Linda Steg – ‘Alle partijen moeten tegelijkertijd in actie komen’ © Kees van de Veen / ANP

Als politici bij de klimaattop in Glasgow zouden weten wat omgevingspsycholoog Linda Steg weet, had die totaal anders kunnen verlopen. Je hoeft de details van de slotverklaring niet eens te kennen om te constateren dat het een moeizame exercitie was. Het beeld dat naar buiten kwam: oeverloos delibereren in vergaderzalen, eindeloos schaven aan conceptakkoorden. Een dag later dan gepland lag er dan een setje afspraken en was niemand echt enthousiast – zie ook de klimaattoppen in Kopenhagen (2009), Parijs (2015) en Madrid (2019).

Klimaat en politici, het is geen gelukkige combinatie. Althans: Steg kent geen enkele politicus die op klimaatgebied voortvarend leiderschap toont. ‘Het is de vraag of ze de urgentie van de klimaatcrisis voelen, en als dat wél het geval is, of ze actie durven ondernemen. Want dan moeten ze drastisch beleid voeren en er zijn altijd allerlei lobby’s die het tegendeel willen bereiken. Politici zijn bang voor gebrek aan draagvlak. Ik vermoed dat ze denken: als het volk gaat protesteren, word ik niet populair.’

En nu komt het: dat is dus verkeerd gedacht. Volgens representatief onderzoek van de European Social Survey onder Europeanen van vijftien jaar en ouder ontkent maar twee procent dat er sprake is van klimaatverandering. Nog eens twee procent twijfelt, maar de rest gelooft dat de aarde opwarmt en dat de mens daarvan de oorzaak is. Eenzelfde beeld komt naar voren uit opinieonderzoek in andere delen van de wereld. Zo ligt in de Verenigde Staten het percentage klimaatontkenners op acht, de rest neemt klimaatverandering serieuzer.

Er is nog een feit dat Steg graag onder de aandacht van politici zou willen brengen: overal zijn mensen in principe bereid hun leefwijze aan te passen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Ze somt onderzoek op in Europa, maar ook in Indonesië, Mexico, Iran en Argentinië. Op al die plekken blijkt dat de bevolking grosso modo het milieu belangrijk vindt én ernaar wil handelen. ‘Het roept positieve gevoelens op om iets te doen voor het milieu, vooral omdat het betekenisvol is’, zegt ze. ‘We voelen ons goed als we iets doen voor een ander en zijn zeker geneigd naar het grotere geheel te kijken.’

Linda Steg (56) ontvangt in haar kamer bij de Rijksuniversiteit Groningen, een kleine, lichte ruimte met in de boekenkast een kaartje waarop staat: ‘We worden gelukkiger van een schone auto of groene energie.’ Dat is geen commerciële of spirituele prietpraat, het is echt zo, maakt ze duidelijk. En Steg kan het weten: als hoogleraar in de omgevingspsychologie onderzoekt ze hoe mensen tot milieuvriendelijk gedrag te bewegen zijn. Haar boodschap: ja, daar zijn ze massaal toe te bewegen, maar het ontbreekt aan leiderschap om dit in gang te zetten.

Steg is niet de eerste de beste in haar vakgebied. In de afgelopen decennia liet ze de omgevingspsychologie (ook wel milieupsychologie) aan de faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen uitgroeien tot een populaire studie. Overheden, bedrijven en non-gouvernementele organisaties schakelen haar in voor advies over gedragsbeïnvloeding op het gebied van milieu. Vorig jaar won ze de Stevinpremie van 2,5 miljoen euro, bestemd voor Nederlandse wetenschappers met grote maatschappelijke impact. Met het geld doet ze onderzoek naar de systeemverandering die nodig is om uit de klimaatcrisis te komen.

Ook internationaal is Steg een bekende naam. In 2018 was ze de hoofdauteur van het rapport van het ipcc , het klimaatpanel van de VN, dat liet zien hoe de opwarming beperkt kan blijven tot 1,5 graad en dat dit een groot verschil maakt ten opzichte van twee graden. Intussen is ze druk bezig met het volgende ipcc -rapport, waarvan afgelopen augustus het eerste deel uitkwam. Daarin stond de alarmerende boodschap dat de 1,5 graad opwarming al over tien jaar is bereikt en dat we dat ‘onbetwistbaar’ aan onszelf te danken hebben. Steg schrijft mee aan het derde deel van dit rapport, dat volgend jaar verschijnt en gaat over de vraag hoe klimaatverandering kan worden afgeremd.

Over de inhoud wil ze niets kwijt, omdat ze met haar collega’s nog midden in het schrijfproces zit, maar dit kan ze wel zeggen: ‘We weten dat er sprake is van klimaatverandering, we weten wat de gevolgen zijn, de grote vraag is nu: hoe kunnen we die tegenhouden? Daar heb je naast een heleboel anderen gedragswetenschappers voor nodig.’ Het verklaart ook de populariteit van haar vakgebied. De feiten zijn genoegzaam bekend, nu komt het aan op daden, van ons allemaal. Vandaar de toenemende vraag naar Steg en de haren, want zij kunnen laten zien hoe we in beweging komen.

Ik las dat een van uw adviezen is: niet te veel op doemscenario’s focussen, maar handelingsperspectief bieden. Wat bedoelt u daarmee?

‘Ik wil niet zeggen dat we geen rampscenario’s moeten schetsen, want een gevoel van urgentie moet er zijn, anders gaan mensen denken: who cares. Maar we moeten meer doen, mensen moeten weten welke acties ze voor het klimaat kunnen ondernemen, anders raken ze verlamd en steken ze de kop in het zand. Of ze worden depressief, dat hoor je steeds vaker.’

Sommige kinderen nemen het hun ouders kwalijk dat die het zo ver hebben laten komen. Merkt u dat er steeds meer somberheid is over het klimaat?

‘Het tijdschrift Nature heeft onderzoek gedaan onder zijn eigen lezers en daaruit blijkt dat de overgrote meerderheid zich heel erg zorgen maakt over klimaatverandering en dat is de afgelopen tijd toegenomen. Dus ja, mensen worden somberder. Ik merk het ook aan mijn studenten, sommige zijn behoorlijk somber. Op een congres hoorde ik dat een deel van de jongere generatie erg betrokken is bij het klimaat en bijna in huilen uitbarst door een gevoel van onmacht.‘

'De burger denkt: als de overheid zich niet aan klimaatafspraken houdt, waarom ik dan wél?’

Wat valt er tegen dat gevoel te doen?

‘De verantwoordelijkheid moet niet alleen bij het individu liggen, in ons eentje kunnen we niet zoveel doen. Daarom moeten onze leiders handelingsperspectief bieden, dat wil zeggen: vertellen hóe we klimaatvriendelijk gedrag kunnen vertonen, want dat weten mensen niet altijd. Ten tweede moet dat gedrag mogelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld met financiële ondersteuning. Je kunt wel zeggen: ga van het gas af, isoleer je huis en installeer een warmtepomp, maar dat kan niet iedereen zich veroorloven en dus zullen er subsidies moeten komen.’Vandaar het belang van onze leiders.‘Ja, leiderschap tonen kan heel goed werken voor het milieu en daarmee geef je mensen ook perspectief. Ik zag dat deep fake-spotje dat De Correspondent van Rutte had gemaakt, waarin hij het volk toespreekt over het klimaat. Het is risicovol omdat mensen misschien eerst niet door hebben dat het nep is en hun vertrouwen kan worden geschaad. Maar het spotje geeft wel weer welk type leiderschap nodig is. Wat hij heel duidelijk zei: we moeten het samen doen.’

Met andere wetenschappers heeft u in Nature Sustainability een stuk gepubliceerd over de coronacrisis. Jullie zeiden: uit de aanpak in de beginfase kunnen lessen worden getrokken voor het klimaat. Kunt u dat uitleggen?

‘In het begin van corona zag je heel duidelijk leiderschap. Er waren constant persconferenties waarin de premier en de minister van Volksgezondheid helder uitlegden wat de gevolgen van de pandemie waren. Ze verstrekten richtlijnen over wat wel en niet mocht en waarom. Bedrijven die dicht moesten, kregen overheidssteun, opeens waren er miljarden euro’s beschikbaar. Ze creëerden echt een gevoel van urgentie en slachtoffers werden gecompenseerd. Zo zou ook de klimaatcrisis aangepakt moeten worden.’

Er is één groot verschil: corona kwam plotseling op en klimaatverandering is een proces van vele jaren. Hoe kun je dan datzelfde gevoel van urgentie oproepen?

‘Dat klopt, er is een verschil tussen die twee crises, maar ik denk toch dat de overheid rondom klimaat een veel sterker gevoel van urgentie over het voetlicht kan brengen dan nu gebeurt. Het kabinet houdt zich zelf niet aan afspraken met de VN over broeikasgassen, die in 2020 minstens 25 procent omlaag hadden moeten zijn. Duurzaamheidsorganisatie Urgenda dwong de overheid via een rechtszaak zich meer in te spannen en won tot drie keer toe. Het is geen goed signaal tegenover de burger, die gaat ook denken: als de overheid zich niet eens aan klimaatafspraken houdt, waarom zou ik het dan wél doen?’

Met andere woorden: ons kabinet doet het op klimaatgebied niet goed?

‘Nee, er moet meer gebeuren als we de opwarming willen beperken tot 1,5 of twee graden. Er moet wereldwijd meer gebeuren, dat blijkt wel uit het laatste ipcc -rapport. We zitten nu al op 1,2 graden.’

Is er echt geen enkele leider op de wereld die optreedt zoals u zou willen?
‘Ik zie op regionaal niveau wel goede initiatieven. Je hebt de C40, dat is een netwerk van grote steden over de hele wereld die kennis met elkaar uitwisselen over hoe ze klimaatverandering kunnen tegengaan. Je hebt ook dat soort netwerken van bedrijven, zoals de World Business Council for Sustainable Development. Er gebeuren zeker goede dingen, maar we hebben een systeemverandering nodig, waarbij alle partijen tegelijkertijd in actie moeten komen.’

Hoe kijkt u tegen de klimaattop in Glasgow aan?

‘Het ging allemaal erg stroperig. Buitenstaanders zouden kunnen denken: zo urgent is het niet met dat klimaat. Er zijn wel wat goede afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over steun aan ontwikkelingslanden en bomenkap, maar het is duidelijk dat die niet voldoende zijn. Er is ook bepaald dat de subsidie voor fossiele brandstoffen op termijn gaat verdwijnen, maar dat is iets anders dan stoppen met die brandstoffen.’

Hoe komt het dat politici niet weten dat wij, de rest van de mensen, massaal bereid zijn iets te doen voor het klimaat? En dat ze dus in Glasgow gerust verdergaande maatregelen hadden kunnen nemen?

'Je moet wel heel principieel zijn om de trein naar Zuid-Spanje te nemen’

‘Ik steek mijn hand in eigen boezem. Er is heel veel gedragswetenschappelijk onderzoek dat raakt aan dit terrein en dat lijkt elkaar soms tegen te spreken. Gedragswetenschappers kunnen al dat onderzoek beter integreren, wij hebben nooit gezegd: alles bij elkaar is dit het beeld. Dat gaat nu gebeuren, in het derde deel van het ipcc -rapport dat volgend jaar verschijnt.’

Als leiderschap in de klimaatcrisis essentieel is, is het wel handig dat politici weten dat ze er niet om verketterd worden.

‘Dat klopt, het is onze taak om die informatie over te brengen. Daar zijn we mee bezig, we willen beter laten zien dat er draagvlak is voor klimaatmaatregelen.’

Hoe komt het dat uit de media en vooral de sociale media soms een heel ander beeld naar voren komt? Je leest best vaak termen als ‘klimaatdrammers’ en ‘klimaatwaanzin’.

‘Dat hoor ik vaker. Soms vraag ik iemand: hoeveel procent van de Nederlanders ontkent de klimaatcrisis, denk je? Dan komen er vaak veel hogere percentages uit dan die paar die het in werkelijkheid zijn.’

Als ik moest schatten: twintig procent.

‘Dan zit je nog aan de lage kant. Ik hoor ook wel: zestig procent. Er kan een simpele verklaring voor zijn: we vinden het moeilijk om heel hoge of heel lage percentages in te schatten. Ik denk dat het ook komt, en dat zijn we nu aan het onderzoeken, doordat de ontkenners prominent in het nieuws komen, en op sociale media overheersen ze helemaal.’

Media zeggen zelf dat ze de werkelijkheid willen weergeven, hoe kan het dat die niet altijd spoort met wat omgevingspsychologen zoals u hebben beschreven?

‘Dat is een interessante vraag, daar kan ik alleen over speculeren. Ik denk dat negatief nieuws verkoopt en het heeft ook te maken met hoor en wederhoor, alle standpunten moeten altijd aan bod komen.’

Zouden er minder klimaatontkenners aan het woord moeten komen?

‘Natuurkundige Robbert Dijkgraaf heeft gezegd: “Het voeren van een klimaatdiscussie is zoiets als discussiëren over de zwaartekracht.” Ik zie wel dat er iets verandert in de media, ze benadrukken steeds meer de noodzaak om de klimaatcrisis aan te pakken. Maar ze kunnen nog veel meer de feiten weergeven, in plaats van steeds die paar extremen aan het woord te laten.’

Maakt u zich wel eens zorgen over het klimaat?

‘Mensen onterecht de indruk geven dat ze mede zeggenschap hebben, werkt averechts'

‘Ik hou vast aan het feit dat we er iets aan kunnen doen. Dat kan, dat blijkt ook uit de ipcc -rapporten: we kunnen dit proces nog stoppen, maar dan moeten we snel actie ondernemen. In 2050 moeten we CO2-neutraal zijn en eerder moet de uitstoot al enorm afgenomen zijn. Ik zie het gevoel van urgentie toenemen, overal ontstaan klimaatinitiatieven, er is echt een verandering gaande, dus als we die nu eens verder kunnen aanzwengelen…’

Meer wil Steg niet kwijt over haar eventuele zorgen en evenmin praat ze over de vraag of ze zelf iets als zonnepanelen heeft of in een elektrische auto rijdt. ‘Of dat ik géén auto rijd, dat kan ook nog’, zegt ze met een lachje. Ze handelt zo in elk interview. ‘Ik onderzoek mensen en als ik dan heel expliciete standpunten heb, kan dat invloed hebben. Dan denken ze misschien: ze wil vast dit of dat van me horen. Of: ik zal haar eens even laten zien hoe het werkelijk zit.’

Ze studeerde in de jaren tachtig andragogiek in Groningen en volgde colleges bij hoogleraar omgevingspsychologie Charles Vlek. Door hem kreeg ze interesse in het vak, want hij verbond het met klimaat en milieuproblemen, wat in die tijd nieuw was. Ze promoveerde bij hem op de vraag hoe mensen zijn te motiveren tot minder autogebruik. Wat haar nog steeds aantrekt in het vak: dat ze wetenschappelijk onderzoek doet dat maatschappelijk wat te betekenen heeft.

U heeft eens gezegd: de omgeving bepaalt duurzaam gedrag. Zijn wij zo beïnvloedbaar?

‘Ja, we laten ons beïnvloeden door wat anderen denken en doen. Dat kunnen de buren zijn die zonnepanelen op het dak hebben, maar het kan ook het bedrijf zijn waar je werkt. Als dat duurzaamheid hoog in het vaandel heeft, in woord en daad, ben je geneigd om ook duurzaam gedrag te vertonen. Hetzelfde geldt voor de overheid: als die serieus werk maakt van duurzaamheid, doe je eerder mee. Nu word je nog vaak de verkeerde kant op geduwd. Vliegen is goedkoop omdat we er nauwelijks accijns over betalen en dat betekent dat het een aantrekkelijke optie wordt. Je moet wel heel principieel zijn om de trein naar Zuid-Spanje te nemen.’

Premier Rutte heeft eens over klimaatmaatregelen gezegd: ‘We moeten nog wel een leuk leven blijven leiden. We moeten nog gewoon kunnen barbecuen.’ Wat is het effect als onze leider dit zegt?

‘Hij haalt daarmee het hele gevoel van urgentie weg, plus hij suggereert dat straks niks meer mag – en dat is nog maar de vraag. Niet alle milieumaatregelen hoeven negatief te zijn. Ik heb onderzoek gedaan naar het systeem in Stockholm dat auto’s verplicht om te betalen als ze het centrum binnengaan. Wat bleek? Vooraf waren de inwoners negatief over de gevolgen, achteraf zeiden ze: o, de milieuproblemen zijn meer afgenomen dan ik dacht, de files zijn verminderd en de kosten vielen mee. Het is belangrijk als politici dit soort ervaringen uit andere landen delen.’

Nog even over draagvlak. Het Oost-Groningse dorpje Meeden is sinds vorig jaar ingesloten door 35 windmolens. De inwoners horen permanent gezoem, ze hebben een slagschaduw in hun tuin en ’s avonds branden er rode lampen boven hun hoofd. Sommigen worden helemaal gek. Hoe zouden ze intussen over klimaatmaatregelen denken?

‘Over het algemeen vinden mensen windenergie prima, maar in hun eigen achtertuin vinden ze het soms een probleem. Het draagvlak voor klimaatmaatregelen is er niet onder alle omstandigheden. De overheid moet rekening houden met zorgen van mensen en goed kijken hoe ze eraan tegemoet komt. Dat is heel vaak een kwestie van transparante en eerlijke besluitvorming.’

Dat is precies wat in Meeden niet is gebeurd. Iedereen daar kan vertellen dat er voor de vorm wat inspraakrondjes waren, maar de komst van de windmolens stond gewoon vast.

‘Dat is een schoolvoorbeeld van nepparticipatie. Je geeft mensen de indruk dat ze medezeggenschap hebben, maar dat hebben ze niet. Dat werkt averechts, natuurlijk, dan raken mensen het vertrouwen in bestuurders kwijt en zie dat maar eens terug te winnen. Nee, dit is de verkeerde manier. Je moet mensen echt meenemen in de besluitvorming en dat wil heus niet zeggen dat ze iets alleen goed vinden als het aan hun eigen wensen tegemoet komt. Ze snappen heus dat ze niet altijd hun zin krijgen, maar er moet wel serieus rekening met hen worden gehouden.’

Dus dat draagvlak voor klimaatmaatregelen is er alleen als mensen serieus worden genomen?

‘De burger moet erbij worden betrokken. Zie Frankrijk, waar na de protesten van de gele hesjes burgerraden kwamen die advies uitbrachten aan Macron. Aan hun voorstellen was duidelijk te zien dat ze niet alleen aan hun eigen belang dachten. De prijzen van tickets bijvoorbeeld hadden ook negatieve gevolgen voor henzelf, maar dat accepteerden ze. Daar blijkt wel uit: er moet veel meer worden gekeken hoe we sámen de klimaatverandering kunnen aanpakken.’