INTERVIEW Annelies Verbeke gelooft niet in volksaard

‘We schrijven in één taal’

Hoewel de Vlaamse schrijfster Annelies Verbeke juist het universele lijkt op te zoeken, wordt haar werk vaak getypeerd als echt ‘Vlaams’. Clichés en aannames, daarover gaat haar nieuwste boek Veronderstellingen.

Een aantal jaar geleden signaleerde Arjen Fortuin onder de kop ‘De Belgen zijn beter’ een Vlaamse golf in de Nederlandstalige literatuur. Enkele aanstormende zuiderburen zouden zich voor het eerst sinds lange tijd waardige erfgenamen tonen van Louis Paul Boon door een 'eigengereide en compromisloze manier van schrijven’. Fortuin dichtte hun boeken een urgentie toe die ontbrak in veel werk van Nederlandse schrijvers. Het stuk ontlokte nogal wat reacties, wisselend van aard, maar droeg in Nederland onmiskenbaar bij aan de zichtbaarheid van de Vlaamse auteurs. Steeds keerde hetzelfde rijtje met namen terug. Annelies Verbeke ontbrak daarin nooit.

Verbeke debuteerde in 2003 met de roman Slaap!, die aan alle kanten werd genomineerd en bekroond. Daarna volgden nog twee romans en een verhalenbundel en onlangs verscheen Veronderstellingen, dat zich met vijftien onderling samenhangende verhalen moeilijk laat classificeren als een van beide. Haar werk wordt absurdistisch genoemd, geestig en pijnlijk en ze wordt geroemd om haar taalgevoel en stijl. Dat laatste is wat ze volgens Fortuin in de eerste plaats gemeen zou hebben met andere Vlamingen van haar generatie.

Inderdaad, haar taal is nauwkeurig, esthetisch en uitermate effectief. Verhalen eindigen bijna altijd in schone beelden die hun uitwerking niet missen: 'De zon smeerde dikke lage honing tegen de ruiten. Buiten werd alles in gereedheid gebracht.’ Maar van de aanname dat dat is wat haar nu zo Vlaams maakt is de schrijfster zelf niet helemaal overtuigd. Verbeke, die regelmatig in Nederland komt, is ambivalent over de nadruk die er vaak op de landsgrens wordt gelegd: 'Voor mij maakt het niet zo veel uit wat iemands nationaliteit is.’

Als kind, vertelt Verbeke, was ze groot fan van Nederland. Dat kwam vooral door de televisie. 'Ik ben opgegroeid in de jaren tachtig en de kinderprogramma’s die de vpro toen uitzond waren zo anders dan wat je toen in België had. Wij hadden van die katholiek geïnspireerde programma’s, allemaal ontzettend braaf. Nederlandse kindertelevisie was een openbaring. Zo was ook een fenomeen als Van Kooten en De Bie op dat moment echt ondenkbaar in Vlaanderen. Ik denk dat veel Vlamingen zich daaraan laafden en daar aansluiting bij vonden, maar op de een of andere manier was het land er toch nog niet helemaal klaar voor. Misschien is dat nu wel veranderd, maar op sommige gebieden heb ik vaak wel het idee dat Vlaanderen een beetje achterop hinkt. In Nederland zie je bijvoorbeeld al jaren veel schrijvers van allochtone afkomst in de media; dat is hier nog maar kort het geval. Op zulke progressieve gebieden had ik dus lang echt een hoge dunk van Nederland - mijn ouders waren ervan overtuigd dat ik met een Nederlandse man zou trouwen - en ik denk ik niet alleen. Wat er natuurlijk de laatste jaren bij jullie in de politiek is gebeurd heeft dat beeld ook weer schade toegebracht.’

Dat geeft aan dat het voor Verbeke dus niet zozeer gaat om een nationale inborst, maar meer om een cultureel klimaat op een bepaald moment. 'Het zijn denk ik allemaal verschuivende gevoelens in een bevolking die de ene keer weer hier opduiken en de andere keer weer daar.’

'Ik ben geen gelover in volksaard. Dat is trouwens ook onderzocht, las ik in een boek van Nassim Nicholas Taleb, De zwarte zwaan, dat gaat over de impact van het hoogst onwaarschijnlijke. Taleb verwijst hierin naar een studie in Science, waarin een groep vooraanstaande wetenschappers onderschrijft dat volksaard geen wetenschappelijk te onderbouwen begrip is. Natuurlijk, er zijn clichés: je wordt wel ingedeeld in een groep en ik merk soms dat mensen een idee over mij hebben omdat ik een Belg ben. Maar ik ben ook een individu en sta los van die groep. Er zijn culturele verschillen tussen Nederlanders en Belgen, dat voelt iedereen wel aan, en toch, als je tegenover elkaar staat vervallen die verschillen ook vaak en zoek je compromissen en overbruggingen, en nog vaker is zelfs dat niet nodig.’

Clichés en aannames spelen ook een cruciale rol in Verbeke’s laatste boek Veronderstellingen. Zowel haar lezers als haar personages zet ze voortdurend op het verkeerde been. Ze confronteert ze met hun vooroordelen die soms schadelijk, maar soms ook terecht blijken. Een verbolgen brief aan een vader, bijvoorbeeld, blijkt plots niet van een zoon maar van een hond afkomstig. Een ander verhaal introduceert een vrouw met een baard, die zich onverwacht nobel schikt in haar lot. En in misschien wel de meest indrukwekkende kleine geschiedenis van het boek zijn we er getuige van hoe een negentiende-eeuwse gemeenschap een arts voor gek verklaart wanneer hij hen probeert te overtuigen van het bestaan en het gevaar van bacteriën.

Het klinkt als een freakshow, maar Veronderstellingen is meer dan dat. De vijftien verhalen hangen op ingenieuze wijze met elkaar samen waardoor zich tussen de levens van de veelal nogal eenzame personages een onderlinge verbondenheid manifesteert. De eigenaar van de briefschrijvende hond wordt geïntroduceerd in een andere context; de boze stiefdochter uit het ene verhaal keert later terug en krijgt haar eigen perspectief, en de verguisde arts wordt elders genoemd als studie–interesse. Ze zijn met elkaar verbonden, niet alleen omdat hun wegen elkaar kruisen, maar ook omdat ze op vergelijkbare wijzen, om vergelijkbare redenen afwisselend worden buitengesloten door en betrokken bij hun omgeving. Bovendien, hoewel je veel van de situaties die Verbeke schetst absurd zou kunnen noemen, weet zij het onwaarschijnlijke waarschijnlijk te maken. Dat doet ze door niet voorspelbaar in te spelen op wat het absurde afdwingt, maar door de verhalen te blijven ronddraaien. Onverwachte wendingen stapelen zich op. De vrouw met de baard treedt niet toe tot de freakshow, maar buigt ook niet voor de norm. Waarschijnlijkheid wordt in dit boek een zeldzaamheid, onwaarschijnlijkheid een constante - eigenlijk heel realistisch. Net als de samenhang tussen de delen suggereert Verbeke’s spel met waarschijnlijkheid een universaliteit, in dit geval die van de afwijking.

universeel lijkt het boek ook waar het plaats en tijd betreft. Nergens noemt Verbeke plaats-namen, ze gebruikt geen dialecten, en hoewel het boek door critici een aantal keer een spottende spiegel voor de Vlaamse verkavelingsmentaliteit werd genoemd, was het nooit haar intentie om een 'Vlaams boek’ te schrijven: 'Ik merk soms dat men sommige verhalen en aspecten heel Vlaams of Belgisch vindt, de humor bijvoorbeeld. Maar ik houd me daar zelf helemaal niet bewust mee bezig. Eigenlijk worden er in mijn werk veel grenzen overgestoken. Mensen reizen veel in mijn boeken.’

Over hoe robuust de grens voor culturele uitwisselingen nog steeds kan zijn, verbaast Verbeke zich wel eens. 'Een Nederlandstalige film kan ontzettend populair zijn in Nederland, maar de grens helemaal niet over komen, en hetzelfde geldt voor Vlaamse films. En als je kranten en boekenbijlagen erop naslaat merk je zeker het verschil in klemtoon op Vlaanderen en Nederland. Ik vind dat wel jammer. We schrijven immers in één taal. Zeker mijn generatie is helemaal niet meer zo bezig met het promoten van het Vlaams, zoals schrijvers in het verleden dat wel deden. Wij vinden het Standaard Nederlands gewoon de schrijftaal. We zouden wat mij betreft evenveel aandacht kunnen schenken aan iedereen binnen dat taalgebied.’

Dat literatuur voor haar meer een internationaal gegeven is blijkt ook uit de samenwerking die ze aanging met de Nederlandse koningin van het korte verhaal, Sanneke van Hassel. Gezamenlijk stelden zij de bloemlezing Naar de stad samen. 'Het is een spontane samenwerking geweest. We ontmoetten elkaar op haar korteverhalenfestival, waar ik een openingsrede hield, en bouwden een vriendschap op. Naar de stad werd een internationale bloemlezing met werk van onder anderen Ali Smith, A.L. Kennedy en Alejandro Zambra. Ik denk dat Sanneke en ik op eenzelfde manier naar literatuur kijken en in de eerste plaats zien wat mensen over grenzen heen verbindt. Dat vind ik een heel belangrijk aspect. Zo'n samenwerking is niet geheel uniek, er zijn meer van dit soort vriendschappen over de grens, maar ze komen niet zo vaak onder de aandacht.’

Vlaams provincialisme, zoals die schrijvers van onder de rivieren nog wel eens verweten werd, is in het werk van Verbeke al met al ver te zoeken. Zij staat een grensoverschrijdende literatuur voor. Zo ook in haar nieuwe boek, Veronderstellingen, waarin ze met haar elegante taal, die meer dan plaatsgebonden vooral uniek is, ons gedeelde Nederlands eert.


Annelies Verbeke, Veronderstellingen, De Geus, 185 blz., € 18,95

Annelies Verbeke en Sanneke van Hassel, Naar de stad, De Geus, 480 blz., € 39,95