Menno Hurenkamp

We lived so well so long

Met Pasen in aantocht, Irak nog altijd in «bevrijde» toestand en Rita Verdonk klaar om zich aan allerlei afspraken te houden, kan een politiek commentaar maar één onderwerp hebben: de overeenkomsten in het werk van Johann Sebastian Bach en Paul Simon. Lange tijd was het geneuzel van Simon en met name diens kompaan en huisvrouwen-troubadour Art Garfunkel me ondraaglijk. Als ik humeurig was, zong ik bij wijze van opkikker hun werk, waarbij ik de cruciale woorden verving door «sherry». Over dat soort dingen groei je heen.

Eén liedje dringt zich de laatste tijd weer op: American Tune. Paul Simon neemt daarin afscheid van de hoopvolle sixties. Richard – I’m not a crook – Nixon is net tot president verkozen. De naweeën van de Vietnamoorlog beheersen de Verenigde Staten. De utopie van een eerlijker maatschappij, de Great Society, is vervluchtigd. «I don’t know a soul who’s not been battered/ Don’t have a friend who feels at ease/ Don’t know a dream that’s not been shattered/ Or driven to its knees/ But it’s all right, all right, We’ve lived so well so long/ Still, when I think of the road we’re travelling on, I wonder what went wrong, I can’t help it/ I wonder what went wrong.» Toen moest het Watergate-schandaal nog komen.

Het is niet zomaar een deuntje dat Simon in stelling brengt. Wie straks naar de Matthäus Passion luistert, hoort het ettelijke keren terugkomen. Let maar eens op bij het Haupt voll Blut und Wunden, waar de stervende Christus aan het kruis wordt toegezongen. Paul Simon had en heeft een feilloos gehoor voor tijdloze melancholie. Want ook Johann Sebastian Bach schreef de melodie niet zelf. Hij had hem weer van een componist van voor zijn tijd, Leo Hassler. (Wie kent hem niet?) Die schreef er het lied Mein Gemut ist mir verwirret op. Ook voor Bachs tijdgenoten was de treurige koraal al een Aha-Erlebnis.

We lived so well so long. American Tune zou zo over Ayaan Hirsi Ali’s Land van Ooit kunnen gaan, waar beledigen nog onderdeed voor beschaven. Over het afscheid van de hoopvolle en vrolijke jaren negentig, na de Twin Towers, na de dood van Fortuyn en Van Gogh, na het uiteenspatten van de Europese droom door het referendum over de grondwet, na de Amerikaanse invasie in Irak en alle leugens in Washington, Londen en Den Haag. Ergens is iets misgegaan in het paradijs, maar waar? Er zijn mensen die het antwoord precies weten. Toen we de moslims hun gang lieten gaan. Of toen Rob Oudkerk aan de macht kwam. (Kent u de aanklacht van de platgehypte Engelse psychiater Theodore Dalrymple jegens moraalloze progressieven? Hij heeft het over Oudkerk.)

Er lijkt een einde te komen aan de economische recessie, en in de Haagse politiek durft men hardop over een Linkse Lente te dromen. Maar de opgewekte, bijna naïeve sfeer van halverwege de jaren negentig krijgen we voorlopig niet terug. Kijk naar het Franse verzet tegen om het even welke verandering – dat succesvol geuite verlangen naar stilstand zal inspiratie zaaien in Europa. Of naar George W. Bush, die nu Iran wil aanvallen. Er hangt nog veel conflictstof in de lucht. «Links» zal zijn best doen, maar daar geen veel overtuigender antwoord op weten dan «rechts».