Afrekenen met de Haagse mores

‘We laten ons gek maken, vooral door onszelf’

In 2009 werd Jesse Klaver namens het CNV het jongste SER-lid ooit. Ruim een jaar geleden, op zijn 24ste, kwam hij in de Tweede Kamer voor GroenLinks. ‘Dat gaan we eens helemaal anders doen.’

Verkeerde angsten
‘Ik ben niet bang voor wat er in Europa en de wereld gebeurt, maar het zijn wel enge tijden waarin wij leven. Er gaat iets groots gebeuren, maar wij zien het nog niet. Je kunt het vergelijken met de tijd vlak voor de Tweede Wereldoorlog, waarmee ik overigens niet wil zeggen dat er oorlog komt. In het boek De eeuw van mijn vader beschrijft Geert Mak hoe ouders eind jaren dertig hun kinderen vanuit Nederlands-Indië naar Nederland stuurden uit angst voor de veroostersing. Ze zagen de oorlog niet aankomen.
Ik denk dat wij nu ook de verkeerde angsten hebben. De huidige generatie politieke leiders is van relatief kort na de Tweede Wereldoorlog en opgegroeid met de idee dat het bij vooruitgang gaat om materialistische zaken. De angst is dat we die welvaart gaan verliezen, maar in mijn ogen is dat niet het grootste probleem. De welvaart hier is al groot, een beetje minder zal aan niemands geluk afbreuk doen.
De grote vragen van nu zijn: hoe verdelen we de welvaart? Wat betekent het geopolitiek als aan de meest oostelijke grens van Europa, in Griekenland, onrust ontstaat? De oude leiders zitten nog in het oude discours. Zij blijven vooral streven naar het herstel van de economie. Maar een economische groei in Griekenland van zeven procent die nodig is om uit de problemen te komen, is niet realistisch.
Ik ben juist lid geworden van GroenLinks vanwege de fundamentele kritiek op het huidige economische denken. De oude leiders blijven aandeelhouderswaarde belangrijk vinden. De grote bedrijven in Nederland die nu mensen ontslaan hebben best nog vet op de botten, maar ja, de winst voor de aandeelhouders zou eens wat minder kunnen worden. We moeten toe naar een andere manier van denken, mét de daarbij horende regels, bijvoorbeeld dat banken moeten investeren in mensen die écht willen ondernemen en niet meer in gekke financiële producten.
Mijn generatie streeft veel meer naar immateriële waarden. Je ziet steeds meer dat mensen voor zichzelf beginnen, thuis of in bedrijfsverzamelgebouwen. Daar worden diensten uitgewisseld: zangles in ruil voor het vertalen van een tekst. Het gaat niet alleen maar om de winst uitgedrukt in geld, maar om de meerwaarde. Mijn generatie wil een ontspannen samenleving. Ik vind ook dat we die kant op moeten.’

Dogma’s en schelden
'Wat ik ontzettend moeilijk vind, zijn de dogma’s in de politiek. Bij de PVDA en de SP zijn ze verontwaardigd als het gaat over vernieuwing op de arbeidsmarkt. Bij de VVD en het CDA heb je heilige huisjes zoals de hypotheekrenteaftrek en de vergroening van de belastingen.
Kijk naar de discussie over de Nederlandse identiteit. Die vind ik enorm belangrijk. Niet omdat je er het begrotingstekort mee oplost, maar omdat je er een gezamenlijke toekomst mee onder woorden brengt. Ook in die discussie zie je weer die dogma’s. Rechts heeft het alleen over de hoogtepunten in de Nederlandse geschiedenis, links ziet vooral het negatieve in die geschiedenis. Ik ben oprecht trots een West-Europeaan en een Nederlander te zijn. Dat mag je vragen van de mensen die hier wonen. Maar ik wil niet terug naar het verleden en poets ook de negatieve kanten van de geschiedenis niet weg.
Ik heb ook moeite met de tegenstelling die wordt gecreëerd tussen individualisme en samen ergens voor gaan. Je hebt altijd anderen nodig, het is niet ikke-ikke-ikke. Ik kan het individu zijn dat ik ben, omdat ik blind kan vertrouwen op mijn familie, op mijn vrienden en op mijn vriendin.
Op bijeenkomsten met veel generatiegenoten merk ik dat ook zij moeite hebben met die dogma’s. Zij vinden het niet relevant of iets links of rechts is, of het VVD- of PVDA-beleid is. Dat realiseren zij zich niet eens. Zij willen goed beleid.
Ik haal op bijeenkomsten wel eens filosofen aan zoals de vooral door de liberalen gekoesterde Adam Smith of Amartya Sen. Dan wordt door ouderen tegen mij gezegd dat ik dat niet kan maken als GroenLinkser. Maar dat boeit me niet. Daar is mijn eigen generatie niet mee bezig.
Ik heb ook steeds meer moeite met het op de persoon spelen in de politiek. Ik kan zelf ook best schelden, heb ook geen moeite met het woord flapdrol, ik ben heus niet roomser dan de paus. Maar die opgewondenheid gaat ten koste van de relaties en die zijn belangrijk voor de samenwerking in de Nederlandse politiek. Je moet niet hard zijn op personen, maar op de inhoud. Toen ik net in de Kamer zat, probeerden collega’s en bewindspersonen mij klein te spelen: och, menneke. Maar daar merk ik nu niet veel meer van, al probeert een enkele bewindspersoon het nog wel eens. Het is een trucje. Ik vind dat je in de politiek je opponent de ruimte moet geven. Ruimte om een draai te maken. Natuurlijk is politiek een strijd. Natuurlijk moet je hard debatteren over verschillende meningen. Maar nogmaals, je moet hard zijn op de inhoud, maar het de ander gunnen tot inzicht te komen.
Stel dat de VVD tot het inzicht komt dat er iets moet gebeuren aan de hypotheekrenteaftrek. Ga ik dan zout in de wonde strooien, zoals in Den Haag gebruikelijk is? Ga ik de VVD dan de maat nemen? Ik heb het zelf in het afgelopen jaar ook wel eens gedaan, maar ik vind het onprettig. Ik wil afrekenen met die Haagse mores.’

Paard van Troje
'Zoals de vakbonden nu opereren, is het snel afgelopen met ze, ze vergrijzen te veel. Ik ben zelf bestuurslid geweest bij het CNV, ik geloof echt in het verenigen van werknemers, ook jongere werknemers. Ik geloof ook echt in de polder, die is goed om onrust in de samenleving te voorkomen.
Maar de fout van de vakbonden is dat ze veel te veel op de stoel van de politiek zijn gaan zitten. Daarmee graven ze hun eigen graf. Toen de politiek de verhoging van de AOW-leeftijd op het bordje van de vakbonden legde, werd daarmee het paard van Troje binnengehaald. De politiek gaat over de verhoging van die leeftijd. De vakbonden hadden toen moeten zeggen: onze taak is ervoor te zorgen dat individuele werknemers tot hun pensioen in waardigheid kunnen werken. Maar ze zijn alleen maar bezig geweest met het veiligstellen van het eerder stoppen met werken.
Kijk naar het vitaliteitspakket dat is bedoeld om vrij te kunnen nemen als er thuis gezorgd moet worden voor iemand of om in deeltijd met pensioen te kunnen gaan, zodat er uiteindelijk tot op latere leeftijd doorgewerkt kan worden. In het overleg is dat vitaliteitspakket toch weer ingezet om er gebruik van te kunnen maken om vervroegd uit te treden. De vakbonden verdedigen daarmee de status-quo.
Onlangs was ik bij een hoorzitting over pensioenen. Daar was ook FNV Bouw. Die vertegenwoordigt het deelbelang van de bouwvakkers die op hun 65ste willen stoppen met werken. Zij kijken te veel alleen naar zichzelf. Ik geloof dat ik ze dat kwalijk neem. Ik geloof toch in zoiets als het algemeen belang. Maar mijn boosheid richt ik niet op hen. Ik krijg er energie van en denk: dat gaan we eens helemaal anders doen.
Ik snap dat mensen angst hebben voor verandering, maar je moet mensen het vertrouwen geven dat ze er niet alleen voor staan. Ik was een keer bij een bijeenkomst waar ik toch een partijtje werd aangevallen over die “neoliberale” idealen van GroenLinks. Het ging over het ontslagrecht. Ik werd echt de les gelezen. Maar toen ik wegging, kreeg ik een staande ovatie. Ik gaf het voorbeeld van een vrachtwagenchauffeur die werd ontslagen en dolgraag les zou zijn gaan geven aan een rotjong, zoals hij dat zelf noemde. Dan kun je wel alleen focussen op de hoogte van de ontslagvergoeding voor die man, maar hij zei zelf: had ik dat geld voor die vergoeding in het verleden maar kunnen investeren in een opleiding.
Dat geven van vertrouwen vind ik de taak van een politicus. Je kunt in deze tijd telkens zeggen: jeetje, we verliezen als Nederland onze positie in de wereld. Maar je kunt ook zeggen: we werken aan de positie van Nederland in de wereld. Natuurlijk moet je dan ook uitleggen wat de risico’s zijn.
Politici vluchten zo snel in beleid, je moet durven inspireren. En dat is meer dan alleen maar zeggen: ik heb een stip op de horizon. Politici schetsen veel te weinig perspectief. We beginnen ook vaak met het doel, in plaats van met de analyse. Maar waarom doen we iets ook alweer? Neem de huishoudtoets in de bijstand. Ik vind dat geen slimme maatregel voor het doel dat ermee wordt beoogd: het aanpakken van fraude om de solidariteit in de samenleving te borgen. Fraude aanpakken kan namelijk al, daar heb je geen nieuwe regels voor nodig. Maar ik deel niet de morele verontwaardiging die SP en PVDA hebben over de maatregel. Mensen die willens en wetens niet meewerken, die moet je hard aanpakken.’

Gek maken
'Ik heb gemerkt dat de politiek een eigen logica heeft. Het is lastig om niet mee te gaan met de hypes en het gedoe. Dat is altijd het gevaar als je ergens middenin zit. Maar in Den Haag dendert het maar door. We laten ons gek maken. Vooral door onszelf. Het is een grote ratrace. We reageren allemaal op hetzelfde.
Ik heb me heilig voorgenomen om te blijven proberen rustig te blijven, om me af en toe terug te trekken en te reflecteren of met anderen te praten en te discussiëren. Maar ik merk dat dat ontzettend moeilijk is. Toch wil ik werken aan mijn eigen agenda.
Zo komen er bijeenkomsten onder de naam Klaver in je Huiskamer. Te beginnen in de huiskamers van de mensen die mij vorig jaar graag in de Tweede Kamer wilden hebben. Die nodigen tien mensen uit in hun huiskamer en dan gaan we samen in gesprek. Je kunt wel twitteren en zo, maar de nieuwe social media leiden voor mij persoonlijk te weinig tot echte conversatie.
Ik voel me de vertegenwoordiger van een nieuwe generatie in de politiek, maar dan breed geformuleerd voor iedereen die op zoek is naar nieuwe politiek. Geert Wilders van de PVV staat niet meer voor nieuwe politiek, hij is voor mij oude politiek, de politiek van de afgelopen tien jaar. In die jaren is de politiek aanzienlijk veranderd, daarin heeft Wilders een groot aandeel gehad, maar aan het tijdperk van die politiek van verdeeldheid begint een einde te komen.
Het politieke spectrum is aan het veranderen. Op een bijeenkomst in Heerenveen werd laatst tegen mij gezegd dat ik meer moet samenwerken met de SP en de PVDA. Ik zeg dan: de termen socialisme en liberalisme zijn termen uit de oude status-quo. Ik wil met iedereen samenwerken. Ik wil me niet blindstaren op twee blokken, links of rechts. Ik zie mezelf als verbinder en zo zie ik ook mijn politieke partij: als overbrugger. We moeten wegen vinden om dat te bereiken. Daar is geen stelregel voor. Maar ik zie dat moment wel komen. Ik zit niet stil. Ik bereid mij rustig voor.’