Agrarisch cultuurlandschap Ster van Loosdrecht © John Gundlach / De Beeldunie

De grond is de afgelopen decennia al zeker 58 centimeter gedaald en zal nog veel verder dalen in de gedeelten van Drenthe en Groningen waar zout wordt gewonnen. Toch heeft demissionair minister Stef Blok van Economische Zaken afgelopen zomer besloten dat het miljoenenbedrijf NedMag daar tot 2045 zout mag blijven winnen. Tot grote ergernis van de lokale overheden en inwoners, want wie draait er straks op voor de schade?

De gemeenten Midden-Groningen, Tynaarlo en Aa en Hunze besloten al snel in beroep te gaan tegen het besluit van de vvd-bewindsman. Vooral de lengte van de vergunning – nog een kwart eeuw erbij – valt de lokale overheden zwaar. Bovendien ontbreekt het aan harde afspraken over wie op de langere termijn eventuele schade aan huizen betaalt. Want stel dat NedMag uit Veendam failliet gaat of gewoon vertrekt? Om die reden is de provincie Groningen in beroep gegaan bij de Raad van State.

Het waterschap Hunze en Aa’s gaat ook in beroep bij de hoogste bestuursrechter. De bodemdaling brengt forse kosten met zich mee, stelt Fien Heeringa van het dagelijks bestuur op de site van het waterschap. ‘Het gaat daarbij om veel geld.’ Kades moeten dan worden verhoogd en nieuwe gemalen en stuwen moeten worden aangelegd. ‘We vinden dat NedMag de kosten afwentelt op de samenleving, namelijk op de waterschapsbelasting betalende inwoners en bedrijven in ons beheergebied.’ Lange tijd was het waterschap in gesprek met het bedrijf. ‘Helaas hebben we moeten besluiten dat verder praten geen zin heeft. Wat NedMag biedt en wat wij vragen, ligt mijlenver uit elkaar.’

Directeur Bert Jan Bruning van NedMag zei tegen RTV Drenthe het ‘prima’ te vinden dat Hunze en Aa’s naar de rechter stapt. Hij is ook ‘best’ bereid te praten over een langdurige compensatie. Maar: ‘Het waterschap wil een eeuwigdurende vergoeding en dat vinden wij niet concreet en niet realistisch.’ Het waterschap bestaat misschien ook niet voor altijd, wil hij er maar mee zeggen. Ondanks alles heeft hij er vertrouwen in dat ze er uiteindelijk toch wel samen uitkomen. ‘Het is een prima waterschap en het zijn goede bestuurders, dus ik ben ervan overtuigd dat we het gaan oplossen met elkaar.’

Bruning kan het weten, aangezien hij zélf bestuurder is bij Hunze en Aa’s. Sinds 2019 zit hij daar in het algemeen bestuur, dat het beleid uitzet en controleert, via een geborgde zetel namens de bedrijven. En aangezien een waterschap een monistisch stelsel kent, zetelt Heeringa, die de dagelijkse leiding heeft, daar óók. Een bewonersgroep protesteerde fel tegen de benoeming van de zoutwinner Bruning wegens dubbele petten en mogelijke belangenverstrengeling. Een woordvoerder van het waterschap zei echter stellig tegen RTV Noord dat ‘er geen zaken zijn geweest tussen het waterschap en NedMag die conflicterend zijn’.

Nog geen twee jaar later is er wel sprake van een conflict en de belangen zijn groot. NedMag, met 150 medewerkers in dienst, heeft gemiddeld een jaaromzet van 130 miljoen euro en levert aan bijna zeventig landen zout. Het bedrijf is er veel aan gelegen om zout te blijven winnen en de kosten daarvoor zo laag mogelijk te houden. Zo wenst het niet ‘voor eeuwig’ aansprakelijk gehouden te worden voor eventuele schade aan huizen en natuur. Een forse zak geld staat op het spel en hiervoor lobbyt het bedrijf al een flinke tijd, en daar hoort ook veel overleg in de achterkamertjes bij.

Uit eerder via de Wet openbaarheid van bestuur vrijgegeven stukken blijkt bijvoorbeeld dat betrokkenen van NedMag, het ministerie en Hunze en Aa’s op 31 augustus 2020 zo’n overleg hadden op het Aquapark 5 in Veendam. Dat is het hoofdkwartier van het waterschap. Feitelijk was NedMag dus te gast op het kantoor waar de eigen directeur een bijbaantje heeft. En er valt méér te halen voor de zoutwinner. ‘Omdat de bodem langzaam en gelijkmatig daalt, dalen huizen en gebouwen verticaal mee’, schrijft de onderneming op de eigen site. ‘Dit leidt niet tot schade zolang de waterpeilen tijdig worden aangepast.’ En voor die peilen is Hunze en Aa’s verantwoordelijk. ‘Het waterschap neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat het waterpeil mee daalt met de bodemdaling. Nedmag financiert die maatregelen.’

De Veendamse zoutwinner heeft grote belangen bij het waterschap. Maar heldere regels over integriteit zijn voor de buitenstaander nauwelijks te vinden. Volgens het reglement van orde van Hunze en Aa’s is de dijkgraaf degene die toeziet op een integer bestuur. Maar wat integriteit inhoudt en welke regels daarvoor zijn, blijft vaag. ‘Feit is dat er geen wettelijke gronden zijn die het lidmaatschap van het algemeen bestuur van de heer Bruning in de weg staan’, meldt een woordvoerder. ‘Er is voor onze dijkgraaf geen aanleiding te twijfelen aan de integriteit van de heer Bruning.’

En voor Bruning zelf is er ook geen enkele reden om te twijfelen aan zijn eigen integriteit: ‘De transparantie is heel groot bij ons’, bezweert hij aan de telefoon. ‘Het beheersen van waterpeilen is onderdeel van de bedrijfsvoering van NedMag en dat doen we samen met het waterschap, het is totaal geen issue.’ Volgens hem kan er helemaal geen sprake zijn van belangenverstrengeling. Hij was bijvoorbeeld zelf helemaal niet aanwezig bij die bewuste vergadering met het ministerie op het waterschapskantoor. ‘Ik onthoud mij van inhoudelijke bemoeienis.’ Maar hij is wél de baas en zet de lijnen uit. Heeft hij dan geen enkele invloed op zíjn medewerker die namens zíjn bedrijf spreekt met het waterschap? ‘Alles gaat in goed overleg en er is geen sprake van conflict, want we zijn het met elkaar eens. We werken gewoon heel goed samen.’

De bestuurders bij de 21 waterschappen in Nederland grossieren in nevenfuncties. Op zich is dat niet vreemd, want de meeste vertegenwoordigers hebben een deeltijdfunctie. Een algemeen bestuurder krijgt maandelijks 521 euro bruto en 181 euro aan onkostenvergoeding. De heemraden, de dagelijks bestuurders, ontvangen 8184 euro per maand, plus 379 euro aan onkosten. Daarnaast toucheren ze elk jaar vakantiegeld en een eindejaarsuitkering. Wettelijk is er een budget voor drie voltijdsheemraden, dus als een waterschap er vier heeft moeten ze die uren onderling verdelen – maar dan nog houden veel dagelijks bestuurders meer over dan een fulltime wethouder van een middelgrote gemeente. Toch bezitten ook de heemraden veel bijbanen.

De waterschappen

Onderzoekscollectief Spit dook samen met De Groene Amsterdammer, Argos en een aantal lokale media in de wondere wereld van de waterschappen, een wit mannenbolwerk waar belangen dikwijls in dikke kluwen door elkaar heen lopen. Deze serie over de waterschappen kwam tot stand met steun van Stichting Democratie en Media.

Met nevenfuncties hebben is niets mis. Maar daar moeten wel heldere gedragscodes over zijn, zegt Muel Kaptein, hoogleraar bedrijfsethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en partner bij kpmg. Zeker bij een bestuurslaag als een waterschap, dat vrijwel volledig in de luwte opereert en waar naast politieke zetels ook vaste plaatsen zijn gereserveerd voor de boeren, bedrijven en natuur – de zogeheten geborgde zetels. Zij vertegenwoordigen een specifiek belang, waar soms de grens met het individuele belang heel dun is. ‘Alleen al de schijn van belangenverstrengeling moet worden vermeden.’

Ook Rob van Eijbergen, hoogleraar integriteit aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, benadrukt dat ‘de schijn’ al vermeden moet worden. ‘Dan kom je al snel in een grijs gebied’, zegt hij. ‘Mensen denken vaak al snel: ik kan mijn zakelijke en bestuurlijke rollen prima scheiden, ik ga daar zuiver mee om. Een gemiddeld mens denkt dat zijn morele besef groter is dan dat van anderen. Alleen is dat niet zo.’ Heldere regels en handhaving zijn daarom van belang. ‘Deze bestuurders vertegenwoordigen burgers. Het gaat hier over het geloof in de overheid, het geloof in onze democratie.’

‘Er is nauwelijks tucht van de publieke opinie en juist daarom moeten waterschaps­bestuurders zelf extra scherp zijn op integriteit. Maar ik heb zo de indruk dat het nauwelijks prioriteit heeft’

Integriteit begint met transparantie. Dus Kaptein bekeek eens wat sites en zag al meteen dat de nevenfuncties van bestuurders bij enkele waterschappen moeilijk te vinden waren. En als hij ze al vond, werd hij er vaak niet veel wijzer van. Want alleen invullen dat je als bestuurder zzp’er bent en adviesklussen doet voor de overheid is onvoldoende. ‘Je wil weten wát ze dan doen en sinds wanneer. En of een functie bezoldigd is of niet.’ Met andere woorden: wie is de broodheer, want wie betaalt bepaalt doorgaans. ‘Een burger moet in een opslag kunnen zien waar belangen mogelijk kunnen botsen.’

Dat zicht wordt belemmerd door een dichte mist. Onderzoekscollectief Spit deed voor De Groene Amsterdammeren Argos onderzoek naar de waterschappen en maakte daarvoor een dataset met alle bijbanen van de bestuurders. Die nevenfuncties waren niet altijd te vinden op de site, geregeld moesten de registers worden opgevraagd. En die bleken verre van compleet. Tot maart hebben we handelsregisters, LinkedIn-profielen en jaarverslagen geraadpleegd en vervolgens een set gemaakt met 642 dijkgraven, ambtelijk secretarissen, heemraden en algemeen bestuurders. In totaal hadden zij 2288 banen. Gemiddeld heeft een bestuurder drieënhalve bijbaan. Maar uitschieters met tien zijn zeker geen uitzondering.

Frappant is dat 248 (elf procent van het totaal aantal banen) níet is opgegeven, terwijl de gedragscodes dat wel voorschrijven. ‘Dat kan natuurlijk niet’, zegt Van Eijbergen. Dijkgraven moeten er uiteindelijk op toezien dat het nevenfunctiecircuit integer verloopt. Maar ook zij hebben, naast hun bestuurderssalaris van maandelijks ruim tienduizend euro plus een vakantie- en eindejaarstoelage, veel betaalde functies. Als adviseur bij de Volksbank of commissaris bij Koninklijke Smals, een baggeraar die opdrachten doet voor waterschappen. Of als zelfstandige, als agrariër of met een eigen bureautje.

Of bestuurders ook betaalde klusjes doen voor het eigen waterschap is lastig na te gaan: ze hebben vaak als eenpitter een advies- of consultancykantoortje, maar ze melden niet wie hun opdrachtgever is. Iets wat de nieuwe integriteitscodes voor bijvoorbeeld de leden van de Eerste Kamer – die ook een deeltijdfunctie hebben – wel voorschrijven. Sterker nog: van de in totaal 177 adviesfuncties die waterschapsbestuurders hebben is niet te achterhalen aan wie (betaald) advies is verstrekt. Wel wordt via een zoekspoor op internet duidelijk dat ze toch echt dikwijls hun advies verkopen aan naburige waterschappen of zelfs aan de provincie – het bestuursorgaan dat het waterschap moet controleren.

Hoewel alleen al het ‘adviseren van derden’ inzake economische transacties bij de gemeenten wordt gezien als ‘verboden handeling’ gebeurt het soms toch rechtstreeks bij de waterschappen. Neem pvda-bestuurder Simon Deurloo. Samen met Aik Kramer, vvd-raadslid uit Heemstede, ontwikkelde hij een app voor ‘gemeenten, provincies en waterschappen’ genaamd Popdat. De digitale raadzaalapplicatie is – toevalligerwijs – ook getest in zijn ‘eigen’ waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Deurloo laat desgevraagd weten dat hier ‘op geen enkele manier financieel gewin’ uit is gehaald en het experiment ‘niet alleen met de dijkgraaf maar met alle fracties in het waterschap is besproken’. Hij geeft aan dat de ervaring helpt bij het ontwikkelen van het platform, maar ook ‘dat je soms het ideale product hebt voor een orgaan waar je zelf bestuurder bent’. Die grens bewaakt hij door het platform ‘niet te verkopen aan overheden waar medewerkers in het gekozen bestuur zitten’. Maar hij test zijn commerciële product daar dus wel.

Terwijl dagelijks bestuurders expliciet wordt verboden zich te bemoeien met vergunningen, bestaan er voor algemeen bestuurders geen richtlijnen hoe zij met papierwerk vanuit hun bedrijf moeten omgaan bij het waterschap waar ze besturen. Maar ze vragen in elk geval volop vergunningen aan. Zo bezet oud-wethouder Wigle Sinnema van Súdwest Fryslân sinds 2015 een boerenzetel in Wetterskip Fryslân. Hij heeft officieel vijf nevenfuncties op de site opgegeven. Hij is onder meer onbetaald voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond en bestuurslid bij de lokale afdeling van de pvda. Maar waar hij écht zijn centen mee verdient, heeft hij (tegen de regels van de gedragscode in) níet opgegeven. Zijn boerderij bijvoorbeeld, maar hij vergat ook te melden dat hij projectontwikkelaar is.

Sinds 2018 ontwikkelt hij samen met een compagnon Elfstedenhart, een nieuw park aan de oostkant van Witmarsum met drie typen vakantiehuisjes die zijn vernoemd naar een winnaar van de Elfstedentocht: Henk Angenent, Reinier Paping of Evert van Benthem. In totaal komen op tien hectare grond 53 huisjes, die uiteindelijk zullen worden verkocht aan Landal Greenparks. Witmarsum is een dorp van de gemeente Súdwest-Fryslân – waar Sinnema wethouder was – die alle vergunningen afgeeft. Maar Elfstedenhart ligt ook in het gebied van Wetterskip Fryslân, dat moet controleren of de waterbelangen voldoende geborgd zijn in het ruimtelijke plan. ‘Deze fase was al afgerond op het moment dat ik erbij betrokken raakte’, laat Sinnema weten, ‘toch neemt het niet weg dat ik deze functie had moeten opgeven, dus dat zal ik alsnog doen.’ Het is een opmerkelijk excuus, aangezien de watertoets in augustus 2020 is afgerond – twee jaar nádat hij projectontwikkelaar werd.

Gemaal Oldenoord in Toornwerd, Groningen © Frans Kabel / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De geborgde zetels staan bij de waterschappen per definitie voor een belang. Het zijn de plekjes die speciaal voor boeren, bedrijven en natuur zijn gereserveerd. Lokale afdelingen van de Kamer van Koophandel dragen personen voor die namens de bedrijven in een waterschapsbestuur komen. Zo kwam het zelfstandige bestuursorgaan ook uit bij NedMag-directeur Bruning. ‘Bedrijven werken samen met het waterschap, betalen aan het waterschap en vragen vergunningen aan waar het waterschap adviesrecht heeft’, zei een woordvoerder destijds. ‘Soms is de belangenverstrengeling te sterk’, werd wel erkend, ‘bijvoorbeeld in situaties waar het waterschap opdrachtgever is.’

Die grens tussen een deelbelang en een individueel belang is voor een buitenstaander nauwelijks te controleren. Jan de Vries is algemeen bestuurder bij het Hoogheemraadschap van Rijnland, waar zijn boomkwekerij De Dryaden afgelopen zomer een vergunning voor het dempen van 182 vierkante meter aan oppervlaktewater verkreeg. Dat wordt later weer gecompenseerd via een zogenoemde Berging Rekening Courant (een overschot aan water) van de Stichting Belangen Behartiging Greenpoort Boskoop. Een stichting waar De Vries zelf bestuurder is. De dijkgraaf en heemraden zijn akkoord met de ruil. De plannen inzien en bezwaar maken kon, maar alleen midden in de zomer – toen iedereen op vakantie was. De Vries ziet geen enkel probleem, want ‘de aanvraag laat ik via een onafhankelijk adviesbureau lopen’.

Algemeen bestuurder Jan Houwen heeft bij het waterschap Limburg geen nevenfuncties opgegeven, maar heeft er zes. Zo is hij voorzitter van de prestigieuze Lighthouse Club, departement Limburg, een select netwerk uit de bouwsector. Deze afdeling, met dertig leden, komt geregeld bijeen in restaurant Oolderhof in Herten, waar onder het genot van een hapje en drankje zaken worden gedaan. Het besloten gezelschap heeft nog plek voor een paar leden die actief zijn in de weg- en waterbouw. Houwen zelf is directeur van het vrij grote advies- en ingenieursbureau Volantis in Venlo.

Dat bureau is zeker geen onbekende van het waterschap Limburg. Volantis doet een datamanagementproject voor het Waterbedrijf Limburg, een volle dochter van het waterschap. Daarnaast vraagt Houwen namens zijn bedrijf ook vergunningen aan voor klanten. Zo heeft het waterschap onlangs nog toestemming gegeven voor het dempen en verleggen van de Limburgse beken Lindbeek, de Hons-Venkebeek en Bosgraaf voor de uitbreiding van autoproducent Nedcar, een klant van Houwen. Ook is een vergunning afgegeven voor het lozen van bedrijfsafvalwater. Medewaterschapsbestuurders die meer wilden weten konden terecht bij Volantis (het bedrijf van hun collega). Vragen over deze gang van zaken bleven onbeantwoord.

In het onderzoek naar de waterschappen komen we telkens weer bestuurders tegen die namens zichzelf vergunningen aanvragen. Ze zijn directeur, manager of eigenaar van de onderneming. Het is niet verboden, ze beoordelen de aanvragen niet zelf. Maar bij een monistisch systeem (waarin algemeen bestuurders het beleid uitzetten) is het voor ambtenaren lastig vergunningen van de eigen bestuurders op hun bord te krijgen. Alleen zien de politici zelf dat probleem niet zo.

De geborgde zetel is een vooraf gereserveerde belangenbehartiging voor sectoren, en dus feitelijk niet meer dan een lobbyzetel. Deze bestuursstoeltjes onttrekken zich aan elke vorm van democratische verantwoording

Allie Blijleven kwam in 2015 in het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Drie jaar later kreeg bouwbedrijf Vink+Veenman, waar hij tot 2020 decennialang directeur van was, een watervergunning om onder andere dammen aan te leggen en water te dempen voor het plaatsen van een bouwkeet. Frank Harbers is bestuurder bij waterschap Rivierenland en vraagt daar als projectontwikkelaar advies voor een klant. Volgens Blijleven mag hij met zijn bedrijf inderdaad ‘geen werkzaamheden voor waterschap Rijnland uitvoeren’, maar druist een ‘reguliere vergunning niet in tegen de gedragscode’. Harbers reflecteert uitgebreid op vragen van De Groene en laat weten alle projecten ‘die enigszins refereren aan het waterschap vooraf te melden’, ook voert hij ‘geen overleg meer als er ambtenaren van het waterschap bij het project betrokken zijn. Mochten er stemmingen over ontstaan zal ik mij ook van alle beraadslagingen en overleggen onthouden.’ Toch staat zijn naam gewoon onder een ingediend plan.

Het bijt elkaar allemaal niet in waterschapsland. Toch zijn er ook bestuurders met een kritische maar genuanceerde blik. Hans Schouffoer is algemeen bestuurder bij het Hoogheemraadschap van Delfland, het gebied tussen Delft en Den Haag. Daarvoor was hij heemraad van Rijnland, rondom Leiden, en werkte hij voor de provincie. Hij noemt het logisch dat er mensen met materiedeskundigheid in het bestuur zitten en benadrukt ook dat de waterschapswet dit toelaat. ‘Het zou heel vervelend zijn als je kennis vanuit de gemeente, de provincie of een ingenieursbureau in het bestuur een handicap wordt.’ Hij noemt het wel uitgesloten dat een bestuurder acquisitie pleegt via een waterschap.

Maar zelfs als zaken wel volgens de regels zijn, is de grens tussen de belangen vaak heel dun. ‘Enkele jaren geleden was er bijvoorbeeld een gemeenteraadslid in het dagelijks bestuur van een waterschap verantwoordelijk voor het wegenbeheer’, zegt Schouffoer. Want naast water beheren vijf waterschappen ook een aantal wegen en fietspaden, meestal door polders en over dijken. ‘Die bestuurder moest met de gemeente waar hij raadslid was gaan onderhandelen over de overdracht van wegen. Dat lijkt me buitengewoon onhandig.’ Schouffoer wijst erop dat er op het gebied van integriteit wel degelijk goede checks and balances zijn, maar dat het valt of staat bij de manier waarop het bestuur daar zelf mee om wenst te gaan.

Daar gaan besturen soms wel zeer soepel mee om. Neem de tekst van het reglement van orde van het waterschap De Dommel. De huisregels zijn ‘zo helder als kraanwater’, aldus het Brabants Dagblad.‘Een kandidaat-DB-lid verleent zijn medewerking aan de integriteitstoets en aan het aanvragen en overleggen van een verklaring omtrent het gedrag ( vog) conform het profiel politieke ambtsdragers.’ Toch werden deze kraakheldere regels eventjes opzij geschoven tijdens de benoeming van vvd’er Jan Verhoeven. Deze oud-wethouder van Bergeijk en Valkenswaard kon namelijk geen vogoverleggen wegens vijf milieudelicten. Maar omdat een meerderheid van het waterschap niet leek te twijfelen aan zijn capaciteiten, mocht Verhoeven toch bestuurder worden.

De delicten vonden plaats bij zijn bedrijf Verhoeven Varkens. Daar werd hij beboet voor onder meer een grote lozing van veevoer en mestvocht en een verontreinigde sloot. In een interview in het Eindhovens Dagbladstelde hij dat er geen ‘moedwillige’ fouten zijn gemaakt. ‘Aangezien ik ook al lange tijd werkzaam was als wethouder zit ik op het bedrijf ook niet overal met mijn neus bovenop.’ Hij had geen handhaving in zijn portefeuille, zei hij ook. Volgens de site van De Dommel is hij nu wel verantwoordelijk voor schoon water.

Voor toenmalig watergraaf (De Dommel heeft geen dijken en dus ook geen dijkgraaf) Peter Glas was de zaak daarmee al snel afgewikkeld. Hij beloofde in 2015 wel snel een integriteitsverordening te willen vaststellen ‘waarin heldere afspraken staan die dit soort kwesties moeten voorkomen’. Maar juist de vog-eis was door het bestuur ooit bedacht om integriteit te bevorderen. Een jaar later verdwijnt de eis dat nieuwe bestuurders een bewijs van goed gedrag moeten overleggen juist helemaal. Overigens ‘vergat’ Verhoeven zijn mest- en afvalbedrijf Ecolo op te geven in het officiële register. Hij laat weten dat dit valt onder zijn agrarische bedrijf, maar dat hij het ‘voor de volledigheid’ zal toevoegen. Tijdens een jaarlijkse integriteitstraining viel het de bestuurder wel op dat ‘ieder zijn eigen invulling geeft aan integriteit’, en dat hij voor zichzelf kijkt naar de regels, het algemeen belang maar ook of hij ‘het goed doet als niemand kijkt’.

Hoogleraar Kaptein wijst op de grote verantwoordelijkheid die bestuurders zelf hebben. De media zijn nauwelijks geïnteresseerd in de waterschappen. ‘Er is daardoor nauwelijks tucht van de publieke opinie en juist daarom moeten ze zelf extra scherp zijn op integriteit. Maar ik heb zo de indruk dat het nauwelijks prioriteit heeft.’

In de waterschappen kan er inderdaad nét iets meer dan in andere bestuurslagen. In 2018 zag Carmen Hunger ( vvd) zich genoodzaakt haar zetel in de raad van Deventer op te geven. Ze was in opspraak geraakt nadat bleek dat de gemeente ruim vierhonderdduizend euro subsidie verstrekte aan de bv van haar partner – waarvan zij zelf 49,99 procent van de aandelen bezit. Het bedrijf verkoopt woningabonnementen om huizen te verduurzamen. Door ‘de insinuaties in de media’ verliet Hunger per direct de politiek om zich te ‘wijden aan haar gezin en het bedrijf dat ze samen met haar man aan het opbouwen is’. Een half jaar later kwam ze op de kieslijst namens de vvdvoor de waterschappen en op 20 maart 2019, een jaar na haar vertrek uit de gemeentepolitiek, werd ze waterschapsbestuurder bij de Drents Overijsselse Delta.

Hunger ontkende overigens de belangenverstrengeling. Ze was ‘slechts aandeelhouder’ en niet ‘de ondernemer’ van het bedrijf. Ze werkte wel voor het kenniscentrum, meldde ze. ‘Daarin begeleid ik onder andere ondernemers met afstand tot de arbeidsmarkt.’ Volgens het nevenfunctieregister van de waterschappen doet ze dat nu ook. Maar ze doet wel meer, blijkt alleen al uit een advertentie van afgelopen februari uit de Deventer Post.Daarin wordt beschreven hoe ene Matthijs snel ‘onafhankelijk’ advies krijgt via woab, waarna via datzelfde bedrijf zijn hele woning wordt verduurzaamd. Onder het artikel staat: ‘Ben je door dit verhaal geïnspireerd en wil je weten wat de mogelijkheden zijn om jouw huis te verduurzamen? Kijk op woab.nlof bel met Carmen Hunger.’

Het woonabonnement wordt expliciet genoemd in het Gelders Klimaatplan waarin de provincie haar acties uiteenzet, de provincie waar Hunger volgens haar LinkedIn-pagina tot maart dit jaar werkzaam was als projectleider van een start-up, ‘inclusief verduurzamen’. ‘De uitrol is nu ook voorzien in de provincies Overijssel en Gelderland’, vertelt echtgenoot Henk de Jager trots op een door de provincie Gelderland gesubsidieerd duurzaam ondernemersplatform. De provincie Gelderland reageert verbaasd: ‘Mevrouw Hunger is bij ons nooit in dienst geweest.’ Wel deelt de woordvoerder de observatie dat ze zich op haar LinkedIn-profiel presenteerde als een medewerker: ‘We hebben haar daarom ook verzocht dit aan te passen.’ Op vragen van De Groenereageert Carmen Hunger – die het verzoek ook via de provincie Gelderland heeft ontvangen – niet.

Opvallend is dat bij het vragen naar belangen alle bestuurders plechtig stellen dat het ‘algemeen belang’ voorop staat. Toch worden nevenfuncties lang niet altijd netjes opgegeven, vragen bestuurders vergunningen namens en voor zichzelf aan bij het waterschap en maakt een wirwar van adviesbureautjes het er niet overzichtelijker op. Bij vragen wordt verwezen naar een summier reglement van orde, en in sommige gevallen wordt dit doodleuk aangepast als het de bestuurders even niet zo uitkomt. Dit werpt de vraag op namens wie de waterschapsbestuurders daar zitten.

Een voordeel van deeltijdbestuurders is, zo luidt steevast het argument, dat ze door hun nevenfuncties midden in de samenleving staan. De kennis, ervaring en inzichten die zij opdoen maakt ze betere bestuurders. Voorstanders van geborgde zetels zeggen dat het aandragen van kandidaten vanuit belangenorganisaties kennis en kunde in huis haalt. Bestuurders houden daarom zelf graag het beeld in stand dat het waterschap een bestuurslaag is waar mensen met kennis van waterzaken elkaar vinden. Dat laatste lukt zeker, maar uit de dataset blijkt dat het qua kennis wat tegenvalt: slechts vierenhalf procent van alle nevenfuncties valt in de watersector.

Dit is in lijn met wat een speciale commissie – die het ministerie adviseerde om de geborgde zetels af te schaffen – al in 2020 meldde: waterkennis zit vooral in de ambtelijke organisatie. In 1950 telde Nederland nog 2647 waterschappen. Na decennia van fuseren zijn er nog 21 grote en moderne organisaties die leunen op een professioneel ambtelijk apparaat. Dáár, in dat apparaat, zit de kennis, net zoals dat bij ministeries of gemeenten het geval is. Daar zijn ook geen speciale zetels gereserveerd voor boeren of bedrijven wegens hun specialistische kennis.

De geborgde zetel is een vooraf gereserveerde belangenbehartiging voor sectoren, en dus feitelijk niet meer dan een lobbyzetel. Het is een bestuurslaag die indirect wordt verkozen. Deze bestuursstoeltjes zijn al voor de verkiezingen gereserveerd en onttrekken zich dus aan elke vorm van democratische verantwoording. De bestuurders die de geborgde zetels bezetten noemen zich geen politicus, maar vertegenwoordigers van een algemeen belang met kennis van zaken. Uit ons onderzoek blijkt het met die kennis prima geregeld te zijn, maar het is dan te vaak kennis van de eigen zaken. Van een gedegen definitie van het algemeen belang ontbreekt te vaak elk spoor. Alleen daarom al zou meer aandacht voor de waterschappen een goede zaak zijn.