De Aboriginals in Australië

‘We stikken in jullie cultuur’

Ruim tweehonderd jaar nadat in 1788 de eerste witte man voet aan land zette, lukt het Australië nog altijd niet in het reine te komen met zijn geschiedenis van racisme en uitroeiing en de ereschuld te betalen aan de Aboriginals.

De kerstman bezoekt Aboriginal-kinderen in het dunbevolkte achterland van Australië, Watson, 5 december 2003 © Tony Lewis/Getty Images

‘Duizenden jaren lang was het zo: wij leefden in de bush en beschikten over ons eigen lot.’ Hij is in de herfst van zijn leven, dus David Gulpilil kijkt met weemoed naar het verleden en de toekomst. Hij is een beroemde Australische acteur, onderscheiden door de Engelse koningin en een van de belangrijkste leiders van het Yolngu-volk, een Aboriginal-stam uit het noorden van Australië.

In de documentaire Another Country vertelt Gulpilil het somber stemmende verhaal van het dorpje Ramingining, in het uiterste onbegaanbare Arnhemland, in het puntje van Australië dat dicht tegen Papoea-Nieuw-Guinea aan ligt. Het dorpje is gebouwd door de Australische overheid, om de Aboriginals die in de bush van het verlaten gebied leefden bijeen te krijgen en een modern leven te bieden. Of ze nu willen of niet.

In het regenseizoen is het alleen met een propellervliegtuigje te bereiken, of met een vrachtschip door de van krokodillen en haaien vergeven Golf van Carpentaria. Rondom Ramingining is niets, behalve eindeloze vlaktes en moerassen. Het is als een booreiland in open zee: kunstmatig aangelegd, met een duidelijk doel en volkomen onnatuurlijk. Er leven zo’n duizend Aboriginals samen, volkeren die vroeger op honderden kilometers van elkaar bestonden. Er is één supermarkt, waar de inwoners elke ochtend voor in de rij staan: hier leeft men van dag tot dag, zoals dat millennia in de bush ging. Eten en drinken kopen ze van hun uitkering, die de overheid elke twee weken verstrekt. Werk is er niet. ‘De mensen in Ramingining wachten veel’, zegt Gulpilil.

‘Voor Aboriginals is geld een van de moeilijkste dingen die er zijn’, vertelt Gulpilil. ‘Het zorgt bij ons voor nog meer problemen dan bij jullie.’ In de bush waren Aboriginals gewend alles met elkaar te delen. Die regels gelden nog steeds: wie geld heeft, mag niet weigeren dat te geven als dat wordt gevraagd. Wie een auto heeft, moet die uitlenen. Het gevolg is dat Ramingining een autokerkhof is: gaat een auto stuk, dan heeft niemand geld om die te repareren.

Door het dorp lopen tientallen straathonden en overal ligt vuilnis. ‘Wij begrijpen afval niet. We zien het niet eens. We hadden nooit vuilnis, vroeger kwam alles uit de bush en alles ging terug naar de bush. We stikken in het vuilnis. We stikken in jullie cultuur.’

Alleen in het donker, als het vuilnis niet te zien is en de bewoners van Ramingining samenkomen voor ceremonies, of diep in de bush, waar ze op kangoeroes en schildpadden jagen, is de kracht van de duizenden jaren oude Aboriginal-cultuur zichtbaar.

Wie gewend is aan de oneindige welvaart van Sydney en Melbourne, waar de Australische overheid voor elk aspect van het leven regels heeft bedacht, kan bijna niet geloven dat Ramingining in hetzelfde land ligt – of in dezelfde eeuw. Het is de paradox van de Australische samenleving. Australië slaagt er niet in de ereschuld te betalen aan de oorspronkelijke bewoners van het land. Ruim tweehonderd jaar nadat in 1788 de eerste witte man zijn voet aan land zette, lukt het Australië nog altijd niet in het reine te komen met haar bloedige geschiedenis van racisme en uitroeiing.

Met een juridisch handigheidje bepaalden de kolonisten dat Australië terra nullius was: land van niemand. Dat betekende dat er geen verdrag werd getekend met de Aboriginals, die volgens de Britten als jagers-verzamelaars geen claim op het land konden leggen. Duizenden Aboriginals werden vergiftigd, doodgeschoten of met westerse ziekten besmet. Uit historisch onderzoek van The Guardian bleek dat in twee Australische provincies in anderhalve eeuw liefst 270 massamoorden op Aboriginals werden gepleegd. In slechts één geval werden de daders bestraft. Een Australisch parlementair onderzoek naar de moordpartijen sprak in 1927 van ‘een samenzwering van stilte’.

In de twintigste eeuw bepaalde een wetsvoorstel dat Aboriginal-ouders geen recht hadden hun kind op te voeden: ieder kind werd eigendom van de staat en in tehuizen of witte gezinnen opgevoed. Zo wilde men ze zachtjes laten uitsterven, of zoals het officiële motto van de wet was: ‘het gladstrijken van het kussen van de stervenden’. Pas in 2008 bood de Australische regering haar excuses aan voor deze ‘gestolen generatie’.

Het immense historische trauma laat zich ook vandaag nog voelen: Aboriginals doen het op vrijwel elk vlak slechter dan de andere inwoners van Australië. Gemiddeld sterven ze acht jaar eerder. Hoewel Aboriginals slechts drie procent van de bevolking uitmaken, vormen ze bijna een derde van de gedetineerden. Op universiteiten heeft slechts 1,6 procent van de studenten Aboriginal-bloed. Slechts vier van de tien Aboriginals hebben werk, minder nog dan in 2008. Tientallen Aboriginal-volkeren (ooit waren er meer dan vijfhonderd) zijn uitgestorven, andere gedecimeerd of van hun oorspronkelijke land verplaatst. Alcoholisme, huiselijk geweld, seksueel misbruik en suïcide zijn levensgrote problemen voor de overlevenden.

Thalia Anthony is onderweg naar een gevangenis in Queensland. Ze is hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Sydney en een van de voorvechters van hervormingen van het Australische gevangenissysteem. ‘Vorige week was ik bij een vrouw in een gevangenis in West-Australië. Omdat zij gedetineerd was geraakt, waren haar kinderen in een pleeggezin ondergebracht. Daardoor had haar partner, de vader van de kinderen, zelfmoord gepleegd. Het leed is niet te bevatten.’

Aboriginals zijn het meest gedetineerde volk ter wereld. Een overheidsonderzoek naar de hoge detentiecijfers van Aboriginals noemde de situatie in 2016 ‘een nationale tragedie’. Anthony pleit voor grootschalige hervormingen, omdat de detentie van met name Aboriginal-vrouwen voor nieuwe trauma’s zorgt. ‘Het zijn meestal lichte vergrijpen waarvoor ze in de cel belanden. Openbare dronkenschap, diefstal. Daardoor worden hele families ontwricht. Het droevigst vind ik de vrouwen die vastzitten omdat ze het contactverbod overtreden. Dat is opgelegd omdat hun partner hen heeft mishandeld, maar als ze naar hem teruggaan, worden ook de vrouwen gearresteerd.’

Vanwege het hoge aantal Aboriginal-arrestanten dat overlijdt in een politiecel deed een parlementaire enquête al in 1991 onderzoek. Een reeks aanbevelingen volgde, die nauwelijks zijn uitgevoerd. Sindsdien stierven nog eens vierhonderd Aboriginals in een politiecel. Tragisch was de dood in 2018 van de 22-jarige Miss Dhu, die was vastgezet nadat ze zélf de politie had gebeld omdat haar partner haar mishandelde. De agenten constateerden dat ze nog een onbetaalde boete had en sloten haar op. In de cel verslechterde haar gezondheid, waarna ze overleed.

Volgens Anthony krijgen Aboriginal-vrouwen in Australië onnodig veel aandacht van de politie. ‘Dat is een fout in het systeem. Doordat ze al van kinds af aan in aanraking komen met jeugdzorg en justitie is er een overvloed aan controle. Zo belanden ze in de cel voor zaken die bij een witte vrouw niet eens worden gezien.’

Pas in 2008 bood de Australische regering haar excuses aan voor de ‘gestolen generatie’

Twee derde van de kinderen in jeugdinstelling in Queensland komt uit Aboriginal-gezinnen. Anthony: ‘Het belangrijkste is dat we stoppen met het weghalen van kinderen uit gezinnen. Er zijn nu meer kinderen in jeugdinstellingen en pleeggezinnen dan ten tijde van de gestolen generatie.’ Een oplossing ligt volgens haar in het versterken van de Aboriginal-gemeenschappen en het aanmoedigen van initiatieven waarbij ze zélf misstanden aanpakken. ‘In een afgelegen dorp in Centraal-Australië was er een groep grootmoeders die ’s nachts patrouilleerden. Als zij geweld ontdekten, grepen ze in op een manier die niet tot detentie leidde. Hun autoriteit werd gerespecteerd. Maar de overheid bemoeide zich met het dorp en sindsdien is het initiatief gestopt.’

Met open armen worden legale immigranten in de Australische samenleving ontvangen, maar voor de problemen van Aboriginals sluit het land in het dagelijks leven de ogen. Aboriginals zijn in de steden nagenoeg onzichtbaar: men kan maanden in Sydney wonen zonder een Aboriginal te zien, met uitzondering van de bont beschilderde man die bij het Opera House didgeridoo speelt en zich door toeristen laat fotograferen.

Het is onderdeel van het probleem: doordat veel gewone Australiërs nauwelijks in aanraking komen met Aboriginals zien zij niet de ongekende culturele rijkdom van de duizenden jaren oude volkeren. De Australiërs kennen niet de bijzondere verhalen over de Droomtijd, toen mythische wezens het land en de zee creëerden. Ze weten niet hoe Aboriginals met vuur de kans op bosbranden verminderen of hoe planten kunnen worden gebruikt bij medische klachten. De zeer complexe sociale structuren van de stammen, waarmee eeuwenlang cohesie en regels werden gehandhaafd, worden vaak niet begrepen. Die kennislacune zorgt voor problemen in het dagelijks leven: een begrafenis kan bij sommige Aboriginal-volken drie weken duren, terwijl witte Australische werkgevers dan geen idee hebben waar hun werknemers zijn gebleven.

De Aboriginals ontwikkelden nooit een geschreven taal, zodat de kennis van duizenden jaren enkel met behulp van verhalen wordt gedeeld. Die verhalen worden steeds minder verteld. Toch ligt in hun historie en cultuur de kracht die Aboriginals nodig hebben om te overleven in de moderne tijd.

Een felrood bord en een kettingslot bungelen aan het hek van een verlaten stuk grond even buiten het dorpje Gunnedah. Uncle Neville, een kleine man met schitterend zilverwit haar, kijkt verlangend naar de bomen aan de horizon. Uncle Neville is een elder, een gerespecteerd ouder lid van de Kamilaroi-stam. Hij wijst: ‘Daar liggen mijn voorvaderen. Hier vochten zij voor het behoud van hun land. En nu, honderden jaren later, vechten we er nog steeds voor.’ Het land waarover Uncle Neville uitkijkt is traditioneel Kamilaroi-land en hij en zijn stamgenoten voelen een diepe, spirituele verbintenis met het grondgebied. Het is een verbintenis die moeilijk aan een witte man is uit te leggen, vertelt Mitchum, een grote man met een lange witte baard.

Het land is niet toegankelijk, ook niet voor de Kamilaroi: het is in bezit van het Chinese mijnbouwbedrijf Shenhua, dat op de heilige grond een steenkoolmijn zal openen. De Australische regering heeft de mijn goedgekeurd, hoewel zij erkent dat de grond uitzonderlijke waarde heeft voor Neville en zijn stam. Maar de economische waarde van de mijn, zo’n negenhonderd miljoen dollar, voor Australië is groter, oordeelt de regering. Het Chinese bedrijf is, ondanks de campagne van Neville en zijn stamgenoten, niet van plan de mijn aan te passen. Daarover is Mitchum vooral boos. ‘Als wij onze spirituele connectie met ons land willen aantonen, moeten we voldoen aan allerlei regels die door de overheid zijn bedacht. Dat hebben we in dit geval gedaan, maar alsnog wordt er niet naar ons geluisterd. Wat moeten we dan nog?’

Hoe langer we aan het hek staan, hoe meer verhalen Uncle Neville vertelt. Over hoe hij met zijn handen een diepe wond genas van een jong meisje uit zijn stam, nadat zijn voorvaderen hem hadden ingefluisterd wat te doen. Over hoe zijn moeder als klein meisje van de straat werd geplukt en in een tehuis werd geplaatst voor heropvoeding. Over de laatste volbloed Aboriginal in zijn familie, een man zonder naam. Over de mannen die duizenden jaren lang vanuit het westen van Australië het continent doorkruisten, naar het oosten. Ze liepen ’s nachts, om rivaliserende stammen te ontwijken.

Even later spreekt Neville een welkomstboodschap voor ons uit. Neville spreekt in de zangerige Kamilaroi-taal. Hij is een van de weinigen die het nog spreekt. Neville’s zoon Tim, ook aanwezig, kan slechts luisteren. ‘Ik spreek het bijna niet, want ik was al te oud toen mijn vader het weer begon te spreken. Jarenlang was hij te angstig om onze taal te spreken. Nu is het voor mij te laat.’

Feest ter ere van het klimverbod op de Uluru. Deze rots is van grote spirituele betekenis voor de Aboriginal-bevolking, 27 oktober 2019 © Alex Ellinghausen / The Sydney Morning Herald via Getty Images

Op een verlaten strand vlak buiten Cooktown, ver in het noorden van Australië, gooit een man op het strand een visnet in het water. Zijn vier tienerkinderen en een klein hondje rennen om hem heen. Hoewel er krokodillen in het gebied leven, is de man daar niet bang voor. ‘Het is eb, mate’, zegt hij. ‘Krokodillen komen hier pas als het vloed is.’ De man is perzikboer aan de oostkust van Australië en hij is met zijn gezin op vakantie. Hij kampeert op land dat door de Australische regering is gekocht en in 2006 aan lokale Aboriginals is gegeven. Die moeten voor het land zorgen, ook in de hoop dat zo het Great Barrier Reef voor de kust beter beschermd is tegen erosie op het land.

De perzikboer is verbolgen. Hij begint over het land waarop hij staat. ‘Tijdens mijn vakantie zoek ik hier in de buurt naar een geschikte plek om een vanilleplantage te beginnen. Maar het land is ongelooflijk duur en ik zal een lening bij de bank moeten aangaan om het te kunnen kopen. Waarom krijgen de Aboriginals dit land gratis, terwijl ik mij in de schulden moet steken om voor mijn gezin te kunnen zorgen? It’s just not right.’ Jaarlijks spendeert Australië ruim 33 miljard dollar (twintig miljard euro) aan diensten speciaal voor de oorspronkelijke bewoners van Australië. Die hoge subsidies zijn sommigen een doorn in het oog.

In Australië klinkt, net als in de rest van de wereld, de populistische stem luider. Waar populisten in de Verenigde Staten, Engeland en Nederland de schuld van misstanden bij nieuwkomers leggen, richten populisten in Australië zich ook op de oorspronkelijke bewoners van het land. Die worden volgens conservatieve critici voorgetrokken en bemoederd op kosten van de belastingbetaler. Kritiek is er ook op het aanbestedingsbeleid van de Australische overheid, dat de voorkeur geeft aan bedrijven van Aboriginals. Ook in sollicitaties wordt steevast melding gemaakt van het feit dat kandidaten van Aboriginal-komaf voorrang krijgen.

Het is een geluid dat meer en meer in Australië te horen is: Aboriginals worden vertroeteld en wie nu nóg in armoede en achterstand leeft, ondanks de miljoenen aan subsidies, heeft dat aan zichzelf te danken. Wat niet helpt is dat zich in het verleden mensen valselijk voordeden als Aboriginal om van voordelen gebruik te maken. Wie Aboriginal is maar er niet zo uitziet, krijgt veel scheve blikken.

De discussie over de eigen verantwoordelijkheid van Aboriginals verdient het om gevoerd te worden, vinden ook een aantal Aboriginal-leiders. De bekende voorman Noel Pearson, die met stichtingen werk, land en huizen voor achtergestelde Aboriginals regelt, zegt dat zijn volk geen hand-out wil, maar een hand-up: geen gratis geld, maar een opstapje. Pearson bekritiseert Aboriginals die hun boosheid over de geschiedenis gebruiken als excuus om hun lot niet in eigen hand te nemen. Die harde lijn heeft hem niet bij iedereen populair gemaakt.

Een initiatief dat niet van bovenaf is opgelegd, maar vanuit de gemeenschap zelf komt, geeft een gevoel van hoop en zelfbeschikking

Het gesprek over de situatie van Aboriginals wordt in Australië opgehitst door extreme uitspraken van populisten. Zo beweerde Andrew Bolt, een conservatieve en invloedrijke columnist, onlangs dat de stolen generations in werkelijkheid nauwelijks hebben bestaan: de kinderen die destijds door de overheid bij hun ouders werden weggehaald, zouden eenvoudigweg door hun ouders ter adoptie zijn afgestaan.

Iets vergelijkbaars gebeurt nu klimtochten op Uluru, de bekende rode steen in het hart van Australië, voortaan worden verboden. Voor Aboriginals is het een bron van diep gevoelde onvrede dat mensen de heilige berg beklimmen. Dat Uluru gewoon toegankelijk blijft voor toeristen die voet aan de grond houden, sneeuwt onder in de hoog opgelopen discussie.

Die felle reactie ondervond ook Adam Goodes, een absolute grootheid in het Australian Rules Football, de sport die voor veel Australiërs een religie is. Goodes, een trotse Aboriginal-man, werd in 2013 tijdens een wedstrijd voor ‘aap’ uitgescholden door een toeschouwer. Goodes liet de dader van de tribune verwijderen: het bleek een dertienjarig meisje. In persconferenties zei de sporter direct dat het kind geen blaam trof, maar hij wees op het wijd verspreide racisme in Australië. ‘Het voelde alsof ik weer op de middelbare school zat, waar mensen mij uitscholden om hoe ik eruitzie. Ik ben nu sterker dan toen en ik ben trots op mijn cultuur. Ik besluit op te treden tegen racisme, want daarvoor is geen plaats in onze samenleving.’

Normaliter houden Australiërs sport en politiek strikt gescheiden, maar het racisme dat Goodes aan de kaak stelde, maakte dat onmogelijk. Hij werd Australiër van het Jaar, een belangrijke functie in Australië, en hij gebruikte dat podium om racisme uit te bannen.

Op het sportveld echter kreeg Goodes het almaar zwaarder. In elk stadion waar hij speelde werd hij uitgejoeld vanaf de tribunes. De kwestie verdeelde de natie: progressieve Australiërs en Aboriginals hoorden in het gehuil vanaf de tribunes diepgeworteld racisme. Anderen zagen in Goodes de man die hen telkens wees op de schandvlek in de nationale geschiedenis. Commentator Andrew Bolt verweet Goodes dat die met opzet het leven onmogelijk had gemaakt van het meisje dat hem had uitgescholden. Het onophoudelijke geloei en de lastercampagnes in de media dreven Goodes in 2015 richting vervroegd pensioen.

Australiërs praten in het dagelijks leven nauwelijks over de bloedige geschiedenis. De Australische grondwet rept met geen woord over de oorspronkelijke bewoners van het continent. Dat gaat mogelijk in de komende drie jaar veranderen, als Australië zich middels een referendum zal uitspreken over een wijziging in de grondwet, waarin de rechten van de oorspronkelijke bewoners zullen worden vastgelegd.

Dat komt voort uit een bijzondere vergadering in 2017, toen honderden Aboriginal-leiders dagenlang bijeenkwamen aan de voet van Uluru. Het resulteerde in het Uluru Statement from the Heart, waarin de leiders de Australische regering vroegen in de grondwet te worden opgenomen. Ook pleitten zij voor een periode van waarheidsvinding over de gruwelen van het verleden, zodat Australië daarna kan samenkomen en het kan worden afgesloten. Een speciale commissie zou bovendien advies moeten uitbrengen aan het Australische parlement over zaken die van invloed zijn op de oorspronkelijke bewoners van Australië.

Aanvankelijk verwierp de Australische regering dat voorstel. De reden was dat dan ‘ras een plek in de politiek’ zou krijgen en dat er feitelijk ‘een derde kamer’ in het parlement zou komen, maar inmiddels lijkt de ideologische wind gedraaid. De huidige regering zal Australiërs vragen over de grondwetswijziging te stemmen. Zo zijn er langzaam meer lichtpuntjes, al is een werkelijke verlichting nog ver weg.

In Bourke, een dorpje in de provincie New South Wales, boekt een gemeenschapsproject uitzonderlijke resultaten. Er wonen veel Aboriginals en het dorp had lang een van de hoogste aantallen gedetineerden in Australië. Lang had Bourke dusdanig slechte criminaliteitscijfers dat het er op papier gevaarlijker was dan in enig land ter wereld.

In vijf jaar is dat volledig veranderd. Bijna twintig procent minder zware criminaliteit, ruim een derde minder huiselijk geweld en alcoholgerelateerde misdrijven, veertig procent minder drugsdelicten en ruim een derde minder verkeersdelicten.

‘De Aboriginal-gemeenschap heeft het stuur in handen, vanaf het begin’, vertelt Sarah Hopkins, de advocate die leiding geeft aan Just Reinvest, de stichting die het gemeenschapsproject begeleidde. ‘De lokale Aboriginal-leiders zijn naar ons toe gekomen omdat zij verandering wilden. Ze zagen dat kinderen vaak geen kans hadden om aan de negatieve spiraal te ontsnappen. Dus richt het programma zich vooral op kinderen en jongeren.’

Zo zijn er nu medische checks voor kinderen jonger dan drie jaar, omdat veel kinderen dan al gedragsproblematiek ontwikkelen die het hele leven van invloed blijft. Hopkins: ‘Soms is het eenvoudiger. We ontdekken bijvoorbeeld dat een kind een bril nodig heeft. Vroeger wisten we dat niet en dan haakte een kind af in de klas.’ Ook voor spijbelende tieners is er een speciaal programma, waarin zij in een buitenschoolse setting van ouderen uit hun gemeenschap leren. Het zorgt voor minder schooluitval als ze terugkeren in het reguliere onderwijs. Soms zijn oplossingen pragmatisch: zo wordt met mannen met losse handjes afgesproken dat zij niet thuis slapen op dagen dat ze alcohol drinken.

De betrokkenheid van de gemeenschap maakte het verschil, vertelt Hopkins. Zo verzorgden acht politiemensen in hun vrije tijd rijlessen voor jongeren. Het gevolg: 72 procent minder boetes voor rijden zonder rijbewijs. ‘Dit initiatief is niet van bovenaf opgelegd, maar komt vanuit de gemeenschap zelf. Dat geeft een tastbaar gevoel van hoop en zelfbeschikking. De Australische overheid doet weinig om zelfbeschikking onder Aboriginals te versterken.’

De resultaten in Bourke geven zuurstof aan de wens van Aboriginal-leiders om de problemen in hun gemeenschap zélf aan te pakken, op manieren die aansluiten bij hun cultuur. De Australische regering worstelt daarmee: soms zijn de problemen dermate schrijnend dat niets doen geen oplossing is. Toch is het misschien de enige weg vooruit: in 2016 moest de regering tot haar ontzetting constateren dat decennia van ‘interventie’ een tegenovergesteld effect hadden gehad.

David Gulpilil, de man die aan witte Australiërs laat zien wat hun cultuur betekende voor Ramingining, houdt hoop voor de toekomst. Een waarin de veerkracht van zijn duizenden jaren oude volk opnieuw zal blijken. ‘Vooruitgang zal vele, vele jaren kosten. Alleen toekomstige generaties zullen die daadwerkelijk bereiken. Maar daar zullen we nooit komen als jullie blijven denken meer over ons te weten dan wijzelf. Luister naar wat wij te zeggen hebben.’

Tijd voor verontschuldigingen

Een staat die zijn excuses maakt voor fouten in het verleden. Ooit was het ondenkbaar, inmiddels komt het steeds vaker voor. Maar echt van harte gaat het zelden. En soms laat men het verleden het liefst links liggen. De volgende aflevering in de serie over ‘sorry’ van staatswege: de Britse overheersing van India.