De wijde wereld van de Weekendschool

‘We mogen een wond hechten op een mango’

Hoe voorkomen we dat onze kinderen in gescheiden werelden opgroeien? IMC Weekendschool en JINC brengen kinderen uit sociaal-economische achterstandswijken in contact met nieuwe werelden.

Medium hh 14033114

‘Wie kan mij uitleggen wat een capsule is?’ Robbert Timmermans zit in kleermakerszit op het bureau in een collegezaal van de Universiteit van Tilburg. Op de eerste twee rijen zitten dertien kinderen van elf en twaalf jaar. Ze dragen witte labjassen en wiebelen met de opklaptafeltjes van de collegebanken. Een jongen steekt zijn vinger op en zegt: ‘Een soort rond ding waar je medicijnen in stopt die vies zijn. Dat slik je dan door en dan komt het in je maag.’

‘Heel goed. Ik had het zelf niet beter kunnen uitleggen’, zegt Timmermans, de coördinator van het tweede jaar van IMC Weekendschool in Tilburg. Het is zondagochtend en vandaag is de laatste les van het vak medicijnen. Vorige week hebben de kinderen capsules gevuld en gediscussieerd over medicijntesten op dieren. Vandaag gaan ze zich omkleden om in een nagebouwd laboratorium te werken, leren ze de juiste vragen stellen om tot een diagnose te komen en weten ze na afloop van alles over virussen en bacteriën. Gastdocenten van het farmaceutische bedrijf Janssen verzorgen de lessen.

‘We zijn vandaag allemaal collega’s bij de firma Janssen’, zegt Timmermans. ‘Wat doen we als een van ons een foutje maakt?’ ‘Dan geef ik hem op z’n kop, hoor!’ roept een jongen. Zijn vriendje naast hem roept enthousiast: ‘Hij heeft mavo/havo-advies gekregen! Hij is de slimste!’ Timmermans schudt zijn hoofd. ‘Ik zei: we zijn vandaag collega’s. Als er iets niet goed gaat, gaan we dus samen kijken hoe we het beter kunnen doen. Het gaat er hier niet om wie de beste is in rekenen of taal, of naar welke school je straks gaat. Het gaat erom dat je iets kiest wat goed bij jou past. En nu wil ik niks meer horen over schooladviezen.’

IMC Weekendschool werd in 1998 opgericht door psycholoog en onderzoeker Heleen Terwijn met als doel om kinderen uit sociaal-economische achterstandswijken te inspireren door hun te laten zien welke beroepen er bestaan. Achttien jaar later zijn er tien IMC Weekendscholen in zeven grote steden in Nederland. Kinderen die naar een van de geselecteerde scholen gaan, kunnen zich in groep 7 aanmelden voor de weekendschool. Daarna volgen ze 2,5 jaar lang iedere zondag vakken die ze op school niet krijgen: journalistiek, rechten, medicijnen, poëzie of sterrenkunde bijvoorbeeld. Gastdocenten uit de praktijk verzorgen de meestal praktisch ingestoken lessen.

‘Vorige week na de medicijnenles heb ik thuis iets gemaakt met allemaal dingetjes uit mijn kamer’, zegt Jamaël (11) in de pauze. Hij draagt een leren honkbalpet en heeft een grote grijns op zijn gezicht. ‘Ik deed parfum, crème en een beetje kleurstof bij elkaar. Het was groen, maar ik weet niet precies wat het was geworden.’ Jamaël kende de weekendschool al door zijn zussen. Op zondag naar school gaan vindt hij niet erg. ‘Ik ben heel slim maar ik wist niet wat ik wilde worden. Nu weet ik het nog steeds niet, maar dat komt doordat alles superleuk is.’

Klasgenoot Fatima (12) steekt haar hand uit en zegt vriendelijk: ‘Aangenaam kennis te maken.’ Ook zij mist haar vrije zondag niet. ‘De weekendschool is veel leuker dan een gewone school, want iedereen is hier altijd opgewekt. De mensen doen veel voor ons en alles is gratis. Als we op school iets extra’s doen kost het geld. Ik weet nu wel dat ik geen dokter wil worden. Ik hoef de binnenkant van een mens niet te zien. Ik wil denk ik tekenen voor boeken, want ik kan heel goed tekenen en ik hou van lezen.’

Wie in een medicijnlab werkt, mag niet in gewone kleren naar binnen. Daarom moeten de kinderen zich vandaag omkleden in witte pakken en de correcte procedure volgen voor ze over het rood-witte lint mogen stappen naar de hygiënische kant van het lokaal. Daar gaan ze capsules controleren en in een doosje stoppen. ‘Het zou natuurlijk niet leuk zijn als je een tabletje uit een doosje pakt en er steekt een haartje uit’, zegt gastdocent Dominiek Henrist van de Vlaamse tak van het bedrijf Janssen. Haar collega Jan de Vocht doet voor hoe dat moet, aankleden: het begint met een haarnetje, de mannen krijgen ook een baardnetje. Meteen barst een vragenvuur los: ‘Wat nou als je een hoofddoek hebt?’ ‘Waarom moeten alleen jongens dat? Ik ken een meisje met een snor!’ ‘Kan er geen haartje uit je wenkbrauw vallen?’

Twintig minuten later stappen de kinderen, met een wit pak over hun kleren, blauwe hoesjes om hun schoenen en een veiligheidsbril op, als ruimtereizigers het nagebouwde lab binnen. ‘Wat nou als je moet plassen?’ vraagt Adil (12) als hij bij het pompje met desinfecterende zeep zijn handen wast en paarse latex handschoenen aantrekt. ‘Dan moet je alles uittrekken en opnieuw beginnen’, zegt Henrist.

Toen Heleen Terwijn in 1998 op het idee kwam voor IMC Weekendschool had ze net een groot onderzoek naar kinderen in de Amsterdamse Bijlmer en hun toekomstbeeld afgerond. Drie jaar lang had ze kinderen geïnterviewd en van de resultaten was ze enorm geschrokken. ‘Depressie, somberheid, schooluitval en kinderen die absoluut geen vertrouwen hebben in de toekomst. Aan de ene kant zag ik dat kinderen van tien jaar ongelooflijk vrolijk zijn en nieuwsgierig naar de wereld. Maar ik zag ze in een paar jaar tijd volledig afglijden.’

Het onderzoek zette Terwijn aan het denken over wat ze voor deze groep kinderen – opgroeiend in achterstand, zonder inspirerende voorbeelden en ‘vitamine voor de geest’ – zou kunnen betekenen. ‘De nieuwsgierigheid van een kind moet gevoed worden. Ik wilde een plek creëren waar die ontzettend ontvankelijke kinderen hun hart kunnen ophalen. Zorgen dat ze in contact komen met interessante werelden die ze thuis én op school niet tegenkomen. Ik was tot de conclusie gekomen dat goed onderwijs gegeven wordt door mensen met een passie voor hun vak. Zo heb ik IMC Weekendschool en het systeem van gastdocenten uit het veld bedacht.’

‘Ik wilde een plek creëren waar die ontzettend ontvankelijke kinderen hun hart kunnen ophalen’

Na de oprichting van de eerste IMC Weekendschool in de Bijlmer volgden al snel afdelingen in Amsterdam-Noord en -West. In 2006 openden weekendscholen in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg en Nijmegen, op inspirerende plekken: van Tilburg University tot het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Financiering komt voornamelijk uit het bedrijfsleven, vandaar ook de toevoeging imc aan de naam, van hoofdsponsor International Marketmakers Combination.

Terwijn, nu directeur strategie van IMC Weekendschool, vertelt: ‘Het heeft me in het begin best wat moeite gekost om mensen ervan te overtuigen dat deze kinderen op zondag naar school zouden komen. Ik had die kinderen drie jaar lang gevolgd en ik wist dat ze op zondag tegen de muren op vliegen van verveling. De kinderen waar wij mee werken hebben meestal al weinig voorbeelden in hun leven, en die zijn ook nog vaak negatief: ouders die hun werk haten, die alleen werken omdat er brood op de plank moet komen en die ’s avonds uitgeput op de bank ploffen. Op de weekendschool zien kinderen dat werk ook iets is waar je plezier aan kunt beleven. Als kinderen hier binnenkomen willen ze vaak profvoetballer worden of advocaat, wij willen ze een breder perspectief geven. Alumni die terugkomen als gastdocent zijn bijvoorbeeld secretaresse of journalist geworden, en een derde doet elektrotechniek. Ze laten zien dat de hoogte van je diploma niet uitmaakt voor hoe je in het leven staat.’

‘Ik ga vandaag met mijn billen bloot’, zegt gastdocent Melle Dotinga tegen een groep leerlingen uit het derde jaar van IMC Weekendschool in Amsterdam-Noord. ‘Wie weet eigenlijk wat dat betekent?’ De kinderen van twaalf en dertien jaar zitten in een kring, giechelen, kletsen, kijken naar de vloer, het plafond of hun buurman of -vrouw. Ze volgen vandaag het vak reclame, het laatste vak voor ze hun Weekendschooldiploma krijgen, en dat vooral in het teken staat van ‘reclame maken voor jezelf’. Het blijft stil op de vraag van Dotinga. Klassendocent Jonas geeft een voorzetje en vraagt: ‘Zou hij dat letterlijk bedoelen?’ De kinderen lachen, en schoorvoetend komt het antwoord: je kwetsbaar opstellen, met iets persoonlijks of iets waarvoor je je schaamt.

‘Ons belangrijkste doel is trots oproepen’, vertelt Dotinga een uurtje eerder. ‘Ze moeten vandaag dingen doen die ze moeilijk vinden: een gedicht schrijven, ze worden gefotografeerd, gaan het gedicht voordragen en praten over hun kernwaarden. Ze zijn een jaar of dertien, “hormonaal belast” om het zo maar even te zeggen, dus ik geef het ze te doen, hoor. Maar we willen echt dat ze geprikkeld worden om over zichzelf na te denken, en om uit hun comfortzone te stappen.’ Dotinga komt al tien jaar als gastdocent in Noord. ‘Ik kende jongeren die in justitiële jeugdinrichtingen terechtkwamen, en toen ik over IMC Weekendschool hoorde, dacht ik: dit is dé manier om te voorkomen dat kinderen de verkeerde richting in slaan. Ze hebben maar één persoon nodig die de juiste snaar bij ze weet te raken.’

Nadat Dotinga en de andere gastdocenten een gedicht hebben voorgedragen, vragen ze wie uit de klas zijn of haar kernwaarde met de groep wil delen. Mirjam, met een donkere vlecht en trui met vlinderprint, staat schoorvoetend op. Ze zoekt een zelfverzekerde houding en zegt: ‘Mijn kernwaarden zijn moed en vertrouwen. Ik ben soms verlegen en dan heb ik moed en vertrouwen nodig om naar voren te stappen.’ Aan de andere kant van de kring staat klasgenoot Dina op: ‘Familieliefde.’ Anbar zegt: ‘Ik had “fotogeniek” maar dat is denk ik geen kernwaarde.’ Mohammed mompelt: ‘Ik had opgeschreven dat ik sterk in mijn schoenen sta, maar dat is niet zo.’ De gastdocenten knikken. ‘Een kernwaarde mag ook iets zijn wat je belangrijk vindt om te worden.’ Met een klein stemmetje zegt Mohammed ‘oké’ en gaat snel weer zitten.

‘We hoeven hier nooit iets met boeken en schriften te doen, dat vind ik leuk’, zegt Mirjam (12) later. ‘De weekendschool gaat over jezelf en over wat je leuk vindt. Ik wil dokter worden. Toen we geneeskunde hadden, mochten we eerst naar dierenorganen kijken en daarna gingen we naar het ziekenhuis in Alkmaar. In de kelder mochten we mensenhersenen vasthouden. Die patholoog had er een plak van gesneden en die konden we pakken. We hadden wel handschoenen aan. Het stonk wel een beetje.’

Vriendin Tessa (13): ‘We mogen heel veel dingen doen. Bijvoorbeeld een wond hechten op een mango.’

Mirjam weet ook nog precies wat je moet doen bij een bevalling: ‘Eerst het hoofdje, dan een arm, dan de andere arm en nog een soort zakje waar de baby in zat.’

Tessa: ‘Echt ziek dat je dat nog weet. Ik hou niet van opereren, met dat bloed en zo. Ik wil later met dieren werken, maar dan dus geen dierenarts.’

Na de middagpauze is het de bedoeling dat de kinderen de gedichten voordragen die ze op basis van hun kernwaarden hebben geschreven. Een jongen mompelt dat hij zijn blaadje is verloren tijdens het buitenspelen. Zijn buurman heeft zijn gedicht in het water laten vallen. Als Mirjam haar verlegenheid heeft overwonnen en als eerste haar gedicht heeft voorgelezen (‘Als ik thuis ruik, wil ik daar zo snel mogelijk zijn’), zegt Mohammed: ‘Ik vond het mooi, ik wou dat het nog langer duurde.’ Zelf leest hij na lang aandringen zijn gedicht voor over dromen: ‘Het was een droom waar je van droomt.’ Het regent complimenten.

‘Kinderen uit achterstands­wijken worden misschien wel meer gediscrimineerd dan achttien jaar geleden’

Selma (12) trekt zo netjes mogelijk een vierkant van dikke slagroom langs de randen van haar taart. Geconcentreerd vult ze het vierkant met room. Dan spuit ze een laagje aardbeiensaus over de slagroom. Banketbakker Amidou, die in het dagelijks leven gebakjes maakt bij ijsfabriek Otelli, doet voor hoe ze een tweede plak cake op de room moet leggen om de taart daarna af te smeren met slagroom. Om Selma heen staan vijf klasgenoten, allemaal in veel te grote witte jassen en met rode haarnetjes op hun hoofd en een slagroomtaart voor zich op de werkbank. ‘De nieuwe medewerkers van de oempa-loempa-afdeling?’ grapt een Otelli-medewerker die voorbijloopt.

Ze zijn met hun neus in de boter gevallen, deze leerlingen uit groep 8 van de Erasmusschool in Haarlem. Terwijl hun klasgenoten op bezoek zijn bij de ing-bank en Waternet zijn zij een ochtend op bliksemstage bij ijs- en patisseriefabriek Otelli. Na een rondleiding mogen ze nu zelf roomijs maken én een slagroomtaart decoreren. Bakken vol chocoladekrulletjes, smarties, groene, rode en paarse chocolaatjes en enorme zakken slagroom komen op tafel. ‘Mogen we deze taart straks mee naar huis nemen?’ vraagt Walid.

De bliksemstage is een van de acht projecten uit de leerlijn van jinc, een organisatie die er net als IMC Weekendschool op gericht is om kinderen die opgroeien in wijken met achterstanden goed voor te bereiden op de arbeidsmarkt. De projecten variëren van taaltrips, bedoeld om de woordenschat te vergroten, tot bliksemstages en uiteindelijk sollicitatietrainingen. Waar IMC Weekendschool meer op persoonlijke vorming en een langdurige relatie gericht is, is jinc praktischer. Nu bereikt de organisatie 42.000 kinderen in de grote steden en uitbreiding naar de grootste 25 gemeenten van het land staat op stapel. jinc is net als IMC Weekendschool niet afhankelijk van subsidie maar ontvangt financiële steun van zo’n twaalfhonderd bedrijven.

‘In Nederland groeit één op de negen kinderen op in armoede’, vertelt Daniël Roos, directeur van jinc. ‘Ze wonen in wijken waar de werkloosheid hoog is. Hun ouders doen vaak laaggeschoold werk, terwijl de kinderen het talent hebben om het verder te schoppen, maar geen beeld hebben van wat voor beroepen er bestaan.’ Het gevolg, zegt Roos, is dat jongeren die naar het mbo gaan relatief vaak een richting kiezen die ze niet bevalt, switchen, werk zoeken buiten hun vakgebied of zelfs helemaal uitvallen. Ze kennen de sociale omgangsvormen van de werkvloer niet goed, en ze hebben – essentieel – geen informeel netwerk waar ze op terug kunnen vallen.

‘We laten ze zien wat je kunt worden’, zegt Roos. ‘We leren ze sociale vaardigheden en we vergroten hun informele netwerk. We brengen de buitenwereld binnen in het onderwijs. Als iemand in pak met das een rollenspel met je doet om een sollicitatiegesprek te oefenen, heeft dat veel meer effect dan wanneer je eigen juf of meester dat doet. We vinden eigenlijk dat iedere leerling die in zo’n achterstandssituatie opgroeit ons programma zou moeten kunnen volgen. Wij proberen de ontmoeting tot stand te brengen tussen het bedrijfsleven en deze leerlingen. Het bestrijdt vooroordelen bij werkgevers en de jongeren ontmoeten volwassenen die ze anders niet hadden ontmoet.’

Terug in de kantine lepelen de kinderen van de Erasmusschool een bekertje zelfgemaakt ijs leeg. ‘Wat voor opleiding moet je doen als je hier wilt werken?’ vraagt Nolawit (12). ‘Veel mensen doen vmbo-kader’, zegt de directeur van de ijsfabriek. ‘Dan begin je daarna bij ons bij de productie, en daar leer je het vak. Je kunt ook naar de bakkersschool in Amsterdam, of je kunt de richting banket doen bij het roc.’ De kinderen knikken begrijpend. Ze trekken hun witte jassen uit en halen de netjes van hun hoofd. Vanmiddag moeten ze gewoon weer naar school.

‘We hebben vanaf het begin gezegd dat we uiteindelijk overbodig moeten worden’, zegt IMC Weekendschool-oprichter Heleen Terwijn. ‘Helaas is de weekendschool nu harder nodig dan ooit.’ Ze doelt op de toon van het debat over migratie. Kinderen uit achterstandswijken hebben vaak een multiculturele achtergrond. ‘Ze worden misschien wel meer gediscrimineerd dan achttien jaar geleden. Dat betekent ook dat ze moeilijker in contact komen met werkgevers. Ik vind het niet acceptabel dat wij als maatschappij toelaten dat kinderen achterblijven. En als ze dan het verkeerde pad op gaan, geven we hun de schuld, terwijl wij ook een verantwoordelijkheid dragen. Inmiddels is er zo’n groot netwerk ontstaan, van tweeduizend alumni, dat IMC Weekendschool niet meer verdwijnt. En dat willen we ook niet meer. Als kinderen dertien of veertien zijn stopt het zondagse programma, maar we laten ze niet zomaar los. We organiseren masterclasses en terugkomdagen, en ook trainingen om zelf gastdocent te worden. Er zijn ook weekendscholen in andere steden die helemaal los van ons staan, het is een hele beweging geworden. We willen dat die uiteindelijk tot een systeemverandering leidt, waarin ruimte is voor brede ontwikkeling en nadruk op non-cognitieve vaardigheden in het onderwijs.’

Sinds twee jaar is IMC Weekendschool, dat in alle steden wachtlijsten heeft, daarom bezig met een programma voor het basisonderwijs, met het verschil dat dat voor alle kinderen in de klas is bedoeld, met de juf of meester erbij, die de lessen van de rest van de week kan aanpassen aan de inhoud van de gastlessen.

In Tilburg inventariseert coördinator Robbert Timmermans aan het einde van de lesdag welke kinderen vandaag in positieve zin zijn opgevallen: kinderen die enthousiast waren, slimme vragen stelden of zich goed gedroegen. Hun ouders gaat hij vanavond nog bellen om de complimenten over te brengen. ‘Die ouders horen het alleen als hun kind weer eens iets niet goed gedaan heeft. Wij draaien het om. Positieve bekrachtiging is de krachtigste tool die we hebben.’


_ Werkt het? _

Vanaf 2009 liet IMC Weekendschool 2,5 jaar lang een onderzoek uitvoeren onder supervisie van de Universiteit van Amsterdam naar de resultaten van de weekendschool. Alle leerlingen die in 2009 begonnen, deden mee. De controlegroep bestond uit hun klasgenoten van de basisschool die niet meededen aan de weekendschool. Het onderzoek moest uitwijzen of weekendschoolleerlingen sterker groeien op drie pijlers van IMC Weekendschool (toekomstperspectief, zelfvertrouwen, binding met de samenleving) dan kinderen uit de controlegroep. Het resultaat: bij kinderen van de weekendschool groeit kennis over beroepen sneller, en ze kunnen ook beter aangeven wat een reden zou zijn om voor een bepaald beroep te kiezen. Hun zelfvertrouwen groeit sneller, net als hun inlevingsvermogen.