was een trouw aanhanger van de anti-dambeweging in de Narmada-vallei. Ik heb een aantal keer bij hem gelogeerd in Kevadia, waar enkele decennia geleden de eerste groepen inheemse volkeren van hun land zijn verjaagd om plaats te maken voor een kolonie bedoeld voor de dambouwers en de officieren. Verjaagde gezinnen, zoals het gezin van Prabhubhai, leven nog altijd aan de randen van die kolonie, ontheemd en berooid, indringers op het land dat hun ooit toebehoorde.

Er is geen ziekenhuis in Kevadia. Er is alleen het Statue of Unity, het standbeeld van de eenheid, gemodelleerd naar de vrijheidsstrijder en eerste premier van India, Sardar Vallabhbhai Patel, naar wie ook de dam is vernoemd. Met 182 meter is dit het hoogste standbeeld te wereld, dat 422 miljoen dollar heeft gekost. Ultrasnelle inwendige liften brengen toeristen tot aan de borstkas van Sardar Patel, waar ze een prachtig uitzicht hebben op de Narmada-dam. Natuurlijk zie je niets van de verwoeste beschaving uit het rivierdal, verzwolgen in de diepten van dit immense waterreservoir. Het standbeeld was Modi’s troetelkindje. Hij heeft het onthuld in oktober 2018.

De vriendin die berichtte dat Prabhubhai was overleden, had vele jaren actie gevoerd tegen de dam in de Narmada-vallei. Ze schreef: ‘Mijn handen trillen terwijl ik dit schrijf. De covid-situatie in en om de Kevadia-kolonie is zeer grimmig.’

Hoe somber de cijfers ook zijn, ze geven een beeld van hoe India zich wil presenteren, maar niet van India zoals het echt is. In het echte India wordt er van de mensen verwacht dat ze stemmen als hindoes, maar sterven als wegwerpartikelen. ‘Laten we nou niet gaan jammeren.’

Probeer er niet te lang bij stil te staan dat er al in april 2020 werd gewaarschuwd dat er een ernstig tekort aan zuurstof zou kunnen ontstaan, een waarschuwing die nog eens werd herhaald in november, door een commissie die door de regering zelf in het leven was geroepen. Probeer niet te lang stil te staan bij de vraag waarom zelfs de grootste ziekenhuizen in Delhi geen eigen faciliteit hebben om medische zuurstof te produceren. Probeer niet te lang stil te staan bij de vraag waarom het PM Cares Fund – de schimmige organisatie die onlangs de taken heeft overgenomen van het meer toegankelijke Prime Minister’s National Relief Fund en gebruikmaakt van publieke gelden en de infrastructuur van de overheid, maar ondertussen functioneert als een privétrust die aan niemand verantwoording verschuldigd is – zich ineens is gaan bemoeien met de zuurstofcrisis. Heeft Modi nu aandelen in onze zuurstofvoorraad? ‘Laten we nou niet gaan jammeren.’

Begrijp goed dat er zoveel meer dringende kwesties waren, en zíjn, die de aandacht opeisten van de regering-Modi. De regering had en heeft de handen vol aan het uitwissen van de laatste sporen van de democratie, het vervolgen van niet-moslimminderheden en het consolideren van de basis van het hindoe-nationalisme. Zo moesten er bijvoorbeeld in allerijl immense gevangeniscomplexen worden gebouwd in Assam, voor de twee miljoen mensen die daar al vele generaties wonen en die ineens hun burgerrechten zijn afgenomen. Honderden studenten en activisten en jonge moslimburgers dreigen te worden aangeklaagd en vastgezet als de hoofdschuldigen van de anti-moslimpogrom die in maart dit jaar plaatsvond tegen hun eigen gemeenschap in het noordoosten van Delhi. Voor een moslim in India is het een misdrijf om te worden vermoord. Je familie moet ervoor opdraaien.

En dan was er nog de inhuldiging van de nieuwe Ram-tempel in Ayodhya, die op de plaats is gekomen van de moskee die met de grond gelijk is gemaakt door hindoe-vandalen, onder toeziend oog van enkele oudere politici van de bjp, de hindoe-nationalistische Bharatiya Janata-partij. Ook moesten de omstreden nieuwe Farm Bills worden aangenomen, voor meer corporatisme in de landbouw. Duizenden boeren moesten worden afgetuigd en met traangas bestookt omdat ze het hadden gewaagd de straat op te gaan om tegen deze wet te protesteren.

En dan is er nog het miljoenen verslindende plan om het historische centrum van Delhi, met alle verloren gegane glorie, een nieuw aanzien te geven. Dit plan duldt geen uitstel, want de regering van het nieuwe hindoeïstische India kan toch moeilijk het land besturen vanuit oude gebouwen? Terwijl Delhi in lockdown is gegaan en de pandemie huishoudt, is begonnen met de bouw van het Central Vista-project, dat is aangemerkt als een essentiële voorziening. Er worden talloze arbeiders aangevoerd. Misschien kan er meteen een crematorium worden opgenomen in de bouwplannen.

Een coronapatiënt krijgt zuurstof toegediend bij een Sikhs-gebedshuis. Ghaziabad, Uttar Pradesh, 28 april © Prakash Singh / AFP / ANP
#ModiMustResign is trending op de sociale media. In memes is te zien hoe Modi de Messias een massa lijken toespreekt

Ook moest de Kumbh Mela worden georganiseerd, zodat miljoenen hindoe-pelgrims konden samenkomen in een klein plaatsje om in de Ganges te baden en vervolgens het virus gelijkmatig over het land te verspreiden toen ze, gezegend en gezuiverd, terugkeerden naar huis. De Kumbh Mela vond gewoon doorgang, al opperde Modi voorzichtig dat het misschien een goed idee zou zijn om het heilige bad een meer ‘symbolische invulling’ te geven – wat hij daar ook precies mee bedoelde. En dan waren er nog die paar duizend Rohingya-vluchtelingen die nodig gedeporteerd moesten worden, terug naar het moorddadige regime in Myanmar waarvoor ze nu juist waren gevlucht, en dat terwijl daar een coup plaatsvond. (En telkens schaarde ons onafhankelijke hooggerechtshof zich achter het standpunt van de regering.) U ziet het: de regering had het druk, druk, druk.

En nog los van al deze prangende kwesties moest er een verkiezing worden gewonnen in de deelstaat West-Bengalen. Daarvoor moest onze minister van Binnenlandse Zaken, Modi’s bondgenoot Amit Shah, zijn taken als minister gedurende enkele maanden min of meer stilleggen om zijn onverdeelde aandacht te kunnen richten op West-Bengalen, om de moordlustige propaganda van zijn partij te kunnen verspreiden, om in allerlei dorpen de mensen tegen elkaar op te zetten. In geografisch opzicht is West-Bengalen een kleine staat. De verkiezingen zouden in één dag kunnen plaatsvinden, zoals ook in het verleden is gebeurd. Maar omdat deze deelstaat voor de bjp nieuw terrein was, had de partij tijd nodig om haar kaders daarheen te verplaatsen, die voor het merendeel niet uit Bengalen afkomstig waren, en die van het ene naar het andere district gingen om toezicht te houden op de procedure.

De verkiezingen werden opgedeeld in acht fases, waarvan de laatste plaatsvond op 29 april. Omdat de coronabesmettingscijfers maar bleven stijgen, deden de andere politieke partijen een klemmend beroep op de verkiezingscommissie om het schema in heroverweging te nemen. De commissie weigerde en de campagne vond gewoon doorgang. Wie heeft niet de beelden gezien van de belangrijkste campagnevoerder van de bjp, de premier in eigen persoon, die op triomfantelijke toon en zonder mondkapje de massa’s toesprak en de mensen – die ook geen mondkapje droegen – bedankte dat ze in zulke groten getale waren komen opdagen? Dat was op 17 april, toen het officiële aantal dagelijkse besmettingen al omhoog was geschoten tot tweehonderdduizend.

Met het sluiten van de stembussen is Bengalen hard op weg de nieuwe corona-ketel te worden, waarin een nieuwe variant met een drievoudige mutatie is ontstaan, die – hoe kan het ook anders – de Bengaalse variant wordt genoemd. Kranten berichten dat één op de twee mensen in de hoofdstad Calcutta positief wordt getest op corona. De bjp heeft laten weten voor gratis vaccins te zullen zorgen als ze de verkiezingen winnen. En als dat niet het geval is? ‘Laten we nou niet gaan jammeren.’

En hoe zit het eigenlijk met die vaccins? Die zijn toch onze redding? India is toch een van de belangrijkste producenten van vaccins? In feite is de Indiase regering volledig afhankelijk van twee producenten, het Serum Institute of India (sii) en Bharat Biotech. Beide bedrijven hebben toestemming om twee van de duurste vaccins ter wereld te produceren, voor de armste mensen ter wereld. Onlangs hebben deze bedrijven laten weten de vaccins voor een iets hoger bedrag te verkopen aan privéklinieken, en voor een iets lager bedrag aan de deelstaten. Een snelle berekening leert dat de vaccinbedrijven stuitende winsten zullen behalen.

Onder het bewind van Modi is de Indiase economie uitgehold en honderden miljoenen mensen die al nauwelijks het hoofd boven water wisten te houden, zijn in bittere armoede beland. Een groot aantal mensen is nu afhankelijk van een schamel inkomentje op grond van de National Rural Employment Guarantee Act (nrega), die is aangenomen in 2005 toen de Congrespartij aan de macht was. Van een gezin dat dreigt te verhongeren valt onmogelijk te verwachten dat het bijna een maandinkomen neertelt om te worden gevaccineerd. In het Verenigd Koninkrijk zijn vaccins gratis en heeft iedereen er recht op. In India lijkt winstbejag de voornaamste drijfveer achter de vaccinatiecampagne.

Op alle Modi-gezinde televisiekanalen zien we deze ramp van ongekende omvang zich voltrekken, maar wat daarbij opvalt is dat overal wordt gesproken met dezelfde, ingestudeerde stem: Het ‘systeem’ is bezweken, krijgen we keer op keer te horen. India’s ‘gezondheidsstelsel’ is bezweken onder de druk van het virus.

Dit is geen kwestie van een overbelast stelsel. Er is nauwelijks sprake van enig ‘systeem’. De regering – de huidige regering, maar ook de vorige onder leiding van de Congrespartij – heeft doelbewust het beetje medische infrastructuur dat er was ontmanteld. Wat we nu zien is wat er gebeurt wanneer er een pandemie door een land raast dat vrijwel geen publiek toegankelijk gezondheidsstelsel kent. India besteedt zo’n 1,25 procent van het bruto nationaal product aan gezondheidszorg, veel minder dan de meeste andere landen – al zijn die landen nog zo arm. En zelfs dat percentage lijkt rooskleuriger dan het is, want er zijn allerlei zaken bij geharkt die weliswaar belangrijk zijn maar die niet onder de gezondheidszorg vallen. Het werkelijke percentage ligt dan ook eerder in de buurt van de 0,34. Het schrijnende is dat in dit land, dat zo verschrikkelijk arm is, 78 procent van de gezondheidszorg in stedelijke gebieden en 71 procent van de gezondheidszorg op het platteland in handen is van privéondernemingen, zoals blijkt uit een onderzoek van The Lancet uit 2016. De middelen die nog tot de publieke sector behoren worden systematisch doorgesluisd naar de private sector door een samenstel van corrupte ambtenaren, artsen en medisch personeel, vervalste verwijzingen en verzekeringszwendeltjes.

Er is geen sprake van een systeem dat is bezweken. Er is sprake van een falende overheid. Misschien is ‘gefaald’ niet het goede woord, want waar we nu getuige van zijn is geen kwestie van verwijtbare nalatigheid, het is niets minder dan een misdrijf tegen de menselijkheid. Virologen voorspellen dat het aantal besmettingen in India exponentieel zal stijgen tot meer dan een half miljoen per dag. Voor de komende maanden worden vele honderdduizenden sterfgevallen voorspeld.

Mijn vrienden en ik hebben afgesproken dat we elkaar om de dag bellen om te laten weten dat we er nog zijn, een beetje zoals je op school de presentielijst afging. Als we onze dierbaren spreken is het met tranen in de ogen en angst in het hart, zonder te weten of we elkaar ooit nog zullen weerzien. We schrijven, we werken, zonder te weten of we in staat zullen zijn af te maken waaraan we zijn begonnen. Zonder te weten welke verschrikkingen en vernederingen ons staan te wachten. De mensonwaardigheid van dit alles. Dat is wat ons opbreekt.

#ModiMustResign is trending op de sociale media. In sommige memes en afbeeldingen is te zien hoe Modi met zijn armen vol schedels door het gordijn van zijn baard gluurt. Modi de Messias die een massa lijken toespreekt. Modi en Amit Shah als aasgieren, die de omgeving afspeuren op zoek naar lijken om stemmen van te pikken. Maar dat is slechts een kant van het verhaal. De andere kant is dat de man zonder gevoel, de man met de holle blik in zijn ogen en de vreugdeloze glimlach wel in staat is om, als zovele tirannen in het verleden, bij anderen heftige gevoelens op te roepen. Zijn pathologie is besmettelijk. En dat maakt hem uniek. In het noorden van India, waar het grootste deel van zijn aanhang woont en dat, op grond van de aantallen, vermoedelijk het politieke lot van het land zal beslechten, lijkt de pijn die hij veroorzaakt om te slaan in een specifiek soort genoegen.

Fredrick Douglas heeft het mooi verwoord: ‘De grenzen waar tirannen tegenaan lopen worden bepaald door de verdraagzaamheid van hen die zij onderdrukken.’ En wat zijn we in India trots op wat we weten te verdragen. Wat hebben we onszelf goed aangeleerd om te mediteren, naar binnen te keren, onze woede uit te bannen en ons onvermogen om een gelijkwaardige samenleving te creëren te rechtvaardigen. Hoe zachtmoedig koesteren we onze mensonwaardigheid.

Nadat Modi in 2001 op het publieke toneel was verschenen als nieuwe regeringsleider van de deelstaat Gujarat, wist hij zijn plek in de geschiedenisboeken zeker te stellen met wat later de Gujarat-pogrom van 2002 is gaan heten. Gedurende enkele dagen hielden hindoe-burgerwachten huis, vaak onder het toeziend oog van de politie, die soms zelfs meedeed aan het vermoorden, verkrachten en levend verbranden van duizenden moslims, als ‘wraak’ voor een gruwelijke aanval op een trein, waarbij meer dan vijftig hindoe-pelgrims levend verbrandden. Toen het geweld was geluwd schreef Modi, die tot dan toe alleen door zijn partij tot leider was uitgeroepen, vervroegde verkiezingen uit. De campagne waarin hij werd afgeschilderd als Hindu Hriday Samrat (‘De keizer van de hindoeharten’) leverde hem een eclatante overwinning op. Sindsdien heeft Modi geen verkiezing meer verloren.

Enkele van de moordenaars van de Gujarat-pogrom werden later op camera vastgelegd door de journalist Ashish Khetan. Trots vertelden ze hoe ze mensen in stukken hadden gehakt, de buik van zwangere vrouwen hadden opgesneden en kinderen met hun hoofd tegen de stenen hadden geslagen. Ze zeiden dat ze dat alleen hadden kunnen doen omdat Modi hun leider was. Deze opnamen werden uitgezonden op landelijke televisie. Terwijl Modi aan de macht bleef, legde Khetan, wiens opnamen waren overgedragen aan het hof en door de forensische dienst waren onderzocht, getuigenissen af.

In de loop der jaren werden enkele moordenaars opgepakt en vastgezet, maar de meesten gingen vrijuit. In zijn onlangs verschenen boek, Undercover: My Journey Into the Darkness of Hindutva, beschrijft Khetan tot in detail hoe tijdens Modi’s bewind de politie van Gujarat, rechters, advocaten, openbaar aanklagers en onderzoekscommissies samenspanden om te rommelen met bewijsmateriaal, om getuigen onder druk te zetten en rechters te laten overplaatsen.

Veel van India’s zogeheten publieke intellectuelen, de ceo’s van grote bedrijven en van de mediabedrijven die ze in bezit hebben, spanden zich ondanks deze kennis in om Modi’s weg naar het premierschap te plaveien. Ze overschreeuwden diegenen onder ons die volhardden in de kritiek. ‘We moeten naar de toekomst kijken’, luidde hun mantra. Zelfs nu nog verzachten ze de harde woorden over Modi met lof voor zijn retorische gaven en zijn ‘harde werk’. Ze storten hun hoon vooral uit over Rahul Gandhi van de Congrespartij, de enige politicus die altijd heeft gewaarschuwd voor de coronacrisis waar we nu midden in zitten en die de regering herhaaldelijk heeft gevraagd maatregelen te treffen om het land daar zo goed mogelijk op voor te bereiden. De regeringspartij steunen in haar pogingen alle oppositiepartijen uit de weg te ruimen komt neer op het ondermijnen van de democratie.

En hier zitten we nu dan, in deze hel die zij samen hebben geschapen, een hel waarin elke onafhankelijke instelling die onontbeerlijk is voor het functioneren van een democratie is ondermijnd en uitgehold, een hel waarin het virus wild om zich heen grijpt.

De crisisgenererende machine die we onze regering noemen mist het vermogen om ons door deze ramp te loodsen. Niet in de laatste plaats omdat binnen deze regering alle beslissingen kunnen worden genomen door één man, en die man is gevaarlijk – en niet bijster slim. Het virus is een internationaal probleem. Voor een efficiënte aanpak moet de besluitvorming, in ieder geval op het gebied van bestrijding en registratie van de pandemie, worden overgedragen aan een onpartijdige instantie die bestaat uit mensen van de regeringspartij, mensen van de oppositiepartijen en experts op het gebied van gezondheidszorg en beleid.

En wat Modi betreft: is afstand nemen van de misdrijven een denkbare optie? Misschien moet hij gewoon even rust nemen, rust na al het harde werken. Er is een Boeing 777, de Air India One, van 564 miljoen, speciaal aangepast voor vvip-vluchten – voor hem dus, eigenlijk – die inmiddels al een tijdje staat te niksen op het vliegveld. Hij en zijn mannen zouden gewoon kunnen vertrekken. Dan zullen wij allemaal ons uiterste best doen hun puinhopen op te ruimen. Nee, India kan niet geïsoleerd worden. We hebben hulp nodig.


Arundhati Roy is schrijver en activist. Voor haar roman The God of Small Things kreeg ze de Man Booker Prize. Vertaling Nicolette Hoekmeijer