7 augustus, Tokio. Sifan Hassan na het winnen van de 10.000 meter © Robin van Lonkhuijsen / ANP

American History X is een film waarin weinig valt te lachen. Het gaat over Derek Vinyard (gespeeld door Edward Norton). Hij radicaliseert na de moord op zijn vader, die er al racistische denkbeelden op nahield. Derek wordt de leider van een gewelddadige bende neonazi’s in Venice Beach en schiet twee zwarte mannen dood als die zijn auto proberen te stelen. Zijn broertje, die enorm naar hem opkijkt, is getuige.

In de gevangenis sluit Derek zich aan bij de Aryan Brotherhood, een andere gang van neonazi’s. Zie: allemaal ellende en drama. Tot hij een baan krijgt in het washok waar zijn enige collega de zwarte medegevangene Lamont is. In het begin spreekt Derek geen woord met hem, maar Lamont blijkt niet alleen een grappige man, ze leren elkaar tijdens het vouwen van onderbroeken en beddengoed steeds beter kennen en blijken meer overeenkomsten te hebben dan ze dachten. Ze missen allebei hun vrouw, zijn basketballiefhebbers, vinden de gevangenis vreselijk en worden moe van dezelfde bewakers. Derek beseft mede door het contact met Lamont en doordat hij gebrouilleerd raakt met de andere neonazi’s dat zijn racistische en op witte suprematie gestoelde gedachtegoed ‘bullshit’ is.

Natuurlijk, American History X is maar een film, maar dit is wel hoe de contacthypothese in de praktijk werkt, een theorie die bekend werd door Gordon Allport. De vermaarde Harvard-psycholoog schreef er in 1954 over in zijn boek The Nature of Prejudice. In het kort komt het erop neer dat als mensen uit verschillende (etnische) groepen contact met elkaar hebben, het zorgt voor minder vooroordelen en meer empathie. Daardoor neemt de angst voor ‘de ander’ af en helpt het om de dingen vanuit het perspectief van iemand uit een andere groep te zien.

Volgens Allport zijn er wel een paar voorwaarden. Zo moet er een gezamenlijk doel zijn, de omstandigheden vergelijkbaar en een min of meer gelijke status. Een goed praktijkvoorbeeld zijn voetballers van allerlei afkomsten die prima met elkaar kunnen opschieten en begrip voor elkaar hebben, meer dan gemiddeld, door alle uren die ze dagelijks met elkaar doorbrengen in de kleedkamer en op het voetbalveld en doordat ze samen moeten winnen. Ze hebben een gezamenlijk doel.

De contacthypothese wordt ook gestaafd met onderzoeken. Nog voor het afschaffen van de segregatie en na de Tweede Wereldoorlog vochten zwarte en witte soldaten uit de Verenigde Staten voor het eerst samen en dat bleek eigenlijk tegen de verwachtingen in helemaal niet verkeerd te gaan. Het Amerikaanse leger onderzocht vervolgens hoe er werd aangekeken tegen gemengde compagnieën en de uitkomst was veelzeggend: van de militairen die nog in een volledig witte groep zaten zei 62 procent het ‘heel vervelend’ te vinden als het zou worden gemengd. Van de militairen die al samen met zwarte soldaten in een compagnie zaten, vond maar zeven procent het vervelend.

Moet Sifan Hassan een soort publieke inburgeringscursus doen?

Allport zelf, die in 1967 overleed, hield nog een slag om de arm, twijfelde of hij niet te naïef was door te denken dat contact een toverformule was. Er waren toch ook voorbeelden van mensen die elkaar tegenkwamen zonder dat het naar meer verdraagzaamheid leidde? Maar sinds het verschijnen van zijn onderzoek is keer op keer geprobeerd empirisch te testen of vooroordelen inderdaad verminderen als mensen uit verschillende groepen contact krijgen. In 2006 hebben Thomas Pettigrew en Linda Tropp de resultaten van ruim vijfhonderd onderzoeken op dit vlak (en zo’n 250.000 onderzoeksdeelnemers) bijeen gebracht en zij zagen dat de contacthypothese overeind bleef.

Sifan Hassan komt in 2008 vanuit Ethiopië naar Nederland. Ze is alleen, door haar moeder naar Europa gestuurd voor een beter bestaan. Sportliefhebbers krijgen haar in het vizier als ze in 2013 Europees kampioen veldlopen wordt voor atleten tot 23 jaar. Hardlopen deed ze al in Ethiopië, maar op een recreatief niveau. In Nederland pakt ze de sport pas serieus op.

Het grote publiek leert haar in de jaren daarna kennen, als ze prijs op prijs pakt en record na record loopt. Haar palmares is ronduit indrukwekkend. Hassan is dan al genaturaliseerd tot Nederlander, een proces waarbij ze geen voorkeursbehandeling kreeg vanwege haar topsportstatus.

Er zijn weinig Nederlandse atleten die tot de wereldtop behoren en dus valt ze in positieve zin op, zeker als ze in 2019 wereldkampioen wordt op de 1500 meter en de 10 kilometer. Een unieke prestatie.

Na elk succes duikt ze even op in Nederlandse huiskamers, met een microfoon voor haar gezicht. Wat ook helpt: Hassan is goedlachs, heeft iets ontwapenends over zich. Interviews met haar zijn leuk om te zien. Maar goed, wie zou er niet vrolijk zijn als kersverse wereldkampioen?

Als je een ‘goede migrant’ bent, wordt de rode loper voor je uitgerold

En dan breekt de belangrijkste week uit haar carrière aan. Ze heeft zichzelf een doel gesteld, iets wat nog geen atleet eerder heeft gedaan. Hassan wil op drie afstanden voor goud gaan op de Olympische Spelen: de 1500 meter, de 5000 meter en de 10.000 meter.

Na de eerste finale loopt ze met haar armen gespreid over de meet en prevelt wat in zichzelf. Ze. Heeft. Het. Gedaan. Haar ogen zijn groot van verbazing, alsof ze niet kan geloven dat ze de beste is en dat zorgt weer voor verbazing bij de miljoenen televisiekijkers voor wie dat geen twijfel lijdt. Zij hebben een fenomeen aan het werk gezien. Heel Nederland leeft al tijden met haar mee. Wat een vrouw, wat een atleet.

Na het behalen van haar eerste gouden olympische medaille gaat Hassan op haar knieën en buigt met haar bovenlijf naar de grond, maar verder valt er weinig te zien, omdat ze verstopt zit onder de Nederlandse vlag. Er zijn mensen die er iets symbolisch in zien: de islamitische vrouw die de vlag van haar nieuwe land als een hijab om haar hoofd heeft gedrapeerd. Bij interviews na afloop herhaalt ze: alhamdulillah (dank aan god). Wat we dan nog niet weten, is dat ze nog twee olympische medailles op haar naam zal schrijven: nog een gouden en een bronzen.

In plaats van dat het na afloop alleen over haar fenomenale prestatie en haar gouden plak op de 5000 meter gaat, gaat het zoals altijd bij mensen met een migratieachtergrond (en al helemaal als ze zijn gevlucht uit hun vaderland) over haar afkomst en verleden. Het gaat over de interviewer die haar vraagt of ze Snollebollekes kent, waar massale verontwaardiging over is en waar menigeen racisme in ziet. Moet de voormalig vluchteling een soort publieke inburgeringscursus doen of is het gewoon een onhandige vraag? Daar komt een stuk uit het AD bovenop, waarin een verslaggever het heeft over een bevlogen pratende Hassan, ‘bij vlagen in dat aanstekelijke brabbeltaaltje’. En dan quote hij Hassan: ‘Nu pijn niet meer. Geen excoes. Bla-bla.’ Het zorgt voor een massale boosheid, waarbij opiniemakers ter rechterzijde zelfs spreken van intrinsiek racistisch.

Sifan Hassan kennen we en hoewel het eenzijdig is en niet volledig volgens de contacthypothese, hebben we veel ‘contactmomenten’ met haar gehad. We hebben al tijden met haar meegeleefd, hebben haar tal van medailles zien winnen, tal van interviews zien geven. We hebben haar leren kennen als iemand voor wie niemand bang hoeft te zijn, die openlijk moslim is, en wier succes afstraalt op Nederland. ‘I am not the greatest’, zegt ze na haar derde medaille tegen het AD, nadat ze zo is genoemd door de bbc. ‘Ik ben gewoon een mens die haar hart volgt. Ik wil gewoon laten zien en zeggen: iets wat moeilijk is, is moeilijk, maar het kan wél. We kunnen meer dan we denken. Ik geloof daarin.’

Het is allemaal waar: het is stuitend en veelzeggend hoe er op Hassan wordt gereageerd. Als je een ‘goede migrant’ bent, wordt de rode loper voor je uitgerold en hoef je niet op te rotten. Hoewel ze al dertien jaar in Nederland woont, wordt haar afkomst en verleden als vluchteling er continu bijgehaald. Net zoals het ook tenenkrommend is om Hassan voor je activistische karretje te spannen om vooral aan te tonen dat Nederland door en door verrot en racistisch, seksistisch en homo- en transfoob is. Het is maar een kleine groep, en moeten we die aandacht geven?

Toch één ingezonden brief in misschien wel de beste krant van Nederland: ‘Met alle respect en bewondering voor “onze” Sifan Hassan – sinds 2013 Nederlands staatsburger – vraag ik haar nu al haar energie te stoppen in de uitspraak van de Nederlandse taal. Spreken is zilver. Ook een mooie kleur toch?’

Het is ook veelzeggend en hoopgevend hoe er op dit soort reacties wordt gereageerd. Er is een steeds grotere groep die vindt dat je bij iemand die niet in Nederland is geboren of aan mensen met een migratieachtergrond geen hogere (of lagere) eisen moet stellen. Er zijn steeds meer Nederlanders, en zeker de jongere generaties, die de contacthypothese dagelijks in de praktijk brengen op school, het werk, de sportclub of waar dan ook. En dat heeft niet alleen tot gevolg dat ze elkaar beter leren kennen en begrijpen, maar ook dat ze zich samen laten horen tegen onrecht. Kijk naar de protesten vorig jaar tegen racisme en voor zwarte levens. Het heeft iets veranderd. En natuurlijk roept die vooruitgang weerstand op, zoals dat altijd gebeurt. Maar kijk ook naar de ‘intrinsiek racistische’ reacties op Sifan Hassan. En misschien nog beter: naar de reacties op de ‘intrinsiek racistische’ reacties. Als het iets laat zien, is het dat het steeds minder gepikt wordt. En dan vooral door mensen die de contacthypothese in de praktijk brengen.