Weekboek Deh Rawod

‘We laten mensen niet in de steek’

Vanuit het Isaf-kamp bij Deh Rawod strijden Nederlandse militairen met de Taliban én doen opbouwwerk.

DEH RAWOD – Woensdag 5 september. Op de stafkaart staan met zwarte stift plaatsnamen geschreven. Het zijn de plekken waar de Afghaanse politie haar posten heeft, bedoeld om de Taliban uit het gebied te houden. Door drie ervan staan dikke rode kruizen. Die posten zijn niet meer. Ze zijn gevallen, nadat honderden Talibanstrijders vanuit het zuiden het gebied zijn binnengestroomd. Gedurende de dag komen berichten binnen over nog vier posten die omsingeld zijn door de Taliban.

De stafkaart hangt in een gepantserde container op Camp Hadrian, het Nederlandse Isaf-kamp net ten zuiden van het plaatsje Deh Rawod. Op de kleine basis zijn enkele honderden Nederlandse militairen gelegerd. Volgens compagniecommandant kapitein Erik zijn nu ongeveer duizend Talibanstrijders in zijn gebied. Tarin Kowt, waar zich het hoofdkwartier van de Nederlandse Isaf-militairen bevindt, ligt op ongeveer een kwartier vliegen per helikopter naar het oosten. Wie versterkingen met pantserwagens en zwaar geschut wil aanvoeren, moet over land. Dan duurt de reis vele uren. De bergen tussen Tarin Kowt en Deh Rawod zijn ruig en onbedwingbaar.

Vandaag voltrekt zich wat een officier hier ‘het zwartste scenario’ noemt: een gecoördineerde Talibanaanval vanuit het noorden en het zuiden. Zeven Afghaanse controleposten worden omsingeld. Sommige vallen meteen, andere houden stand. Opvallend is dat bij de meeste politieposten niet hard wordt gevochten. De agenten zijn hulpagenten. Ze zijn slecht getraind, slecht bewapend en ze verdienen maar zeventig dollar per maand. Een deel van hen is al maanden niet uitbetaald.

Donderdag 6 september – Bij dageraad rukken Nederlandse eenheden op. In het zuiden komen zij niet in actie, maar nemen positie in op een heuvel. Daar zien ze hoe de ene na de andere post zich overgeeft aan de Taliban. In het noorden, bij Cutu, vallen de Nederlanders aan. Ze worden beschoten met mortieren, rpg’s (raketgranaten) en automatische wapens. Ze vechten terug en schakelen onder meer een spotter uit die vanuit de versterkte post het mortiervuur leidt. ’s Nachts wordt voorpost Volendam, zes kilometer ten noorden van Camp Hadrian, aangevallen met mortieren en raketgranaten. Tijdens de gevechten vallen geen Nederlandse slachtoffers.

Vrijdag 7 september – De post van commandant Abdul Rahim is gevallen. Eén agent is gedood. De vrouwen en kinderen van Palawan, de commandant van de post bij Cutu, waaruit hij zich dan al heeft teruggetrokken, werden beschermd door Abdul Rahim. Ze worden gegijzeld door de Taliban, maar uiteindelijk vrijgelaten. Onduidelijk is wat Palawans tegenprestatie is geweest. Abdul Rahim en zeven agenten zijn eveneens ontvoerd. Over hun lot is niets bekend.

Kapitein Erik benadrukt dat van een volledige omsingeling geen sprake is. Er is nog één uitvalsweg open, de weg die door de Murchaypas voert. Een maand geleden hielden de Taliban de in- en uitgang van de pas bezet. Nu wordt de weg open gehouden door de mannen van Matiyula, de commandant van de highway police die berucht is om zijn vechtlust. Volgens de onafhankelijke Afghaanse mensenrechtencommissie aihrc in Kandahar neemt hij het niet al te nauw met de mensenrechten. Maar daar maalt op dit moment niemand om: Matiyula’s weg is de enige route waarlangs versterkingen kunnen worden aangevoerd.

Zaterdag 8 september – Er zijn drie rode kruizen op de stafkaart bijgekomen. Op dit moment is nog één post, Dizak Ferry, in handen van de Afghaanse politie. Daar vecht commandant Quari, plaatsvervangend hoofd van politie, met veertig man. Verbeten houden ze stand. Een Nederlands peloton vecht mee met de agenten. De post mag niet verloren gaan. Het is een strategisch punt in dit deel van Uruzgan, dat wordt gedomineerd door de Helmandrivier. In Dizak kan die worden overgestoken met een pontje. In juli mislukten pogingen van de Taliban om elders de rivier over te steken. Tientallen strijders verdronken. Camp Hadrian ligt aan de kant van de rivier die de Taliban tot nog toe moeilijk konden bereiken. Een ander strategisch punt aan de Helmand is opgegeven. De controlepost aan de doorwaadbare plaats bij Cutu, die werd bewaakt door de mannen van Palawan, is nu verlaten. Een Nederlands peloton probeert te voorkomen dat groepen Talibanstrijders de rivier over trekken.

De Taliban komen dichterbij, maar er is geen spoor van paniek op Camp Hadrian. De meeste pelotons zijn buiten, aan het vechten. De achtergebleven collega’s vertellen dat ze op deze situatie zijn voorbereid. ‘Dit is een prima kamp. We zijn hier veilig.’ Kapitein Erik verwacht geen directe aanval op Camp Hadrian. ‘Hooguit krijgen we wat mortiervuur. Dat is geen probleem voor onze gepantserde containers. Op Volendam is minder beschutting. Daar heb ik een eenheid naartoe gestuurd die dat aan kan.’

’s Avonds is er ontspanning: de voetbalwedstrijd Nederland-Bulgarije per satelliet. De sessie wordt voorafgegaan door een karaokeavond, ondanks de doffe klappen van de pantserhouwitser. Die is sinds woensdag in actie.

De bevolking in Deh Rawod is onrustig. Er trekken families weg, uit angst voor de Taliban. Net als eerder in Chora is Nederland bereid te vechten in Deh Rawod. ‘We laten de mensen niet in de steek. Wij doen er alles aan om Dizak Ferry te behouden’, zegt kapitein Erik. De verdediging richt zich op de ‘groene zone’, het vruchtbare gebied in de omgeving van Deh Rawod, waar 75 procent van de bevolking woont. In de voorgaande maanden werd de inktvlek uitgebreid tot het zuiden van het district. Dat gebied wordt nu losgelaten. Erik: ‘Het zuiden erbij nemen was te zwaar. Nu doen we een stap terug om hopelijk later weer een paar stappen vooruit te doen.’

’s Nachts wagen Talibanstrijders een aanval op Luy Pul, een checkpoint bij een brug op enkele kilometers van de basis. Ze worden beschoten met mortieren en teruggedrongen.

Zondag 9 september – Het is vrij rustig. We sluiten ons aan bij een patrouille richting Volendam. De voorpost ligt op een heuvel, zes kilometer van Camp Hadrian, en vlak bij Cutu. ‘Hier knalde hij d’r in’, zegt luitenant Alex. Hij wijst op een hesco (bak met zand of grind waarmee verdedigingswallen gebouwd kunnen worden), waarvan de huid gescheurd is. Zand en stenen zijn eruit gelopen. ‘Een metertje hoger en we hadden een uitdaging gehad.’ Achter de hesco’s stond een pantserwagen die erboven uitstak. Die kan wel een rpg verdragen, maar niemand zit te wachten op een voltreffer. Alex wijst op een vervallen gebouwtje halverwege de heuvel, op ongeveer honderd meter. ‘Daarvandaan schoten ze. Het is een oud moskeetje, dus we hebben het niet vernietigd.’ De beschieting met één rpg, een paar slecht gerichte mortiergranaten en wat kalasjnikovkogels richtte weinig uit, maar toont wel hoe dichtbij de Taliban inmiddels durven komen.

Het kamp is opgeslagen binnen de muren van wat een ‘multifunctionele qala’ had moeten worden. Een qala is een ommuurd Afghaans huis met een aantal vertrekken en een apart gebouw voor gasten. Het was de bedoeling dat Afghanen die iets wilden van Isaf hier ontvangen konden worden op de Afghaanse manier. Met groene thee en snoepjes. Maar het enige wat sinds december is voltooid, is de muur.

De mannen op Volendam zijn relaxed. Ze zijn wel wat gewend. Een deel van hen zit te dobbelen. Wie de gelegenheid heeft om te rusten, rust. Wie tijd heeft om te eten, eet. Je weet nooit wanneer de volgende aanval komt. En dan kun je maar beter fit zijn en wat in je maag hebben. Er wordt intensief wachtgelopen en het radioverkeer van de eigen troepen wordt constant beluisterd. Er klinken krakende militaire berichten over de strijd rond Alexander Hill in het zuiden. Daar gaat het flink tekeer. Herhaaldelijk wordt Volendam opgeroepen. De oproeper krijgt dan onmiddellijk antwoord en indien nodig ondersteuning. Afgelopen vrijdag kwamen militairen van Volendam die in de buurt patrouilleerden terecht in een vuurgevecht met Talibanstrijders waarbij werd geschoten op vijftig meter afstand. ‘Dat was erg dichtbij’, zegt Alex. ‘We hadden ze al zien lopen aan de overkant van de Helmand, bewapend.’ Hij mocht het vuur toen niet openen. ‘We zijn wel érg voorzichtig’, verzucht hij.

Het Nederlandse provinciaal reconstructieteam (prt) in Deh Rawod verricht het leeuwendeel van zijn opbouwwerk in de groene zone. De Taliban hebben er de mensen gewaarschuwd binnen te blijven. In het gehucht Dewanawargh zien we toch mensen aan het werk op de akkers. In de schaduw van wat sinaasappelbomen praat kapitein Willem van het prt met een leider van de plaatselijke militie. ‘Jullie verwachten dat wij het opnemen tegen de Taliban. Maar wij hebben alleen kalasjnikovs. Jullie hebben vliegtuigen en pantserwagens. Waarom zijn jullie ons zo laat te hulp geschoten?’

‘Wij hebben juist jullie hulp nodig’, zegt kapitein Willem, ‘en die van jullie politie en overheid. Wij hebben hier niet genoeg militairen.’

Maandag 10 september – Er staat een bericht in de krant over de Taliban, die zeggen bereid te zijn te onderhandelen met de regering in Kabul. President Karzai roept hen al geruime tijd op om rond de tafel te gaan zitten. ‘Oorlog is een voortzetting van de politiek met andere middelen. Uiteindelijk zal ook in dit conflict een politieke oplossing gezocht moeten worden. We kunnen de Taliban nooit helemaal vernietigen’, zegt kapitein Lodewijk. Hij is commandant van het prt in Deh Rawod. De situatie lijkt zich te stabiliseren, de gevechten nemen af. Maar waar zijn de Taliban?

Volgens districtschef Haider Khan, die zich op de basis meldt, bevinden ze zich al in de groene zone, bij Dewanawargh. ‘Ze verspreiden geruchten’, zegt hij. ‘Ze zeggen dat het hoofd van politie en ik het gebied verlaten hebben. Maar hier zijn we.’ Naast Haider Khan zit Ghani, hoofd van politie in Deh Rawod. Beide mannen hebben een Thuraya-satelliettelefoon voor zich op tafel staan. Ghani lacht veel, maar zegt weinig. Haider Khan: ‘Met die verhalen proberen de Taliban de bevolking angst aan te jagen. We moeten laten zien dat wij sterker zijn. Laten we samenwerken en hen aanvallen.’ Hij zal niet wijken van zijn post, zegt hij. ‘Ik sterf liever in het districtscentrum dan dat ik vlucht.’

Dit artikel is door Defensie gecontroleerd op operationele informatie. De gegevens konden niet voorgelegd worden aan onafhankelijke of Afghaanse bronnen.