Progressieven moeten weer slim worden

We moeten ons niet meer laten afleiden

Vorige maand sloot ik me schoorvoetend aan bij het Any body But Bush-kamp. Ik ging uiteindelijk overstag door «Bush in a Box», een grap-cadeau van mijn broer aan mijn vader voor zijn 66ste verjaardag. Bush in a Box is een kartonnen president 43 met tekstballon-stickers met de gewoonlijke overbekende bushismes: «Is our children learning?» «They misunderestimated me» — doorsnee Bush-bashing-rommel, te koop bij Wal-Mart, made in Malaysia.

Toch maakte Bush in a Box me treurig. Niet omdat de president dom is, want dat wist ik al, maar omdat hij ons dom maakt. Bush in a Box toont heel goed het niveau van analyse dat deze dagen uit het linkse kamp komt. Je kent het: het Witte Huis is gekaapt door een schimmige bende zeloten die of krankzinnig zijn, of achterlijk, of allebei. Stem op Kerry en maak het land weer gezond.

Maar de zeloten in Bush’ Witte Huis zijn noch krankzinnig noch achterlijk noch schimmig. Integendeel. Ze dienen openlijk de belangen van de bedrijven die hen aan de macht hebben gebracht met meedogenloze efficiency. Hun zelfverzekerdheid komt niet voort uit het feit dat ze een nieuwe soort zeloten zijn maar dat de oude soort in een politiek klimaat is beland waar geen grenzen meer bestaan.

Dat is allemaal bekend, maar toch is er iets aan George W. Bush’ combinatie van onwetendheid, vroomheid en arrogantie die bij progressieven iets opwekt wat ik ben gaan zien als Bush-blindheid. Als die toeslaat, verliezen we alles wat we weten over politiek, economie en geschiedenis uit het oog en focussen exclusief op de erkend rare persoonlijkheden van de mensen in het Witte Huis. Andere bijverschijnselen zijn het genieten van psychologische diagnoses van Bush’ verwrongen relatie met zijn vader en de verkoop van Bush «dum gum», voor 1,25 dollar.

Deze waanzin moet ophouden, en de snelste manier is door John Kerry te kiezen, niet omdat hij anders zal zijn maar omdat hij op de meeste belangrijke onderdelen — Irak, de «war on drugs», het Israëlisch-Palestijnse conflict, vrije handel, vennootschaps belasting — net zo slecht zal zijn. Het essentiële verschil zal zijn dat als Kerry deze wrede politiek voortzet, hij te voorschijn zal komen als intelligent, geestelijk gezond en gelukzalig saai. En daarom heb ik me aangesloten bij het Anybody But Bush-kamp: alleen met een droogkloot als Kerry aan het roer zullen we eindelijk een eind kunnen maken aan het presidentiële pathologiseren en ons weer op de problemen zelf concentreren.

Natuurlijk zitten de meeste progressieven al stevig in het Anybody But Bush-kamp, ervan overtuigd dat dit niet het moment is om op de overeenkomsten te wijzen tussen de twee door het bedrijfsleven gecontroleerde partijen. Daar ben ik het niet mee eens:

We moeten die teleurstellende overeenkomsten onder ogen zien, en ons vervolgens afvragen of we een betere kans hebben om te strijden tegen een corporatistische agenda van Kerry of van Bush.

Ik heb niet de illusie dat links «toegang» zal hebben tot een Witte Huis met Kerry en Edwards. Maar het is goed om te beseffen dat het onder Bill Clinton was dat de progressieve bewegingen in het Westen onze aandacht weer richtten op systemen: globalisering, kapitalisme en kolonialisme. We begonnen het moderne «empire» te begrijpen als niet de reikwijdte van een enkel volk, hoe machtig ook, maar een mondiaal systeem van verbonden staten, internationale instellingen en bedrijven, een begrip dat ons in staat stelde als reactie mondiale netwerken op te zetten, van het World Social Forum tot Indymedia. Ongevaarlijke leiders die liberale platitudes spuien en ondertussen op de bijstand inhakken en de wereld privatiseren, dwingen ons die systemen beter te identificeren en bewegingen te construeren die flexibel en intelligent genoeg zijn om het tegen ze op te nemen. Met Mr Dum Gum uit het Witte Huis zullen progressieven weer slim moeten worden, en dat kan alleen maar goed zijn.

Sommige mensen beweren dat het extremisme van Bush in feite een progressief effect heeft omdat het de wereld verenigt tegen VS-empire. Maar een wereld verenigd tegen de Verenigde Staten is niet noodzakelijk verenigd tegen imperialisme. Ondanks hun retoriek waren Frankrijk en Rusland tegen de invasie van Irak omdat die hun eigen plannen bedreigde om de olie van Irak te controleren. Met Kerry aan de macht zullen Europese leiders niet langer in staat zijn hun imperialistische plannen te verbergen achter gemakkelijk Bush-bashing, een ontwikkeling die al besloten ligt in Kerry’s verwerpelijke Irak-beleid. Kerry stelt dat we «onze vrienden en bondgenoten (…) een betekenisvolle stem en rol in Iraakse zaken» moeten geven, waaronder «eerlijke toegang tot de miljardencontracten voor de wederopbouw. Het betekent ook: ze laten meedoen aan het opnieuw opstarten van de winstgevende olie-industrie van Irak.» Ja, dat klopt: de problemen van Irak zullen worden opgelost met meer buitenlandse binnendringers, met Frankrijk en Duitsland die een grotere «stem» krijgen en een groter aandeel in de oorlogsbuit. Er wordt niets gezegd over Irakezen, en hun recht op een «betekenisvolle stem» in het leiden van hun eigen land, laat staan over hun recht hun olie te controleren of om een deel van de wederopbouw te krijgen.

Onder een regering-Kerry zal de geruststellende illusie van een wereld verenigd tegen imperialistische agressie wegvallen, en de zucht naar macht blootleggen die het ware gezicht van modern empire is. We zullen ook afscheid moeten nemen van het archaïsche idee dat het afzetten van één enkele man, of het omverwerpen van een Romaans «Imperium», al onze problemen zal oplossen. Ja, het zal meer gecompliceerde politiek opleveren, maar het heeft als extra voordeel dat het waar is. Met Bush uit beeld verliezen we de inspirerende vijand, maar we kunnen dan de daadwerkelijke politiek aanpakken die al onze landen transformeert.

Onlangs wond ik me tegen een vriend op over Kerry’s immorele steun voor de apartheidsmuur in Israël, zijn ongevraagde aanvallen op Hugo Chavez in Venezuela en andere fouten. «Yeah», beaamde mijn vriend somber. «Maar hij gelooft tenminste in de evolutie.»

Daar geloof ik ook in — de dringend noodzakelijke evolutie van onze progressieve bewegingen. En dat gebeurt niet totdat we alle Bush-grappen wegdoen en ons niet meer laten afleiden. En dat zal alleen gebeuren wanneer we ons ontdoen van de grootste afleiding van allemaal.

Dus Anybody But Bush. En dan gaan we weer aan het werk.

Vertaald door Rob van Erkelens