Toen begin dit jaar de wereld in lockdown moest, durfden sommigen nog hardop te dromen over een post-coronawereld die groener en eerlijker zou zijn. Het virus was een wake-upcall en we mochten niet weer indommelen. Dat sentiment lijkt verdwenen, nu we afwachten of we met Kerstmis op familiebezoek mogen. De vraag hoe we beter uit de crisis kunnen komen is verdrongen door de vraag wannéér we uit de crisis komen.

Twee weken geleden sprak De Groene met Frans Timmermans, vicevoorzitter van de Europese Commissie, die verantwoordelijk is voor de Green Deal, het alomvattende duurzaamheidsplan dat ons continent in 2050 klimaatneutraal moet maken. We vroegen hem hoe de pandemie zijn missie heeft beïnvloed. Hadden Europese politici het niet te druk met teststraten en mondkapjes om zich te interesseren voor strengere klimaatdoelen? Is er straks nog wel geld over voor verduurzaming, nu overheden de begrotingstekorten laten oplopen om noodsteun te bekostigen?

Minister Carola Schouten laat haar oren te veel hangen naar de protestboeren

Timmermans zag het behoorlijk rooskleurig in. Volgens hem heeft Covid-19 de Green Deal juist in een stroomversnelling gebracht: ‘De Europese Raad heeft in juli besloten dat er achttienhonderd miljard moet komen voor investeringen, waardoor de zaak echt in een ander daglicht is komen te staan. Niet alleen de politiek, ook het bedrijfsleven begrijpt dat als we moeten investeren om te herstellen, we dat meteen duurzaam moeten doen. De Green Deal vormt daarvoor een goede basis, omdat het zekerheid biedt op de lange termijn.’

Hoe ingrijpend deze transitie zal zijn, toont de reportage over de Poolse mijnstreek Silezië in De Groene. De meeste inwoners snappen wel dat de kolenindustrie ten dode opgeschreven is, maar hebben terechte zorgen over de toekomst van hun regio, waar niet alleen het economische maar ook het culturele leven met de mijnen verweven is. Timmermans, kleinzoon van Limburgse kompels, toonde zich daarvan bewust: ‘We moeten mensen zien op te leiden om andere beroepen te doen. Zeker wanneer iemand vijftien of twintig jaar in de mijnen heeft gewerkt, kan dat een helse klus zijn om iets te vinden waar ze voldoening uit halen. Maar de beelden uit mijn kindertijd van stoere mijnwerkers die aan de lopende band wasknijpers in elkaar zitten te frunniken wil ik nooit meer zien – dat is geen vervangende werkgelegenheid.’

Dat er ook in Nederland nog het nodige moet gebeuren om aan de Europese milieuregels te voldoen, toont het onderzoek van Investico en De Groene over de grootste stikstofuitstoters. Het huidige landbouwsysteem loopt tegen allerlei ecologische grenzen op. Veel boeren zullen best begrijpen dat het model van rücksichtslose intensivering aan herziening toe is, maar hebben terechte zorgen over de toekomst van hun bedrijf, dat niet zelden al generaties in de familie is. Het probleem is dat minister Carola Schouten haar oren te veel laat hangen naar de protestboeren die wars zijn van verduurzaming. Met een kostbare vrijwillige uitkoopregeling treedt ze op als een zachte heelmeester die een stinkende wond achterlaat. Wat we in het stikstofdossier zien geldt voor de hele milieucrisis: zolang de grote vervuilers worden ontzien, blijft het aanmodderen.

Als de perikelen in de Poolse mijnregio en op het Nederlandse platteland iets duidelijk maken, dan is het wel dat deze omwenteling vraagt om een sterkere overheid. Gelukkig begint zelfs de vvd dat inmiddels in te zien, getuige het nieuwe verkiezingsprogramma. Ook de duurzaamheidsparagrafen bij andere partijen stemmen hoopvol dat Rutte III zijn titel als ‘groenste kabinet ooit’ na de volgende formatie alweer kwijt is. Dat is ook hard nodig als we de klimaatdoelen van Parijs binnen bereik willen houden. Frans Timmermans voelt dat de wind in Europa in elk geval aan het draaien is: ‘Het is niet meer “het klimaatdebat”, het is een breder gesprek geworden over waar onze economie naartoe gaat.’ De dromen over een groenere en eerlijke wereld zijn nog lang niet verwezenlijkt, maar het is te voorbarig om ze volledig op te geven.