Francis Fukuyama over Republikeinen, Democraten, populisten en… Trump

‘We liggen van alle kanten onder vuur’

‘En zo wordt de Republikeinse Partij de partij van de boze, witte kiezer en de Democratische Partij de verzamelplaats voor minderheden. Het is vrijwel onmogelijk om daar een politiek vergelijk tussen te vinden’ © Stephane Grangier / Corbis / Getty Images

Halverwege The End of History, geschreven aan het begin van de jaren negentig, voert de auteur hem heel even ten tonele. Als het beroemde boek van Francis Fukuyama verfilmd kon worden, zou het een cameo zijn: in een flits verschijnt een geblondeerd kapsel in beeld. ‘We kunnen ons afvragen of een zelfgenoegzame en welvarende liberale democratie voldoende is om het hoogste in de mens naar boven te halen’, schreef Fukuyama destijds. Als voorbeelden noemde Fukuyama onder anderen de bergbeklimmer Reinhold Messner, de politicus George Bush en – daar komt het beeld, boze blik, samengeknepen oogjes, wit omrand - ‘een vastgoedontwikkelaar zoals Donald Trump’. ‘Ondanks alle erkenning die ze krijgen, dienen ze niet de ernstigste en rechtvaardigste doelen’, is te lezen op pagina 328 van mijn beduimelde exemplaar van The End of History. Fukuyama vroeg zich af of ‘de horizon van menselijke mogelijkheden’ toch niet meer te bieden had.

En zo is gebleken. Donald J. Trump, door Fukuyama een kwart eeuw geleden omschreven als iemand die zijn ‘behoefte aan erkenning veilig had gekanaliseerd in een carrière als zakenman en realityster’, is nu president van de machtigste democratie ter wereld, met als missie Amerika weer ‘great’ te maken.

In Fukuyama’s pas verschenen boek Identity: The Demand for Dignity and the Politics of Resentment speelt Trump dan ook een hoofdrol. De vastgoedman staat nu in het rijtje ‘hedendaagse leiders die een hekel hebben aan instituties die in een liberale democratie de macht van het individu inkaderen: rechtbanken, onafhankelijke media en onpartijdige bureaucratie’. Trump deelt deze dubieuze eregalerij volgens Fukuyama met Vladimir Poetin, Recep Tayyip Erdoğan, Viktor Orbán, Jarosław Kaczyński en Rodrigo Duterte. Hoe kan het dat het vermeende einde van de geschiedenis, waarin landen zich één voor één zouden bekeren tot de liberale democratie, heeft geresulteerd in een wereld vol autoritaire leiders?

Het is de grote vraag van dit tijdsgewricht en volgens Francis Fukuyama is het antwoord te vinden in de menselijke psyche. Natuurlijk, wijdverbreide economische onzekerheid is pokon voor het populisme, maar volgens Fukuyama moeten we een ‘stap terug doen en een dieper en rijker begrip ontwikkelen van menselijke motieven en gedrag’. En dat is wat deze politieke wetenschapper, ooit begonnen als Kremlin-watcher op het Amerikaanse State Department en gewezen neoconservatief, doet in zijn nieuwe boek. In Fukuyama’s woorden: ‘Het is tijd om een betere theorie van de menselijke ziel’ te ontwikkelen. Zijn theorie kort samengevat: geld, macht en seks zijn belangrijk, maar de mens kan niet zonder erkenning van de identiteit die hij zichzelf toedicht. In de strijd om die erkenning zijn we bereid een hoop in de waagschaal te leggen: veiligheid, rechtvaardigheid en op dit moment de democratie, concludeert Fukuyama in Identity.

Is Fukuyama, 66, spiritueel geworden? Wie zijn werk goed kent weet dat hij zich altijd al interesseerde voor de onderbewuste drijfveren van de mens. The End of History ging de geschiedenis in als veelbesproken historisch-politiek traktaat, maar was eigenlijk metafysica. Niet voor niets leende Fukuyama zijn idee dat de geschiedenis zich richting steeds meer vrijheid beweegt van Hegel. De tweede helft van The End of History and the Last Man was gebaseerd op Nietzsche. De ‘laatste mens’ is een creatuur dat in genoeglijke welvaart leeft, maar eigenlijk snakt naar een meeslepend bestaan van strijd en overwinning. Niets is beter om de levenskracht door je aderen te voelen stromen. Verveling in het liberale paradijs, zo voorspelde Fukuyama, zal de geschiedenis weer opnieuw doen beginnen, met alle chaos die daarbij hoort.

Tijd, kortom, voor een gesprek met Francis Fukuyama. Want hij heeft in dat opzicht gelijk gekregen. De geschiedenis ís opnieuw begonnen en autoritaire leiders trekken de kar. Al is Fukuyama niet iemand die zich op de borst klopt om zijn eigen gelijk te onderstrepen.

Ik ontmoet Fukuyama op de dertiende verdieping van het kantoor van de Wereldbank, op een steenworp van het Witte Huis. Hij is in Washington met zijn eerstejaars studenten van Stanford University, Californië, waar hij sinds enkele jaren woont. Hij is formeel gekleed, blauw jasje en rode das. Later op de dag schuift hij aan bij de bbc die zijn kijk op de Brexit wil horen. Fukuyama heeft zijn analyse klaar. Ook Brexit draait om erkenning. ‘Remain probeerde uit te leggen dat de EU verlaten een economische ramp zou worden’, zegt hij. ‘En daar ziet het er nu inderdaad naar uit. Maar voor veel Britten deed dat er niet toe. Ze zijn bereid die prijs te betalen als het betekent dat ze loskomen van Europa, grenzen kunnen sluiten en daarmee een bepaalde kijk op Brits-zijn kunnen beleven.’ Voor hem staat Brexit symbool voor een bredere verschuiving: culturele behoeften winnen het telkens van economische logica. Mensen zijn bereid welvaart in te leveren, als ze daarmee het idee hebben dat wie ze zijn beter tot hun recht komt.

‘Gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw ging het in het Westen over economische vraagstukken’, zegt Fukuyama. ‘De politieke strijd was tussen arbeid en kapitaal en draaide om herverdeling. In deze eeuw hebben we de overstap gemaakt naar een strijd met identiteit als voornaamste inzet. Het gaat om wie je bent en tot welke groep je behoort. Veel van die identiteiten liggen al vast bij je geboorte, zoals etniciteit, ras en je genderoriëntatie. Andere identiteiten hangen samen met bijvoorbeeld natie of religie. Als gevolg valt de liberale samenleving uit elkaar in verschillende groepen, opgedeeld door onoverbrugbare scheidslijnen. Je kunt niet onderhandelen over identiteit.’

En die ononderhandelbaarheid is een probleem. ‘Hier in de VS woedt nu een debat over standbeelden van generaals die vochten in de Burgeroorlog. De grote vraag is of je ze laat staan of weghaalt. Dat gaat puur om erkenning. Wiens geschiedenis respecteer je het meest? Maar de keuze is ononderhandelbaar. Het standbeeld staat er of niet. Je kunt ze op een andere plek neerzetten, maar het is moeilijk om een compromis te vinden.’

De strijd om liberale gelijkwaardigheid moet in deze eeuw dus niet veroverd worden op een dictatuur, maar op onze eigen inborst, meent Fukuyama. En om dat duidelijk te maken haalt hij opnieuw Nietzsche van stal. In Identity duikt de filosoof op als leverancier van het begrip ‘megalothymia’, dat zoveel betekent als de diepe behoefte om als superieur te worden gezien. Dat psychologisch motief botst met ‘isothymia’, oftewel de behoefte om door anderen als gelijkwaardig te worden gezien. Megalothymia, dat is de drijfveer van het opgeblazen individu dat zichzelf superieur waant en wegen zoekt om dat aan de wereld te bewijzen – door president van de VS te worden, bijvoorbeeld. Isothymia is de strijd om erkenning van groepen, die als specifiek afgegrensd collectief gezien willen worden. Fukuyama noemt de lgbtq-gemeenschap als voorbeeld, en het alt-right witte-mannennationalisme.

En zo wordt de democratie in de schaar genomen, redeneert hij. Aan de ene kant door individuen met grootheidswaan, aan de andere door groepen die formele erkenning van hun specifieke identiteit eisen. Vergeet herverdeling, instituties en andere harde vraagstukken: de politiek van nu gaat over waardigheid, respect en erkenning. ‘Je ziet het in Europa, waar in Polen en Hongarije populistische leiders ruimte eisen voor een nationale cultuur binnen de EU. En je ziet het aan Trump, die bij uitstek wordt gedreven door megalothymia. Hij wil erkenning. En dus nam hij geen genoegen met zakelijk succes en beroemdheid en ging hij de politiek in.’

Vooralsnog oogst Trump eerder hoon dan erkenning. Als hij spreekt bij de Verenigde Naties wordt hij uitgelachen.

De ‘laatste mens’ leeft in genoeglijke welvaart maar snakt naar een meeslepend bestaan

‘De geloofwaardigheid van Amerika wordt volledig ondergraven door zijn inconsequente gedrag. Trump weet overduidelijk niet hoe hij de Amerikaanse overheid moet besturen en hij heeft moeite goed advies in te winnen. Zowel vrienden als vijanden hebben geen idee wat de Verenigde Staten zullen doen. Dat neemt niet weg dat hij grote schade kan toebrengen aan het internationale systeem. Trump laat zien dat de politiek uiteindelijk niet wordt bepaald door structurele factoren, maar dat het aankomt op geluk en de rol van een leider. En wij hebben nu toevallig gekozen voor, laten we zeggen, deze man die af en toe lijkt op een vijfjarige achter het stuur van een tientonner die over de snelweg dendert.’

We keren terug naar het tijdperk van het grootse individu?

‘Of het gebrek daaraan. Ik schreef in The End of History een hoofdstuk met als titel “Geen democratie zonder democraten”. Zonder leiders die daadwerkelijk in democratie geloven, doen alle andere wegen die naar democratie leiden er niet toe. Je hebt individuen nodig die democratie bepleiten en partijen en politieke bewegingen die zich organiseren rondom dat onderwerp. Democratie schiet niet zomaar uit de grond op basis van welvaart. Er moet wereldwijd een politieke strijd voor worden gevoerd.’

Zijn de VS daar nog voor te porren?

‘Dat is het teleurstellende. De blijvende schade die Trump aanricht is dat hij de oude, internationalistische consensus heeft versplinterd. John McCain was daar de laatste vertegenwoordiger van. Met zijn overlijden is die geest volledig uit de Republikeinse Partij verdwenen. Overigens is dat niet zonder historisch precedent. Er was altijd een kleine conservatieve kern die zich afvroeg waarom Amerika niet gewoon alleen Amerikanen helpt. Tot diep in de jaren veertig was de Republikeinse Partij isolationistisch, pas daarna had ze oog voor de verantwoordelijkheden die bij een wereldmacht horen. Met George W. Bush boog dat te ver door, met de gefaalde oorlog in Irak die biljoenen kostte en het terrorismeprobleem niet oploste. Obama en Trump waren daar een reactie op. Obama wilde een beperkte rol voor de VS in Syrië en hield de VS zo veel mogelijk afzijdig. Trump is simpelweg een uitvergroting van die doctrine.’

Markeerde Obama niet juist de overgang naar identiteitspolitiek, waar u nu tegen pleit?

‘Nee. Obama was een groots politicus juist omdat hij zich ervan bewust was dat hij als eerste zwarte president zo gezien zou kunnen worden. Hij deed zijn best juist niet te veel over ras en raciale ongelijkheid te praten, ook al was dat uiteraard belangrijk voor hem. Zijn belangrijkste prestatie was de Affordable Care Act. Die werd niet bedacht voor de zwarte bevolking, maar voor alle Amerikanen zonder gezondheidszorg. Dat is ouderwetse progressieve politiek. Het probleem is dat de Democraten daar nu van afwijken. Ze richten zich nu op de specifieke belangen van verschillende groepen, gekenmerkt door identiteit: vrouwen, Afro-Amerikanen, hispanics, vluchtelingen, de lgbtq-gemeenschap. Ik vroeg aan mijn vrienden die in de jaren negentig voor de Clintons werkten waarom de Democraten niet gewoon twee of drie algemene onderwerpen konden kiezen om campagne voor te voeren. Het antwoord was dat een deel van de achterban dan boos zou worden. Dat is wat de Democratische Partij nu is geworden: een platform voor deelgroepen, maar een nationale visie waar het land naartoe moet ontbreekt.’

Maar die deelgroepen worstelen met reëel bestaande achterstand, zowel sociaal als economisch, breng ik daar tegenin.

‘Zeker’, zegt Fukuyama, ‘en daar is niets mis mee. Iedere groep die ik noemde wordt gemarginaliseerd en onvoldoende erkend. Black Lives Matter ging over politiegeweld. De MeToo-beweging is een antwoord op seksueel geweld. Ik heb geen bezwaren tegen de drijfveren van identiteitspolitiek, maar ik maak me zorgen als groepen hun eigen specifieke culturele verschillen benadrukken en vervolgens stoppen met nadenken over wat mensen samenbindt tot een grotere democratische gemeenschap.’

Het lijkt me juist dat er veel groepen zijn die buiten de gemeenschap vallen. Dan is identiteit een manier om je in te vechten.

‘Ja, identiteitspolitiek is een pleidooi voor inclusie. Maar ook daarin bestaan verschillende varianten. Toen Martin Luther King de burgerrechtenbeweging leidde, deed hij dat met de eis dat de zwarte bevolking op gelijke voet behandeld dient te worden: toegang tot dezelfde scholen en diensten, stemrecht. Daarna vertrok de Black Power-beweging vanuit het idee dat zwart en wit verschillend zijn. Het ging niet alleen om gelijke behandeling, maar om erkend worden als een aparte groep. Dezelfde fundamentele vraag ligt ten grondslag aan het Europese debat over de multiculturele samenleving: geef je rechten en erkenning aan culturele groepen of aan individuen? Uitgaan van groepsrechten is problematisch omdat het botst met het principe van een liberale samenleving die toch echt gebaseerd is op individuen.’

En dus schreef u een aanklacht tegen identiteitspolitiek, om het individu te redden van de massa?

‘Trump laat zien dat het in de politiek aankomt op geluk en de rol van een leider’

‘Precies. Omdat individuele rechten verzwolgen kunnen worden door zowel de staat als door culturele groepen.’

In Identity legt Fukuyama de nadruk vooral op linkse identiteitspolitiek, die in zijn ogen een ‘goedkoop substituut is voor serieus nadenken over hoe dertig jaar aan groeiende sociaal-economische ongelijkheid te keren’. ‘De Trump-aanhangers maakt het niet uit wat ik schrijf, die lezen mijn boek niet’, zegt hij. ‘En als ze het lezen, zal het ze niet overtuigen. Ik richt me bewust op links, dat beter moet begrijpen waar ze mee te maken hebben. Populisme wordt gezien als de stem van slecht geïnformeerde, onopgeleide kiezers die je kunt negeren. Dat is een grote vergissing. Links moet begrijpen dat de behoefte aan erkenning belangrijk is. Die bevindt zich in een heel ander deel van de menselijke psyche en staat los van materiële welvaart. Daarom doet het populisme het juist goed in welvarende landen, waar de middenklasse vreest voor haar positie. Het mediane inkomen van de Trump-stemmer lag boven de landelijke mediaan. Dat betekent dat veel van die stemmers niet de arbeiders waren die hun banen hebben zien verdwijnen. Veel Trump-stemmers ging het voor de wind. De grote verbindende factor was weerzin tegen immigratie. Dat is wat de witte stemmers naar de Republikeinse Partij drijft. En zo wordt de Republikeinse Partij de partij van de boze, witte kiezer en de Democratische Partij de verzamelplaats voor minderheden. Het is vrijwel onmogelijk om daar een politiek vergelijk tussen te vinden.’

Toch zie ik een verschil. Linkse identiteitspolitiek gaat over erkenning binnen de bestaande democratische structuren. Rechtse identiteitspolitiek gaat hand in hand met een keuze voor autoritaire leiders en een aanval op de democratie.

‘Dat is volgens mij een apart verschijnsel. De aanval op de democratie is het werk van charismatische politici die claimen een directe band met het volk te hebben. Daarom zijn ze anti-institutioneel. Trump zei bij zijn aankondiging als presidentskandidaat dat alleen hij de problemen van Amerika begreep en dat hij alleen ze kon oplossen. Vanuit die redenering is tegen Trump zijn ook een aanval op het Amerikaanse volk. En dus valt hij systematisch alles aan dat hem tegenwerkt: de pers, de fbi, het ministerie van Justitie, de bureaucratie.’

Dus Trump-stemmers krijgen bevestiging van hun identiteit, in ruil voor het opgeven van hun democratie.

‘Ik zie het als een gebrek aan waardering. Als je langere tijd in een veilige democratie zonder machtsmisbruik leeft, vergeet je het belang van al die checks and balances. Je vergeet waarom de rechtsorde belangrijk is. Ik weet niet hoe dat bij jullie in Nederland is, maar hier wordt op scholen geen les meer gegeven in de grondwet en goed bestuur. Er zijn Republikeinen die daarvoor pleiten, maar ze zijn schaars en meestal op weg naar de uitgang.’

Over een maand, na de midtermverkiezingen, wordt duidelijk hoe bepalend de Trump-factor is. ‘Als de Republikeinen verliezen in november en nog een keer verliezen in 2020, misschien dat dan het besef komt dat ze zich hebben vastgeklonken aan deze idioot die hun partij naar beneden trekt’, zegt Fukuyama. ‘Misschien heeft dat een terugkeer naar constitutionele waarden tot gevolg. Maar als de Republikeinen hun meerderheid in de Senaat en het Congres behouden, wordt het denk ik een ramp. Trump zal dat zien als een bevestiging dat hij wetten en regels kan breken. Hij zal speciaal aanklager Robert Mueller ontslaan, hij zal Jeff Sessions ontslaan en een ja-knikker benoemen op het ministerie van Justitie.’

En wat betekent dat voor iemand zoals u?

‘Hm. Ja. Misschien moet ik dan naar Canada of Australië verhuizen, of een ander land dat…’

Serieus?

‘Nee. Nee. Je moet blijven vechten.’

Ik zou Europa kunnen aanraden, maar daar woedt dezelfde strijd.

‘De financiële crisis en daarna de eurocrisis, dat was het falen van het beleid van de elites’

‘Europa heeft dezelfde fouten gemaakt als de Verenigde Staten en de elites hebben daar te weinig rekenschap voor afgelegd. De financiële crisis en daarna de eurocrisis, dat was het falen van het beleid van de elites. De aanpak van de migratiecrisis was ook een mislukking in mijn ogen. Ik bewonder Merkel maar de wijze waarop ze omgaat met de vluchtelingenproblematiek laat zien dat het hele Schengen-systeem uitermate zwak is. Europa kan de eigen grenzen niet controleren en niet beheersen wie er binnenkomt en wie er vertrekt. Dat probleem is nog steeds niet opgelost.’

In ‘Identity’ pleit u voor een grote migratiedeal in de VS. Iedereen die hier is mag Amerikaan worden, maar de grenzen gaan dicht. Moet Europa hetzelfde doen?

‘Ja. Het is een eerste stap op weg naar het ontwikkelen van een nationale identiteit die niet gebaseerd is op etniciteit of geloof maar op gedeeld burgerschap. Een democratie moet hard werken om nieuwkomers onderdeel te maken van die gezamenlijke identiteit. Veel van de onvrede over migratie komt voort uit de zorg dat er geen controle over is. Daarbij komt de angst dat migranten niet assimileren en dat tweede en derde generaties in aparte enclaves blijven leven. Migratie is fundamenteel positief. Samenlevingen hebben nieuw talent en diversiteit nodig. Maar migratie moet plaatsvinden onder politieke voorwaarden die mensen het gevoel geven dat ze controle hebben. Daarbij heeft iedere samenleving een gedeelde morele horizon nodig als ze niet uiteen wil vallen. We schaatsen wat dat betreft op dun ijs; het pakket van gedeelde waarden, zowel in Europa als in de VS, wordt steeds kleiner. Het wordt tijd dat de liberalen dat beseffen en het debat over een gedeelde nationale identiteit niet meer enkel aan rechts overlaten.’

Ziet u perspectief in Europa voor een gedeelde identiteit?

‘Zeker. Ook dat is een kwestie van politiek leiderschap. Frankrijk is het dichtst in de buurt van identiteit gebaseerd op burgerschap zoals de VS ook hebben. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, de principes van de Franse Revolutie, betekenden dat Frans-zijn niet zo nauw verbonden was met etniciteit, zoals dat in de rest van Europa wél het geval was. Dat type denken is nodig. Ik ben bijvoorbeeld een groot bewonderaar van Léopold Senghor, de dichter die de eerste president van Senegal werd. Senghor was lid van de Académie française omdat hij Frans sprak en onderdeel was van de Franse cultuur. In Frankrijk is nu de bizarre situatie ontstaan dat het Rassemblement National (voorheen Front National – ct) zich opwerpt als verdediger van het traditioneel Franse republikanisme. Links en de middenpartijen omarmen multiculturalisme vanuit het idee dat republikeinse waarden niet boven andere culturele waarden kunnen worden gesteld. Dat is een grote vergissing. Juist zij zouden het republikanisme moeten verdedigen. Dat waren de oorspronkelijke liberale waarden.’

Gaan de Amerikaanse Republikeinen de liberaal-democratische wortels ooit nog terugvinden?

‘We zullen zien. Mijn grootste teleurstelling is dat het Congres zijn rol als tegenmacht van de president volledig heeft opgegeven. De Republikeinse Partij en Republikeinse kiezer zijn bereid de aanval op het rechtssysteem te accepteren. Aan de andere kant, verkiezingen blijven het ultieme controlemiddel in een democratie. Als de Republikeinen het slecht doen in de komende verkiezingen lost dat een hoop problemen op.’

Democraten kiezen voor groepspolitiek, de Republikeinen versjacheren de democratie. Aan het begin van deze eeuw brak u met uw conservatieve kring vanwege de oorlog in Irak. Is er nog een groep waar u bij past?

‘Veel van mijn oude neoconservatieve vrienden, met wie ik inderdaad brak vanwege hun oorlogsenthousiasme, zijn nu “never-Trumpers” geworden. Het zijn internationalisten en ze hebben een hekel aan het isolationisme en protectionisme. De neoconservatieven hebben getoond dat ze tenminste nog principes hebben. Ik heb ook veel Republikeinse vrienden die in privégesprekken klagen over Trump, maar zich niet publiekelijk uitspreken omdat ze bang zijn als anti-Trump bekend te komen staan in conservatieve kringen en hun toegang kwijt te raken als ze zich tegen de president keren.’

We stellen het einde van de geschiedenis dus nog even uit? Of wordt u moe van de eeuwige terugkeer van die vraag?

‘Ik was dat boek al moe meteen nadat ik het geschreven had. We leven nu in een andere tijd. De democratiseringsgolf bereikte tien jaar geleden een hoogtepunt en sindsdien beweegt de wereld een volstrekt andere richting uit. Het zou belachelijk zijn om te doen alsof dat niet zo is. China is in geen enkel opzicht democratisch en het is het grootste land ter wereld. In westerse democratieën krijgen populisten steeds meer voet aan de grond. We liggen van alle kanten onder vuur.’

Wie zijn ‘we’ hier?

‘Wij, zij die geloven in ware liberale democratie.’


In februari 2019 verschijnt de vertaling van Identity bij uitgeverij Atlas Contact.