Hoe de nieuwe coronavirusvarianten oprukken

‘We moeten elkaar meer aanspreken’

De sneller verspreidende variant van het coronavirus wint terrein in Nederland en het is een kwestie van tijd voordat ook andere ‘zorgwekkende varianten’ vaste voet aan de grond krijgen, met mogelijk dramatische gevolgen.

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Ashis Brahma wordt er behoorlijk moedeloos van. Tussen Kerst en de eerste dagen van januari, vertelt de arts infectieziektenbestrijding van de GGD Noord- en Oost-Gelderland, zijn er op verschillende locaties in Nederland meer dan tienduizend monsters van coronatesten opgestuurd naar de labs van het rivm en Erasmus MC om in kaart te brengen hoe de nieuwe, besmettelijkere variant van het coronavirus zich door ons land verspreidt. Zijn eigen ggd deed dat onder meer van een vleesverwerker en van twee verpleeghuizen die hun zaken goed op orde hadden, maar waar het aantal besmettingen razendsnel opliep. ‘We leven inmiddels op 17 januari en nog steeds lijkt de urgentie in Nederland nauwelijks doorgedrongen.’

Hoeveel procent van de besmettingen in Nederland inmiddels met de nieuwe, sneller verspreidende variant is – waarschijnlijk tegen de tien – is volgens Brahma niet zo relevant, omdat we in andere landen hebben gezien hoe snel dat exponentieel omhoog gaat. ‘Maar het enige dat we tot nu toe doen is meer testen, in Lansingerland, in Dronten, in Bunschoten.’ Toen hij naar aanleiding van een uitbraak met de variant in een gehandicapteninstelling in Ermelo het rivm opbelde met de vraag wat nu te doen was het antwoord: ‘Nou, we hebben geen beleid, dat volgt nog.’

Nederland is hard op weg om Ierland achterna te gaan. Tot begin december gold dat land binnen Europa als een lichtend voorbeeld in de strijd tegen het coronavirus. Terwijl in Nederland sinds september het dagelijkse aantal positieve testen nauwelijks onder de vijfduizend kwam, hielden de vijf miljoen Ieren het wekenlang op ongeveer driehonderd per dag. En dus besloot de Ierse overheid eind november dat restaurants en eetcafés de laatste maand van het jaar open zouden mogen en versoepelde ze de bezoekregels voor tijdens de feestdagen.

Maar stilletjes aan begon een in december in Groot-Brittannië aangetroffen variant van het virus, B.1.1.7, aan een opmars. In de laatste week van december (waarin aardig wat Ieren naar familie in Groot Brittannië reisden) was het aandeel ervan nog minder dan negen procent, een week later dertien procent, nog een week later 25 procent en inmiddels is het ongeveer de helft. Op 23 december was het aantal vastgestelde besmettingen al negenhonderd. Een dag later kondigde de regering de meest strenge lockdown af die de Ierse routekaart vermeldt. Het kwaad was al geschied, in de eerste week van 2021 schoot het aantal positieve tests per dag omhoog naar achtduizend – het hoogste per hoofd van de bevolking in heel Europa. Inmiddels puilen de ziekenhuizen uit, met opvallend veel veertigers en vijftigers.

Waar B.1.1.7 het eerst is gaan verspreiden is niet bekend, maar waarschijnlijk is hij ontstaan in een persoon die langdurig met het coronavirus besmet is geweest. Zo’n langdurige besmetting resulteert in een evolutionaire strijd tussen virus en afweersysteem. De zegevierende variant bevat zeventien mutaties waarvan er een paar waarschijnlijk het virus sneller doen verspreiden, vertelt Richard Molenkamp, medisch moleculair microbioloog in het Erasmus MC in Rotterdam, al vermeldt hij erbij dat we nog veel niet weten. Het virus lijkt zich beter te kunnen hechten in de luchtwegen, waardoor er minder virusdeeltjes binnen hoeven komen voor het raak is. Ook lijkt deze variant zich sneller te vermenigvuldigen boven in de keel, waardoor besmettelijke mensen meer virusdeeltjes uitscheiden. ‘Deze mensen hebben een gemiddeld lagere CT-waarde, een maat voor de hoeveelheid virus in de keel’, zegt Molenkamp.

Per contact dat een besmettelijke persoon heeft, neemt in het geval van B.1.1.7 de kans met grofweg vijftig procent toe dat deze het virus overdraagt: zou deze persoon bijvoorbeeld op een illegaal feestje eerst tien mensen besmetten, dan zijn het er nu vijftien. En voor elk van die vijftien geldt weer hetzelfde. Oftewel: als het even de kans krijgt, grijpt dit virus nog veel sneller om zich heen dan de vertrouwde variant.

Experts in Nederland en ook de leden van het kabinet zijn er inmiddels van doordrongen dat B.1.1.7 de komende maanden de boel over zal nemen. Zoals het omt in zijn laatste advies schrijft, gebeurt nu hier wat in Engeland eerder gebeurde: de oude epidemie zwakt af maar ondertussen neemt de nieuwe exponentieel toe. De verwachting is dat bij het huidige beleid en gedrag deze variant in de loop van februari de daling zal doen omslaan in een stijging, met als gevolg dat in maart en april het aantal ernstig zieken enorm zal zijn. Het vaccineren van de kwetsbaren wordt dus nog meer een race tegen de klok.

In december was er nog discussie of de snellere verspreiding misschien gewoon door het gedrag van de Britten kwam. Het beleid was daar op dat moment nog wat soepeler en de scholen waren open, vertelt Willem van Schaik, hoogleraar microbiologie en infectie aan de Universiteit van Birmingham. ‘Maar inmiddels zijn de epidemiologische gegevens overtuigend. Iedereen is besmettelijker, dus ook kinderen. Al is gelukkig gebleken dat zij het virus nog altijd per contact minder overdragen dan tieners en volwassenen.’

De variant is weliswaar niet ziekmakender of dodelijker, maar dat is niet geruststellend, legt Van Schaik uit. Een virus dat veertig procent meer mensen doodt, is op korte termijn inderdaad dodelijker. Maar een virus dat per cyclus veertig procent meer nieuwe mensen besmet, doodt door de exponentiële toename na een maand al snel vijf keer zo veel mensen. En dan is er nog niet eens meegewogen dat bij een rappere toename van ziekenhuisopnames de kans sterk toeneemt dat er minder goede zorg geleverd wordt en uiteindelijk zelfs de zorg omvalt. ‘We zitten nu in Groot-Brittannië op rond de 1500 doden per dag’, zegt Van Schaik, ‘en dat gaat waarschijnlijk nog meer worden.’

‘Onze eigen vrienden en familie kunnen door ons gedrag overlijden’

Dat is dan ook waar verschillende regio’s in Europa, waaronder in Nederland, zich op voorbereiden: code zwart – de situatie waarin de ziekenhuizen zelfs de patiënten die wél verwezen worden wegens corona niet meer aankunnen en op de ic op basis van niet-medische criteria zoals leeftijd moet worden geselecteerd.

En of dat allemaal nog niet genoeg was, liggen er nog meer varianten op de loer. Die lijken niet alleen besmettelijker, maar brengen nog meer onhebbelijke eigenschappen met zich mee. Zo is er de Zuid-Afrikaanse variant B.1.351, die een wijziging heeft in het spike-eiwit, waardoor zowel vaccins als de natuurlijke afweer door eerdere infecties minder goed hun werk kunnen doen – al betekent dit niet dat ze volledig onwerkzaam worden.

Nog zorgwekkender is een variant die recent opdook in het Braziliaanse Manaus. Die stad kwam al eerder in het nieuws omdat het virus er zo ongenadig huishield dat er op twee miljoen inwoners 6400 doden vielen en, zo concludeerden wetenschappers vorige maand in Science, zo’n driekwart van de bevolking besmet werd.

Zo langzamerhand moest daar nu wel groepsimmuniteit bereikt zijn, was de consensus. Vandaar dat de alarmbellen afgingen toen begin januari de ziekenhuizen in Manaus tóch weer vol stroomden. Deskundigen vrezen dat de variant die op het moment rondgaat dusdanig is veranderd dat de antistoffen van veel inwoners er geen bescherming tegen bieden. Lab-experimenten waarbij onderzoekers het ‘gewone’ coronavirus langdurig aan antistoffen blootstelden, bevestigen (in een nog niet door collega’s beoordeeld artikel) dat het virus inderdaad uiteindelijk kan ‘ontsnappen’. Onderzoek moet bevestigen of er in Manaus daadwerkelijk sprake is van massale herbesmettingen en of deze herbesmette mensen zelf (ernstig) ziek worden. Het kan ook dat zij het virus alleen doorgeven aan anderen. In beide gevallen geldt dat groepsimmuniteit de kwetsbaren niet langer beschermt.

Deze ‘immuunontwijking’ kan ook weleens slecht nieuws betekenen voor de vaccins. Veldepidemioloog Amrish Baidjoe, die afgelopen week deelnam aan een who-meeting over de verspreiding van de varianten, wordt er niet optimistisch van. ‘Veel mensen zien de vaccinaties als een licht aan het einde van de tunnel, maar dat licht is voor mij sinds die bijeenkomst helemaal niet zo duidelijk meer. Wanneer je niet snel genoeg een groot deel van de bevolking beschermt, kunnen er net als in Manaus varianten ontstaan die het vaccin omzeilen en voorlopig heeft een groot deel van de wereld die eerste prik nog niet gezet.’

Hij maakt zich net als Willem van Schaik zorgen over de keuze die onder meer de Britse overheid overweegt om de tweede prik enkele maanden uit te stellen. Zo zouden ze meer mensen alvast een eerste kunnen geven, die naar schatting enige maanden zo’n vijftig procent bescherming biedt. Van Schaik bestudeert zelf het ontstaan van antibioticaresistentie. ‘Onder zo’n prikregime kun je iets vergelijkbaars gaan zien, zegt hij. ‘Als de nood enorm is kan ik het begrijpen, maar je wilt het liever niet.’

In Nederland proberen deskundigen momenteel nog zo veel mogelijk kennis te vergaren over het virus. Dat doen ze in het lab in het Erasmus MC en voor het eerst testen ggd’en in samenwerking met Erasmus en rivm in verschillende regio’s op grote schaal op het virus. In onder meer uitbraakgemeente Lansingerland is dit ingegeven door een uitbraak van de nieuwe variant, elders zoals in Dronten is het een steekproef. Met name de gegevens uit Lansingerland zullen moeten helpen te bepalen of scholen een groter verspreidingsrisico vormen. ‘Alles wat we weten komt uit het Verenigd Koninkrijk’, zegt Molenkamp. ‘We willen weten hoe het hier zit. Daarom zijn we nu de surveillance aan het opschroeven, met verschillende labs buiten Rotterdam en Bilthoven.’

Omdat het virus sneller overspringt, houdt het maatregelenpakket dat het reproductiegetal nu net onder de 1 houdt dat straks niet meer en zal dat bij ongewijzigd gedrag tot rond de 1,3 oplopen. Bovendien loopt bron- en contactonderzoek – zelfs al zou dat weer op volle kracht uitvoerbaar zijn – sneller achter de feiten aan, omdat het aantal besmettingen per bron anderhalf keer toeneemt.

Ondertussen duurde de discussie over aanvaardbaarheid van een avondklok die het reproductiegetal straks onder de 1 moet helpen drukken eindeloos, werkt bijna een derde van de mensen die thuis kunnen werken regelmatig gewoon op kantoor en is het aanbevelen van mondneusmaskers nog altijd niet van de grond gekomen. Wederom dreigen burgers en beleidsmakers in Nederland pas doordrongen te raken van de noodzaak van maatregelen wanneer het te laat is, waardoor we weer het slechtste van twee werelden krijgen: én de vele zieken en doden, én de maandenlange zware restricties met alle gevolgen van dien.

Hoewel fatalisme op de loer ligt, is het ook zo dat alles wat het aantal ‘besmettingssituaties’ beperkt in absolute zin juist méér effect heeft: er worden meer besmettingen voorkomen. Dus wie zich strak aan bewezen maatregelen houdt zoals het zo ver mogelijk terugbrengen van het aantal contacten, het vermijden van langdurig of nabij contact, vooral in binnenruimtes, en het dragen van – liefst ffp2 – mondneusmaskers, is nog steeds relatief veilig. Maar wie de grenzen opzoekt of er overheen gaat, zal sneller worden afgestraft. ‘Ik hoop dat de bezorgdheid over de nieuwe varianten dat besef kan versterken’, zegt Molenkamp.

Daar is Brahma het mee eens, maar wat hem betreft is het niet genoeg om op die maatregelen te wijzen. ‘Het moet niet steeds gaan over gedrag, maar over bewustzijn. We moeten elkaar echt meer aanspreken op waar het om gaat: dat de zorg overloopt, mensen ziek worden, onze eigen vrienden en familie door ons gedrag kunnen overlijden. Die boodschap is door de nieuwe variant alleen maar belangrijker geworden.’