Interview met Femke Halsema

‘We missen een publieke elite’

Femke Halsema is links en liberaal. Ze verloor de verkiezingen. Ook al neemt GroenLinks haar dat niet al te kwalijk, makkelijk heeft ze het niet. ‘Of we de vrijheid tegemoet gaan? Nee. We zitten in een behoorlijke dip.’

Een puber bij haar in Amsterdam uit de buurt schold haar eerst uit voor kankerhoer, om haar de keer daarop toe te voegen dat hij haar wel wilde platrijden. Op haar werkkamer in het voormalige ministerie van Koloniën aan het Plein in Den Haag doet GroenLinks-leider Femke Halsema met grote gebaren na hoe ze die jongen op haar gehakte schoenen achterna rende om hem in zijn kraag te grijpen. ‘Ik had hem wel iets lelijks aan willen doen, maar dat doe je natuurlijk niet. Ik heb wel een indringend gesprek met hem gehad, omdat ik het een taak van iedereen vind om dat soort gedrag aan de orde te stellen.’

Het voorval komt ter sprake als het gaat over de verruwing in de samenleving. Nederland anno 2007 is niet het soort samenleving geworden waar in de jaren zestig en zeventig van werd gedroomd, toen velen zich ontworstelden aan de knellende banden van kerk, gezin en sociale status. Femke Halsema: ‘Toen werd gedacht dat die bevrijding zou leiden tot verheffing, luisteren naar Bach en zachtere omgangsvormen, maar dat is niet gebeurd. De laatste decennia heeft er verruwing en verplatting plaatsgevonden. Ik kan me daar mateloos aan ergeren.’

Volgens Halsema is het ontbreken van morele richtsnoeren en hoopgevende voorbeelden daarvan een oorzaak: ‘We missen in Nederland een publieke elite. Dat is een verwijt aan de politiek, aan de journalistiek, aan de top in het bedrijfsleven, aan het leger columnisten dat vooral met elkaar bezig is, aan kunstenaars. Het woord “elite” gebruik ik dan in de Franse traditie: noblesse oblige. We hebben op de televisie mensen nodig die een voorbeeld durven zijn. Zo’n Jensen, dat is de viering van domheid. Met alle zendtijd die deze man krijgt, heeft hij een podium en daardoor hoort hij bij de elite. Ik vind dat dat verplicht, omdat mensen daardoor tegen je opkijken. Maar zijn programma is alleen destructie.

Het is in hoge mate de commercie die bepaalt hoe er in grote groepen van de Nederlandse bevolking wordt gedacht. De tweedeling in Nederland zie je terug in het televisiekijken, wat we gemiddeld zo’n vier uur per dag doen. Een kleine groep hoger opgeleiden kijkt naar de publieke omroep, terwijl lager opgeleiden en kansarmen hun informatie alleen nog van sbs6 krijgen. sbs heeft een buitengewoon cynisch mens- en wereldbeeld. Daarmee zeg ik niet dat het de taak van de politiek is om omroepen aan banden te leggen, maar wel dat het haar taak is om ruimte te scheppen voor kwalitatief goede programma’s. In Groot-Brittannië is dat gelukt met Channel 4, maar hier is het niveau van de commerciële omroep beneden elk peil.’

Voor Halsema betekent vrijheid dan ook niet dat er geen grenzen zouden zijn: ‘Mensen kunnen een ongebonden vrijheid niet aan. Vrijheid krijgt pas betekenis als ze in relatie staat tot anderen en tot de samenleving. Ze moet gebonden zijn aan opvattingen over het goede leven.’ Bij het ontwikkelen van dat laatste heeft links het laten afweten, vindt Halsema: ‘In de jaren zeventig leken we op weg naar een opener, rechtvaardiger wereld, we hadden een optimistisch mensbeeld. De teloorgang daarvan kwam in de jaren tachtig. Toen werd links zo moralistisch, daar lusten de honden geen brood van. Ze verliet daarmee haar eigen ideaal. In die tijd was links vooral antikernwapens, antiracistisch, anti-anti, alles was negatief. Links had geen soeverein, eigen toekomstbeeld meer.’

Wat is er gebeurd dat het optimisme uit de jaren zeventig kon verdwijnen? ‘Ik ben het niet eens met degenen die beweren dat de toen bevochten vrijheid te ver is doorgeschoten, zoals bijvoorbeeld de Britse psychiater en publicist Theodor Dalrymple doet. Ik wil overigens niet ontkennen dat de individualisering uit de jaren zeventig ook heeft geleid tot uitwassen die onterecht werden vergoelijkt. Zoals bijvoorbeeld pedofilie. Maar de opkomst van het hedonisme ligt vooral in de jaren tachtig. Dat werd vooral sterk bevorderd door de rechtse ideologie van consumentisme en het surfplankliberalisme van “gewoon jezelf zijn”.

Maar in zijn algemeenheid vind ik niet dat de vrijheid te ver is doorgeschoten. Ik vind juist dat het proces om de vrijheid te vergroten niet is voltooid. In de jaren zeventig ging de toenemende vrijheid gepaard met sit-ins, protesten tegen de oorlog, acties voor de Derde Wereld. Misschien was het wat naïef, maar er was wél sprake van grote maatschappelijke betrokkenheid. Het ging echt niet alleen om het eindeloos van partner kunnen wisselen.’

Waardoor stokte het proces? Volgens Halsema is het uitblijven in 1977 van een tweede kabinet-Den Uyl daar mede debet aan. Maar ook de economie speelde een rol: ‘Mijn partijgenote Evelien Tonkens heeft wel eens gezegd: ik ben opgevoed voor een tijd die nooit meer is gekomen. Dat is het precies. Ik ben iets jonger dan Evelien, van 1966. Mijn ouders zeiden in de jaren zeventig tegen mij: jij kunt alles worden. Maar begin jaren tachtig, als gevolg van de economische malaise, lag dat toekomstperspectief totaal in duigen. Het werd allemaal heel somber. Mijn ouders maakten zich zorgen dat ik nooit werk zou kunnen vinden. Het vooruitgangsgeloof dat je kinderen het beter zouden krijgen was weg.’

Maar ook de politiek is volgens Halsema schuldig aan het onvoltooid blijven van het vrijwordingsproces: ‘In de jaren tachtig, onder de kabinetten-Lubbers, ging de overheid gerund worden als een bedrijf en werd de burger gezien als een calculerende burger. Er kwam een negatief, cynisch mensbeeld.’

Nu is er een groot verschil in denken over de mens tussen de liberalen van de vvd en de liberals van GroenLinks. Femke Halsema: ‘Een vvd-liberaal vindt dat de mens vrij is geboren. Wat hij van zijn eigen leven maakt, is zijn eigen verantwoordelijkheid. Als hij arm is, is dat zijn eigen schuld. Daar komt de filosofische uitspraak van pas: “We denken de mens vrij zodat we hem kunnen straffen.” Wij bij GroenLinks vinden dat een mens de kans moet krijgen om vrij te worden. Pas nadat een mens de kans heeft gekregen zich te scholen en te ontwikkelen, kan hem zijn individuele verantwoordelijkheid echt worden tegengeworpen.’

Volgens Halsema is bij velen, ook in de eigen gelederen, dit verschil niet duidelijk. ‘Veel linkse mensen vinden dat het begrip vrijheid niet bij hen hoort. Ze zien vrijheid eenzijdig als economisch liberalisme dat van mensen slechts consumenten maakt en de markt vrij spel geeft. Maar, zoals ook de titel van een boek van Theun de Vries luidt: de vrijheid gaat in ’t rood gekleed. In de Verenigde Staten ben ik een liberal, omdat ik opkom voor de kansen en de keuzevrijheid van illegalen en armen. Vrijheid staat in mijn denken dan ook absoluut niet haaks op overheidsingrijpen in de markt.’

Maar dan wel anders dan de pvda en de sp daarover denken: ‘De pvda wil voor meer kinderopvang het aantal crèches uitbreiden, allemaal overheidsinstellingen. Wij zeggen: geef werkende ouders een persoonsgebonden budget en laat ze zelf beslissen wat ze goed en slecht vinden: een crèche, opvangouders of wat dan ook. Het is volgens ons de verantwoordelijkheid van de ouders.’

Juist die fout maakt dit kabinet, vindt Halsema: ‘Dit kabinet haalt verantwoordelijkheid weg bij de ouders. Door van opvoeding steeds meer een staatsverantwoordelijkheid te maken geeft het kabinet de boodschap af dat ouders onmachtig zijn. Als het al een sociologische ontwikkeling zou zijn dat ouders hun handen van de opvoeding af trekken, wat ik betwijfel, dan is het juist verkeerd als de staat dat gat gaat opvullen. Als je dat doet, als je de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij ouders weghaalt, laten ze het daar ook bij. Dat is een vicieuze cirkel. Natuurlijk zijn er extreme voorbeelden, waar je moet ingrijpen, maar er wordt nu veel te veel een algemeen probleem van gemaakt. ‘

Ook het verbieden van urban-feesten door de overheid vindt Halsema niet passen bij wat zij verstaat onder een cultuur van vrijheid: ‘Daarmee praat ik de losse zeden op die feesten en het vrouwbeeld in bijvoorbeeld videoclips niet goed. Ik heb daar een moreel oordeel over. Ik vind het een vergissing dat mensen geen onderscheid maken tussen verbieden en het hebben van een moreel oordeel. Ze denken: zij is tegen ingrijpen, dan zal ze wel voor die feesten zijn. Dat laatste is niet zo, ik wil alleen niet dat de staat daarover gaat.

GroenLinks is zo langzamerhand nog de enige partij die de cultuur van de vrijheid verdedigt. pvda-fractievoorzitter Jacques Tichelaar zei in het debat over de regeringsverklaring dat de cultuur van vrijheid blijheid hem de strot uit kwam. Voor hem staat een cultuur van vrijheid blijkbaar voor het surfplankliberalisme. Maar behalve dat dit niet klopt, is er de laatste tien jaar al helemaal geen cultuur van vrijheid meer. De strafmaat is omhoog gegaan, er worden meer tbs-maatregelen opgelegd, de omgang met de mensen in de bijstand is verhard, zoals ook de vreemdelingenwet. En uit het recente beleidsprogramma van het kabinet en de opmerkingen van pvda’ers blijkt dat ze elke terughoudendheid om in te grijpen in gezinnen hebben laten varen.’

Maar reageert de pvda daarmee niet op een wens uit de samenleving, zoals partijen dat ook in de jaren zeventig deden? ‘Er is inderdaad veel onbehagen. Politici pikken dat op: de globalisering, het terrorisme, het milieu, noem maar op. Maar in de jaren zeventig speelde ook dat soort zaken: de oliecrisis, de Club van Rome over het milieu, de Koude Oorlog, arbeidsmigranten, de gijzelingen. Toen hadden politici echter de moed om voorop te lopen. Toen zeiden ze: als je bang bent voor wat er in de wereld gebeurt, moeten we juist de internationale samenwerking versterken. Tegenwoordig staat er geen premie meer op politieke moed.

De politiek lijdt aan adhd. Er is geen tijd en geen rust. We zitten in de wurggreep van de peilingen. Er wordt continu gepeild. Maurice de Hond zit als een bok op de haverkist en de politiek laat er uit angst zijn oren naar hangen. De pvda benoemt twee staatssecretarissen met een dubbele nationaliteit en als blijkt dat hun achterban dat maar niks vindt, dan wordt ze onduidelijk. Ook dat gehannes bij de pvda met Kadijah Arib, toen bleek dat ze in een Marokkaanse adviescommissie zit. Dat was allemaal angst. Als in het radioprogramma Stand.nl een idee door de bevolking wordt weggestemd, veranderen politici van mening. Misschien waren de politici in de jaren zeventig wel moediger, omdat ze niet permanent geconfronteerd werden met de mening van de bevolking.’

Niet alleen de peilingen krijgen er van Halsema van langs, ook de journalistiek: ‘Ik erger me aan de parlementaire journalistiek. Ik heb in 2005 geprobeerd een kritisch debat te entameren over linkse opvattingen over vrijheid, omdat ik links conservatief vind. Voor mij is vrijheid een links begrip. Maar er werd direct in sjablonen op gereageerd. Ik was voor vrijheid, werd ingedeeld bij het economische neoliberalisme van de vvd en dat was het. Maar Den Uyl sprak al over de weg naar vrijheid. Dat opplakken van etiketten door de journalistiek vind ik hinderlijk.

Dat zag je ook in de verkiezingsstrijd. Aan het begin ervan stond GroenLinks op verlies in de peilingen. Elke dag kreeg ik van journalisten de opmerking te horen: “Het gaat niet goed met GroenLinks.” Daar moet je dan telkens weer op ingaan, zo kom je niet toe aan het uitdragen van je ideeën. Ook rondom het ontslagrecht zie je het weer. Journalisten gaan op zoek naar een passende sound bite die past bij het beeld dat zij van de politicus hebben. Politici zijn bang van draaien te worden beschuldigd, dus zijn ze voor of tegen versoepeling. Maar de reële vraag die beantwoord moet worden, is of een verandering van het ontslagrecht de arbeidsmarkt veerkrachtiger maakt. Maar daar begint men niet aan. Het gebruik van etiketten zet een rem op de ontwikkeling van het politieke denken.’

Maakt dat alles dan niet dat het tijd wordt om politiek te hergroeperen, zodat alle sociaal-liberalen die nu over GroenLinks, pvda, vvd en d66 verdeeld zijn samen een vuist kunnen maken? Het antwoord is nee: ‘Cultureel en rechtstatelijk zitten velen in die vier partijen misschien op één lijn, maar uiteindelijk gaat het politieke debat vooral over sociale verdelingsvraagstukken. Dan zit d66 veel meer op de lijn van de vvd, maar wil GroenLinks juist weer veel verder gaan met inkomensnivellering dan de pvda. Een paar jaar geleden stonden wij bij GroenLinks voor een prisoner’s dilemma. De kiezer trekt massaal naar het midden. Als wij dat ook zouden doen, zouden we vermalen worden tussen sp en pvda. Als we naar de politieke flanken waren getrokken, waren we ook verdwenen omdat daar nauwelijks nog kiezers zitten. We hebben er toen bewust voor gekozen om als linkse en progressieve partij een ander geluid te laten horen.’

De vrijzinnige koers die Halsema ging varen met GroenLinks kwam haar intern op kritiek te staan. Toen ze vervolgens in december snel uit de kabinetsformatie stapte, zwol die kritiek aan. Juist dat heeft voor haar uiteindelijk geleid tot een moment van vrijheid: ‘Als zoiets gebeurt, ga je door een heel proces. Eerst was ik down, toen boos, maar uiteindelijk kon ik het een plek geven. Op dat moment realiseer je je dat je nog heel bent. Dat ze je met hun kritiek als persoon niets kunnen doen: ik blijf wie ik ben. Mijn leven hangt niet af van mijn positie. Dat is onafhankelijkheid en vrijheid.

Of we de vrijheid tegemoet gaan? Nee. We zitten in een behoorlijke dip.’