Annemarie Jorritsma stapt uit de politiek

«We moeten terug naar de inhoud»

Annemarie Jorritsma stapt uit de politiek. Ze zal haar vier jaar in de Kamer, «na alles wat er is gebeurd », niet volmaken. «Als ik iets leuks tegenkom, dan ga ik weg.» Interview met de demissionair minister van Economische Zaken en vice-premier onder Paars II.

Het was 6 mei 2002. ’s Ochtends vroeg moest de minister van Economische Zaken en nummer twee van de VVD-lijst langs in het Mediapark in Hilversum. Ze was te gast bij Radio 3, in het programma van Rob Stenders. Er waren tot de verkiezingen nog negen dagen te gaan en van kabinetswege was besloten dat nu ook bewindslieden zich in het campagnecircus mochten mengen. Niet meer de kabinetslijn, maar de partijlijn stond centraal. En dus kon Annemarie Jorritsma vrijuit spreken. Ook ’s middags kon dat, toen ze terug op haar departement aan De Groene Amsterdammer vertelde dat ze vier jaar lang namens Paars weliswaar hard had gewerkt om de kerncentrale in Borssele gesloten te krijgen, maar dat ze «niet kan ontkennen dat mijn partij en ik persoonlijk daar een andere opvatting over hebben. De enige reden voor sluiting is dat we er een afspraak over hebben gemaakt.»

Niet veel later op de dag werd exact op de plek waar ’s ochtends nog haar eigen auto geparkeerd had gestaan Pim Fortuyn vermoord. «Daarna viel alles stil», zegt de minister nu. «We stonden klaar om de grote sprong te maken, om iets harder tegen elkaar te kunnen zijn en na vier jaar regeringsbeleid te kunnen uitleggen waar we als partij voor staan. Maar het hield allemaal op. Na de extra ministerraadvergadering ben ik maar naar Bolsward gegaan. De agenda was leeg.»

Het is ruim een maand na de verkiezingen en we zijn terug bij demissionair minister Jorrits ma. Op haar departement lopen raar verklede mensen rond: vrouwen met pruiken, mannen met bontgekleurde colbertjes. De entree aan de Bezuidenhoutseweg is feestelijk aangekleed. Over een rode loper worden de ambtenaren van EZ hun gebouw in geleid. Het is vanwege de reorganisatie, zegt de minister. Om te vieren dat die voltooid is.

Is er dan toch niets wezenlijks veranderd in Den Haag? Is alles weer zoals het was? Annemarie Jorritsma schudt van nee. De ontwikkelingen sinds 6 mei zijn haar nogal zwaar gevallen. Het kabinet waarvan ze met trots acht jaar lang deel uitmaakte, is weinig glansrijk ten onder gegaan. En bij de kamerverkiezingen verloor haar VVD liefst veertien zetels. Jorrits ma, in 1982 voor het eerst gekozen als parlementariër en onder Kok 1 minister van Verkeer en Waterstaat, deed nog een poging voorzitter van de Tweede Kamer te worden. Maar haar ambitie werd gedwarsboomd door de nieuwe politieke cultuur. De VVD-fractie steunde haar, maar voormalig ondervoorzitter Frans Weisglas, nota bene uit diezelfde fractie, haalde na een openbare sollicitatieronde de meeste stemmen en mocht de gewezen voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven opvolgen.

Het kamervoorzitterschap leek voor Jorrits ma echter al bekeken nog voor een eerlijke race begonnen was. Terwijl onderzoek van de Algemene Rekenkamer had moeten uitwijzen of berichten uit het Algemeen Dagblad over belangenverstrengeling met het familiebedrijf wel op waarheid berustten, waren er al parlementariërs die hun eigen conclusies hadden getrokken en meenden dat Jorritsma niet de onomstreden voorzitter was die de Kamer zich wenste. «Als ik het gevoel had gehad dat er iets niet deugde, had ik niet om dat onderzoek gevraagd en dan had ik hier niet als kandidaat gestaan», verweerde ze zich in de Kamer. En ze hoopte «dat kranten in de toekomst geen dingen meer mogen schrijven die gewoon niet waar zijn».

Eind deze maand komt de Rekenkamer met uitsluitsel over de zaak. Op verzoek van de minister zelf werd bekeken of er niets mis was met het verstrekken van een subsidie van Economische Zaken aan het familiebedrijf van de Jorritsma’s in Friesland. Ook keek de Reken kamer of het wel zo verstandig was om haar dochter bestuurslid te maken van de stichting die moeders aandeel in het familiebedrijf beheerde. Zelf denkt ze van wel. De notaris had haar indertijd geadviseerd om naast de onafhankelijke voorzitter en secretaris iemand in de stichting te zetten die erop toeziet dat alles fatsoenlijk en in haar belang gebeurt. «De onafhankelijkheid was al gegarandeerd doordat mijn dochter alleen geen beslissingen kan nemen. Er moet een meerderheid van stemmen zijn.» Bovendien was het belang van Jorritsma en haar man in het beheerkantoor sowieso al een gecertificeerd belang. «We hadden dus alleen financiële zeggenschap en geen feitelijke zeggenschap. De suggestie werd gewekt dat ik die subsidieverlening via mijn dochter heb gespeeld. Maar dat arme kind weet nergens van.»

De door het Algemeen Dagblad ontketende rel heeft de politiek er al met al niet leuker op gemaakt, zegt de demissionair minister. «Je gaat je afvragen: wil ik dit soort dingen nog wel? Wil ik die kwetsbaarheid nog wel? Ik heb me vanaf 1982, toen ik voor het eerst werd gekozen, altijd gerealiseerd dat er overal bananenschillen lagen. Deze keer hebben ze er een neergelegd en me er gewoon overheen geduwd. Ik heb er geen woorden voor hoe schandelijk ik zoiets vind.»

Alles afwegende heeft ze besloten om eens wat verder te kijken dan de Haagse vierkante kilometer van de macht. Ze is kamerlid, dat wel. Maar de volle vier jaar denkt ze niet vol te zullen maken. Jorritsma: «Ik wist al dat ik geen minister zou worden. Er komt een andere combinatie waarin wat mij betreft ook andere mensen aan de bak mogen. Het voorzitterschap had ik leuk gevonden en ik denk dat ik het goed had gekund. Maar een ander heeft gewonnen. Sinds kort ben ik daarom om me heen aan het kijken. Als ik iets leuks tegenkom, dan ga ik weg. Ik zeg niet dat ik nu direct uit de politiek wil, maar twintig jaar lang heb ik altijd alles aan me voorbij laten gaan en de politieke zaak voorrang gegeven. Nu, na alles wat er is gebeurd, sta ik daar iets anders in.»

Wat is er gebeurd dat u doet besluiten op zoek te gaan naar iets anders?

Annemarie Jorritsma: «De omgeving waarin ik na de verkiezingen terugkwam, is veranderd. Er is een vorm van agressie en een vorm van emotie in de politiek binnengetreden waarvan ik echt hoop dat die binnenkort weer verdwijnt. Als iemand zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, dan vallen de dreigbrieven direct op de deurmat. Dat gaat almaar door. En werkelijk iedereen krijgt ze. Vroeger kwamen die brieven ook wel eens, maar nu moet je ze echt serieus nemen.»

Heeft het verhaal van het Algemeen Dagblad over het familiebedrijf ook meegespeeld?

«Het heeft meegespeeld in het gevoel afstand te moeten nemen, jazeker. Het zijn dingen die het werk niet bepaald leuker maken. Ik was verbaasd dat zoiets zo kort voor de verkiezingen uitkwam. Ik heb wel eens zitten denken: misschien had ik in 1982 toen ik in de Kamer kwam de naam van mijn echt genoot moeten loslaten. Dan was misschien de relatie nooit gelegd.»

Is het wel eerlijk om vanuit de Tweede Kamer op zoek te gaan naar een andere betrekking?

(fel) «Ik blijf gewoon werken! Het Tweede-Kamerlidmaatschap is mijn vak.»

Maar u bent voor vier jaar gekozen.

«Dat realiseer ik me. Daarom vind ik ook dat ik er zo helder over moet zijn. Men moet er rekening mee houden dat ik er eerder uitstap dan over vier jaar. In principe word je voor een termijn van vier jaar gekozen, maar er is nu wel echt iets gebeurd in Nederland. Dan vind ik ook dat ik het recht heb om er nog eens over na te denken. Als ik voor de eerste keer in de Tweede Kamer zou zijn gekozen, dan had men het volste recht van spreken. Maar bij de zesde keer geloof ik dat je iets meer vrijheid zou moeten hebben.»

Vindt u dat meer mensen moeten vertrekken om lager geplaatste kandidaten een kans te geven?

«Nee. En daar gaat het nu ook niet om. Mijn argumentatie is volstrekt niet altruïstisch. Het is ook een onzinverhaal: zouden nieuwelingen vernieuwen? Ervaren kamerleden vernieuwen juist meer dan nieuwe kamerleden, heb ik de indruk. Nieuwe kamerleden moeten leren, want ze kennen het vak nog helemaal niet. Conservatieve oude kamerleden die niks willen vernieuwen, had een partij gewoon nooit op de lijst mogen zetten.»

In simpele analyses over de aardverschuiving van 15 mei gelooft ze niet. Het kan niet zo zijn dat de PvdA en de VVD 36 zetels hebben verloren omdat hun lijsttrekkers de kiezers niet aanstonden. Er is zoveel meer aan de hand, zegt Jorritsma. «Iedereen lijkt vergeten dat 11 september heeft gespeeld. Het is toch wel heel opvallend dat je ziet dat na die datum Pim Fortuyn eerst lijsttrekker wordt bij Leefbaar Nederland, en later vertrekt, dat Balkenende De Hoop Scheffer opvolgt en dat ook PvdA en VVD hun leiders verliezen. Ik kan me niet voorstellen dat daar helemaal geen relatie tussen is. In al die partijen is onrust ontstaan. Dat heeft met veranderende opvattingen te maken en met onzekerheid over de gevoerde politiek.» Ook Pim Fortuyn zelf heeft natuurlijk een rol gespeeld. «De bestaande lijsttrekkers bleken niet in staat met een nieuwe lijsttrekker te debatteren», zegt Jorritsma. En de thema’s die werden bediscussieerd, die waren anders dan de campagneteams hadden bedacht. Door de campagnestop heeft Paars niet de kans gehad zich op welke manier dan ook te verdedigen tegen alle aantijgingen, vindt ze. Zo kon het CDA er met de buit vandoor gaan.

Terwijl haar VVD enorm verloor, wordt inmiddels weer onderhandeld over een nieuw kabinet. Daardoor lijkt de partij minder in de kreukels te liggen dan de Partij van de Arbeid, waar de rouwverwerking nog altijd niet is afgerond. Maar schijn bedriegt. «Zodra de formatiedrukte achter de rug is en een kabinet aan het werk kan, dan moeten fractie en partij gaan bedenken hoe we onszelf in de toekomst kunnen verkopen. Niet meer alleen binnen de eigen partij, maar ook daarbuiten», aldus Jorritsma.

In Hoofddorp belegden de liberalen twee weken geleden alvast een bijeenkomst waar de balans van veertien zetels verlies werd opgemaakt. Het woord «vernieuwing» viel daar veel. Annemarie Jorritsma heeft het daar niet zo op: «We moeten gewoon terug naar de inhoud. En al die kennelijk in politiek geïnteresseerde mensen er weer bij betrekken. Nieuw is dat niet. Ik zou het heel jammer vinden als wij toegaven aan de pure gezichtendemocratie. Als we maar iemand hebben die het goed kan vertellen, dan komt alles wel goed, lijkt daarin de gedachte. Dan speelt inhoud dus geen rol meer. Maar politiek is meer dan beelden. Het moet niet alleen om de lijsttrekker gaan en de beelden die hij of zij veroorzaakt. Ik heb een aantal debatten met de nummers twee van de lijst mogen doen, maar daar bleken de media in het geheel niet in geïnteresseerd. Op televisie zijn alleen maar lijsttrekkersdebatten. Vertel me niet dat dat de vraag van de kiezer is; de media dringen het hen op.»

Ze had Wim Kok zo graag twee volle regeerperiodes gegund, maar het mocht niet zo zijn. Weinig glorieus viel half april het tweede paarse kabinet waarin zij vice-premier was. Maar in Paars was natuurlijk al eerder de klad gekomen. Op 6 mei, bij het eerste gesprek dat De Groene met haar voerde, verdedigde ze het kabinet te vuur en te zwaard. Het irriteerde haar dat er over «puinhopen» werd gesproken en dat CDA-leider Balkenende de «wederopbouw» van Nederland voorstond. Terwijl er juist zoveel goed was gegaan. Het Britse weekblad The Economist had terecht gezegd dat Nederlanders een beetje verwend zijn.

Nog steeds gaat het Jorritsma te ver om over puinhopen te spreken. Maar terugkijkend is er wel het een en ander misgegaan: «Achteraf vind ik dat we onder Paars meer stappen hadden moeten zetten dan we hebben gedaan. Voor de WAO hebben we in 1998 een commissie ingesteld omdat we in het regeer akkoord niet tot structurele oplossingen kwamen. Eigenlijk hadden we dat beter niet kunnen doen en zelf maatregelen moeten nemen. Overigens durf ik te garanderen dat het kabinet dan halverwege de rit was gevallen. Het was zeker niet gelukt om daar uit te komen. Maar misschien was zo’n kabinetsval zelfs wel goed geweest, zou je zeggen met de wijsheid van vandaag.»

Naar buiten toe leken VVD en PvdA te veel op elkaar. «Toch hadden de VVD’ers in het kabinet heus op bepaalde punten andere opvattingen dan de pvda’ers. Maar je regeert wel met elkaar en dan sluit je compromissen waar je je allemaal achter schaart. De kracht van besturen in een land als Nederland is dat je bereid bent iets te verdedigen waar je niet honderd procent achter staat.»

Dat is toch juist waar de kiezer mee heeft afgerekend? Bij de LPF zeggen ze graag wat ze denken, nietwaar?

Jorritsma: «Ja, maar dat kan dus niet in dit land. Dan hebben we ook zo weer verkiezingen. In het regeerakkoord komen geen zaken meer waarvan we weten dat we het er op hoofdlijnen over eens zijn. Op moeilijke punten komt echter wél alles vast te liggen. Anders kan een kabinet gewoon niet werken. Dus misschien dat het ietsje korter zal zijn, maar er komt een echt regeerakkoord. En dat heeft misschien nog wel minder te maken met de LPF dan met het CDA.»

Bent u er bang voor dat het CDA vanuit de Kamer het kabinet afvalt?

«Het CDA heeft de afgelopen jaren tamelijk vaak afspraken over links gemaakt. Daar moet je rekening mee houden. Niet voor niets hebben wij in eerste instantie onze voorkeur uitgesproken voor een minderheidsregering. Dan kunnen ze naar links en naar rechts, en op een paar punten zijn wij bereid het kabinet volop te gedogen. Als je in Nederland écht een dualis tisch systeem wil, dan zou je dat zo moeten doen. CDA en LPF hebben daar uiteindelijk niet voor gekozen. Wij moesten en zouden meedoen. Nou, oké, er zal door ons worden geregeerd. Maar dan wel een beetje stabiel graag.

Toch willen CDA en LPF graag meer macht voor de Tweede Kamer.

«De roep om meer macht voor de Kamer vind ik flauwekul. De Kamer hééft al alle macht, want ze maakt het regeerakkoord. Het zijn kamerleden die nu bij Donner onderhandelen en het zijn kamerleden die dadelijk besluiten of ze het met de afspraken eens zijn of niet. Het regeerakkoord wordt niet gemaakt door een kabinet; een kabinet voert het slechts uit. Als het ultieme doel is om voortdurend met de oppositie akkoordjes te sluiten, dan moet je dat vooral doen, maar voor de coalitie is het niet goed.»

Onder het eerste kabinet-Kok was Jorritsma minister van Verkeer en Waterstaat. Graag wilde ze worden herinnerd als de minister die écht iets aan de files heeft gedaan, zei ze eens in een vraaggesprek. Dat zal er niet meer van komen. Ze zal vooral worden bijgezet als de minister met een ontembare aanvechting naar marktwerking, liberalisering en privatisering. Als minister van Economische Zaken is ze er trots op dat de burger binnenkort keuzevrijheid heeft bij het betrekken van energie: «Ik denk dat ooit een keer mensen tevreden zullen zijn over de energieliberalisering. Die hebben ze dan toch voor een flink deel aan mij te danken.»

In Duitsland, waar huishoudens hun energiebedrijf al voor het uitkiezen hebben, zijn de prijzen maar heel even gedaald. Inmiddels zijn ze weer op het hoge peil van voor de liberalisering. «Maar er is ook geen garantie dat iedereen goedkoper uit is», geeft Jorritsma toe. «Ik heb dat zelf althans nooit gezegd. Wat van belang is, is dat er voldoende concurrentie is, zodat de prijzen vanzelf beheerst blijven.»

In algemene zin lijkt het klimaat om via privatisering tot meer marktwerking te komen onder haar ministerschap niettemin behoorlijk omgeslagen. Hoewel een klimaat volgens de minister «wordt veroorzaakt», bleek ook uit onderzoek van haar partijgenoot Bolke stein (eurocommissaris belast met de interne markt), dat de Europese burger, moe van klungelende spoorwegen en bang voor Californische toestanden in de stroomvoorziening, de voordelen van meer keuzevrijheid niet ziet. Tot het eind toe blijft Jorritsma evenwel in haar Grote Project geloven: «Als burgers nog niet weten hoe het is om te kiezen, dan mag je ook niet van ze verwachten dat ze daar een opinie over hebben. Het is een taak van de overheid om te bevorderen dat burgers die keuze wél krijgen. Je moet als overheid een verdraaid goede reden hebben mensen te dwingen naar die ene monopolist te gaan. Overheidsgeld moet uitsluitend in bedrijven blijven als niet via regulering en het toezicht is geregeld dat men zich niet kan misdragen. Als men zich niet kan misdragen en er is voldoende toezicht, dan kan wat mij betreft alles naar de markt.»

Wat de energievoorziening vanuit Borssele betreft is er in de onderhandelingskamer van Piet Hein Donner inmiddels overeenstemming. Jan Peter Balkenende, Mat Herben en Gerrit Zalm hebben besloten de kerncentrale nog iets langer open te houden en te onderzoeken of er plaats is voor meer kernenergie in Nederland. Minister Jorritsma zal verheugd zijn.

Of niet?

Het blijft lastig, regeren in Nederland. Jorritsma: «Ik ben nog steeds minister, en als Staat voeren wij een rechtszaak om Borssele te sluiten. Mede door mijn inspanningen hebben we een redelijk grote kans dat de Staat wint. Dat er nu in de formatie overeenstemming zou zijn, doet er niet toe: het besluit is er formeel pas als er een nieuw kabinet is. Natuurlijk, ik zit in een rare spagaat. Maar dat is besturen nu eenmaal. Je zult in dit land altijd compromissen moeten blijven verdedigen. Maar je hoeft dat compromis nooit per se als de grote waarheid te omarmen.»