Het eerlijke verhaal: Eric van ’t Zelfde

‘We moeten af van het brede opleiden’

Volgens onderwijs-expert Eric van ’t Zelfde lijkt het of er een complot is gesmeed tegen de onderklasse. Zoals de tv-serie Klassen laat zien bestaat er nog steeds een enorme klassenongelijkheid. ‘Het onderwijs als emancipatiemachine, dat ideaal zijn we echt kwijt.’

Eric van ’t Zelfde in het technieklokaal van College De Brink, waar hij rector is. Laren, september 2019 © Leon Dakkus / studio Kastermans

Opeens zaten drie Schiedamse arbeiderskinderen op een elite-kostschool. Hun vader, turbinemonteur bij de Esso-raffinaderij in Rozenburg, werd voor drie jaar naar Schotland uitgezonden om het lokale personeel op te leiden en Eric van ’t Zelfde en zijn twee broers gingen naar The Edinburgh Academy, waar kinderen uit heel de wereld naartoe gestuurd werden – de rekening kon naar de oliemultinational. ‘Een onderwijswalhalla’, zo omschrijft hij het prestigieuze instituut. ‘En dan heb ik het niet alleen over de geweldige voorzieningen, de immense sportvelden, alle extra activiteiten en het landgoed in de ruige natuur van Noord-Schotland waar kinderen een week lang aardrijkskunde en biologie volgen. De crux is dat alle kinderen zich daar gezien voelen. Leraren weten dat ze het verschil kunnen uitmaken, ze proberen bij elk kind de talenten te ontdekken en maken bij elk kind duidelijk: je bent altijd iemands gelijke. Dat werd er echt ingepompt.’

Hij was vorig jaar weer even terug op The Edinburgh Academy. Er was toen een vacature voor een wiskundeleraar waarop tweehonderd mensen reageerden. ‘Daar waar wij geen reacties van wiskundedocenten ontvangen, ze zijn er gewoon niet, krijgen zij reacties uit heel de wereld. Zo graag willen mensen er werken. Uiteindelijk hebben ze iemand uit Shanghai aangenomen.’ De school is nog steeds een inspiratiebron: ‘Ik zag daar dat je als onderwijsinstelling het verschil kunt maken en dat je daar soms onorthodoxe maatregelen voor moet nemen.’

Natuurlijk is het niet eerlijk om een peperduur elite-instituut te vergelijken met het Nederlandse onderwijs, beseft hij. ‘Maar na twintig jaar neoliberaal afbraakbeleid is het verschil wel erg groot geworden. In Nederland hebben we in het onderwijs op dit moment zevenduizend onvervulde vacatures, er staan tal van onbevoegde leraren voor de klas. Het niveau van ons onderwijs is op veel plekken schrikbarend laag en met name kinderen uit de arbeidersklasse zijn daar dagelijks de dupe van.’

Hij geeft een concreet voorbeeld: ‘Ik kan al maanden geen leraar Duits vinden en het gevolg is dat ik het vak moet opheffen, waardoor het voor kinderen met vmbo-t onmogelijk wordt om naar de havo door te stromen. Dat is een demotiverende boodschap voor die kinderen en hun ouders. Het onderwijs als emancipatiemachine, dat ideaal zijn we echt kwijt.’

Sinds de veelbekeken Human tv-serie Klassen staat kansenongelijkheid in het onderwijs weer op de agenda. Nederland raakte ontroerd door Anyssa, het meisje dat bij haar opa en oma woont en uiteindelijk een havo-advies krijgt, maakte zich zorgen om Gianny met zijn foute vrienden, was onder de indruk van het doorzettingsvermogen van Yunascan. En bovenal: we sloten de juffen Jolanda en Astrid in de armen, die van alle kinderen in hun klas leken te houden.

Maar ook vroegen we ons af: hoe moet het met De Vier Windstreken als die twee gouden juffen daar niet meer werken? En: iedereen zag dat de kinderen van De Weidevogel met vooral gegoede, witte ouders veel gemakkelijker een havo-vwo-advies krijgen dan hun leeftijdgenoten op de achterstandsscholen Het Vogelnest en De Vier Windstreken. Sterker nog: geen enkel kind kreeg daar het gevreesde vmbo-advies.

Eric van ’t Zelfde (48) – groot, blozend, zangerig Rotterdams accent – vecht al zijn hele onderwijsloopbaan tegen kansenongelijkheid. Hij maakte naam als directeur van de Hugo Groot-school in Rotterdam-Zuid. In vijf jaar tijd maakte hij op onconventionele wijze van een van de slechtste scholen van Nederland – ‘echt het afvoerputje’ – tot een voorbeeldschool met slagingscijfers van honderd procent bij mavo, havo en vwo. Hij schreef er de bestseller Superschool over. De laatste jaren werd hij samen met de voormalige kickbokskampioen Lucia Rijker ook bekend als de strenge doch rechtvaardige schoolleiding in het tv-programma Dreamschool, waar drop-outs een laatste kans krijgen om uit te vogelen wat ze dan wél willen.

Van ’t Zelfde begon vers van de lerarenopleiding op een middelbare school in de Schilderswijk en werd na enkele managementsfuncties in het onderwijs benoemd als directeur op de vestiging Nachtengaalplein van de Hugo de Groot, die vanwege de slechte resultaten op de nominatie stond om gesloten te worden. Hij ging er op het eerste gezicht met gestrekt been in. Een leerling ‘met boksschoolschouders’ voor wie iedereen bang was – leerlingen én personeel – had op Van ’t Zelfde’s eerste dag de jonge receptioniste toegebeten ‘dat ze moest oppassen voor hem als ze wilde blijven leven’. Samen met de afdelingsleider stapte hij op de jongen af, schrijft hij in Superschool. ‘Martin en ik hebben hem naar buiten begeleid en gemeld dat hij geen leerling meer was.’

‘Voor kinderen met vmbo-t wordt het onmogelijk om naar de havo door te stromen’

Hij bestudeerde alle leerlingendossiers. ‘Soms wist ik niet wat ik las. Een leerling had een docente die aan het herstellen was van kanker uitgescholden voor kankerhoer, een favoriet scheldwoord op school in die dagen. De leerling had haar ook aangeraakt. Ik besloot deze leerling met terugwerkende kracht van school te verwijderen.’

Het waren heftige tijden. Dagelijks moest hij vechtpartijen sussen, er kwamen bewakingscamera’s in zijn kantoor nadat hij met zijn team een leerlinge uit de handen van loverboys had bevrijd, onder zijn bureau zat met ducttape een hamer bevestigd waarmee hij zich zou kunnen verdedigen. Uiteindelijk zouden in het eerste jaar 109 leerlingen de school verlaten door verwijderingen, verplaatsingen en wat natuurlijk verloop.

Ook binnen het lerarenkorps voerde hij grote veranderingen door. Lesgeven werd weer ‘old school’, termen als ‘competentiegericht onderwijs’ en ‘adaptief onderwijs’ werden verboden. De ‘kernteams’ in de onderbouw werden vervangen door klassen en een ouderwets rooster. Van ongemotiveerde, cynische leraren werd afscheid genomen en er kwamen nieuwe leraren, ‘echte Rotterdammers die niet onmiddellijk met de cao aankomen als er een uurtje extra gewerkt moet worden’. De leiding werd versterkt met twee oudere adjuncten, die elders in de organisatie op een zijspoor waren beland. ‘Gouden krachten met een schat aan ervaring’, zegt hij. ‘Ik had de jeugd en de bravoure, maar zij de deskundigheid en de ervaring. Het is een les die ik vroeg geleerd heb: als je zelf een 8 bent, dan moet je je met 9’s omringen.’

Wat is het geheim van zijn aanpak? ‘Alle kinderen moeten zich op hun gemak voelen. Vervolgens moet je een team samenstellen dat er echt voor gaat. Alle kinderen moet zich gezien voelen, dat is het ideaal. We nemen ze mee naar succes en zelfvertrouwen. Als volwassenen moeten we kinderen begeleiden bij het ontwikkelen van hun talenten. Er lopen te veel onzichtbare littekens in de maatschappij, kinderen die in de steek zijn gelaten door volwassenen. Door ouders, leraren of de jeugdzorg die is afgebroken. Kinderen in de problemen hebben gemiddeld 75 behandelaars gezien en iedereen trekt de handen ervan af als het ingewikkeld wordt. Wij gingen dan tot het gaatje.’

Hij geeft een onderwijsvoorbeeld van die stap extra: ‘Na de examens gingen wij als een haas alles nakijken om te zien wie er eventueel herexamens moest maken. Tegen die kinderen zeiden we: “We denken dat je over drie weken weer aan de bak moet, als de officiële uitslag binnen is. Zullen we je nu alvast een spoedcursus geven? Dan is het straks een eitje voor je.” Zó sleep je kinderen door het eindexamen.’

School moet niet alleen een plek zijn waar kinderen leren, maar ook een plek waar ze zich ontwikkelen, is de overtuiging van Van ’t Zelfde. ‘Bildung, daar draait het uiteindelijk om.’ Daarom werd het aantal buitenschoolse activiteiten sterk uitgebreid. ‘Ik wilde eigenlijk een kostschool voor de armen stichten. Elke dag was er van alles te doen, we gingen duiken met de kinderen, zwemmen, paardrijden en atletieken. Met weinig budget kun je toch veel doen. We startten een docentenvoetbalteam waar elk leerlingenteam op vrijdag tegen mocht spelen. Zó ontstaat er wederzijds respect.’

Het Hugo de Groot werd bijna een halve kostschool, waar kinderen met plezier naartoe gingen; de aanmeldingen stroomden binnen. Vanuit hetzelfde idee lanceerde Van ’t Zelfde ook het plan om een basisschool te beginnen waar kinderen van acht tot zes uur ’s avonds zouden leren, sporten, schaken, dansen en natuurlijk ook huiswerk maken. Het was voor de verschillende schoolbestuurders op Rotterdam-Zuid de druppel die de emmer deed overlopen. ‘De gevestigde belangen kwamen in gevaar’, oordeelt Van ’t Zelfde. Hij nam plotseling ontslag. ‘En ik werd wakker op de hartbewaking.’

Nu rijdt hij elke ochtend en avond op en neer tussen Rotterdam-Pendrecht en het Noord-Hollandse Laren, waar hij rector is op een vmbo. De school trekt weinig leerlingen uit het villadorp, vertelt hij. De leerlingen komen uit Almere, Eemnes en Huizen. ‘Ook een vrij arme populatie en ook hier hebben we wel weer een opdracht. De school moet gewoon in de top-25 van Nederland komen en daarvoor voeren we vrij veel gesprekken met leerlingen, laatst over blowgedrag en ook over geweld. En je ziet dat als je er tijd tegenaan gooit, echt met ze praat, dat je heel veel kunt bereiken met elkaar.’

‘Weet je hoeveel kinderen in Nederland in armoede leven? 605.000! Dat zorgt voor stress’

Op een van de eerste pagina’s van uw boek staat ‘Voor mijn ouders, mijn eerste leraren’.

Van ’t Zelfde slikt, veegt een traan weg, is even stil. ‘Sorry hoor, ik heb het even moeilijk… het gemis aan hem is zo groot, dat ook weer een eerbetoon aan hem is.’ Tijdens de opnamen van het vorige seizoen van Dreamschool overleed zijn vader. De leerlingen van de tv-school leefden erg mee, zagen de kijkers.

‘Ik heb geweldige ouders gehad’, vertelt hij even later. ‘Ze hebben ons liefde en fatsoen meegegeven. Mijn vader zat op de grote vaart en werd later turbinemonteur aan de wal. Hij ging met ons vissen en slootje springen, en hij stimuleerde ons om onszelf te ontwikkelen, boeken te lezen. Dat je een arbeider was, dat gaf niet, maar je poetste je schoenen en las boeken. Na zijn overlijden vonden we een afgesloten koffer met logboeken van de grote vaart. Maar hij verzamelde ook teksten en gedichten die hij mooi vond en wilde bewaren. In het Engels en het Duits. Je komt Goethe tegen, eigen experimentele gedichten.

Mijn moeder was de spil waarom het gezin draaide, heel traditioneel. Ze had het zwaar in zo’n mannengezelschap met jongens die wel van een geintje hielden. Tegelijkertijd had ze de touwtjes strak in handen, het was een geoliede machine.’

Veel kinderen hebben niet dit soort ouders…

‘Nee, zeker niet. Weet je hoeveel kinderen in Nederland in armoede leven? 605.000! Dat is toch een schande in een rijk land? Ik heb daar slapeloze nachten van. 605.000 kinderen leven in gezinnen waar het steeds de vraag is of er aan het eind van de maand nog wel genoeg eten op tafel staat. Dat zorgt voor stress, ook natuurlijk bij de kinderen. Je ziet dat ook aan de leerprestaties: ze kunnen zich minder goed concentreren, springen meer, zijn drukker.’

En dat is niet alles, benadrukt Van ’t Zelfde. Kinderen komen vaak uit probleemgezinnen, hebben geen toegang tot gezond eten, komen ook vaak uit achterstandsbuurten waar de bibliotheek en het jongerenwerk zijn wegbezuinigd, ze zitten op scholen met veel vacatures en veel onbevoegde leraren voor de klas. ‘Wat Klassen aankaart is niets nieuws, kansenongelijkheid wordt al jaren door de Onderwijsinspectie aangekaart, maar er gebeurt helemaal niets. Het is een giftige cocktail die uiteindelijk bepaalt in wat voor maatschappij we leven.’

Het lijkt wel of er een complot tegen de onderklasse is gesmeed, vind Van ’t Zelfde. ‘Vroeger was het onderwijs een emancipatiemachine. Wij hadden op onze ouderwetse arbeidersschool in Schiedam hoofdmeester Tielen en die wilde ons vooruit helpen. Door twintig jaar neoliberaal beleid is het onderwijs in die wijken afgebroken. De emancipatiegedachte is vrijwel verdwenen. De kinderen van de onderklasse komen op slechte basisscholen terecht waar ze met twee jaar taalachterstand vanaf komen. De kans dat ze op middelbare scholen mislukken is levensgroot en dan zijn er later onderbetaalde, flexibele onderklassebanen voor hen, waarvoor ze mogen concurreren met de arbeiders uit Oost-Europa.’

‘Waarom beoordelen we kinderen op dat waar ze het slechtst in zijn?’

U ziet de leerlingen van uw eerste klas als leraar Engels nog elk jaar. Sommigen zijn advocaat geworden, hebben goede banen.

‘Ja, en dat is nu veel moeilijker geworden. Dat is de schande. Arbeiderskinderen zijn vaak stapelaars. Ze gaan soms van mavo naar havo en vwo tot aan de universiteit. Die weg heb ik zelf ook begaan. Maar voor laatbloeiers is die weg nu bijna afgesloten omdat ze voor de kernvakken maar één 5 mogen staan om te slagen en te mogen doorstromen naar een hoger niveau. Aan het eind van de eerste klas wordt daarom op een middelbare school al vaak gekeken welke leerlingen wat zwakker zijn in bijvoorbeeld wiskunde. Tegen hen wordt dan gezegd: ga jij maar van de havo naar de mavo. Belachelijk, natuurlijk. Ik heb een leerling die voor bijna alle vakken 7+ staat, maar een 2,6 voor wiskunde en zij moet dan afstromen. Waarom beoordelen we kinderen op dat waar ze het slechtst in zijn? Dan heb je zo’n kind op z’n veertiende weer een doodschop verkocht. Door de nieuwe leerweg die in 2024 wordt ingevoerd wordt het nog erger, dan mogen kinderen alleen nog via het mbo doorstromen. Nou, op sommige mbo’s wil je niet dood gevonden worden. Het systeem richt zich tegen dit soort kinderen.’

In de tv-serie Klassen lijkt het of een vmbo-advies het ergste is wat een kind kan overkomen_.

‘Natuurlijk, want die ouders zijn ook niet gek. Ze vrezen dat hun kind in hun buurt op een slechte school komt en er uiteindelijk zonder een diploma vanaf gaat. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet zo te zijn. Ik zeg hier ook op een open dag tegen ouders: “Als jullie kinderen hier op het praktijkonderwijs komen, dan maken we van hen een goede timmerman of loodgieter, en we leren ze ook nog hoe ze een bedrijf starten. Als je dan over vier jaar een busje voor ze koopt, kunnen ze meteen goed betaald aan de slag.”

Voor veel kinderen is het vmbo een prima school, het is ook onzin dat iedereen hoogopgeleid moet zijn. Het vmbo is de kurk waarop de samenleving drijft. Maar dan moet er wel voldoende maatschappelijk perspectief voor die kinderen zijn. We geven veertig miljard aan onderwijs uit, dat is een heel bedrag. Daar zouden we toch goed onderwijs voor moeten kunnen organiseren.’

Hoe zou u dat doen? Hoe moet het onderwijs van de toekomst eruitzien?

‘We hebben in ieder geval géén behoefte aan een stelselherziening. Daarvan heeft het onderwijs er al genoeg achter de rug en die hebben niets opgeleverd. Allereerst moeten we de sloop van twintig jaar tenietdoen en het vak van leraar in ere herstellen. Die duizenden vacatures moeten zo snel mogelijk weggewerkt worden, want dat is echt een absurde situatie. Ik wil normale, hbo- of universitair geschoolde docenten die hun vak verstaan. Daar hebben de kinderen recht op.

In het onderwijs zouden we de focus meer moeten leggen op wat kinderen wél kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. We moeten veel meer uitgaan van hun talenten, het onderwijs afstemmen op het kind. Ik kan me voorstellen dat op den duur een leerling de talen op vwo-niveau doet, biologie en natuurkunde op havo-niveau en wiskunde op mavo-niveau. We moeten echt af van het brede opleiden. Helaas zag Sander Dekker (vvd) geen heil in het maatwerkdiploma dat dit mogelijk moet maken.

Tegelijkertijd moeten we niet denken dat het onderwijs alle maatschappelijke problemen kan oplossen. Twintig jaar neoliberaal bezuinigingsbeleid heeft nu eenmaal voor enorme verschillen gezorgd. Tussen arm en rijk, tussen bevolkingsgroepen, tussen buurten en ook tussen verschillende scholen. We mogen al blij zijn als we voorkomen dat de witte onderklasse en de allochtone onderklasse tegen elkaar uit worden gespeeld.’

Van ’t Zelfde valt even stil, denkt na. ‘In het begin had ik natuurlijk op The Edinburgh Academy een enorme taalachterstand’, gaat hij door. ‘Ik sprak eigenlijk geen woord Engels, maar gelukkig ging het steeds beter. Op een gegeven moment vroeg de juf of ik een verhaal wilde schrijven, ze dacht dat ik dat inmiddels wel kon, ze gaf me dat vertrouwen. Ik schreef een verhaal over een konijn dat op een eiland zat met myxomatose, ik kan het me nog steeds herinneren. De juf gaf me een 5, het hoogst haalbare, met een ster. Die handgetekende ster maakte zó’n indruk, dat is echt ongelooflijk. Ik voelde me gezien. Ik heb heel mijn leven cijfers gekregen, tienen, achten, zesjes en vieren. Maar ik heb het altijd over die ster van 37 jaar geleden. Ik was een verlegen jongen en die kostschool heeft me zelfvertrouwen gegeven. In ons onderwijs moeten we kinderen veel meer van dit soort stermomenten laten beleven.’

Het eerlijke verhaal

De klimaatcrisis, de stikstofcrisis, de crisis op de woningmarkt en die in het onderwijs – bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 17 maart staat veel op het spel. Het ‘eerlijke verhaal’, zoals Diederik Samsom dat in 2012 noemde, is dat er uit al deze crises geen eenvoudige uitweg is. In deze interviewserie analyseren prominente denkers de grote problemen waar de nieuwe regering voor komt te staan en dragen ze oplossingen aan.