‘we trekken elkaar erdoor’

PIETER BROERTJES (44) wordt na anderhalf jaar nog steeds ‘de nieuwe hoofdredacteur’ van de Volkskrant (75) genoemd. Na zijn benoeming werd hij met argusogen gadegeslagen: wat ging hij doen? Zou de oplage van de Volkskrant - verreweg de grootste krant van de Perscombinatie - nu toch een dalende lijn inzetten? Zou Broertjes, na de fusie tussen ‘Rotterdam’ (NDU) en ‘Amsterdam’ (de Perscombinatie), de concurrentiestrijd met NRC Handelsblad aankunnen? Zou hij betrokken raken in een strijd om het voortbestaan van Het Parool en Trouw?

Onder zijn voorganger Harry Lockefeer had de krant een enorme groei doorgemaakt. Is de taak van Broertjes - de groei consolideren èn vernieuwingen aanbrengen - niet schier onmogelijk?
Broertjes haalt zijn schouders op: ‘Ik heb een koers uitgezet en die volg ik.’ Hij glimlacht erbij. Sinds zijn bewind is, tegen de verwachting in, de oplage met twee procent gestegen.
Vorige week bestond de Volkskrant 75 jaar. Ter ere daarvan was er een receptie voor het voltallige personeel van de Perscombinatie. Uw toespraak eindigde met de woorden: 'Jongens, als jullie problemen krijgen, dan kunnen jullie op onze steun rekenen.’ Wat bedoelde u daarmee?
'Precies wat ik zei.’
Cees Smaling, president-directeur-generaal, spoot na afloop op u af.
'Ja, hij zei: Hoezo? Is er oorlog? Wie zijn de vijanden? Maar ik wilde iets zeggen over het momentum waarin de Perscombinatie verzeild is geraakt. We zijn praktisch onthoofd. We zijn een directeur kwijt, Ronald Blom, we zijn een hoofdredacteur kwijt, Sytze van der Zee, omdat het Parool-conflict niet is opgelost. Ik heb toen aan de verschillende redacties willen zeggen: mocht de nood aan de man komen, dan zal de Volkskrant geen opportunistische keuzen maken. En de nood aan de man, dat is als de fusie Persombinatie-Dagblad Unie er uiteindelijk toe leidt dat de dominante cultuur binnen het nieuwe bedrijf de Rotterdamse cultuur wordt - namelijk: krantenmaken vanwege winstmaximalisatie. Daar zijn wij dus niet voor. Sterker: daar zijn wij fel op tegen. Wij zijn voor een bedrijfscultuur waarin het maken van goede kranten een vak is en niet een afgeleide. Dat Het Parool tien miljoen verlies lijdt, is verdomd vervelend, en er moet daar iets gebeuren, maar het is wel een goede krant. Dat Trouw verlies lijdt, is eveneens betreurenswaardig, want ook dat is een zeer interessante krant. De Volkskrant is natuurlijk ook uitstekend gemaakt, maar heeft de bijkomstigheid dat het een geldmachine is. Wij hebben met elkaar de traditie opgebouwd dat we elkaar for better and for worse helpen en elkaar erdoorheen trekken als het moeilijk gaat. Wanneer de druk zo hoog wordt dat men zegt: het lek moet dicht, dan zeg ik: natuurlijk, maar niet ten koste van alles. Ik wilde me dus op die receptie woordvoerder maken van de Perscombinatie.’
IS DAT WEL een oprechte solidariteit?
'Ja. Zeker nu. Wij, de Volkskrant, hebben de afgelopen decennia uiteraard wel eens gedacht: wij zijn de sponsors van een open zenuw, en daar moet iets aan gebeuren. We zagen Sytze van der Zee al het mogelijke doen, maar het lukte hem niet Het Parool in veilig vaarwater te brengen. Dat is heel jammer. Uiteindelijk hebben wij er ook belang bij om het signaal te geven: jongens, blijf met je rotpoten van die rot-Perscombinatie af. Want wij willen niet opgenomen worden in een bedrijfscultuur waarin, als we straks naar de beurs gaan, uiteindelijk de aandeelhouders bepalen welke kranten er blijven bestaan en welke niet, zoals dat het geval is bij Elsevier en de Dagblad Unie.
Bedenk wel dat wij hen hebben overgenomen, en zij niet ons. Dat blijf ik zeggen. Ik ben nog steeds voor die fusie, want zonder dat waren we op termijn in gevaarlijk vaarwater terecht gekomen. We hadden dan een bedrijf overeind moeten houden waarin twee kranten het moeilijk hebben, en binnen een omgeving - want de Telegraaf zou dan de NRC en het Algemeen Dagblad hebben gekocht - waarin we ingesloten waren in dat ene segment: de randstedelijke lezersmarkt. Maar het mag geen reversed take-over worden, waarbij Rotterdam gaat bepalen wat de norm is.’
Wat voor signalen zouden daarop wijzen?
'Wanneer men zou zeggen: “Jongens, jullie maken het kunstje krantenmaken toch veel duurder dan in Rotterdam, daar moet wat aan gebeuren. En verder willen we graag dat de winst vijftien procent van de omzet wordt.” De Persombinatie zit nu op zo'n acht procent. Dat komt door de verliezen van Het Parool.’
POSITIONEERT U de Volkskrant eens. Wat is het imago?
'De Volkskrant is nu een heel serieus gemaakte, robuuste, goed geïnformeerde nieuwskrant. Daar kun je je uitstekend op verlaten als je wilt weten wat er in de wereld om je heen gebeurt, maar de krant heeft weinig franje en te weinig extra’s. Ons publiek is jong en hoog opgeleid. Er valt echter weinig te lachen in de Volkskrant. We doen het degelijk, maar misschien te voorspelbaar. Ik wil wat accenten verleggen, meer extra’s aan de krant geven. En er moet beter geschreven worden.’
Beter in welke zin?
'Wat we nu doen op de opening van het tweede katern. Een goed leesverhaal. Niet meteen hard nieuws maar wel interessant om te weten. Wat wij willen is de dagkrant interessanter maken voor een breder publiek. Je hoeft niet altijd in de wereld van de politiek of de vakbeweging of de instituties geïnteresseerd te zijn om de Volkskrant te lezen. We willen de weg op die Het Parool ook al is gegaan, de weg van de goedgeschreven, heldere artikelen.’
Bij Het Parool was het een noodzaak. De Volkskrant is niet groot geworden door de zogenaamde leukigheid. Daarin hebben jullie helemaal geen traditie.
'Ja, dat is waar. We hebben er zeker geen traditie in. Het is bloedserieus wat er in de Volkskrant staat. Je wordt er gereformeerd van. Maar de term “leukigheid” is van u; ik hou niet van leuk, wel van toegankelijk, lichtvoetig, geestig, humor.
Als wij ons vooral blijven baseren op de instituties en de degelijke berichtgeving daarover, dan is dat de dood in de pot. Daarmee beschrijf je maar een klein deel van de werkelijkheid. De echte - tussen aanhalingstekens - werkelijkheid speelt zich nu af in bijvoorbeeld de Bijlmer, en in gebieden waar de politie niet eens meer binnenkomt, in gebieden waarvan wij niet eens meer weten hoe ze eruitzien. Nieuws is breder dan die persconferenties waar men ons wil hebben. En niet alleen die beschrijving, maar ga er ook tussen zitten en schrijf dat mooi op. Ook daarin moet de Volkskrant een traditie krijgen. Als je in de Volkskrant niet elke dag iets aantreft van: verrek, daar heb ik nog nooit over nagedacht, dan is die krant geen noodzaak meer. En ook wanneer je als krant niet in staat bent om een goed profiel te kunnen schrijven - wij deden dat onvoldoende en te weinig - dan leg je het af. Je moet die meerwaarde aan de lezer geven. De legitimatie is het nieuws, maar veel lezers nemen de krant voor de extra’s. Voor Campert en Mulder, Kees Fens, Jan Blokker.’
Je neemt die krant toch niet omdat Campert en Mulder zo goed schrijven? Je neemt een krant omdat ze het nieuws beter of anders brengt.
'Ach toe nou. Je staat op, neemt je kopje thee, je leest Campert of Mulder, je geniet en je denkt: ik kan er weer tegen. Kijk, natuurlijk gaat het om het nieuws. Maar daar hoef ik me, als hoofdredacteur, niet zo druk om te maken. We hebben daarvoor een zeer goed functionerende, geroutineerde machine. Ik hoef Oscar Garschagen, correspondent in Amerika, niet op te bellen met de vraag: maak even een beschouwing Dole-Clinton. Die heeft dat al gedaan voordat ik het bedenk.
Natuurlijk wil ik meer primeurs, meer nieuws. Er is inderdaad te weinig primeurjacht bij de Volkskrant. Dat is het moelijkste waarmee we op dit moment bezig zijn, want het is niet een beslissing die je zomaar kunt nemen. Redacties moeten dan anders worden ingericht. Verslaggevers die altijd affiniteit hebben met bepaalde onderwerpen, moeten radicaal afstand nemen van hun eigen agenda’s en hun hobbyisme. Er is inderdaad te veel hobbyisme in de Volkskrant. We moeten naar de situatie toe dat verslaggevers denken: dit is voor de krant van morgen het belangrijkste onderwerp en dat ga ik nú uitzoeken. Maar dat duurt even.
We hadden laatst Rinnooy Kan op bezoek. Die wilde een satirische rubriek, een soort Stan Huijgensjournaal op Volkskrant-niveau. Dat zegt dus een oud-VNO-voorzitter, nu in de raad van bestuur van de ING-bank, behorend tot de elite van Nederland! Dat geeft aan dat er op allerlei niveaus behoefte is aan enige lichtvoetigheid.’
Maar Theo van Gogh zou je niet willen hebben als columnist.
'Nog even niet, nee. Dat is een brug te ver voor mij, hoewel ik wel vind dat je met hem kan lachen.’
Er zijn onlangs een boel columnisten uitgegooid. De enige om wie ik wel eens kon lachen, Rob Vreeken, ook al. Waarom?
'Omdat die terugkomt in een andere gedaante. Zaterdag op links met een klein cursiefje. De nieuwe Carmiggelt. Wacht nu maar af. Je denkt dat we maar op één spoor tegelijk bezig zijn. Onzin! We zijn op vele sporen bezig. Serieus over lichtvoetige onderwerpen en lichtvoetig over serieuze onderwerpen. Geef ons nog even de kans.’
WAAR STAAT de Volkskrant over vijf jaar?
'We zijn dan de tweede krant van Nederland. Met toegankelijke, goed geschreven artikelen. Vakmatig gemaakt. Niets op aan te merken als het gaat om het laatste nieuws, het eerst in de krant. En behalve het nieuws zijn er extraatjes waardoor je denkt: ik moet toch even die krant lezen, want wat vindt Campert ervan, wat Mulder en wat al die anderen die we bij de krant hebben betrokken. Je moet je elke dag over die krant kunnen verbazen, hij moet verrassen. Niet alleen met nieuws, maar ook met achtergrond en duiding.’
Dat zou Folkert Jensma, hoofdredacteur van de NRC, ook zeggen.
'Je kunt in ieder geval nu niet van de NRC zeggen dat ze het leukst en spiritueelst geschreven is. Het is toch vaak een saaie, voorspelbare krant die gericht is op haar eerste belang, namelijk: het informeren van de macht. Zij schurken toch echt meer tegen de macht dan wij ooit zullen doen en hebben gedaan. Ik wil als krant niet meer alleen een spiegel van de samenleving zijn, maar zelf ook accenten plaatsen. Wij, de Volkskrant, zijn niet meer bang om iets te missen. Dan missen we maar wat. Als we andere zaken maar tot op de bodem uitzoeken of tot de grond inzichtelijk maken. Dat is het verschil tussen breedte en diepte. We zijn nog niet zover. Maar over vijf jaar wel.’
Hoe sta je dan tegenover Trouw?
'Ze hebben het moeilijk, over vijf jaar. We houden ze overeind.’
En Het Parool, bestaat die krant dan nog?
'Over vijf jaar… Ik weet het niet… Zoals het er nu uitziet… We zitten dan in 2001. Misschien redden ze het als ze Matthijs van Nieuwkerk nemen als hoofdredacteur. Het lijkt me een bijna onmogelijke opdracht om nu hoofdredacteur te zijn van Het Parool. De lezersmarkt is verpest en je moet eerst saneren. Dat lijkt me verre van aantrekkelijk.’
JULLIE HEBBEN Vrij-Nederlandredacteur Gerard van Westerloo gevraagd in de Volkskrant een stuk over de Volkskrant te schrijven, voor de jubileumbijlage. Dat stuk loog er niet om. Ik kan me niet voorstellen dat dit stuk op de redactie met instemming werd ontvangen.
'We hebben er toevallig vanmiddag over vergaderd met Van Westerloo en tachtig redacteuren in mijn kamer. Ik moet zeggen, toen ik dat stuk in augustus las, dacht ik: als dit de stand van zaken is in anderhalf jaar, dan moet er nog heel veel gebeuren, en daar voel ik me niet echt prettig bij. Ik was zelfs redelijk ontmoedigd. Wat hij signaleert is stagnatie, verzet, ongemak, ongerief, het gevoel: we moeten iets, maar we willen het eigenlijk niet. Ik zie zelf toch eerder de aardige dingen: er zit beweging in die krant. We maken andere pagina’s, andere voorpagina’s, we maken een ander produkt. Ik zie een ander, positiever deel dan Van Westerloo. Maar goed, het bestaat, het is goed geschreven en het is geen onzin. In die redactievergadering met Van Westerloo merkte ik trouwens dat er absoluut genuanceerd werd gedacht. Ik zal niet ontkennen dat er redacteuren waren die zich aan de zedenschets over de redactie van Van Westerloo hadden geërgerd. Zij vonden dat hij te veel de critici aan het woord had gelaten en te weinig degenen die vinden dat de richting goed is. Van Westerloo ziet dat ook wel, al staat dat niet in zijn stuk.
Ik heb lang nagedacht over de opdracht aan Van Westerloo voor dat stuk. Het was een krankzinnig avontuur, jezelf zo bloot geven. Maar ik werd overtuigd door het argument van Jan Tromp die zei: “Het is ook een teken van kracht als je kunt laten zien hoe de krant eigenlijk tot stand komt, hoe de machinekamer eruitziet.” En ik besefte heel goed dat als je “ja” tegen dit experiment zegt, dat je dan ook “ja” tegen publikatie moet zeggen. Dan moet je flink zijn. Ik had liever iets constructievers gehad, maar hij heeft het opgetekend uit monden van redacteuren. Wel besef ik nu dat we lopen op smalle marges en dat ik de redactie aan mijn zijde moet houden.’
Vindt u dat u puin hebt moeten ruimen dat Lockefeer, de vorige hoofdredacteur, had achtergelaten?
'Nee, absoluut niet. Kijk, Harry Lockefeer zal de geschiedenis in gaan als de succesvolste hoofdredacteur die de Volkskrant ooit had. Ik niet. Pluym en Lü88cker evenmin. Onder Lockefeers leiding heeft de krant een enorme groei meegemaakt. Dat is zijn verdienste. Wat ik wel merkte, is dat er op de redactie in toenemende mate onvrede bestond over de krant zoals we die maakten. Daar hebben we zeker een jaar over gesproken. Conclusie: die krant moet op een aantal punten de bocht nemen. Die discussie werd ingezet toen Lockefeer er nog was, maar hij heeft die niet af kunnen maken. Als hoofdredacteur kwam ik midden in die discussie terecht en ik heb mij gecommiteerd aan de veranderingen. Natuurlijk trof ik ook wat achterstallig onderhoud aan - op het gebied van personeelsbeleid: zitten de juiste mensen op de juiste plek, is er sprake van een verslaggeverij die is toegerust voor die nieuwe ambitie? Antwoord: nee. Dus moet je een nieuwe verslaggeverij maken. Dat heb ik gedaan. Maar puinruimen, nee, dat is onzin.’
Welke veranderingen krijgen we nog meer?
'We gaan door met die grote kleurenbijlagen. Drie, vier keer per jaar. Daarin willen we actuele journalistieke thema’s brengen zoals Vrij Nederland vroeger deed. En verder… Ik ben een zeiler. Ik moet de koers uitzetten en ik moet de koers houden.’
Wat te doen als er ineens een storm opsteekt?
'Dat is nu net iets waar ik heel goed in ben en veel ervaring mee heb: koers houden bij storm.’