Interview met schrijfster Sana Valiulina

«We maken ons genoeg illusies»

Ze heeft een afkeer van ironie en is dankbaar voor haar eigen lichtzinnige natuur. Maar Sana Valiulina schrijft boeken die niet bepaald lichtzinnig zijn, al blijft ze koel registreren. «Uiteindelijk is alles een vormkwestie.»

Ze wist alleen dat de huisvrouwen er proper waren, de kazen rond en dat het er altijd waaide op de stranden. De liefde bracht Sana Valiu lina (37) naar Nederland. Tataarse van afkomst, woonde ze tot haar zeventiende in Estland. Tijdens haar studie Noorse taal- en letterkunde in Moskou ontmoette ze een Nederlandse slavist. Inmiddels is het dertien jaar geleden dat ze toestemming kreeg hem te volgen naar Amsterdam, en hebben ze een dochter van twaalf. Haar eerste roman Het Kruis (2000), gebaseerd op de Moskouse studiejaren, schreef ze in het Nederlands. Onlangs verscheen haar tweede boek dat uit drie novellen bestaat en een aan Joseph Brodsky ontleende zinsnede die als titel heeft: Vanuit nergens met liefde.

Sana Valiulina spreekt vloeiend Nederlands op een nadrukkelijke en expressieve manier. Gezicht en handen zijn voortdurend in beweging. Haar open, hooggehakte rode schoenen tonen zwartgelakte teennagels. Hartstochtelijk praat ze over haar liefde voor Platonov en Nescio («Dat masker van gelatenheid, dat vind ik prachtig»), over haar afkeer van ironie en over haar dankbaarheid voor haar lichtzinnige natuur.

Valiulina: «Ik wist totaal niet waaraan ik begon toen ik naar Nederland kwam, en dat is maar goed ook. Lichtzinnigheid wordt ten onrechte als iets negatiefs gezien. Voor mij betekent het echter dat ik onbevangen aan dit avontuur kon beginnen, en doe wat ik doe. Zo probeer ik me af te schermen van de banaliteit van het leven om me heen. Sommige dingen moet je vooral niet te serieus nemen.»

Al schrijft ze op een laconieke, bijna terloopse manier over grote drama’s als verraad, verlangen en dood, Valiulina’s werk is niet bepaald lichtzinnig te noemen. «Ik houd wel van het understatement, maar niet in zijn ironische vorm. Sommige schrijvers nemen hun toevlucht tot ironie, maar dat is mij te ontwijkend. Ironie leidt nergens toe, ze draait hoogstens rondjes in zichzelf. Ik ben dol op sommige van die boeken, maar zelf kan ik niet zo schrijven. Ik ben geworteld in de Russische literatuur, daarmee voel ik me verwant, met name met Platonov. Ik vind hem de grootste schrijver van de twintigste eeuw. Daarnaast houd ik erg van een aantal Russische dichters, zoals Brodsky, Achmatova en Mandelstam.»

Valiulina’s debuutroman, opnieuw uitgegeven als pocket, baarde nogal wat opzien vanwege de wijze waarop en de mate waarin zij over seks schrijft. Seks is, zeker in Het Kruis, een onvermijdelijke aangelegenheid. Er komt weinig plezier of genot bij kijken, maar het is evenmin iets traumatisch. De ingelegde paddestoelen die bij het ontbijt worden genuttigd, worden met meer compassie beschreven dan de verschillende seksuele handelingen.

De dubbelzinnige titel van haar eerste roman verwijst naar de naam van de studentenflat waar studente Alija en haar kamergenoten zich verschansen tegen mannelijke indringers. De studentes bewaken met alle macht hun maagdelijkheid, maar zijn berekenend in hun toelatingsbeleid: met het oog op de studieresultaten is het af en toe beter de partijfunctionaris hand- en spandiensten te verlenen. Zelf heeft de schrijfster inmiddels uitgerekend dat niet meer dan tien procent van het boek door vleselijke praktijken in beslag wordt genomen.

Valiulina: «Ik heb zóveel commentaar gekregen! De hele wereld is vergeven van de seks, maar dan is het commercieel. De manier waarop ik over seks schrijf, vinden mensen onfatsoenlijk en ontluisterend. Terwijl ik het wansmakelijk vind zoals bijvoorbeeld Ronald Giphart over seks schrijft. Dat is zo kirrend oppervlakkig, maar niemand valt daar blijkbaar over. Als schrijfster wil ik de dingen niet mooier doen lijken dan ze zijn. We maken ons genoeg illusies, zeker als het over seks gaat. Niets bestaat in de zuivere vorm. Seks is niet alleen troost en niet alleen doorbreking van eenzaamheid. Het is zo oneindig ingewikkeld dat ik niet weet wat het is. Mijn personages weten het ook niet. Het is niet alleen maar animaal en ook niet alleen maar romantisch. Het is alles en niks tegelijk.»

De permanente strijd die de vrouwen leveren tegen de mannelijke bronst, wordt in Het Kruis dan ook zeer dubbelzinnig beschreven. Dubbelzinnig in de zin: wie heeft hier nu eigenlijk de macht in handen?

Valiulina: «Seks is een machtsspel, maar ook weer niet, niet alleen dat. Voor vrouwen zal het anders zijn dan voor mannen, maar in mijn boeken wil ik daarover absoluut niet psychologiseren.» Schaterend: «Laten we mannen niet demoniseren! Die arme mannen willen toch ook geborgenheid!»

Vanuit nergens met liefde vindt ze na Het Kruis een stap voorwaarts, omdat het niet direct gestoeld is op eigen ervaringen. Het titelverhaal gaat over «de leeuwin» Momo, sterk en ongrijpbaar, maar verslaafd aan destructieve mannen die haar slaan en aaien tegelijkertijd. Het verhaal gáát niet alleen over bezetenheid, maar is in zichzelf ook bezeten, omdat het wordt verteld vanuit het perspectief van een door Momo geobsedeerde vriendin. Ook de beide andere verhalen gaan over op de rand van gekte balancerende liefdes die alleen maar moord en doodslag tot gevolg kunnen hebben. Dat de verhalen desondanks niet loodzwaar of pathetisch zijn, heeft alles te maken met Valiulina’s puntig verhalende stijl en koel registrerende blik. Volgens de schrijfster is de Nederlandse taal in dit opzicht haar literaire redding geweest. Had ze in haar moedertaal, het Russisch geschreven, dan was ze het zwelgen niet te boven gekomen.

Valiulina: «De Russen zijn geobsedeerd door het verlangen één te worden met de wereld. Ze lijden eronder dat ze niet buiten de grenzen van hun lichaam kunnen treden. Russen willen iets onmogelijks en zijn daar extreem in. Als ze zich wél neerleggen bij het onmogelijke, neemt dat onmiddellijk streng ascetische vormen aan. Bij de Russen is het óf het een óf het ander, maar nooit iets er tussenin, zoals je ook in de politieke geschiedenis ziet. De Russische gevoelswereld wordt in mijn geval in toom gehouden door het analytische van de Nederlandse taal. In Rusland heb je van die hoogopgeleide dames die opeens een roman gaan schrijven. O jee! Dat is dan van dat associatieve proza, met tomeloze gedachtestromen. De Nederlandse syntaxis is voor mij een zegen.»

Houdt de Nederlandse taal je echt op de grond denk je?

«Ik denk het wel ja. Als schrijver mag je je niet laten gaan en dat is heel erg moeilijk. Iedere schrijver is geneigd om wat hij schrijft mooi te gaan vinden en zich daarin te laten gaan. Terwijl je je natuurlijk moet beheersen, net zoals je je in het dagelijks leven niet moet laten leiden door je gevoel. Uiteindelijk is alles een vormkwestie.»

Doorpratend over de onmiskenbare hardheid van haar beide boeken, zegt Valiulina dat die mede voortkomt uit het onderscheid dat zij maakt tussen «de mens» Sana Valiulina en de schrijfster. «De schrijver en de mens zijn totaal verschillende wezens. Als ik schrijf ben ik geen mens meer, en daardoor heb ik ook geen enkele last van remmingen of schaamte. Een schrijver staat altijd een beetje opzij eigenlijk, zit niet midden in zijn tijd. Hij ziet dingen die zijn tijdgenoten niet zien, maar is zich tegelijkertijd onbewust van veel dingen waar zij zich mee bezighouden.»

Daarnaast is Valiulina in haar werk uit op confrontatie, en niet op troost of herkenning. «Ik heb liever dat mensen een ongemakkelijk gevoel krijgen als ze mijn boeken lezen, dan dat ik het gevoel zou hebben ze te bedriegen, en mezelf ook. Ik vind het zielig als een schrijver alleen maar op herkenning uit is. Dat is toch niet de bedoeling van literatuur. Een schrijver als Platonov maakt je nog eenzamer dan je al was. Voor mij is het lezen van zijn werk een soort openbaring, maar de meeste mensen willen gewoon worden getroost. Terwijl, het gaat toch om de pijn in wezen. Ik lees ook wel om te worden afgeleid, af en toe een thriller bijvoorbeeld, maar naarmate ik ouder word en ik besef hoe weinig tijd er nog is, wil ik eigenlijk geen rotzooi meer lezen.»

Wil je niet dat iedereen je boeken mooi vindt?

«Nee, want dat kan niet. Je kunt niet voor je buurvrouw gaan schrijven. Mandelstam zei dat zo mooi over poëzie: je schrijft voor een verre toehoorder. Alleen op die manier kun je echt iets maken en aan je tijd ontsnappen. Voor poëzie geldt dat natuurlijk sterker dan voor proza. Een dichter kan puur door de vorm tot de kern doordringen. Veel mag onuitgesproken blijven. Prozaschrijvers zijn gedoemd zich verstaanbaar te maken. Daarbij heeft de Nederlandse literatuur ook nog eens een traditie dat alles moet worden uitgelegd. Ik vind het erg moeilijk om de balans te vinden tussen dingen onuitgesproken te laten en toch duidelijk te zijn.»

Haar volgende roman moet gaan over de wisselwerking tussen de mens en zijn tijd. Haar eigen geschiedenis is vanzelfsprekend sterk verbonden met die van Rusland. Haar moeder kwam als zeventienjarig meisje in Estland terecht vanuit Leningrad, toen een veilig heenkomen moest worden gezocht tegen de oprukkende Duitsers. Haar vader belandde in de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangene in Frankrijk en Engeland, en werd na zijn repatriëring nog eens tien jaar lang door Stalin vastgezet in een kamp. Omdat hij daarna niet meer in Moskou mocht wonen, ging ook hij naar Estland. Ondanks die turbulente voorgeschiedenis heeft ze naar eigen zeggen een volkomen gelukkige jeugd gehad, samen met haar oudere zus.

Valiulina: «Mijn vader liet niet veel merken van zijn kampjaren. Misschien heb ik het verdrongen, maar ik kan me niet herinneren dat het op ons enige invloed heeft gehad.» Schaterend: «Ik zou het echt pathetisch vinden om daarvoor nu nog in therapie te gaan.» Ernstiger weer: «Je moet niet vergeten: in Rusland heeft iedereen zoiets meegemaakt. Die ellende was geïntegreerd in het toch al treurige geheel. Niemand maakte er verder een punt van. Bovendien mocht je er niet over praten. Hier mag je over alles praten, daar echt niet. Waarom zou je je kinderen risico laten lopen? Wij leerden op school heel andere geschiedenislessen. Natuurlijk, ook in Estland draaide de propagandamachine volop. Ik denk ook dat mijn ouders ons wilden sparen. Het is eigenlijk allemaal heel ingewikkeld.»

Haar achtergrond draagt bij aan haar fascinatie voor het individu dat zich staande moet zien te houden tegenover de enorme kracht van de geschiedenis. «In Rusland heeft in de vorige eeuw de wereld een aantal keren volkomen op zijn kop gestaan. Ik wil niet bagatelliseren wat er hier in West-Europa gebeurt, ook in rustige tijden, maar toch lijkt het alsof hier minder aan de oppervlakte komt. Morele waarden worden minder op de proef gesteld. Ik vind het interessant om te schrijven over mensen onder druk, die moeten kiezen tussen loyaliteit en verraad. Mensen kunnen altijd honderden argumenten verzinnen om zichzelf te rechtvaardigen en waarschijnlijk onder extreme omstandigheden nóg meer.»

Heb je geen last van heimwee?

«Natuurlijk heb ik heimwee, nog steeds. Maar ik denk dat ieder gevoelig mens altijd heimwee heeft, naar wat dan ook. Ik besef ook dat ik liever hier zit met heimwee dan daar zonder. Ik weet dat het leven elders is en dat dat altijd zo zal zijn. Ubi bene ibi patria. Waar het goed is, is mijn vaderland. In die uitspraak van Erasmus kan ik me goed vinden. Natuurlijk, ik sta weleens boven de potten en pannen en denk: help! Ik wilde toch groots en mee slepend leven? Maar ik kan altijd onmiddellijk het tegenovergestelde denken: wat moet je dan met die zogenaamde vrijheid? Wat wil je najagen? Ik berust, maar niet op een stomme manier. Het heeft te maken met discipline, om aan het werk te gaan bijvoorbeeld, een patroon in je leven te volgen. Je moet een houvast hebben, anders verzuip je. Mijn discipline is mijn redding, daar streef ik in elk geval naar. Schrijven is gewoon moeilijk. Ik verbaas me altijd over mensen die zeggen dat ze er zo’n plezier aan beleven. Volgens mij heeft het iets met de tijdgeest te maken: je moet overal van genieten en alles moet maar leuk zijn. Aan een boek werken is erg zwaar. Het wordt nooit wat je wilde, en dat is maar goed ook. Bij schrijven gaat het om het bij effect. Er is geen input en output. Ik vind het altijd komisch als ik iemand hoor zeggen wat hij allemaal wilde met zijn boek. Dan lees ik het en kan ik het nergens vinden. Wil maar niks, denk ik dan. Schrijf gewoon.»

Sana Valiulina

Het Kruis

De Geus-pockets, 301 blz., € 6,95

Vanuit nergens met liefde

Uitg. De Geus, 176 blz., € 17,50