Dani Rodrik

‘We moeten de globalisering redden’

Econoom Dani Rodrik waarschuwt al twintig jaar voor de negatieve effecten van globalisering en de gevaren daarvan voor de democratie. Hij hoopt op de dood van het dwangidee dat elke belemmering van handel en kapitaal onaanvaardbaar is.

Medium hh 16792882
Negentig kilometer ten zuiden van Shanghai ligt de haven Yangshan, die in 2020 de grootste haven ter wereld zal zijn © Thomas Raupach / HH

Het is bijna niet mogelijk om op een vervelender manier gelijk te krijgen dan Dani Rodrik. Deze Turkse econoom trok een jaar of twintig geleden voor het eerst de aandacht met artikelen en boeken die voorspelden dat economische globalisering scheidslijnen zou trekken in rijke landen. Er zou een kloof ontstaan tussen mensen die door globalisering kansen zouden krijgen en rijker zouden worden en mensen voor wie dat niet was weggelegd. De inkomensongelijkheid zou groter worden en de sociale cohesie lager, voorspelde Rodrik. Dat zou gevaar opleveren voor de liberale democratie. Twintig jaar later moet Rodrik toezien hoe zijn waarschuwingen tot op de letter werkelijkheid worden.

Rodriks werkkamer ligt aan de rand van de schitterende campus van Harvard University, op een steenworp van de Charles-rivier in Boston. Waar op de gang promovendi op hun onderzoek zwoegen in werkhokjes heeft Rodrik een lang hoekkantoor met ramen aan twee zijden. De hoogleraar politieke economie wordt dan ook gekoesterd door Harvard. Hij schreef verschillende veel gelezen boeken, is onder meer verbonden aan de Amerikaanse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen, de World Economics Association en het Center for Global Development, ontving subsidies van de Carnegie-, Ford- en Rockefeller-stichtingen, kreeg eredoctoraten in Gent en Groningen, is hoofdredacteur van het academische tijdschrift Global Policy en schrijft regelmatig opiniestukken voor The New York Times, The New Republic en andere media.

Zijn laatste bijdrage gaat – hoe kan het ook anders – over Donald Trump. De volgende Amerikaanse president wil op zijn eerste werkdag het handelsverdrag tpp verlaten, andere overeenkomsten ‘aanpassen’ (in Amerikaans voordeel) en landen straffen als ze in zijn ogen oneerlijk handel drijven met de Verenigde Staten. Rodrik verwacht dat Trump daadwerkelijk handelsbarrières zal opwerpen rond de VS en mogelijk een reeks luidruchtige economische confrontaties opzoekt met andere landen. Toch zullen de VS zich onder Trump niet overgeven aan onversneden protectionisme, denkt Rodrik, alleen al omdat importtarieven het leven moeilijker zullen maken voor Amerikaanse bedrijven en consumenten. Het grotere gevaar, zo vreest Rodrik, ligt bij de Amerikaanse democratie.

Het is Dani Rodrik ten voeten uit. Waar sommige economen maar weinig oog hebben voor de sociale en politieke effecten van economie, en anderen juist veel over economie beweren zonder er werkelijk veel van te weten, combineert Rodrik grondige kennis met een brede blik voor de implicaties van economische keuzes voor mensen in landen met een ontwikkelde of juist ontwikkelende economie, voor de verhouding tussen landen onderling, en voor mensenrechten, democratie en immateriële waarden in verschillende delen van de wereld.

Rodrik (59) is een kalme man, zacht sprekend en beleefd. Hij doet niet theatraal over de backlash die zich in de VS en Europa ontvouwt tegen de vorm die economische globalisering gekregen heeft. Maar het frustreert hem natuurlijk wel. ‘Opeens zie je dat er veel geschreven wordt over de “slachtoffers” van economische globalisering en de negatieve kanten ervan voor de lagere klassen in westerse landen. Het lijkt alsof dat een plotselinge ontdekking is, die we pas hebben gedaan sinds het Brexit-referendum en de opkomst van Trump. Maar sommige economen voorspelden al jaren geleden serieuze negatieve effecten van de huidige vorm van globalisering voor individuen en gemeenschappen. De kennis was er al lang’, zegt hij – te bescheiden om zelfs maar te zeggen dat hij daar één van was.

‘De grote meerderheid van beleidsmakers en economen heeft hun gemeenschap een slechte dienst bewezen door die zorgen jarenlang weg te wuiven – “poehpoeh” werd er lachend gezegd als je met een negatief scenario aankwam. Er is nu een aanpassing van meningen bezig, maar we moeten dat niet op z’n beloop laten. We moeten controleren dat die economische en beleidselites ervan doordrongen raken dat economische globalisering niet iets is wat ons overkomt maar wat we zelf doen. Ze moeten begrijpen dat globalisering per definitie disruptief is. Dan kunnen we samen regels opstellen om die globalisering in goede banen te leiden.’

Het is een terugkerend thema bij Dani Rodrik: dat globalisering niet iets is wat ons overkomt, maar iets wat we zelf dóen. ‘Globalisering wordt vaak voorgesteld als iets dat op onze schoot is geland. Dat is niet zo: het is het product van menselijke beslissingen, zoals handelsovereenkomsten en internationale verdragen. De “krachten van globalisering” klinkt heel abstract, maar we hebben ze zelf geschapen, en we kunnen ze ook controleren en sturen.’

‘Er lopen bij globalisering veel zaken door elkaar en het is een ingewikkeld proces’, vervolgt Rodrik, ‘maar twee van de belangrijkste onderdelen van economische globalisering zijn handel en technologie. De handel en met name handelsovereenkomsten krijgen nu veel aandacht, maar ook technologie heeft vaak een heel sterke invloed op ons leven. Zo zijn de kleinste dorpen op het platteland van Afrika getransformeerd door mobiele telefonie. En nieuwe technologie kan grote gevolgen hebben voor werkgelegenheid of voor hoe mensen werken. Maar dat ervaren we doorgaans niet als fundamenteel onrechtvaardig.

Dat is anders bij handel. Bij de bevolking in westerse landen is de perceptie gegroeid dat globalisering van handel fundamenteel onrechtvaardige gevolgen heeft voor werkgelegenheid. Als mijn bedrijf sluit omdat een ander bedrijf iets slimmer doet, ervaren mensen dat als een logisch gevolg van concurrentie. Dat is anders als mijn bedrijf verhuist naar een land met kinderarbeid of lakse milieuregels. Maar ook als een bedrijf vertrekt omdat lonen ergens anders lager zijn, voelt dat voor mensen in westerse landen als het omzeilen van de normen en regels die in een samenleving zijn gegroeid, als een achterdeur die een weg biedt langs bestaande sociale contracten.’

‘Hun verliezen gaan veel verder dan inkomensverlies. Mensen raken ook hun grip op de wereld kwijt’

Die diepere gevoelslaag wil de economische en politieke elite in westerse landen maar niet serieus nemen, stelt Rodrik: ‘Onder economen bestaat al 25 jaar consensus over de positieve effecten van globalisering, omdat het groei zou opleveren. Nu de frustratie van lagere klassen politiek is geëxplodeerd, zegt deze handelstechnocratie: “O, we begrijpen dat sommige mensen geraakt worden. Maar het antwoord is niet om handelsbelemmeringen op te werpen. We moeten verder gaan met handelsverdragen tekenen, maar we moeten betere manieren vinden om de verliezers te compenseren.” Je hoort dat bijvoorbeeld Christine Lagarde van het imf of mensen van de oeso regelmatig zeggen.

Dat is een zeer onbevredigend antwoord en het geeft blijk van een fundamenteel verkeerd begrip van wat er aan de hand is. Ten eerste zegt dit soort mensen dat al dertig jaar en gebeurt er nooit iets voor die verliezers. We weten ook niet goed hoe we die “verliezers” dan moeten compenseren. Maar belangrijker is dat hun verliezen veel verder gaan dan inkomensverlies. Mensen raken ook hun grip op de wereld kwijt, hun begrip van wie wat controleert. Ze raken ook zicht kwijt op de vraag of de verdeling van welvaart in hun maatschappij nog eerlijk is of niet. En ten slotte gaat ook het verlies van werk veel verder dan het verlies van inkomen. Het is een van de negatiefste schokken die een individu, familie of gemeenschap kan ervaren. Dus zelfs als de handelstechnocratie de verliezers van globalisering na dertig jaar opeens wel weet te compenseren voor hun inkomensverlies, dan nog hebben zij geen antwoord op hun gevoel van onrechtvaardigheid en hun verlies van vertrouwen in de samenleving.’

Economische en politieke elites begrijpen volgens Rodrik niet alleen de gevolgen van globalisering niet goed, maar ook de aard van globalisering zelf niet. ‘In de hele westerse wereld zie je dat zij blijven vasthouden aan het beeld dat handelsverdragen er zijn om handel te “bevrijden”. Maar het is al heel lang geleden dat handelsverdragen om vrijheid gingen. Importtarieven en quota zijn heel kleine onderdelen van verdragen als ttip of tpp. Hun kern is het wegnemen van zo veel mogelijk regels die een belemmering zouden kunnen zijn voor de vrije verplaatsing van goederen en kapitaal, van intellectueel eigendom tot boekhoud- of milieuregels. Omdat de winst daarvan voor de gemeenschap onduidelijk is, houden handelselites vast aan de valse voorstelling van “vrije handel” tegenover “handelsmuren” en “pro-globalisten” versus “anti-globalisten”. Of ze proberen hun steun voor de huidige vorm van globalisering helemaal stil te houden.

Trump hield zijn publiek voor dat Hillary in stilte een globaliseringsagenda wilde doorvoeren. Je moet toegeven dat er veel waarheid in die aantijging zat. Het ontbrak haar aan geloofwaardigheid toen ze begon te zeggen dat ze tpp niet wilde ratificeren. Zij, net als de centristische politieke krachten in Europa, was gedwongen te reageren op de populistische reactie op globalisering. Maar je kreeg altijd het gevoel dat het overal vooral een opportunistische reactie was, niet een fundamentele herformulering van de rol van economische globalisering, of van de balans tussen de markt en de staat.

Medium dani rodrik
Dani Rodrik © Bristol Festival of ideas

Omdat een geloofwaardig antwoord uitblijft, gedijen populisten en nativisten op de golven van onvrede, terwijl ze hun landen intern verdelen en vaak maatregelen voorstellen die grotere ongelijkheid zouden creëren. Ik hoop dat de grote middenpartijen in Europa, nu we in de VS de kans hebben gemist, een narratief vinden dat een antwoord biedt voor de zorgen van mensen over globalisering, dat de inclusie vergroot in de samenleving, en dat de liberale waarden van de democratie ondersteunt. Ik zie tot nu toe een groot tekort aan zulk soort leiders.’

Een ander type leiders komt wel op, en Rodrik weet uit ervaring wat dat kan betekenen. Hij groeide op in Istanbul en ging naar Robert College, een Amerikaanse school die verschillende premiers en ministers, schrijver Orhan Pamuk, en andere leden van de Turkse elite afleverde. Daarop studeerde Rodrik summa cum laude af aan Harvard, promoveerde in Princeton, werkte daar enige tijd en keerde terug naar Harvard. >

Ondertussen ging het met de liberale waarden in zijn vaderland bergafwaarts, toen Erdogan en zijn AK-partij een steeds autoritairdere koers gingen varen. Rodrik begon te schrijven voor Radikal, een liberaal-linkse krant geënt op het voorbeeld van het Britse The Independent. Daar schreef hij steeds vaker bezorgde stukken over de toestand in Turkije. In 2012 werd Rodriks schoonvader gearresteerd: hij zou in 2003, als generaal van Turkije’s Eerste Leger, met anderen een coup hebben beraamd tegen de akp. Rodrik schreef verschillende stukken in Amerikaanse media over het fantasievolle en flinterdunne bewijs tegen de coupplegers, maar zijn schoonvader werd niettemin veroordeeld tot twintig jaar cel.

In de VS was ondertussen Rodriks bekendste werk uitgekomen, The Globalization Paradox: Democracy and the Future of the World Economy (2011). Daarin beschreef hij hoe economische globalisering historisch vorm kreeg, eerst via Europese landen die het aan hun koloniën en wingewesten oplegden, in de negentiende eeuw onder Britse vleugels en vanaf de Tweede Wereldoorlog, in een gesegmenteerde wereld, onder Amerikaanse. Rodrik beschrijft economische globalisering als een door mensen gekozen en gestuurde ontwikkeling, die gemeenschappen ontwricht maar ook voorspoed en andere zegeningen kan brengen door het bieden van een grotere markt.

‘We zijn te ver gegaan in het ondergeschikt maken van nationale keuzes aan internationale handel’

Economische globalisering was lang niet altijd gedwongen, reconstrueert Rodrik. Zo verwerpt hij het bij links populaire idee dat Latijns-Amerika door de VS werd onderworpen aan de ‘Washington-consensus’. Het waren juist Latijns-Amerikaanse hoofdsteden waar het marktfundamentalisme intellectueel en in de praktijk vorm kreeg. Het is de bijna ongelooflijke uniformiteit in economisch denken die hem zo verbaast in de laatste decennia, en de vrijwillige onderwerping daaraan door landen en gemeenschappen in de hele wereld.

Vanaf de jaren negentig, beschrijft Rodrik, nam globalisering een kwalijke wending. ‘De wereld begon door te slaan naar wat ik hyperglobalisering noem’, zegt hij, ‘waarin alles wat een kostenpost betekent voor internationale handel en investeringen een object wordt dat verwijderd moet worden. Globalisering werd een doel op zich in plaats van een middel. Als je met mensen spreekt over internationale handel zeggen zowel mensen die zich “pro-globalisering” als mensen die zich “anti-globalist” noemen dat ze economische globalisering als middel willen. Het lijkt vaak niet zo moeilijk om een midden te vinden: een principe-idee dat de wereldeconomie gematigd open zou moeten zijn, zodat gemeenschappen – meestal natiestaten – en bedrijven de mogelijkheid hebben om hun voordeel te doen met een grotere markt terwijl ze keuzevrijheid houden over zaken die zij belangrijk vinden: van veiligheid en belastingen tot intellectueel eigendom.

Mijn basisdiagnose is dat we te ver zijn gegaan in het ondergeschikt maken van nationale keuzes aan internationale handel en investeringen. Een groot deel van de populistische reactie is daarop terug te voeren. We moeten een nieuwe balans vinden; niet om globalisering te ondermijnen maar om haar veiliger te maken, dienstbaarder en duurzaam. We moeten globalisering redden, zowel van haar cheerleaders als van de populisten.’

Voor de toekomst ziet Rodrik drie mogelijkheden, die hij samenvat als ‘the good, the bad, and the ugly’. ‘Het slechte scenario is een complete ineenstorting van de wereldeconomie zoals in de jaren dertig. Het lijkt nog altijd niet waarschijnlijk, maar de populistische wegblokkades op het pad van de wereldeconomie en de economische problemen in China baren wel veel zorgen. Toch denk ik dat onze instituties en onze democratieën te sterk zijn om weer in zo’n depressie te zakken.’

‘Het goede scenario zou zijn dat we goede leiders kiezen, en dat de grote middenpartijen een legitiem antwoord op globalisering vinden – met name centrum-links, dat wereldwijd voor die taak lijkt te zijn weggekropen. Nu dat goede scenario in de VS voorlopig is uitgevlakt, hangt het op Europa. Maar dat is een speciaal geval, omdat Europa niet alleen extern, maar ook intern het pad van hyperglobalisering is opgegaan. Alle Europese landen zullen afzonderlijk moeten kiezen: de verenigde markt houden en dan ook politiek integreren, of eruit. Hoe langer landen die keuze uitstellen, hoe harder het aankomt als populisten dat voor de rest zullen doen.

Ten slotte het lelijke scenario, waarin de middenpartijen geen legitiem narratief vinden en populisten blokkades opwerpen waar de trein van de wereldeconomie tegenaan ramt. Dat scenario is al voor een deel waarheid geworden met de Brexit en de overwinning van Trump. En Trump blaast ongetwijfeld energie in copycats over de hele wereld. Ik denk niet dat hij de Amerikaanse economie op slot gooit maar wel zie ik allerlei economische krachtmetingen in de komende jaren. Maar zoiets hebben we eerder gezien, met Ronald Reagan in de jaren tachtig. De schade voor de wereldeconomie was toen maar heel klein en dat verwacht ik met Trump ook.’

Of de wereld zo’n ‘lelijk’ scenario tegemoet gaat, hangt volgens Rodrik voor een belangrijk deel af van de reactie die economische en beleidselites nu geven op de populisten. ‘Sommige van hen geven de juiste reactie: dat we de koers van hyperglobalisering moeten heroverwegen. Maar anderen schieten in hun mantra van “we moeten de voordelen van globalisering beter uitleggen”. Zij realiseren zich kennelijk niet welke toekomst voor ons staat. We gaan naar een minder geglobaliseerde wereld, goedschiks of kwaadschiks. In het slechte scenario krijg je meer populistische overwinningen en een chaotische en vijandige beweging van landen die de wereldwijde markt uit bewegen en geïmproviseerde ad hoc uittredingen uit de Europese Unie en andere handelsblokken.’

Maar Rodrik ziet nog steeds een hoopvol scenario voor zich, dat enerzijds minder waarschijnlijk is door de opkomst van populisten als Trump, maar anderzijds juist waarschijnlijker doordat zijn overwinning zo schreeuwend het failliet van de huidige koers heeft aangetoond. ‘Ik hoop op een nieuw Bretton Woods’, zegt hij onomwonden. Dat is de naam voor de naoorlogse conferentie, in een ski-oord, in de Amerikaanse staat New Hampshire, waar 44 landen een blauwdruk smeedden voor de nieuwe, naoorlogse wereldeconomie. ‘De akkoorden van Bretton Woods erkenden expliciet dat de wereldeconomie in dienst moest staan van de sociale en economische behoeften van landen, in plaats van andersom’, zegt Rodrik. ‘Er moet hoe dan ook een nieuwe balans komen tussen nationale staten en de wereldeconomie. En waarom dan niet via een bewuste, onderhandelde keuze? Het zal niet makkelijk zijn, met vier keer zo veel landen als toen en nog veel meer belangen. Maar toch. Het is al eerder gedaan.’


Nieuwe chaos

De wereld anno 2016 zit vol problemen die niemand lijkt te kunnen oplossen. Wie niet goed begrijpt hoe die wereld werkt, is niet gek of dom. Want de wereld ís ook complexer, chaotischer en moeilijker te besturen dan voorheen. In een serie interviews laat De Groene toonaangevende denkers over internationale betrekkingen hierover aan het woord. Deze week: de Turkse econoom Dani Rodrik.