Meerssen, Limburg, 16 juli © Joris van Gennip / ANP

‘Kijk, die rietkraag met het rijtje elzen erachter’, wijst Maarten Kleinhans, ‘dat is de vegetatie waarmee Nederland groot geworden is. Zulke planten vangen sediment in, waardoor het landschap kon groeien en veengronden ontstonden.’ De hoogleraar geowetenschappen staat op een bruggetje over de Kromme Rijn in zijn woonplaats Odijk, een dorp stroomopwaarts van Utrecht. Hij draagt een breedgerande hoed tegen de zon en een blauw T-shirt met witte opdruk: ‘I’m not crazy because I teach, I’m crazy because I like it.’ Zijn lessen aan de Universiteit Utrecht gaan over rivieren en hoe ze, in samenspel met planten en sediment, het landschap vormgeven. ‘Rivieren zijn de groene aderen van de continenten’, zegt Kleinhans. ‘Zo’n vijfhonderd miljoen jaar geleden groeide hier nog niets, via de rivieren kroop het leven langzaam het land op.’

Min of meer per ongeluk rolde hij halverwege de jaren negentig het rivieronderzoek in, toen hij als student fysische geografie vervroegd kon afstuderen om vervolgens in opdracht van Rijkswaterstaat meetgegevens van hoogwaters uit te werken. In januari 1995 moesten zo’n 250.000 mensen worden geëvacueerd uit het Gelderse rivierengebied vanwege de gevaarlijk hoge waterstand in de Maas, Rijn, Waal en IJssel. Dankzij de inzet van militairen die onophoudelijk met zandzakken zeulden hielden de meeste dijken het, waardoor de schade uiteindelijk meeviel. Maar de schrik zat er goed in.

De op het nippertje vermeden watersnoodramp van ’95 vormde het startschot voor het ‘Ruimte voor de rivieren’-project: nevengeulen werden uitgegraven, uiterwaarden verlaagd en dijken verstevigd om de kans op verwoestende overstromingen te verkleinen. Zonder dat programma was de schade in Limburg afgelopen week nog veel groter geweest, zegt Kleinhans. Het heeft ons weerbaarder gemaakt tegen extreme weersomstandigheden en als een niet onbelangrijke bijkomstigheid creëerde het nieuwe natuur, wat goed is voor de biodiversiteit. ‘In veel opzichten is het een succesverhaal.’

Toch vindt hij de naam van het project misleidend, want de ruimte die de rivier krijgt is maar zeer beperkt. ‘In vergelijking met hoe het rivierengebied eruitzag voordat de mens intensief in het landschap ingreep, stelt dit geen bal voor’, zegt hij. ‘Buitendijks is er een hoop gebeurd, maar binnendijks waren concessies onmogelijk. Het was onbespreekbaar dat dijken zouden worden verlegd om rivieren echt meer ruimte te geven. Het is allemaal heel nauwkeurig afgemeten en berekend, maar je ziet nu in Limburg dat het niet genoeg is. Nog voordat de Maaswerken zijn afgerond, is het alweer misgegaan. En dan te bedenken dat we pas aan het begin staan van de klimaatverandering.’

We wandelen langs de meanderende zijtak van de Nederrijn, waar kanoërs gemoedelijk voorbij peddelen en een kalm briesje het riet doet ruisen. Het is moeilijk voor te stellen dat nog geen tweehonderd kilometer zuidelijker mensen bezig zijn modder uit hun kelders te scheppen en dat er over de grens nog steeds wordt gezocht naar vermisten. ‘Met buikpijn’ heeft Kleinhans het nieuws uit Limburg gevolgd: ‘Het is verschrikkelijk wat daar is gebeurd, maar je kunt niet zeggen dat het geheel onverwacht komt. Wetenschappers waarschuwen hier al langer voor.’

Het klinkt misschien hard, maar we hebben dit deels over onszelf afgeroepen door ons intensieve landgebruik, zegt hij: ‘Het achterland is zo glad als een biljartlaken. Veel weilanden zijn enorme graslappen met een slootje erdoor die zoveel mogelijk wordt leeg getrokken zodat de trekker de akker op kan. En we hebben gebouwd op plekken waar dat, vanuit hydrologisch oogpunt, niet erg handig was.’ Na het hoogwater van 1995 kwamen er restricties voor de bouw langs de Maas en de Rijn, maar een paar jaar geleden klonken er, mede gedreven door de groeiende woningnood, toch weer pleidooien om bouwen in de uiterwaarden mogelijk te maken. Kleinhans klemt zijn kaken op elkaar en gromt: ‘Welke ambtenaar heeft niet begrepen wat een uiterwaard is?! De mensen die daar een huis kopen hebben waarschijnlijk geen idee waar ze gaan wonen, maar zij hebben straks hun parketvloer tegen het plafond dobberen.’

Waar we behoefte aan hebben is meer variatie en ruigte in het landschap, bijvoorbeeld door de aanleg van kruidenrijke stroken in weilanden en het vergroenen van tuinen en steden. Het zou ook helpen om dakgoten los te koppelen van rioleringen, zodat het riool bij een stevige regenbui niet overbelast raakt. ‘Ik kan een hele trits maatregelen opnoemen’, zegt Kleinhans. ‘Als je die op de goede plekken neemt, kun je de problemen verkleinen. Nu was het bijvoorbeeld zo dat de hoogwaterpiek van de Maas samenviel met de hoogwaterpiek van een deel van de beken, als je dat kunt spreiden, loop je alweer minder risico.’

‘Mensen die daar een huis kopen, hebben straks hun parket tegen het plafond dobberen’

Een andere manier om het risico te verkleinen is het terugdringen van de CO2-uitstoot. Wat opviel in de directe nasleep van de watersnoodramp was dat de Duitse en Belgische regeringsleiders een stuk minder terughoudend waren om de link te leggen met de opwarming van de aarde dan hun Nederlandse evenknie. Waar Angela Merkel tijdens haar bezoek aan de getroffen regio benadrukte dat we haast moeten maken met de strijd tegen klimaatverandering, begon demissionair premier Rutte met het voorbehoud dat hij geen fan is van ‘sweeping statements’, al zag hij wel dat er ‘echt iets aan de hand’ was.

Het is een bekende worsteling, ook voor wetenschappers: is zo’n ramp een geschikte aanleiding om de alarmbel te luiden over de klimaatcrisis? In de dagen na de recente hittegolf in Canada en de Verenigde Staten kopte de NRC dat meteorologen ‘voor een raadsel’ stonden, omdat ze ‘de precieze oorzaak’ nog niet konden aanwijzen. De Volkskrant schreef dat extreme weersomstandigheden volgens meteorologen ‘niet altijd direct in verband kunnen worden gebracht met klimaatverandering’. Pas nadat een studie had uitgewezen dat zulke temperaturen onmogelijk waren geweest zonder menselijke invloed op het klimaat, verdwenen de slagen om de arm. Op dit moment is de organisatie World Weather Attribution druk bezig met een soortgelijke studie naar de extreme regenval in Midden-Europa en het zou Kleinhans ‘niets verbazen’ als daar uitkomt dat klimaatverandering een belangrijke rol speelde.

‘Maar eigenlijk is het raar dat je eerst tot achter de komma moet uitrekenen dat een individuele gebeurtenis het gevolg is van klimaatverandering’, zegt hij. ‘We leven al bijna in een rampenscenario uit een goedkope sciencefictionfilm.’ Hij trekt de parallel met de discussie over de schadelijkheid van tabak. We hoeven niet meer aan te tonen dat de longkanker bij een specifieke patiënt een-op-een veroorzaakt is door sigaretten. We weten dat roken de kans op kanker vergroot, dat is voldoende. Met de opwarming van de aarde is het een vergelijkbaar verhaal, want hoewel hittegolven, bosbranden en overstromingen al voorkwamen vóór de bouw van de eerste kolencentrale, is de waarschuwing van klimaatwetenschappers al decennia grofweg dezelfde: naarmate de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt, neemt de frequentie en intensiteit van extreem weer toe.

Kleinhans hoopt dan ook dat deze watersnoodramp ons wakker schudt: ‘Dat zag je ook in 1995, tot die tijd lag de focus vooral op de kust, pas daarna kwam er meer aandacht en geld voor rivieronderzoek. En er zijn aanwijzingen dat zo’n gebeurtenis de publieke bewustwording kan vergroten. In 2013 had Engeland te kampen met veel wateroverlast, wat te maken heeft met de opwarming van de Golf van Mexico waardoor er meer water opstijgt en die felle buien vervolgens neerslaan boven het Britse eiland. Sindsdien maken meer Engelsen zich zorgen over klimaatverandering.’

Kleinhans houdt halt bij een bocht in de rivier, waar het donkere water uit een geul zich mengt met de gelige stroom van de Kromme Rijn. ‘Dit is de Langbroekerwetering’, zegt hij, ‘gegraven aan het begin van de twaalfde eeuw, in opdracht van de bisschop van Utrecht, om dit gigantische veengebied te ontwateren, zodat het kon worden gebruikt voor landbouw.’ Dat het stroompje zoveel donkerder kleurt komt doordat het vooral organisch materiaal meeneemt, terwijl de Rijn nu veel zand en slib afvoert uit de overstroomde uiterwaarden. Voor serieuze waterschade hoeft Kleinhans nog niet te vrezen. Zijn dorp ligt in de bocht van de rivier, zo’n drie meter boven nap. ‘Maar het Kromme Rijndal is wel de noodoverloop voor de Randstad’, zegt hij. ‘Dus als er een keer een megavloed komt, loopt dit gebied eerder onder dan Amsterdam.’

Voor sommigen zijn de overstromingen in Limburg het bewijs dat klimaatverandering zich niet meer laat afremmen en dat we daarom vol moeten inzetten op adaptatie. Klimaatmitigatie – het reduceren van broeikasgasemissies – zou onbegonnen werk zijn, dus de beste overlevingsstrategie is voorbereidingen treffen voor het leven op een warmere aarde, redeneren zij. Kleinhans stoort zich aan deze simplistische gedachtegang. Hij zal de eerste zijn om te erkennen dat er nog een wereld te winnen valt door betere ruimtelijke ordening om nog meer ruimte te geven aan de rivieren, maar het zou funest zijn als dat ten koste zou gaan van onze inspanningen om de CO2-uitstoot terug te dringen. ‘Adaptatie kan maar in beperkte mate, als we niet aan mitigatie doen, valt er niets te adapteren. Met een klimaatopwarming van drie, vier graden is het over tweehonderd jaar wel klaar in Nederland.’

Het is zoals zijn collega, zeespiegelexpert Roderik van de Wal, eens uitlegde toen hij tijdens een paneldiscussie de vraag kreeg hoe hoog we onze dijken in theorie kunnen bouwen. Kunnen we een meter stijging aan? Vijf meter? Tien meter? Het is een kortzichtig gedachte-experiment, vond Van de Wal, want een wereld waarin de zeespiegel tien meter hoger ligt, lijkt in weinig meer op de onze. Dan razen de tropische cyclonen door de achtertuin, zijn delen van de wereld compleet onbewoonbaar geworden en is de wereldeconomie ingestort. Op zo’n ontwrichte planeet ontkom je niet aan catastrofes, hoe hoog je de dijken ook bouwt. ‘Het onvermogen om het grotere plaatje te kunnen zien, daar word ik wel eens moedeloos van’, zegt Kleinhans. ‘In de Maas staan nu bomen onder water waarvan een deel van de kruin dood is door de enorme hittegolf uit 2018 – daar zie je in één oogopslag de verschillende gevolgen van klimaatverandering. Dat wordt alleen maar erger.’

‘We moeten Nederland anders inrichten, anders hebben we een probleem’

‘Verpletterende klimaateffecten zullen sneller toeslaan dan gevreesd’, berichtte afp vorige maand. Het Franse persbureau had een conceptversie van het aankomende rapport van het International Panel on Climate Change (ipcc) in handen gekregen en deelde de belangrijkste bevindingen alvast met het grote publiek. Het leven op aarde dreigt compleet te veranderen, met uitstervende diersoorten, wijdverspreide ziektes, ondraaglijke hitte, ineenstorting van ecosystemen en overstroomde steden tot gevolg. En waar andere diersoorten zich waarschijnlijk wel kunnen aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, is dat voor de menselijke beschaving nog maar de vraag. Vermoedelijk was het rapport gelekt door iemand die de noodklok wilde luiden voordat de diplomaten en regeringsleiders in november samenkomen voor de klimaatconferentie in Glasgow. Kleinhans toont begrip voor die actie. ‘Natuurlijk is het niet netjes om te lekken voordat het hele wetenschappelijke proces volledig is afgerond, maar ik ben bang dat het een goede zaak is. Op die klimaattop, daar moet het gebeuren. Of nou ja, eigenlijk had het in 1989 op de top van Noordwijk al moeten gebeuren.’

Het wordt hem wel eens zwaar te moede als hij ziet hoe traag het allemaal gaat, bekent hij terwijl we door een woonwijk teruglopen naar het centrum. ‘Dan ben ik een hele carrière verder en zijn we nog geen drol opgeschoten.’ Het jaagt hem oprecht angst aan, want wat veel mensen zich niet realiseren is dat wetenschappers over het algemeen behoorlijk voorzichtig zijn en dat geldt helemaal voor een instituut als het ipcc, dat moet opereren in een geopolitiek mijnenveld, dus als dat VN-panel waarschuwt voor hongersnood, watertekorten en algehele chaos kun je er van uitgaan dat ze niet overdrijven, sterker nog, dat het met een beetje pech allemaal nóg erger wordt dan hun toch al alarmerende rapporten doen vrezen.

De aanleiding voor onze wandeling is de watersnoodramp dicht bij huis, maar wie iets verder uitzoomt ziet overal ter wereld rode vlaggen. Alleen al afgelopen week viel er in de Chinese provincie Henan 622,7 millimeter regen op één dag waardoor de miljoenenstad Zhengzhou onder water kwam te staan, verdronken er minstens vier mensen door overstromingen in Oman, ging er in Siberië anderhalf miljoen hectare bos in vlammen op, werd India getroffen door modderstromen en hevig onweer en waarschuwde de Britse weerdienst voor extreme hitte in Wales en het zuidwesten van Engeland. Het is een teken dat de straalstroom zwakker is geworden en meer begint te slingeren, waardoor een hogedrukgebied boven Canada kon zorgen voor bizarre temperaturen en een lagedrukgebied boven Europa voor ongekende hoeveelheden neerslag.

Wetenschappers hebben ‘gefaald’ in het voorspellen van overstromingen en extreme hitte, constateerde de bbc vorige week. Hun modellen hebben deze uitschieters simpelweg niet zien aankomen. ‘Als je me een paar maanden geleden had gevraagd: is dit mogelijk? Dan had ik keihard nee gezegd’, erkende knmi-onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh in een interview met de NRC, nadat er in Canada een temperatuur van 49,6 graden Celsius was gemeten. We begeven ons op onontgonnen terrein en de werkelijkheid kan gruwelijker blijken dan de worstcasescenario’s. ‘Als je dat beseft schrik je je rot’, zegt Kleinhans. ‘Daarom denk ik dat we dit soort wake-upcalls helaas nodig hebben; blijkbaar moeten we eerst aan den lijve ondervinden wat voor klerezooi we ervan aan het maken zijn.’

Voor een natuurwetenschapper is Kleinhans behoorlijk uitgesproken. Hij maakt zich grote zorgen, is gefrustreerd dat veel beleidsmakers die zorgen niet lijken te delen en dat wil hij laten weten ook, zelfs al wordt hem dat niet door iedereen in dank afgenomen. ‘Er zijn genoeg collega’s die vinden dat ik mijn boekje te buiten ga. Hun opvatting is dat een wetenschapper alleen de feiten mag aanleveren en zich niet te veel moet uitlaten over de implicaties daarvan. Dat vinden ze een taak voor journalisten of politici. Naar mijn mening berust zo’n houding op een achterhaald beeld van de wetenschapper als een soort objectieve boodschapper. Ons werk heeft maatschappelijke consequenties en ik wil die kunnen benoemen. Ik ben een rivieronderzoeker, ik bestudeer landschappen en patronen en kom tot de conclusie: we moeten Nederland anders inrichten en klimaatverandering aanpakken, anders hebben we een probleem. Is dat een normatieve uitspraak? Tsja, het zij zo.’

Kleinhans vindt het ‘absurd’ dat een instituut als de Deltacommissaris zich in allerlei bochten lijkt te wringen om maar niet hardop te pleiten voor strenger klimaatbeleid. ‘Misschien denkt zo’n man: ik ga enkel over adaptatie en niet over mitigatie, want dat is een politiek beladen onderwerp. Terwijl ik denk: trek je mond toch open, want zolang we klimaatverandering niet weten te beperken, wordt adaptatie alleen maar moeilijker, zo niet onmogelijk.’

Nederlanders zien zichzelf graag als de beste waterbouwkundigen ter wereld, het volk dat het land op de zee herwon en een zompige delta transformeerde tot een dichtbevolkte streek met vruchtbare akkers. ‘Misplaatste arrogantie’, zegt Kleinhans over dat zelfbeeld. ‘Wij denken dat we wel kunnen inzetten op adaptatie, omdat we met het water hebben leren leven. Wat we vergeten is dat we ondanks alle dijken en historische deltawerken telkens overstromingen hebben gehad, mede door de aanleg van al die dijken. We hebben constant ervaring opgedaan met het repareren van de schade die we zelf hebben aangericht. Daar zullen we ongetwijfeld nog beter in worden, maar ondertussen is het land meters gezakt, blijft de zeespiegel stijgen en krijgen we vaker te maken met extreem hoogwater in de rivieren.’ Het is, wil hij maar zeggen, waanzin om te denken dat enkel onze waterbouwkennis ons voor rampspoed zal behoeden.

De redding zal eerder uit Brussel moeten komen, denkt Kleinhans, want ‘de klimaatplannen van Timmermans en kornuiten’ ziet hij als een van de weinige lichtpuntjes. ‘Als we in staat zijn om die uit te voeren heb ik nog hoop dat een transitie mogelijk is. Maar als deze Green Deal nog verder wordt afgezwakt of slechts ten dele wordt uitgevoerd, dan blijven we waarschijnlijk aan de verkeerde kant van de kantelpunten hangen en gaat het alsnog compleet fout.’

Hij snapt de weerstand onder een deel van de bevolking best, zo’n transitie is enorm ingrijpend en iedereen zal de gevolgen voelen. Het is logisch dat burgers zich afvragen wie er opdraait voor de kosten, en de ‘rijke stinkerds en grote bedrijven, voor wie we het in Nederland wel erg makkelijk hebben gemaakt’ zouden volgens Kleinhans best wat meer mogen bijdragen. Maar de grootste fout die we kunnen maken is dat we de klimaatambities terugschroeven omdat we denken dat het te duur is, want de ravage in Limburg valt in het niet bij het leed dat we kunnen verwachten als we niets doen aan de ontwrichting van het klimaat, weet Kleinhans: ‘Wat bijna niemand hardop durft te zeggen, is dat we een hypotheek hebben genomen op onze kinderen en kleinkinderen – die moeten we terugbetalen.’