‘we nemen nog een bolleke’

Het Kasteel in het lommerrijke Vlaamse plaatsje Brasschaat, sinds jaar en dag hÇt reservaat voor fiscale asielzoekers uit Nederland, kraakt bijna uit zijn voegen, zo veel belangstellenden zijn er afgekomen op het bezoek van de Gote Liberale Verlosser. Frits Bolkestein kijkt bijna verschrikt op als hij bij het betreden van het podium wordt onthaald op een klaterend applaus. Dat is hij in Nederland niet zo gewend. De VVD-afdeling Antwerpen-Brussel is met stip de grootste buitenlandse VVD-afdeling in den vreemde.

Ook tal van niet in de liberale gelederen ingeschreven ingezetenen van het Hollandse getto willen zelf getuige zijn van dit politieke evenement. Er heerst een wat archaãsche, oud-koloniale sfeer in de met marmer bedekte vertrekken van het Kasteel. Bij Bolkestein moet het reminiscenties oproepen aan de good old days bij de Shell, toen hij nog werkzaam was in Indonesi‰ en op zijn wenken werd bediend door een heel legertje lakeien.
Patrick de Waal, spreker namens de Vlaamse Liberale Democraten (VLD), overlaadt de Hollandse gast met complimenten, zozeer zelfs dat het even lijkt alsof de liberale Vlamingen smeken om een onmiddellijke Anschluss van de Vlaamse natie bij het paarse paradijs benoorden Wuustwezel. Giftige verbale pijlen vuurt De Waal af op Hedy d'Ancona, die als minister van WVC geen kans onbenut zou hebben gelaten om de Nederlandse Taalunie, het instituut dat nog het meest herinnert aan de Groot-Nederlandse gedachte van v¢¢r Thorbecke, ‘kapot te maken’.
De Waal geeft ruiterlijk toe dat hij 'groen van jaloezie’ is over de successen van het paarse poldermodel. Bolkestein, zo zegt hij, heeft met zijn strategie van 'le choc des idÇes’ gezorgd voor een mijlpaal in de Nederlandse politiek, te weten een scheuring in het verenigde front der christen-democraten en socialisten, waar het in Belgi‰ maar niet van wil komen. De Vlaamse liberalen pogen al tien jaar vruchteloos in de regering te komen, maar de confessioneel-socialistische vesting blijkt tot nu toe onneembaar. Alhoewel er in het kielzog van de affaire-Dutroux wel tekenen van hoop zijn, aldus De Waal: 'De Socialistische Partij gaat binnenkort congresseren over het schrappen van het dogma van de klassenstrijd uit het partijprogramma.’ Bijkomend voordeel voor de VLD: 'Bij ons bestaat er geen D66.’
Bolkestein heeft in eigen land net de nodige paniek gezaaid met zijn opmerkingen dat die tunnel onder het Groene Hart er toch maar niet moet komen. Eerder had hij in de Tweede Kamer v¢¢r die investering van pakweg een miljard gestemd, maar dat mag de pret niet drukken. 'Alleen mensen zonder idee‰n veranderen nooit van idee’, houdt hij het publiek voor. Zo werkt dat dus, le choc des idÇes la Bolk.
VLD-man De Waal knikt goedkeurend. Blijkbaar kan ook Vlaanderen zich opmaken voor een forse dosis politieke vernieuwing via de tactiek van de postmoderne polyfonie. Louis Tobback, de hier in Kasteel Brasschaat innig gehate 'Leeuw van Leuven’, kan zijn borst nat maken. De voorman der Vlaamse socialisten laat geen gelegenheid onbenut om het poldermodel der Hollanders te kenschetsen als een laatkapitalistisch complot van het multinationale bedrijfsleven met de ideologisch uitgeholde sociaal-democraten, zo vertelt De Waal.
Bolkestein stelt de VLD-man gerust: 'Bij ons verkondigde Bram Peper altijd dat alleen al de gedachte aan een rood-blauwe samenwerking hem deed walgen. Maar nu is hij juist het schoolvoorbeeld van de rooms-rode samenwerking.’
In de zaal, waar het merendeel der toeschouwers kennelijk onbekend is met het huwelijk tussen de Rotterdamse burgervader en zijn liberale Neelie, weerklinkt slechts hier en daar gegrinnik. Bolkestein begint er niettemin in te komen. Even later merkt hij in het tweegesprek met De Waal op dat de polarisatie tussen socialisten en het behoudende volksdeel ook in Nederland wel ergens goed voor is geweest. 'Arie Groenevelt, kom terug, alles is vergeven’, zegt Bolkestein theatraal, doelend op de rode reus van de Industriebond uit de jaren zeventig. Ook deze historische uitspraak leidt niet tot een feest van herkenning in Kasteel Brasschaat.
Jammer genoeg is het rondje politieke improvisatie dan voorbij en wordt Bolkesteins autocue onverbiddelijk ingeschakeld, zodat zijn inmiddels wijd en zijd beruchte Nikkelen-Nelisact - ditmaal gegroepeerd rond een licht en nogal loos dreigement dat Nederland niet eindeloos wil betalen voor de invoering van de Europese Monetaire Unie - weer kan losbarsten en het geduld der toeschouwers weer zeer op de proef wordt gesteld.
Ondertussen staat er een legertje geranten klaar in de gangen van het kasteel, voorzien van dienblaadjes met ronde glazen Koninck. Het programma loopt wat uit, zodat het doodgeslagen bier telkens per spatel moet worden opgeklopt. Als Bolkesteins techocratische voordracht dan eindelijk voorbij is, kan het glas worden geheven op de liberale Vlaams-Hollandse vriendschap. Bolkestein, meer een wijnman, kijkt spiedend in zijn glas. 'Hoe heet dit nu precies?’ vraagt hij wat verlegen. 'Dit is nu wat men hier noemt een Bolleke’, aldus een der gastheren. 'Geestig’, zegt Bolkestein. 'Dat moet ik onthouden’.
Zo is in ieder geval bekend wat er 6 mei aanstaande op de drankkaart bij het VVD-verkiezingsfeest zal staan.