#2: Maurice Seleky

‘We kunnen er nu voor kiezen iets te betekenen’

Mounir Samuel praat de komende tijd vanuit huis met uiteenlopende mensen over hoe zij de coronacrisis ervaren en hoe ze zich de wereld voorstellen als het virus bedwongen is. In aflevering 2: schrijver, presentator en communicatiestrateeg Maurice Seleky.

‘De coronacrisis is een deus ex machina. Bij een nieuwe baan stap je altijd op een rijdende trein, maar in dit geval staat de trein voor een deel ook in brand - om het even dramatisch uit te drukken - en moet je gelijk ook meedenken over het blussen daarvan, voordat je verder kan rijden. Dat maakt deze start nu behoorlijk complex, maar tegelijkertijd biedt het natuurlijk ook kansen en mogelijkheden’, zegt auteur, presentator en communicatiestrateeg Maurice Seleky met enige ernst en tegelijkertijd geestdrift in de stem.

Seleky had zijn werkzaamheden als hoofd Marketing en Communicatie voor Pakhuis de Zwijger net afgerond om op 1 april te beginnen als hoofd Communicatie en Marketing voor het Amsterdam Museum en lid van het managementteam. Eigenlijk zou hij samen met zijn vriendin op een welverdiende vakantie zijn in Portugal. In plaats daarvan zit Seleky al twee weken thuis in zijn woning in de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord. Op een externe crisis van deze omvang bereidt geen tekstboek of werkervaring je voor. Het museum is dicht, zoals alle kunst- en cultuurinstellingen in het land. Evengoed is hij half officieus al wel begonnen en druk aan het broeden op intelligente concepten om het gesloten museum toch naar de Amsterdammer te brengen.

Op wat hardlopen na, netjes binnen de kaders van ‘het blokje om’, houdt Seleky zich braaf aan de regeringsvoorschriften. Hij is eerst verwoed Hollands aan het klussen geslagen. Maar na een week fair share of Netflix, nieuwsjunkiegedrag, tien keer stofzuigen, oude verhuisdozen uitpakken en boekenplanken in elkaar zetten is hij op de maatschappij gaan reflecteren. Vanuit zijn studeer- annex werkkamer met nu keurig geordende rijen boeken popelt hij om zijn inzichten te delen en heeft hij zowaar een lijst gesprekspunten voorbereid. Terwijl we praten, maakt hij verwoed aantekeningen. Dit is een man wiens scherpte en snelheid duidelijk nooit verslappen, zelfs niet wanneer hij over vertraging spreekt.

‘Ik bespeur zowel op micro- als macroniveau verschillende ontwikkelingen. Na de eerste onwennigheid en het besef dat de crisis toch echt een stuk langer gaat duren, kwam ik om met de band Toto te spreken tot het besef van “hold the line”. Discipline is heel erg belangrijk. Dus op tijd naar bed gaan, op tijd opstaan, iedere dag gewoon douchen, aankleden, andere kleren aan ook, parfum opspuiten, schoenen aan. Het soort zaken dat je normaal ook zou doen om een structuur voor jezelf te creëren. Datzelfde belang zie ik ook op macroniveau. Dat het vuilnis wordt opgehaald, dat de straten worden schoongemaakt, dat diensten en voorzieningen gewoon doorlopen. Zodra je daarvan afstapt ontstaat er onduidelijkheid, chaos, paniek en dan gaat het van kwaad tot erger.’

Net zoals zangeres en actrice Meral Polat heeft Seleky als auteur van de romans Ego Faber (2010) en Een tragedie in New York (2017) ervaringen met een vorm van kluizenaarschap. ‘Als schrijver had ik mezelf een gedisciplineerd soort ritme aangeleerd. Daardoor was het makkelijk om erop terug te vallen. Maar dit is ook iets wat de groten der aarde ons leren. Denk aan Nelson Mandela die decennialang opgesloten zat op Robbeneiland en in gevangenschap heel goed voor zichzelf bleef zorgen, altijd zijn oefeningen deed, bleef lezen wat hij kon. Nelson Mandela is wat dat betreft een voorbeeld, hij inspireert ons hoe je na 27 jaar isolatie niet gek wordt en toont hoeveel veerkracht je hebt als mens.’

‘Het schrikbeeld daarentegen is de situatie die ik heel treffend beschreven vind in het boek Stad der blinden van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago, waarin een onbekende stad geteisterd wordt door een heel besmettelijk virus waardoor iedereen blind wordt. Uiteindelijk zie je hoe binnen no time - ook door de aard van het virus waardoor niemand meer kan zien - de totale chaos uitbreekt en welk menselijk gedrag er dan naar boven komt. Het is trouwens een heel interessant boek, zeker in deze tijd, omdat het echt een parabel is over de condition humaine. Dat hele dunne laagje beschaving van de mens, dat zo wegvalt als er onverwachtse dingen gebeuren, zoals een pandemie. Dus om terug te komen bij de gedachte van hold the line, discipline is noodzakelijk voor zowel mens als maatschappij.’

‘Op dit moment komen de mooiste en de lelijkste kanten van de mens naar boven’, merk ik fijntjes op.

‘De invloed van tijd zal heel belangrijk zijn op deze crisis’, reageert Seleky direct. ‘Er zijn natuurlijk primaire overlevingsinstincten die nu naar boven komen, zoals hamstergedrag. Aan de andere kant hebben we ook primaire actie- en oplossingsgerichte initiatieven gezien, met allerlei hulpacties voor voedselbanken en het Rode Kruis. Die initiatieven komen voort uit eenzelfde soort overlevingsdrang.’ Seleky vertelt zelf ook aan de voedselbank te hebben gedoneerd en nog te broeden op een meer persoonlijke maatschappelijke bijdrage. ‘Maar op een gegeven moment - misschien is het dat nu al - wordt deze situatie een nieuwe realiteit. Dan ga je ook andere menselijke gedragingen zien, is mijn inschatting.’

‘Zoals?’

‘Na de eerste onzekerheden en overlevingsmechanismen zal er voor veel mensen een existentiële fase aanbreken, waarin langzaam maar zeker duidelijk wordt wat nu echt belangrijk is in het leven en wat er minder toe doet. Er wordt nu door velen gezegd: “Let maar op, over negen maanden zie je een baby boom”. Maar ik denk eerlijk gezegd dat die baby boom pas aan het eind van deze crisis komt. Dat zag je ook na de Tweede Wereldoorlog. Voor zo’n levensbeslissing is immers hoop en vertrouwen nodig. Overigens verwacht ik ook een boom op het gebied van kunst en cultuur. Boeken, films, muziek, theater. Als maker kun je bijna niet om dit thema heen. Door deze crisis en de economische gevolgen die deze zal hebben, zullen veel mensen belangrijke keuzes uitstellen, of anders maken dan ze wellicht hiervoor hadden gedaan. Zo denk ik dat heel wat freelancers die nu heel hard worden geraakt na deze crisis meer bestaanszekerheid zullen ambiëren.’

‘Terwijl ik tegelijk zie dat veel mensen met een vaste baan zich nu afvragen: waar werk ik eigenlijk voor?’ werp ik tegen.

‘Ja, dat ook. Mensen zullen gaan nadenken over hun eigen bijdrage aan de samenleving. Hoe inwisselbaar zijn ze eigenlijk? Hoe belangrijk is hun werk? Zeker door de aanmerking van vitale sectoren en essentiële beroepen zie je dat nu opeens hele andere werkzaamheden ertoe doen dan waaraan we als samenleving en overheid lang waarde hebben toegekend. Veel jongeren willen tegenwoordig influencer worden. Maar is dat op zichzelf een vitaal beroep? Of is het dat van bijvoorbeeld docent, wat veel jonge mensen kennelijk niet willen zijn?’

‘Je hebt het over een existentiële fase’, merk ik op. ‘Waarom spreek je niet van een existentiële crisis?’

‘Omdat ik ook denk dat er positieve effecten aan zitten. Voor sommige mensen zal het wel een crisis zijn waarin al het geloof in de maakbaarheid van het leven en de controle op het leven onderuit zal worden gehaald, maar zelfs dan is het een les in nederigheid en dankbaarheid. Met name vanuit de Nederlandse situatie. Ik realiseer me terdege dat enorm veel mensen het ook hier ongelofelijk moeilijk hebben of gaan krijgen. Ik denk daarbij ook aan de kwetsbaarste groepen, zoals ongedocumenteerde mensen, daklozen en veel ouderen. Maar afgezien van de medische en sociale heftigheid van deze crisis, blijken we economisch gezien een relatief sterk fundament te hebben, zeker in vergelijking met andere landen. Op basis van de lage staatsschuld blijken we een soort noodfonds van 90 miljard euro achter de hand te hebben, dat zelfs kan worden uitgebreid naar 200 miljard. Er is dus potentieel een groot vangnet. Daarnaast hebben we een enorm voorzieningenstelsel.’

‘Je zou maar onverzekerd en met slechte medische voorzieningen in New York wonen in plaats van Amsterdam…’, zeg ik.

‘Dat is dus een les in dankbaarheid voor het systeem dat we hier hebben opgebouwd, maar waar we dus ook heel goed voor moeten zorgen. Vandaar die discipline weer. Wij zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de democratie, de verzorgingsstaat, de overheid. Want het is wel weer heel duidelijk dat er maar iets hoeft te gebeuren of het hele systeem van onze globale economie en economische groei stort in. We zijn in Europa en de Verenigde Staten nog geen maand in deze crisis beland. En in razendsnel tempo blijkt alles wat onaantastbaar leek heel kwetsbaar te zijn.’

‘We waren echt aan het doordraaien met onze economische groei-groei-groei modus’, merk ik op. ‘Om het even heel cru te zeggen: er is een vreemde, onbekende griep - want dit virus had nog veel enger en gevaarlijk kunnen zijn - en wat blijkt: je wil opeens gewoon worden aangeraakt, je hebt nu wel heel veel waardering voor die onderbetaalde verpleger, je bent plotseling toch blij met al die boeren in dit land. Wat een paradigmashift.’

Seleky haakt direct aan. ‘Ja en denk aan de NPO. Het medialandschap was zo gefragmenteerd voor deze crisis, er was zoveel wantrouwen. Nu zie je wat de waarde is van zo’n instituut als de publieke omroep die toch zo objectief, neutraal en professioneel mogelijk de berichtgeving verzorgt. Bovendien blijkt opeens dat bepaalde programma’s toch heel verbindend zijn. In die zin is deze crisis een kans, al zeg ik dat heel voorzichtig. Want ik ben geen naïeve optimist. Tegelijk leert de historie ons dat de mensheid enorme crises zoals de Eerste en Tweede Wereldoorlog - waarbij tientallen miljoenen mensen zijn omgekomen en hele steden in puin lagen - heeft overleefd. Dus de mens gaat hier ook doorheen komen. Daar ben ik van overtuigd.’

We praten verder over de vraag of we nu aan het begin of het midden van deze crisis staan - het begin, schatten we beiden tenslotte in - wat de economische repercussies zullen zijn, wat er in de Verenigde Staten gebeurt en wat de gevolgen zijn als India en Afrikaanse landen massaal geïnfecteerd zullen raken, of het virus in vluchtelingenkampen (verder) voet aan de grond krijgt. Opmerkelijk hoe nuchter en rationeel we met vanzelfsprekendheid over reusachtige zaken praten waar we ons enkele weken geleden nog geen voorstelling van konden maken.

Seleky pakt zijn notities er weer bij. ‘Ik heb tegelijk ook nagedacht over de klimaatcrisis die op de achtergrond is verdwenen door deze coronacrisis. Heel opvallend hoe verschillend daarmee om wordt gegaan. Corona is heel tastbaar, terwijl het tegelijk een ongrijpbaar virus is, heel mysterieus ook. Alles wordt stilgelegd, alle hulpbronnen worden aangeboord en alles wordt in één keer omgegooid om die crisis te bezweren. Het is ongelofelijk wat voor innovatie en creativiteit ineens samenkomen. Maar er is ook een soort sluimerende klimaatcrisis en de wetenschap, overheden en burgers zijn best van de ernst daarvan doordrongen, maar die wordt blijkbaar toch niet urgent genoeg bevonden om dezelfde veranderkracht op gang te brengen. Sterker nog: de coronacrisis heeft effect op de klimaatcrisis omdat die nu op de lange baan wordt geschoven doordat noodzakelijke nieuwe klimaatmaatregelen worden uitgesteld. Dat verschil in benadering is ergens wel verklaarbaar, maar zet ook aan het denken. Want die klimaatcrisis is uiteindelijk ook super urgent, veel dodelijker voor honderden miljoenen mensen en zal op alle fronten een enorme impact hebben. En of de deadline nu in 2050 of in 2030 ligt, je spreekt feitelijk over overmorgen. Voor alle millennials en zillennials is dit een hele harde realiteit. Maar ook voor de generatie X, die nu volop aan de knoppen draait, is het hun oude dag. Kortom, ik begrijp dat de coronacrisis heel acuut is en dat we die nu moeten aanpakken, maar ik ben ook bevreesd over de impact die deze zal hebben op de bestrijding van de klimaatcrisis.’

‘Wat ook opvalt is de kwetsbaarheid van het politieke systeem’, vervolgt de grote orator. ‘Vóór de coronacrisis was het politieke landschap zowel nationaal als lokaal ongelofelijk gefragmenteerd met allemaal partijen die allerlei deelbelangen en niches vertegenwoordigden. Maar grote volkspartijen waren er niet meer. Deze crisis toont ons dat kleine gefragmenteerde partijen alleen niets voor elkaar krijgen. Je hebt slagkracht nodig, je hebt sterkere verbindingen nodig om verschil te maken. Hopelijk trekken ook politieke partijen zich dat aan, zodat ze over onderlinge verschillen heen kunnen stappen die als je uitzoomt vaak heel triviaal zijn. Wat is bijvoorbeeld het verschil - in essentie - tussen GroenLinks, de PvdA en een groot deel van de progressieve vleugel van D66? Waarom is dat nu niet één sterke progressieve partij? En datzelfde geldt ook voor andere partijen.’

‘Ja, want de coronacrisis heeft het nodig maar de klimaatcrisis heeft het zeker nodig’, zeg ik.

‘Ja precies. Het gaat echt om bredere interhumane verbindingen die nu nodig zijn. Sterke coalities met gedeelde waarden die het grote gebaar kunnen maken en zich richten op overeenkomsten in plaats van verschillen. In die zin is de coronacrisis in feite een voorbereiding van hoe we de klimaatcrisis moeten bestrijden. Die crisis is zo’n groot holistisch vraagstuk, dat het alleen met alle landen, politieke partijen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers kan worden aangepakt. Het is een gezamenlijke uitdaging. In die zin is de coronacrisis een les in gezamenlijkheid en solidariteit en daarmee hopelijk dus een voorbereiding - ook op een morele manier - van de aanpak van de klimaatcrisis.’

Hij wil alweer doorgaan naar het volgende punt als ik hem even stop. ‘Maurice, je hebt een heel puntenplan maar je had het over die existentiële fase. Welk persoonlijk inzicht heb jij opgedaan?’

Seleky is even stil. ‘Hele goede vraag’, zegt hij verlegen. Dan schraapt hij zijn keel en erkent enorm dankbaar te zijn voor zijn huis, nu hij daar zo aan gekluisterd is. ‘We worstelen naast alle problemen ook met een crisis op de woningmarkt. Ik realiseer me heel goed hoe fijn het is juist nu een prettig huis te hebben. Er zijn zoveel mensen die een huizenprobleem hebben, ook deze urgentie voelt extra nadrukkelijk in tijden van thuisisolatie. Ik heb nu een koopwoning maar ben hiervoor vaak verhuisd in Amsterdam. Ik weet hoe het is om even niet lekker in een huis te zitten. Dus dit is echt iets waar ik extra dankbaar voor ben.’

‘En ik sla het hebben van een partner, familie en vrienden hierin over, maar natuurlijk staan die als een vanzelfsprekendheid op nummer één. Op twee komt dan een eigen huis. En op drie, het internet! Hoe hadden we deze thuisisolatie ooit zonder al die communicatiemogelijkheden kunnen doen? Een dergelijke situatie is natuurlijk wel eerder voorgekomen tijdens de pest en andere plagen. Maar toen hadden ze dus niet die mogelijkheden tot deze mate van verbondenheid. Dus eigenlijk zou je kunnen zeggen: diezelfde interconnectiviteit die aan de wieg staat van dit virus, is tegelijk ook weer het antwoord erop. Dankzij het internet kunnen medici en wetenschappers over de hele wereld met elkaar communiceren, zijn burgers geëngageerd, kunnen we maatregelen met elkaar treffen, kunnen we de samenleving door laten draaien. Kijk, ik ben natuurlijk een vintage millennial’, zegt Seleky met een lach, ‘die de analoge tijden van de jaren tachtig nog heeft meegemaakt en die de komst van het internet heeft gezien en dus heel goed weet hoe de wereld er zonder het web uitzag.’

‘Dan hadden we dit gesprek niet zo gehad’, zeg ik, starend naar mijn scherm.

‘Precies en tegelijk erkennen we juist nu de analoge kant van de wereld weer. Want analoge activiteiten zoals boeken lezen, spelletjes spelen en schrijven zijn nu helemaal terug van weggeweest’, zegt Seleky als een volleerd evenwichtskunstenaar die aan alles twee kanten lijkt te zien. Maar dan begint hij over een andere, veel pijnlijkere dualiteit. ‘Enerzijds weet ik dat ik solidair en begripvol moet zijn met de ander, maar tegelijk betrap ik mezelf er ook op dat ik in de supermarkt terugdeins voor de ander. In hoeverre ben je echt solidair als de ander een digitale entiteit is waar je geld naar overmaakt, maar die je in het echt eigenlijk niet wil ontmoeten?’ vraagt hij zich hardop af. ‘Hoe langer dit duurt hoe heftiger dit wordt. Zeker als je lang geïsoleerd bent geraakt. Ik kan me voorstellen dat mensen gedesillusioneerd raken, teleurgesteld worden, depressief, verdrietig, machteloos, in een soort coronarouw belanden zoals mensen ook in klimaatrouw terecht zijn gekomen de afgelopen tijd. Er zullen allemaal heftige emoties bij mensen naar boven komen. Dit kan leiden tot het aanwijzen van zondebokken, dat je andere mensen of groepen gaat vermijden of dat nu ouderen of jongeren zijn, gezond of ongezond, binnenblijvers of buitenmensen’, zegt hij bezorgd. ‘Er zijn allerlei tegenstellingen te bedenken die ons juist nu van elkaar kunnen vervreemden, zeker als straks die zware economische klappen erbij komen. In een land als de Verenigde Staten waar mensen zich bewapenen en geen verzorgingsstaat is, kan het flink misgaan.’

Seleky is even stil. Voor het eerst lijkt hij naar woorden te zoeken. Dan vervolgt hij: ‘Na de Tweede Wereldoorlog waren er veel verhalen over de verzetshelden versus degenen die hadden gecollaboreerd. Daartussen zaten dan de meelopers en de stille meerderheid die blijkbaar niets had gedaan, vooral had overleefd. Ik kan me voorstellen dat als deze crisis “opgelost” wordt - ik verwacht niet dat er een schone uitkomst is, tenzij er razendsnel een vaccin wordt ontwikkeld dat gratis gedistribueerd wordt aan miljarden mensen in deze wereld - dat mensen uit hun huizen komen en zich afvragen: wat is mijn rol nu geweest? Wat heb ik bijgedragen? En omdat we nu nog aan het begin van dit alles staan, is dit vooral een uitnodiging. Wat willen wij hebben bijgedragen aan het grotere geheel? Dus niet zozeer voor jezelf, maar juist voor de samenleving? Want ook voor de mensen zonder vitaal beroep - we kunnen allemaal nu nog kiezen om iets te doen en te betekenen.


Deze serie is onderdeel van het boek Noodzakelijke gesprekken: Reflecties op een nieuwe wereld (september 2020, Uitgeverij Jurgen Maas).