Een eruptie van leiderloos activisme

‘We moeten zelf de mensen aan de macht worden’

Sinds de verkiezing van Donald Trump lijkt Amerikaans activisme in een stroomversnelling te raken. Leiders komen er nauwelijks aan te pas, of het moeten de mensen zijn ‘die het werk doen’.

Medium hh 61176514

Toen Noam Chomsky vorige week zijn 88ste verjaardag vierde, was dat voor menigeen aanleiding om de bewonderde linkse intellectueel te citeren. Het socialistische tijdschrift Jacobin koos ‘in deze donkere tijden’ voor enkele fragmenten uit een interview van eind vorig jaar. Het leek alsof Chomsky destijds al een Trump-presidentschap voorzag en de Jacobin-lezers wilde geruststellen. Hij toonde onder meer hoop en een sober optimisme: ‘Na verloop van tijd is er een soort van algemeen traject richting een rechtvaardiger samenleving, met regressies en kenteringen natuurlijk.’ Voor wanhoop is echter nooit plaats, bezwoer hij: ‘Mensen voelen zich machteloos, maar dat moet overwonnen worden. Daar is organisatie en activisme voor.’

Sinds de verkiezingen voelen miljoenen Amerikanen zich machteloos – en verontrust. Zo verontrust dat mensen wier burgerparticipatie tot voor kort niet verder reikte dan eens in de vier jaar stemmen, zich plots afvragen: wat kan ik doen? ‘Vrienden die altijd vonden dat ik het belang van sociale bewegingen en protesten overdreef, bellen me om te vragen wat ze kunnen doen when shit gets real’, zegt Sarah Jaffe, een in sociaal activisme gespecialiseerde journaliste, in een telefonisch interview. Jaffe denkt dat Amerika voor een ‘activistisch moment’ staat. ‘Door het hele land worden protestmarsen rond de inauguratie gepland, kunstenaars verkopen werken waarvan de opbrengst gaat naar activistische netwerken en non-profits, techneuten bouwen communicatienetwerken die het voor burgers makkelijker maken om hun volksvertegenwoordigers te bellen.’

Elke actie voor de goede zaak telt, vindt Jaffe, hoe klein ook – en het maakt niet uit of mensen zichzelf als activist beschouwen. ‘Dit is wat mensen vinden dat ze moeten doen om in een leefbaar land en een leefbare wereld te leven. De mensen in Standing Rock willen bijvoorbeeld per se niet actievoerders of demonstranten worden genoemd. Ze willen waterbeschermers worden genoemd omdat ze strijden voor de bescherming van hun drinkwater op land dat van hen is, krachtens diverse door de Amerikaanse overheid geschonden verdragen.’

In haar deze zomer verschenen boek Necessary Trouble: The Power of Protest in the Age of Inequality beschrijft Jaffe de toename van politiek protest sinds de financiële crisis van 2008, zeg maar van de Tea Party en Occupy Wall Street tot Black Lives Matter en Fight for $15. Ze trok er de steden, dorpen en wijken voor in en sprak met de mensen die zich verzetten tegen bezuinigingen, huisuitzettingen, corporate hebzucht en milieuverontreiniging, maar ook tegen haat, discriminatie en bekrompenheid.

Een van de gemene delers van de gemeenschappen die Jaffe al doende infiltreerde – van een Tea Party-enclave in Atlanta tot studenten in Los Angeles die frauderende commerciële universiteiten aanpakken – is dat hun bewegingen geen charismatische leider nodig hadden om te functioneren. Het bleek genoeg als organisatoren op de achtergrond het zaadje zaaiden.

Wanneer Jaffe schrijft over de ‘horizontale structuren’ van al deze bewegingen, wil dat niet zeggen dat ze geen leiderschap hebben, benadrukt ze. ‘Zelfs het nadrukkelijk leiderloze Occupy had leiders: de mensen die het meeste werk deden. Met horizontaal bedoel ik dat de beweging zich, net als de vorm van het internet, horizontaal verspreidt. Het voordeel daarvan is dat niemand toestemming van een leider nodig heeft om een nieuw initiatief te ontplooien. In Chicago hadden activisten geen afgevaardigde uit Zuccotti Park nodig om Occupy Chicago te starten. Dat deden ze gewoon.’

Dat is ook waarom bijvoorbeeld activisten als Alicia Garza van Black Lives Matter het steeds hebben over ‘leidervolle’ bewegingen, vervolgt Jaffe. ‘Iedereen binnen de beweging is een leider.’ Die nadruk op leiderloosheid heeft volgens Jaffe ook te maken met het feit dat veel activisme – en dit geldt net zo goed voor Occupy als voor bijvoorbeeld de Tea Party – een reactie is op slecht leiderschap, op het falen van de elites. ‘Na de crisis hebben veel mensen alle vertrouwen verloren in de mensen met macht. Dat geldt net zo goed voor politici als voor Wall Street of de ceo van Walmart.’

De eruptie van leiderloos activisme gaat vaak gepaard met creatieve vormen van protest, zo beschrijft Jaffe. De Tea Party-activisten verstoorden town hall-bijeenkomsten van hun volksvertegenwoordigers, die luidkeels te horen kregen dat ze hun herverkiezing konden vergeten als ze niet conservatief genoeg werden bevonden. Black Lives Matter-activisten sloten snelwegen af en verstoorden brunches in blanke buurten in New York om bewustzijn te creëren voor politiegeweld tegen zwarten. De Chicago Teachers Union (lerarenvakbond) deed iets wat zelden gebeurt in de Amerikaanse publieke sector: men ging in staking.

Sarah Jaffe staat ook stil bij de successen die de verschillende bewegingen met die methodes boekten. De Tea Party was medeverantwoordelijk voor wellicht het meest rechtse Huis van Afgevaardigden uit de Amerikaanse geschiedenis, in veel conservatieve staten is de toegang tot abortus aanzienlijk verminderd. De twee grootste staten van het land, Californië en New York, hebben evenals enkele grote steden een minimumloon van vijftien dollar per uur. Overal in het land ligt de behandeling van zwarte Amerikanen door de politie en het strafrechtsysteem onder het vergrootglas.

Hoe vertaalt dat alles zich naar het verzet tegen Trump? ‘Het was belangrijk dat veel mensen de dag na de verkiezingen de straat opgingen’, zegt Jaffe, ‘om te laten weten dat ze niet van plan zijn zich neer te leggen bij de xenofobe dingen die Trump heeft beloofd te doen. Maar massale protestmarsen gaan Trump niet stoppen: die lacht hij gewoon weg, net als George W. Bush dat deed.’

Het is een kwestie van macht, vervolgt Jaffe, en van tactiek. ‘De Tea Party eiste van Republikeinen dat ze Obama op alle fronten zouden tegenwerken. Hetzelfde zouden we nu kunnen doen met Democraten: we kunnen ze dwingen om Trump te dwarsbomen, zelfs als Trump voorstellen doet die ze geneigd zijn te omarmen.’

‘Het was belangrijk dat veel mensen de dag na de verkiezingen de straat opgingen’

Jaffe mag in dit verband graag Andrew Cuomo aanhalen, de Democratische gouverneur van de staat New York, voor wie verhoging van het minimumloon jarenlang niet eens bespreekbaar was. ‘Na enkele jaren stakingen en protesten “flipte” hij. Nu pocht hij dat hij het minimumloon heeft verhoogd en dat New York hierin een nationale leidersrol vervult.’ Kortom, ‘je hoeft niet per se een politicus te kiezen die perfect bij jouw visie past’, constateert Jaffe. ‘Dat is fijn, en het helpt. Het zou beter zijn voor de lagere klassen als we president Sanders hadden in plaats van Trump. Maar je kunt ook andersdenkende politici overreden door ze te laten voelen dat je macht hebt.’

Ook Occupy was een tactiek, stelt ze. ‘Die tactiek werkte op een zeker moment niet meer, maar deze zomer zagen we alweer bezettingen en kampementen in Chicago en Los Angeles.’ Wat nu over is van Occupy is volgens Jaffe het best te omschrijven als een ‘netwerk van mensen die ooit deel uitmaakten van iets bijzonders, die daardoor met elkaar verbonden zijn en daardoor reageren op elkaars oproepen tot actie. Ze zijn nu actief in de vakbeweging. Ze doen “home defense work” (verzet tegen uitzettingen). Ze werkten voor de Bernie Sanders-campagne. En ze zijn druk bezig te bedenken wat ze tegen Trump kunnen doen.’

Het is wel belangrijk dat linkse activisten nu ‘niet vier jaar lang alleen maar in de verdediging gaan’, waarschuwt Jaffe. Ze somt enkele gebieden op waarop activisten de aanval kunnen kiezen: Fight for $15, de legalisering van marihuana (‘dat raakt sociale rechtvaardigheid, want er zitten nu mensen voor in de gevangenis’), het milieu, Black Lives Matter en ‘vooral nu: de sanctuary movement’ – de beweging die ernaar streeft om plaatsen te creëren waar illegale immigranten zonder angst voor deportatie kunnen leven. San Francisco is zo’n plek.

Zelf woont Jaffe in Newburgh, een kleine stad ten noorden van New York City. ‘Ik had vanmorgen een vergadering met buurtgenoten, waarvan ongeveer de helft latino is en sommigen ongedocumenteerd’, vertelt Jaffe. ‘Het belangrijkste vergaderpunt was: hoe kunnen we onszelf tot sanctuary city uitroepen? Immigratie is namelijk, net als de strijd voor beter openbaar onderwijs, bij uitstek een terrein waarop je ook op lokaal niveau winst kunt boeken – zelfs onder een afschuwelijke president.’

‘De les van Standing Rock: organiseren en verzet kunnen winnen’, jubelde Naomi Klein in The Nation, enkele uren na het bericht dat het Army Corps of Engineers de vergunning had ingetrokken om de Dakota Access Pipeline onder de Missouri River aan te leggen. ‘De klimaatbeweging wist al dat massaal organiseren tot resultaten kan leiden’, schreef ze onder meer. ‘Dat hebben we, zeer onlangs nog, geleerd in het gevecht om Keystone XL en het verzet tegen Shells olieboringen op de Noordpool.’

Klein realiseerde zich overigens dat het gevecht in Standing Rock nog niet voorbij is. ‘Het bedrijf zal de beslissing aanvechten. Trump zal het proberen terug te draaien. De noodzaak om druk uit te oefenen op de banken die in de pijpleiding hebben geïnvesteerd, is crucialer dan ooit.’

Het belang van ‘Standing Rock’ mag desalniettemin niet worden onderschat, betoogde Klein: ‘Overwinningen komen meestal geleidelijk, en met enige vertraging, na massale actie. Standing Rock is anders. Ditmaal was de beweging nog in groten getale ter plekke toen het nieuws arriveerde. Dat maakt het verband tussen verzet en resultaten helder en niet te ontkennen. Een dergelijke overwinning is ook zeldzaam omdat ze aanstekelijk is, omdat ze mensen toont dat organiseren en verzet niet zinloos zijn. En nu Donald Trump steeds dichter bij het Witte Huis komt, is die boodschap extra belangrijk.’

Kleins jubelartikel deed Micah White, als Adbusters-redacteur een van de initiatiefnemers van Occupy Wall Street in 2011, smalen: ‘Wij activisten houden onszelf voor de gek door onze verwachtingen te verlagen en tevreden te zijn met niets terwijl we alles zouden moeten eisen’, twitterde White, gevolgd door: ‘Het vieren van het omleggen van een pijpleiding als een overwinning is als het bejubelen van bodycams voor de politie. Zo bewerkstellig je geen soevereiniteit voor het volk.’

Aan een van de Sioux-leiders bij Standing Rock, Dave Archambault, twitterde hij: ‘Als het niet goed is voor jouw mensen, Dave, dan kan het ook niet goed zijn voor anderen.’

Micah White publiceerde dit voorjaar The End of Protest: A New Playbook for Revolution, waarin hij onder meer schrijft: ‘Werkt protest nog wel? Verstorende tactieken hebben de opkomst van Donald Trump niet kunnen stoppen. Bewegingen van Black Lives Matter tot de milieubeweging frustreren activisten voornamelijk. Ondertussen hebben we de afgelopen jaren de grootste protesten uit de geschiedenis meegemaakt. Maar dergelijke massale mobilisaties veranderen de samenleving niet meer. Activisme bevindt zich op een kruispunt: innovatie of irrelevantie.’

volgens white is sinds 15 februari 2003, de dag dat miljoenen mensen wereldwijd tegen de aanstaande oorlog in Irak protesteerden, al duidelijk dat gekozen volksvertegenwoordigers niet meer luisteren naar massale straatprotesten, zegt hij in een telefonisch interview. ‘President Bush verscheen die avond op televisie en zei: “Ik hoef niet naar die protesten te luisteren want ik luister nooit naar focusgroepen.” Dat was een definitief moment: sindsdien doen westerse democratieën niet eens meer alsof ze naar sociale bewegingen luisteren.’

‘Sinds Bush doen westerse democratieën niet eens meer alsof ze naar socia­le bewegingen luisteren’

Het maakt massale betogingen, zoals de wereldwijde People’s Climate March in september 2014, in White’s ogen een farce. ‘De wereldleiders trekken zich er niets van aan. Het enige wat ze bereikten was publiciteit voor grote non-profits en ngo’s, extra donaties voor Greenpeace en 350.org. Voor de demonstranten was het verspilde energie.’

Ook over Occupy is White kritisch. ‘Ik noem het een constructief falen. Het realiseerde zijn revolutionaire potentie niet omdat de beweging gebaseerd was op een misvatting van hoe je sociale verandering teweegbrengt. We hebben er wel door geleerd dat sommige tactieken niet werken. En Occupy veranderde het debat en maakte activisme weer cool.’

De toekomst van activisme, van sociale verandering, zoekt White elders: in ‘een soort wereldpartij, een hybride tussen een sociale beweging en een politieke partij die in verschillende landen verkiezingen kan winnen om zo een gedeelde geopolitieke agenda uit te voeren.’ Het gaat er volgens hem immers om dat je zelf ‘de mensen aan de macht’ wordt. ‘Met Occupy hadden we een op consensus gebaseerde algemene vergadering en dat moest ons democratische soevereiniteit verschaffen’, zegt White. ‘Maar daarmee konden we niet voorkomen dat de politie ons ontruimde.’

Wie in deze wereld soevereiniteit wil, heeft volgens White twee keuzes: met geweld het zittende regime omwerpen of gekozen worden. Zijn keuze is duidelijk: ‘Je wil niet in ellendige situaties terechtkomen als in Libië of Syrië. Dus moeten sociale bewegingen verkiezingen gaan winnen. De grote uitdaging daarbij is dat je niet kunt leunen op leiders of op nationale partijpolitiek.’

Micah White sprak onlangs met een van de organisatrices van de Global Women’s March in Washington, die op de dag van de inauguratie van Trump moet plaatsvinden, en raakte zowaar geïnspireerd. ‘Ze suggereerde dat de mars de impuls zou kunnen worden voor een Women’s Party, een beweging gefundeerd op waarden als gelijkheid, liefde, geweldloosheid, opofferingsgezindheid. Zoiets lijkt me geweldig.’

White hoopt dat de verkiezing van Trump als een soort ‘revolutionaire wake-up call’ zal werken. ‘Zal activisme weer in oude patronen vervallen of zullen we iets nieuws zien opkomen dat nieuw en inspirerend is? Ik was even bang dat de vrouwenmars het geijkte script zou volgen, maar nu de organisatie geen toestemming heeft gekregen om bij het Nationale Monument te verzamelen, heb ik weer hoop dat een verrassing kan plaatsvinden.’ Want hij kan het niet genoeg benadrukken: activisme is overgenomen door antirevolutionaire krachten ‘wier doel het is om ons ervan te overtuigen dat we niet meer kunnen bereiken dan een minimumloon van vijftien dollar per uur. Activisme zou moeten gaan over het veranderen van machtsstructuren. De bolsjewieken wilden ook een achturige werkdag invoeren, maar dat was niet hun hoofddoel: zij wilden controle over de staat. En die kregen ze ook.’

Wat White betreft moeten huidige Amerikaanse activisten voor inspiratie momenteel naar Europa kijken. Hij noemt Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje en, vooral, de Vijf Sterren Beweging in Italië. ‘Zij noemen zichzelf letterlijk een beweging maar ze zijn tevens een vooraanstaande politieke partij. Bovendien hebben ze mechanismen die het mogelijk maken dat de leden zelf de richting van de beweging bepalen. Links vindt het misschien niet leuk dat de Vijf Sterren Beweging zich heeft verbonden met de UK Independency Party, maar dat was tenminste een beslissing van de leden – niet van de leiders.’

Bernie Sanders zegt regelmatig in zijn speeches: ‘Echte verandering komt nooit van boven, het is niet iemand die een wet ondertekent. Ze begint als mensen samenkomen en fundamentele verandering eisen.’ Het zijn woorden die Micah White ook zou kunnen uitspreken, maar het stoort hem als Sanders dat doet. ‘Dit is de persoon die alle revolutionaire passie overnam, en de taal van Occupy, om die vervolgens te ketenen aan de boodschap dat iedereen op Hillary Clinton moest stemmen.’

White is Sanders dankbaar voor de progressieve voorstellen die hij in het publieke domein heeft gebracht, maar acht hem onderdeel van het top-downmodel dat Sanders zelf bekritiseert. ‘Toen hij de primary van Clinton verloor, had hij ook zijn aanhangers de vraag kunnen voorleggen: “Wat vinden jullie dat ik nu moet doen?” Bernie is een belangrijke figuur, maar ik wil wel dat mensen zich realiseren dat we voorbij Bernie moeten gaan.’

Het brengt hem weer op het idee van een mondiale Women’s Party. ‘Als ik nu een vrouw zou zijn, zou ik dat zo’n opwindend vooruitzicht vinden. Helemaal nu het lijkt alsof de wereld wordt overgenomen door patriarchale mannen.’ Een dergelijke partij, of beweging, zou er volgens White sneller kunnen zijn dan menigeen kan bevroeden. ‘Syriza bestond ongeveer tien jaar toen het de Griekse premier leverde, de Vijf Sterren Beweging bestond vijf jaar toen ze prominent werd en Podemos bestaat nauwelijks drie jaar. Dus zo onvoorstelbaar is het niet dat we over een jaar of twee een vooraanstaande politieke partij hebben die wordt geleid door een sociale beweging en die verkiezingen wint. Waarom niet?’

Er zijn uiteraard heel veel redenen waarom dit zeer waarschijnlijk niet zo snel in de VS zal gebeuren. De apathie onder het Amerikaanse publiek, bijvoorbeeld – hoewel dat wellicht onder een Trump-presidentschap zal veranderen. Er is het praktische probleem dat Amerika een tweepartijensysteem heeft, dat als een schier onbreekbaar duopolie functioneert. En er is het ideologische probleem dat linkse bewegingen geen verbindende ideologie hebben en dus ook niet in staat zijn om, zoals Sarah Jaffe al aanstipte, in klare taal een alternatief te bieden dat een groot deel van de bevolking enthousiasmeert – iets wat bijvoorbeeld Trump wel lukt.

White zelf ziet nog een ander probleem, bekent hij, een probleem van methodologische aard dat in zekere zin de erfenis is van twee eeuwen representatieve democratie: ‘Op dit moment kunnen sociale bewegingen samen geen complexe beslissingen nemen. Ze weten niet hoe. Daardoor zijn ze niet in staat te regeren. Dat is het probleem dat we moeten proberen op te lossen.’


Beeld: Amber Cross van de Sioux-stam van Oglala Lakota, bij het protestkamp in Cannon Ball, North Dakota, 5 december. ‘Ik ben hier al meer dan een maand en blijf tot ze me eruit schoppen’ (Alyssa Schukar / The New York Times / HH)