De psychiater in coronatijd

‘We hoppen van angst naar angst’

De moderne psychiater analyseert de geestelijke noden van onze samenleving en houdt ons voor: of het nou corona is, kanker, overgewicht, depressie of armoede, als autonoom individu is al je ongeluk terug te voeren op je eigen keuzes.

Het was een opvallend geluid in een tijd die in het teken staat van indammen en controleren: psychiater Damiaan Denys riep op het coronavirus te omarmen en vroeg zich af waarom we het niet gewoon zijn gang laten gaan. Want we moeten niet tegen de klippen op willen leven, we kunnen niet iedereen redden, we moeten dat ook niet willen. ‘Als het onze excessen bevraagt, waarom omhelzen we het niet als vriend in plaats van het als vijand te bevechten. Waarom nodigen we het niet uit om in duende met ons te dansen?’ schrijft hij op 4 april in de NRC over het coronavirus, onder de kop ‘Je kunt corona ook omarmen’.

In Trouw zegt hij datzelfde weekend: ‘Het coronavirus is (…) een gezonde correctie op onze megalomane levensstijl, een tik van de Schepper, de natuurwet. (…) Het is niet toevallig dat het nu komt. Als je kijkt naar de globalisering, hoe we eindeloos de wereld over vliegen, hoe we ons verhouden tot het eten van dieren, hoe alles vermarkt wordt, dan is de logische consequentie dat er een keer gecorrigeerd moet worden.’

Hoe die ‘gezonde correctie’ eruitziet, licht Denys toe in het Belgische blad De Standaard (28 maart): ‘Dit virus is vooral gevaarlijk voor mensen die oud en zwak zijn. Dat is dus een goeie zaak. Het verlost ons van een zwakke bevolking die ziek is en zwaar op de maatschappij weegt. Maar nu zijn we bezig die enkele duizenden te redden ten koste van een jonge generatie die van alle generaties van de afgelopen honderd jaar het minst weerbaar is.’

Angst, ongeluk, dood, lijden – Denys is niet de enige psychiater die met deze onderwerpen volle zalen trekt. Zijn collega Dirk De Wachter, vooral bekend door zijn bestseller Borderline Times, grossiert in de acceptatie van het ongelukkig zijn. In zijn publicatie De kunst van het ongelukkig zijn stelt hij dat ongelukkig zijn deel uitmaakt van het leven en dat het belangrijk is om ermee om te gaan. Verdriet wordt gepsychiatriseerd, schrijft hij, maar ‘verdriet mag er gewoon zijn’. ‘Voor verdriet moet je elkaar ontmoeten’, schrijft De Wachter, en: ‘Zorgen voor de ander geeft een goed gevoel en verdiept relaties. Daar word je vanzelf op een gewone manier gelukkig van.’

Terwijl Denys het volk geselt omdat het lijdt aan ‘sentimenteel individualisme’ als het huilt om het verlies van een oude oma of opa aan corona lijkt De Wachter het verdriet op een troon te zetten. Verdriet delen geeft een diepere band dan samen feesten, denkt hij. Hij pleit voor medemenselijkheid, betekenisgeving, zingeving, solidariteit – begrippen die sterk doen denken aan het christen-socialisme van de ooit vermaarde dominee Buskes.

De Wachter is net zoals Denys een medialieveling en een rockster geworden. Toen het hippe centrum voor levensvragen The School of Life de twee samen met klinisch psycholoog en psychoanalyticus Paul Verhaeghe half december vorig jaar op het podium in de Stopera zette, was die avond in een mum van tijd uitverkocht. ‘Ze vinden het natuurlijk vleiend dat dit aan hen wordt gevraagd’, denkt filosoof Marjan Slob, die het gesprek tussen de Vlaamse Drie modereerde. ‘Hun kerntaak is om te kijken naar individuen in nood, ze beoefenen een individualistische discipline, maar het is voor hen toch wel erg verleidelijk om daar lessen uit te trekken voor een algemeen publiek. Daar komt bij dat veel mensen hun boodschap heerlijk vinden om te horen; waarschijnlijk omdat we het verhaal over individueel lijden beter tot ons kunnen laten doordringen dan een abstracte analyse.’

Half december vorig jaar was er nog geen sprake van een coronacrisis, laat staan dat de – dreigende – dood het gesprek van de dag was op radio, televisie en sociale media. Toch opperde Damiaan Denys vlak voor Kerst 2019 dat we in een pre-apocalyptisch tijdperk leven; want we leven er maar op los, we zuipen en vliegen en feesten en helpen de natuur om zeep. Hij stelde toen dat een oorlog een flinke zet in de goede richting zou kunnen geven. ‘Ik hoop er niet op, maar oorlog is een crtl-alt-delete-systeem waarna je met nieuwe normen en waarden begint’, liet hij de NRC optekenen. ‘Als één ding ons leven betekenis geeft, dan is het wel de dood.’

In plaats van oorlog kwam het coronavirus (waarover trouwens wel in oorlogstermen wordt bericht). Denys noemt het virus ‘geniaal’, ‘in die zin dat het veel pijnpunten en tekortkomingen van onze moderne samenleving blootlegt’. ‘Het virus is angstwekkend want meedogenloos.’ Ctrl-alt-delete. Het virus, aldus Denys, ‘berecht onze levensstijl’ en ‘kiest ervoor vrouwen en kinderen te sparen’.

De Werkendamse dominee Agteresch schreef eind maart in een brief aan de kinderen van de Bethelkerk dat het coronavirus ‘komt door onze zonden’. De Heere is ‘toornig’ en stuurt daarom een ziekte: ‘De Heere wil dat jij niet meer zoveel houdt van jouw mooie spulletjes.’ Psychiater Denys zegt in feite hetzelfde wanneer hij waarschuwt dat ‘we’ nu de ultieme straf krijgen voor onze hedonistische levensstijl. De dominee is geen graag geziene gast in talkshows, de psychiater wel. Waarom? Waarom worden psychiaters op het schild gehesen als Grote Maatschappelijke Duiders?

‘De psychiatrie maakt meer dan ooit deel uit van de samenleving’, schrijft Denys in de proloog van het mede onder zijn redacteurschap eind maart verschenen Tweede Handboek Psychiatrie en Filosofie. ‘(…) we begrijpen het maatschappelijk onbehagen door middel van psychiatrische terminologie. Er is sprake van een borderline-maatschappij, schizofreen beleid en een compulsieve samenleving. Psychiatrie is niet alleen een medische discipline, maar vervult een maatschappelijke en betekenisgevende functie. Ze vult de lacune van verdwenen religies en ideologieën.’ De psychiater als nieuwe geestelijk leidsman die niet vanaf de kansel, maar vanaf het podium preekt, tegen een volk dat collectief bij hem te biecht gaat en daarna gelouterd huiswaarts keert.

Maar schieten de concepten die ontwikkeld zijn voor individuele aandoeningen en stoornissen niet te kort als het erom gaat een complete samenleving te analyseren? Een samenleving waarin het individualisme al decennialang de norm is, dat wel.

We moeten alles zelf doen: onze eigen boontjes doppen, onze eigen verantwoordelijkheid nemen, onze eigen wonden likken, onszelf aan onze eigen haren uit het moeras trekken. Het afschudden van de ideologische veren waar de toenmalige premier Wim Kok in 1995 voor pleitte, leidde ertoe dat politiek bedrijven verbleekte tot pragmatisch besturen. Die stijl van besturen ging hand in hand met een verandering van het politieke naar het persoonlijke, analyseert socioloog Frank Furedi in Therapy Culture. De publieke ideologische leegte die dat opleverde, werd gevuld met persoonlijke preoccupaties, conflicten, wangedrag en problemen, aldus Furedi. De BN’er werd geboren – óók in de politiek trouwens, waar de kleurloze manager al snel terrein verloor aan een exotischere politicus-nieuwe-stijl – en die vermenigvuldigde zich razend rap.

Persoonlijke levensstijl kwam in plaats van politieke ideologie, solidariteit werd zelfredzaamheid. Het begrip ‘meritocratie’ deed zijn intrede: voortaan wordt je maatschappelijke positie niet meer bepaald door je afkomst, maar door je individuele verdienste. Dat de beste mag winnen! Collega’s worden concurrenten, de overheid zorgt voor gelijke kansen voor iedereen, en, schrijft Kees Vuyk in Oude en nieuwe ongelijkheid: ‘Hoe mensen hun kansen in het leven benutten, wordt steeds meer gezien als een kwestie van eigen verantwoordelijkheid.’ Succes en falen worden een keuze; niet alleen op het vlak van onderwijs, werk en inkomen, maar ook als het gaat om gezondheid. Pech, geluk en toeval bestaan niet meer: ‘Wie verliest heeft zijn kansen niet benut – en dat is stom – of heeft geen talent en is dus dom. “Eigen schuld, dikke bult”’, signaleert Vuyk.

In onze gefragmenteerde, seculiere maatschappij worden mensen teruggeworpen op hun individuele zelf. Hun leven gaat over individuele keuzes, individuele verantwoordelijkheid, individuele veerkracht en individuele psychologische klachten en problemen. En laten psychiaters nou bij uitstek gespecialiseerd zijn in dat individuele niveau; tenminste, als het gaat om individuele psychiatrische aandoeningen. In het Landelijk Opleidingsplan Psychiatrie, dat 1 juli dit jaar in werking treedt, verschijnt de psychiater als een ‘medisch expert’ en een ‘medisch leider’. Maar psychiaters die over hun specialisatie praten – het behandelen van psychiatrische patiënten – zien we in talkshows nauwelijks. Daarvoor worden ze niet gevraagd. Ze worden gevraagd om de geestelijke noden van onze samenleving te analyseren, en onze maatschappij te diagnosticeren vanuit hun psychiatrisch-medisch perspectief.

‘Psychiaters verdiepen zich in individuen en heel kleine groepen. Het is een heikele zaak om die inzichten te extrapoleren naar de maatschappij’, vindt psychiater en filosoof Gerrit Glas, die het boek Angst schreef. ‘Psychiaters kunnen trends aanwijzen en patronen signaleren, maar om die nou als een maatschappijcriticus te duiden en er profetische woorden over te spreken… Ik vind niet dat je je gezag als psychiater of hoogleraar mag gebruiken om standpunten kracht bij te zetten over zaken buiten je veld van expertise.’

Psychiater Christiaan Vinkers deelt die twijfel. Hij vindt dat psychiaters zich verre moeten houden van maatschappelijke duiding, en signaleert zowel een verafgoding als een marginalisering van de psychiater. ‘In hun eigenlijke werk, het helpen van patiënten, zie ik dat psychiaters in de geestelijke gezondheidszorg steeds meer zijn gemarginaliseerd. Ze werken vaak in grote instellingen met beperkte autonomie en vrijheid. Nergens anders in de geneeskunde is de rol van de specialist meer uitgekleed dan in de psychiatrie. Zelfs bij ernstigere klachten komen patiënten in de ggz laat of soms helemaal niet eens een psychiater tegen.’

Aan de andere kant worden psychiaters verafgood in hun rol als maatschappelijke duiders, zegt Vinkers. ‘Die maatschappelijke duiding bestaat vaak uit algemene levenslessen met een hoog open-deurgehalte, gebracht met veel diepzinnigheid door een autoriteitsfiguur. Maar een psychiater is expert op het gebied van individuele patiënten die worstelen met angst, somberheid en psychose. Dat maakt ons niet tot experts die uit de losse pols maatschappelijke problemen kunnen duiden waar het gros van de mensen mee worstelt.’

Psychiaters zien juist heel weinig mensen met matige klachten, weet Vinkers uit ervaring. ‘Het beeld ontstaat dat onze spreekkamers vol zitten met mensen die lijden aan het leven omdat ze zijn stukgelopen in hun streven naar perfectie en geluk. Maar dat beeld klopt niet. Ik zie op de poli mensen die ernstig lijden aan depressie en angst. Hun hoef je echt niet te vertellen dat het leven een zure bom is. Dat weten ze zelf heus wel, en ze proberen er het beste van te maken. Hun problemen zijn onvergelijkbaar met die van mensen die soms niet lekker in hun vel zitten.’

Coronatijden zijn voor veel mensen bange en onzekere tijden. Dirk De Wachter waarschuwt dat na de piek van het virus de piek van de psychologische problemen komt: ‘Die gaat heel ernstig zijn.’ ‘De problemen die er al waren, worden nu uitvergroot en zichtbaar.’ Hij verwacht op grond van Chinese studies dat depressie, angst en ptss vier keer meer zullen voorkomen dan in de pre-coronatijd. Het zou dan gaan om twintig tot dertig procent van de bevolking. Er zal in de toekomst dan ook veel psychologische ondersteuning nodig zijn, zegt hij. En die kan ook geboden worden.

Tegelijk pleit De Wachter ervoor om niet te apocalyptisch te zijn en ‘verantwoord onnozel’ te doen. ‘Plezantigheid, zottigheid, daar zijn wij als Belgen goed in. We zijn surrealisten, een volk van dadaïsten en stripverhalen.’ En houd elkaar fysiek vast als dat kan, dat ook.

‘De maatschappelijke duiding door psychiaters bestaat vaak uit algemene levenslessen met een hoog open-deurgehalte, gebracht met veel diepzinnigheid’

Zijn collega Denys gooit het over een andere boeg en focust op de angst: de specialisatie van de psychiater Denys en de vaste kompaan van de mens Damiaan. Misschien probeert hij zijn eigen angsten het zwijgen op te leggen wanneer hij zijn publiek aanspoort om de angst te omarmen en de huidige pandemie te relativeren – Denys is een hypochonder die bij elk kwaaltje of raar plekje meteen aan het allerergste denkt. ‘Hij heeft werkelijk alle kankers al wel een keer gehad’, weten we van zijn vrouw, die huisarts is. ‘Elke dag sterven er op deze wereld 150.000 mensen’, zei Denys op NPO Radio 1. ‘We moeten iets meer aanvaarden, vanuit een breed perspectief kijken, van honderd of tweehonderd jaar. We moeten heel groot denken, dan valt het allemaal wel mee.’

Hoe angstig zijn we nou eigenlijk echt? Los van het feit of je het met het beleid eens bent of niet, het heeft geen impulsief of irrationeel karakter. Mensen worden niet bang gemaakt, maar krijgen uitgelegd waarom veel binnen blijven en buiten goed afstand houden voor nu de beste optie lijkt. Natuurlijk zijn er mensen bang: voor het spoor van ziekte en dood dat het virus door de wereld trekt, en voor de onzekere economische en financiële situatie die daarmee gepaard gaat en die grote persoonlijke gevolgen kan hebben. Maar niet iedereen is angstig.

Tijdens een online live-interview met Denys voor The School of Life (8 april 2020) werd het online-publiek middels een poll gevraagd te vertellen wie zich angstig voelde en wie niet. Ruim een kwart voelde zich angstig, zo bleek, en krap driekwart niet. Interviewer en psychiater konden hun verbazing niet verbergen. ‘Verrassend’, vond Denys, ‘terwijl er toch genoeg is om bang voor te zijn. Er is een virus, je weet niet wie het krijgt. Je kunt er ziek van worden, je kunt eraan sterven, er is heel veel reden om nu bang te zijn! Voor jezelf, voor je familie. Hoe gaat de samenleving eruitzien? Ik denk dat we anders of niet zullen reizen, anders gaan werken, dat heel veel mensen arm zullen zijn, werkloos, dat er een daling komt van de kwaliteit van leven, dat vind ik wel beangstigend. We hebben echt redenen om angstig te zijn.’

Maar ja, dat was driekwart dus niet, al had de psychiater daar wel een oplossing voor: ‘Ik zou een gevoel van onzekerheid ook al een beetje angst noemen.’

Daarna volgde een woordexplosie over waar we, al ruim vóór de coronacrisis, allemaal angstig voor waren: suiker, gluten, de eikenprocessierups, de teek, ebola, sars… ‘Elk jaar hoppen we van angst naar angst. Angst is de ultieme betekenisgever geworden. We zien dingen bijna uitsluitend vanuit het perspectief van de angst. Als hier bijvoorbeeld een vrouw zou binnenlopen met een blauwe burka, dan is onze natuurlijke reactie niet: wat een leuke mevrouw in een blauwe burka. Wat zou die mevrouw ’s avonds klaarmaken aan eten, hoe zou ze seks hebben, wat voor boeken leest die mevrouw? Ik zou niet die natuurlijke interesse hebben. Ik zou denken: heeft die mevrouw misschien een bomgordel onder dat ding zitten? Zo gedetermineerd zijn we door bepaalde prototypische beelden dat alles wat vreemd voor ons is eerst wordt benaderd vanuit angst.’

Terwijl De Wachter zich tijdens de coronacrisis steeds meer ontpopt als een trooster die meevoelt met het verdriet en de onzekerheid waar zo veel mensen mee worstelen, kapittelt Denys ons onvermoeibaar over ons ‘sentimentele zelf’ en romantiseert hij het verleden. Toen hadden mensen ‘een transcendente visie’ op het leven, een gedeelde religieuze traditie, en golden er ‘gezamenlijke gedragsregels die de verspreiding van het virus waarschijnlijk zouden hebben geremd, zoals spijswetten’ (Denys, de NRC, 11 april).

Zou het? Was het beter toen mensen met lepra uit de gemeenschap werden verstoten en hun mismaakte uiterlijk werd gezien als een teken van verdorvenheid en verval? Toen een derde van de Europeanen werd gedood door de pest? Toen in grote delen van Nederland – we hebben het nu over de negentiende eeuw – meer dan driehonderd van de duizend pasgeboren baby’s stierven? En hoe kan het dat het coronavirus buitengewoon veel slachtoffers maakt in juist de ultra-orthodoxe joodse gemeenschap, die zeer religieus is, het collectief vooropstelt en zich aan strenge spijswetten houdt?

‘Het virus is misschien wel een gezonde correctie op het feit dat we veel te lang leven’, zei Denys op NPO Radio 1. Maar een virus corrigeert niet, berecht niet en kiest niet. Een virus is een ongelooflijk klein eiwitpakketje met een beetje genetisch materiaal. Virussen zijn niet geniaal. Ze kunnen niet reflecteren en ze hebben geen moreel kompas. Een virus heeft een gastheer nodig om zich te kunnen voortplanten, en het coronavirus vermenigvuldigt zichzelf heel snel. Dat maakt het niet slim of slecht; zulke kwalificaties zijn eenvoudigweg niet op een virus van toepassing.

Wat je wel ziet, is dat de ziekmakende effecten van het virus bestaande sociale en economische ongelijkheden spiegelen en versterken, en armoede en achterstand verscherpen. Wie rijk is, wit en goed opgeleid, loopt veel minder risico om een coronadode te worden dan wie arm is, laaggeletterd en/of van kleur. Wie thuis kan werken en niet onbeschermd de deur uit hoeft om geld te verdienen, loopt deze dagen vooral een risico op vierkante ogen door alle videovergaderingen. Die verzuipt niet in verdriet en wanhoop omdat de dagbesteding is weggevallen en de hulpverlener niet meer langskomt. Die gaat weer eens een avondje netflixen in plaats van loten voor een plek op de slaapzaal van de nachtopvang voor daklozen. De effecten van het coronavirus confronteren ons met de – vaak schrijnende – gevolgen van politieke en maatschappelijke keuzes. Die moeten we niet aanvaarden, maar aankaarten. Maar vooralsnog gebeurt dat weinig.

In de laatste weken van april komen wel vaker economen aan het woord die vertellen welke financiële injectie in welke sectoren het meeste effect kan sorteren. Er wordt ook geroepen om meer naar gedragswetenschappers te luisteren, maar over de mogelijke bijdragen die andere disciplines zouden kunnen leveren, gaat het nauwelijks. Begin mei zit psychiater Damiaan Denys opnieuw op het podium in de Stopera, maar nu is de zaal leeg. Onder leiding van interviewer Coen Verbraak spreekt hij met ‘experts uit alle sectoren’ over ‘Overleven na Corona’: econoom Barbara Baarsma, raadsheer Ybo Buruma, landbouw- en voedseldeskundige Louise Fresco, rector magnificus Rianne Letschert (Universiteit Maastricht) en acteur Gijs Scholten van Aschat.

Opvallend: alle goed beargumenteerde bijdragen van Barbara Baarsma om 1) te kijken naar de toenemende tweedeling tussen de kansrijken en de kansarmen, en om 2) van politici transparantie te vragen over de afwegingen die ze maken: hoeveel gewicht hechten ze aan onze gezondheidsbaten, hoeveel aan economische kosten en hoeveel aan maatschappelijke kosten (zelf schat ze dat in op respectievelijk één, een half en nul punten), vallen op dode grond, steeds opnieuw.

Geen wonder misschien dat de anderen zich liever laven aan het gedicht ‘Wat het is’ van Erich Fried dat Scholten van Aschat voordraagt, dan te discussiëren over de maatschappelijke implicaties van politieke keuzes in coronatijd. Het is niet aansprekend, hip of cool om over – de gevolgen van – kansenongelijkheid te praten. Je afvragen waarom er, bijvoorbeeld, een verband is tussen vroegtijdige sterfte aan corona en sociale achterstand blijkt minder interessant dan reflecteren op sterfelijkheid an sich, en wat dat voor jouw individuele zelf in verhouding tot jouw onontkoombare individuele dood betekent.

‘We zien al enkele decennia dat de maatschappijwetenschappen minder belangrijk zijn geworden in verhouding tot de economie en de gedragswetenschappen’, constateert Godfried Engbersen, socioloog en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (wrr). ‘Studenten willen zo massaal psychologie studeren dat er een numerus fixus is ingesteld. We hebben een samenleving waarin het individu als project centraal staat, en daar past een studie als psychologie heel goed bij. Als het om duiding gaat, is de socioloog in deze samenleving een spelbreker die voortdurend zegt: jullie denken wel dat we in een hypergeïndividualiseerde samenleving leven, maar zelfs de meest private beslissingen – zoals bijvoorbeeld het aangaan van liefdesrelaties – zijn in harde patronen te vangen.’

Engbersen presenteerde eind april zijn onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis, dat tussen 3 en 13 april is uitgevoerd onder achtduizend mensen. Hij is aan geen enkele talkshowtafel uitgenodigd, al kan ook hij een verhaal vertellen over angst, stress en onzekerheid. Maar dat verhaal is verbonden met wat hij ‘democratisering van de armoede’ noemt: niet alleen de ‘traditionele armen’ zoals lager opgeleiden, mensen met een uitkering, ouderen en zwakkeren krijgen forse financiële klappen van de coronacrisis. Ze treft ook middengroepen, en hoger opgeleiden die opereren als zzp’er of werken op een flexibele arbeidsmarkt; mensen wier inkomen al langer onder druk staat en/of onzeker is. Al deze mensen hebben weinig aan verhalen over acceptatie en aanvaarding van onze sterfelijkheid; ze willen deze crisis overleven. Dat lukt ze niet op basis van een dagelijks uurtje mindfulness of meditatie en hun eigen veerkracht.

‘Het begrip veerkracht is gepsychologiseerd en geïndividualiseerd’, signaleert Engbersen. ‘Terwijl veerkracht ook gaat over institutionele arrangementen die cruciaal zijn om ervoor te zorgen dát mensen veerkrachtig kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan een betere bescherming van flexwerkers en het terugdringen van de flexibele schil. Voor deze vorm van veerkracht is in het publieke debat heel weinig aandacht, terwijl inmiddels wel duidelijk is dat de verschraling van de verzorgingsstaat en de flexibilisering van de arbeidsmarkt vragen om nieuwe systemen van bescherming die passen bij deze tijd.’

De huidige geïndividualiseerde samenleving heeft daar een blinde vlek voor, zegt Engbersen, en dat leidt tot minder effectief beleid; iets wat ook geldt voor de actuele situatie. ‘Je moet ervoor waken dat het Outbreak Management Team verwordt tot een academische discussiegroep waarin alle disciplines meepraten, want dat leidt alleen maar tot Babylonische spraakverwarring. Maar als we gaan nadenken over maatregelen, dan moeten ook sociologen en politicologen worden gehoord. Er is een duidelijke relatie tussen sociale klasse en de effecten van Covid-19. Die moeten we beter in kaart brengen om te weten waar welke steun nodig is.’

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, toen sociologie nog een florerende discipline was, werden de oorzaken van individueel succes en falen gezocht in maatschappelijke structuren, zegt socioloog Peter Achterberg. ‘De mensen waren in die visie een soort speelbal van die structuren en hadden zelf weinig agency (de vaardigheid om zelfstandig te kunnen handelen en eigen keuzes te maken – mvh).’

Het idee dat we individuen zijn, vrij en verantwoordelijk voor onze eigen levensloop, en dat niemand anders dan wijzelf kan kiezen hoe ons leven eruitziet, is nog nooit zo sterk geweest als nu, constateert hij. ‘Iedereen deelt dat verhaal, en het idee dat ook maatschappelijke structuren jouw leven beïnvloeden, past daar niet goed bij. Daarom zoeken we antwoorden niet in de omstandigheden, maar in het individu. En daarom vragen we continu aan psychologen en psychiaters wat dingen betekenen, want zij weten alles van individuen.’

Als, zoals nu het geval is, zichtbaar wordt dat bepaalde groepen door de coronacrisis veel harder worden getroffen dan andere wil dat nog niet zeggen dat mensen daardoor oog krijgen voor structurele of individu overstijgende aspecten van die crisis, waarschuwt Achterberg: ‘Juist omdat we zo gewend zijn om alles te bekijken vanuit individueel perspectief zullen heel veel mensen meteen de betreffende individuen verantwoordelijk stellen voor wat hun overkomt.’

En inderdaad, we konden het al lezen: als je oud bent, heb je te lang geleefd; als je obesitas hebt, heb je te veel gevreten; als je diabetes hebt, maakte je de verkeerde leefstijlkeuzes; en als je hebt gerookt, ben je gewoon een stommeling. Of het nou corona is, kanker, overgewicht, depressie of armoede: als autonoom, zelfbewust individu is al je pech en ongeluk terug te voeren op jouw keuzes, jouw leefstijl, jouw gebrek aan incasserings- en doorzettingsvermogen.

Die manier van denken is het – doorgeslagen – resultaat van een emancipatieproces dat mensen bevrijdde uit knellende tradities en sociale systemen die conformering eisten op straffe van levenslange exclusie en marginalisering. En die manier van denken veroorzaakt een hoop maatschappelijke onrust, omdat eigenlijk iederéén wel iets te verliezen heeft ten opzichte van een ander. We zijn ons inkomen, onze woning, onze gezondheid en onze zorg niet zeker. Het is onduidelijk waar en wanneer het maatschappelijke altruïsme ophoudt, en het individuele egoïsme begint.

Die onrust psychiatriseren en individualiseren is wat psychiaters doen die hun diagnostisch instrumentarium gebruiken om de samenleving te analyseren. En hun boodschap gaat erin als Gods woord in een ouderling. Achterberg denkt dat deze individualisering nog zo’n dertig, veertig jaar zal aanhouden. Wellicht heeft hij ongelijk. Maar goed, weet hij veel. Hij is geen psychiater…