De (on)vrijheid van de Egyptische media

‘We weten de waarheid niet’

Het Egypte van El-Sisi lijkt steeds meer op het Rusland van Poetin. Alle onafhankelijke media zijn in handen van zakenlieden die gebaat zijn bij rust en stabiliteit in het land en nauwe banden onderhouden met de overheid. ‘De media moeten maar geen misstanden meer aan de kaak stellen.’

Medium egypte3

Het kantoor van de kleine linkse krant Al-Shorouk (Zonsopkomst) zit op de bovenste verdieping van een onooglijke flat in Garden City nabij het centrum van Caïro. De straten zijn afgezet met betonnen wegblokkades om de om de hoek gevestigde Canadese ambassade te beschermen. Van de grandeur van deze groene wijk voor de gegoede middenklasse is weinig over.

‘Mounira, hoe gaat het!?’ Roger Anis (29) loopt me enthousiast tegemoet, zijn sjaaltje hangt nonchalant om zijn nek. Hij brengt me naar het kantoor. Tassen door detectiepoortjes. Een kort praatje met de bewaking. Wat grapjes. Dan mag ik omhoog. De etage baadt in hel tl-licht. Glazen wanden. Halfopen kamers. Kale muren. De werkruimte van de beeldredactie zit aan het eind van een kale gang. Oude computers en flikkerende monitoren. De tientallen foto’s van lachende collega’s tijdens een feestje vrolijken de ruimte nauwelijks op. Door de geblindeerde ramen zie ik de onafgebouwde daken van de stad, met overal satellietschotels, elektriciteitskabels, grof vuil. In de verte de Nijl, glinsterend grijs in de donkere stad.

Ik ontmoette Roger Anis voor het eerst in februari 2014 tijdens het Reporting Change-programma van Human Rights Watch in Amsterdam. Later zag ik hem opnieuw bij de lancering van het World Press Photo-boek Stories of Change, waarin verschillende series van hem waren opgenomen. Ik was getroffen door de manier waarop hij grote thema’s als de stilstand in de Egyptische economie en het sektarische geweld in beeld bracht. Hij is de komende dagen mijn gids in de Egyptische journalistiek.

Allereerst stelt hij me voor aan zijn collega’s, het fotografenteam van Al-Shorouk, volgens velen de beste reportagefotografen van het land. Het zijn uitsluitend twintigers. Mannen, op een enkele ongesluierde vrouw na. Hun achtergrond is zeer divers. Roger Anis is bijvoorbeeld een Koptische christen, zijn naaste collega Ravy Shaker is een gedesillusioneerde aanhanger van de Moslimbroederschap.

‘Rook je waterpijp?’ Buiten het kantoor pakt Anis zijn scooter en ik schuif onwennig achterop. ‘Vannacht beman ik de redactie’, vertelt hij. ‘Als er onverwacht een protest oplaait of een aanslag plaatsvindt, moet ik de foto’s maken.’ We rijden naar een openlucht-kahwa (koffiehuis), ingeklemd tussen hoge gebouwen. De mannen kijken verbaasd op als ik op een van de krukjes plaatsneem. Moderne, hippe koffiebars nemen langzaam maar zeker het straatbeeld in Caïro over, maar dit is nog een ouderwets koffiehuis waar uitgebluste mannen de dag doorbrengen.

Anis bestelt twee waterpijpen en Nescafé met veel melk en suiker. Hij is ontevreden over de Egyptische journalistiek: ‘Journalisten reizen veel te weinig, zowel binnen als buiten Egypte. En verblijven nooit lange tijd op één plek. Dat komt door geldgebrek en gebrek aan ervaring.’ Snel een quootje halen bij een overheidsvertegenwoordiger of wat lokale ooggetuigen, het is de standaardwerkwijze van veel Egyptische journalisten. Bij gebrek aan correspondenten ter plaatse blijft het meeste nieuws beperkt tot de grote steden Caïro en Alexandrië. Vooral uit Opper-Egypte komt maar mondjesmaat nieuws, meestal verzorgd door online burgerjournalisten. ‘Waardevol, maar amateuristisch en vaak niet betrouwbaar.’

Roger Anis is geboren in Opper-Egypte in de provincieplaats Minya, waar een grote prominente Koptische minderheid woont. Hij besloot in de eerste dagen van juli 2013 terug te keren naar zijn geboortestreek toen daar onlusten uitbraken na het gedwongen vertrek van president Morsi. ‘Ik hoorde van familieleden en vrienden dat tientallen kerken werden aangevallen en verbrand en dat christenen uit hun huizen en dorpen werden verdreven. Ik ging naar de redactie van mijn krant en vroeg hen: “Laat mij daarheen gaan. Dit is nieuws. Ik ken het gebied!” Na lang aandringen lieten ze me gaan.’ Zijn foto’s maakten van de onlusten in Opper-Egypte wereldnieuws en zorgden in Egypte voor het besef dat christenen gericht slachtoffer waren van de politieke en maatschappelijke spanningen.

Grote invloed hadden ook de foto’s die hij wist te maken op het Raba’a-plein in Caïro tijdens de gewelddadige zomer van 2013. Met hulp van een Amerikaans communicatiebureau had de Moslimbroederschap in het Westen een vreedzaam imago verworven. Dat beeld begon te kantelen toen Anis foto’s wist te maken van de mitrailleurs, mortiergranaten en zelfs antitankraketten in de handen van de protesterende Moslimbroeders. Toch bleven veel westerse media nog maandenlang geloven in de onschuld van de Moslimbroeders. ‘Onbegrijpelijk’, vindt Anis. ‘Ze waren net zo subjectief als de Egyptische media.’

Fotojournalistiek speelt pas enkele jaren een belangrijke rol in Egypte. ‘Nu professionele camera’s binnen handbereik zijn en via sociale media iedereen zijn werk kan delen, kan iedereen zich fotojournalist noemen’, zegt hij.

Roger Anis studeerde af aan een kunstopleiding en ging als vrijwillig fotograaf werken voor ngo’s en de Verenigde Naties. Eind 2010 ging hij als stagiair aan de slag bij Al-Shorouk. De timing had niet beter kunnen zijn. Op 25 januari begonnen de protesten tegen Mubarak. De krant kwam fotografen te kort en Roger was bereid risico’s te nemen. Zijn werk viel op, hij kreeg een werkbeurs voor World Press Photo en rondt momenteel een master af in fotografie en media aan de Deense Aarhus Universiteit.

‘De industriëlen hebben hun winst al behaald. El-Sisi is verkozen. Het regime is terug. De economie draait weer’

Bij een volgend bezoek aan het kantoor van Al-Shorouk is Anis te laat en raak ik aan de praat met Ravy Shaker. Hij laat me zijn archief zien. Protesten tegen Mubarak, demonstraties tegen legerleider Tantawi. De Al-Ahly Ultra’s voetbalhooligans die tientallen doden te betreuren hebben, vermoedelijk een wraakactie van de politie. De urenlange rijen voor de verkiezingen. De inauguratie van Morsi, de demonstraties tegen hem. De opkomst van El-Sisi, dode Moslimbroederschap-aanhangers op Raba’a. Gevechten op Tahrir. Seksueel-geweldcampagnes. De wapens op Raba’a. Dode agenten. Vermoorde dienstplichtige soldaten. Verbrande kerken in Zuid-Egypte. De begrafenis van omgekomen Kopten. Feest en vuurwerk voor het aantreden van El-Sisi.

Ravy somt de namen en plaatsen op. Vier jaar aan archief, vier jaar protest en geweld, hij was overal bij. Was hij blij toen Morsi aantrad? ‘O ja, het was een historische gebeurtenis.’ En nu? ‘Er zijn veel fouten gemaakt’, zegt hij met tegenzin. ‘Maar het waren mooie tijden, we konden overal bij, alles vastleggen. Nu is het net gesloten.’

‘Ik was tot voor kort trots op Al-Shorouk’, vertelt Roger Anis. ‘We waren de meest objectieve van de onafhankelijke kranten in Egypte. Maar dat is niet langer het geval. We worden nu allemaal gecontroleerd door orders van hogerhand.’ Door wie? ‘Dat is toch geen vraag in een land waar de president elke maand alle prominente hoofdredacteuren en vertegenwoordigers van de media ontmoet.’

Er bestaat in Egypte een scheiding tussen onafhankelijke media en staatsmedia. De prominente onafhankelijke Egyptische kranten zijn al-Masry al-Youm (De Egyptenaar (van) Vandaag), Youm al-Sebaa (De Zevende dag) en Al-Shorouk. De belangrijkste staatskranten zijn Al Ahram (De Piramides) en Al Akhbar (Het Nieuws). De krantencirculatie in Egypte is echter zeer beperkt. Op een bevolking van zo’n 88 miljoen inwoners is de totale oplage slechts een miljoen kranten. De online websites van de kranten trekken wél miljoenen bezoekers en lokken veel adverteerders. Online nieuws in de Arabische wereld is big business met een bereik ver buiten de landsgrenzen.

Het verschil tussen beide typen kranten wordt echter steeds kleiner. Alle onafhankelijke Egyptische media zijn namelijk in handen van prominente zakenlieden die gebaat zijn bij rust en stabiliteit in het land en vaak ook nauwe banden onderhouden met de overheid. ‘Zakenlieden starten hun eigen krant of mediabedrijf uit puur eigenbelang’, meent Anis. ‘Ze proberen de economie te sturen en hun politieke visie uit te dragen. Nu El-Sisi aan de macht is willen ze de gelederen sluiten. De media moeten maar geen misstanden meer aan de kaak stellen, vinden ze. Mensen moeten weer aan het werk, zo gaat de economie weer draaien.’

Veel nieuwe online media-initiatieven zijn inmiddels weer gesloten of gingen op het laatste moment niet live. Zo wilde de Koptische magnaat Naguib Sawiris, tevens eigenaar van de tv-zender ontv, een nieuwe website lanceren met daarop infographics over de Egyptische maatschappij. Er werden grafisch ontwerpers en ict-experts aangenomen, maar vlak voor de lancering werd het project afgeblazen. Het hele team stond op straat. Niet rendabel, geen animo, waren de formele redenen.

‘De industriëlen hebben hun winst al behaald. El-Sisi is verkozen. Het regime is terug. De economie begint weer te draaien. Dus waarom nog langer investeren?’ constateert Anis bitter.

Het Egypte van El-Sisi lijkt steeds meer op het Rusland van Poetin, constateren we. Een kleine groep zakenlieden met nauwe banden met overheidsfunctionarissen en het leger controleert de economie, de media en de belangrijkste natuurlijke hulpbronnen, in beide landen gas.

Medium egypte1

De invloed van zakenlieden op de media beperkt zich niet tot Egypte maar doet zich voor in vrijwel het gehele Midden-Oosten. Zo besloot al in 1992 een groep zakenlieden regionale satellietzenders op te richten, zoals het Middle East Broadcasting Station (mbc), dat in eerste instantie opereerde vanuit Londen maar tegenwoordig gevestigd is in Dubai, en de Lebanese Broadcasting Corporation (lbci) die werkt vanuit Beiroet. De eigenaren wilden hun eigen stempel drukken op de berichtgeving in de Arabische wereld.

‘Veel media vertellen dat het volk er een puinhoop van heeft gemaakt en dat we een grote leider nodig hebben’

Het vanuit Doha opererende Al-Jazeera werd vanuit eenzelfde behoefte in 1996 opgericht door de Al-Thani-familie. Onder het motto ‘de opinie en de andere opinie’ groeide de zender uit tot de belangrijkste nieuwszender in het Midden-Oosten.

In eerste instantie kreeg Al-Jazeera vooral kritiek vanuit de conservatief-islamitische hoek. De emir van Qatar, die opdracht gaf tot het oprichten van Al-Jazeera en ook de financiën beschikbaar stelde, had ex-bbc-personeel aangetrokken om de nieuwszender te ontwikkelen. Al snel echter werd de zender een hoofdpijndossier voor de Amerikanen en de Israëliërs en niet veel later voor Arabische leiders die zich geconfronteerd zagen met de negatieve publieke opinie in eigen land, nu openlijk geuit op de populairste nieuwszender van de regio. De glimmende haren van ongesluierde presentatrices en de westerse stijl van journalistiek zouden on-Arabisch en vooral on-islamitisch zijn.

De Egyptische oud-president Hosni Mubarak zag in Al-Jazeera een grote diplomatieke bedreiging en ook de huidige president El-Sisi wil niets van de zender weten. Al-Jazeera bracht zichzelf ook in diskrediet door de blinde loyaliteit aan de Moslimbroederschap en de opruiende propaganda die de zender bracht. Zo werden miljoenen mensen die op het Tahrirplein protesteerden tegen Morsi door Al-Jazeera als aanhangers van de Moslimbroederschap op het Raba’a-plein gepresenteerd. Deze beelden werden door internationale media klakkeloos overgenomen. Over het oplaaiende geweld in Zuid-Egypte en de aanslagen op militaire voertuigen en politieposten bleef het echter stil. Geen uitgebrande kerk werd door de zender in beeld gebracht. Ook de steun onder de Egyptische bevolking voor het gedwongen vertrek van de Moslimbroederschap kwam niet aan de orde.

Na de val van Morsi werd het de zender verboden nog langer in Egypte uit te zenden en er volgde een ware klopjacht op journalisten die voor Al-Jazeera werkzaam zouden zijn. Zo werd de Nederlandse journaliste Rena Netjes door de Egyptische rechtbank bij verstek veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens ‘samenzwering en hulp aan terroristen’. Negentien andere journalisten werden aangeklaagd en al dan niet bij verstek veroordeeld.

Door de lastercampagne tegen de journalisten van Al-Jazeera kwamen ook andere journalisten in de verdachte hoek terecht. Westerse journalisten werden aangevallen, het Westen steunde immers ook de Moslimbroederschap. En ook Egyptische journalisten kregen het moeilijk. Anis moest regelmatig vluchten voor boze dorpsbewoners, vertelt hij. En niet zelden werd hij bij vuurgevechten tussen politie en aanhangers van de Moslimbroederschap door beide partijen als tegenstander gezien. Het beroep van fotojournalist is samen met dat van cameraman wellicht het gevaarlijkste in Egypte. In totaal kwamen volgens het Egyptische mediaplatform Madamasr in 2014 dertien journalisten om het leven, Reporters Without Borders registreerde er slechts één.

Wat krijgen de tientallen miljoenen Egyptische huishoudens nu nog op de tv-zenders te zien? De beroemde satiricus Bessam Yusuf verdween na het aftreden van Morsi haastig van de buis. Yosri Fouda, vroeger het prominente gezicht van Al-Jazeera en de bekende talkshowhost van Akhar Kalem (Het laatste woord), stopte eind september 2014 bij ontv. Fouda stond bekend als een felle tegenstander van het Egyptische leger en bracht op scherpe wijze de vele misstanden van het politie- en justitieel apparaat aan het licht. Ook hij werd als een sympathisant van de Moslimbroederschap en de islamitische jihad beschouwd, mede vanwege zijn lange carrière bij Al-Jazeera en zijn opvallende interviews met al-Qaeda-leden en andere terreurverdachten.

Reem Maguid (41) is eveneens van de televisie verdwenen. De bekendste vrouwelijke talkshowhost van Egypte zag na de val van Morsi geen ruimte meer voor zichzelf om haar populaire programma Baladna Bel Masry te hervatten. ‘In mij woedt een intern conflict’, vertelt ze als ik haar ontmoet. ‘Blijf ik trouw aan m’n principes en boycot ik de onvrije media van vandaag? Of is het beter toch op tv te verschijnen en te spreken over wat er gebeurt, ook al betekent dit dat ik maar de helft van de waarheid kan zeggen? En waarschijnlijk is het nog minder dan de helft!’

Ze steekt een sigaret op. We zitten in een achtervertrek van het hoofdkantoor van satellietzender ontv. Ook dit mediabedrijf is gevestigd in een anonieme flat, met anonieme bewakers. Alle Egyptische media lopen grote kans aangevallen te worden en houden hun locatie zo veel mogelijk geheim. Welke helft mag ze niet vertellen? Ze telt het op haar vingers af: ‘De militaire tribunalen, de arrestaties, het wanbeleid… Toen de ontruiming van het pro-Morsi-kamp op Raba’a begon, dankte ik God dat ik niet op tv was. Wat had ik moeten zeggen? Een voorbeeld: de vader van degene die mijn was strijkt, kreeg daar een kogel in zijn nek en werd levend verbrand. De veiligheidsdiensten dwongen mijn strijker een verklaring te ondertekenen dat zijn vader zelfmoord had gepleegd. We weten de waarheid niet. We weten niet wie al die mensen met wapens waren.’

De Moslimbroederschap en het leger zijn twee kanten van dezelfde munt, vindt Reem Maguid: ‘Ze hebben de weg naar democratie onmogelijk gemaakt. De Moslimbroederschap is absoluut niet democratisch, Morsi was niet anders dan Mubarak en Sisi. De mensen waren tegen de Moslimbroederschap, die miljoenen mensen in de straat waren echt. Het was een volksopstand tegen een dictator. Maar het leger pleegde een coup. We vroegen om het aftreden van Morsi en vervroegde verkiezingen, niet om militaire overheersing. We hebben nu geen vrijheid omdat we er geen offers meer voor willen brengen. Ik verloor alleen mijn baan en mijn reputatie. Maar mijn collega’s verloren hun leven of hun fysieke vrijheid.’

Na een afwezigheid van twee jaar gonst het van de geruchten over de terugkeer van Maguid op tv. Ze is la grande dame van de Egyptische journalistiek. Geboren in de volkswijk Shoubra woont ze tegenwoordig in een peperdure satellietstad van Caïro. Ze gaat een dertigdelige docureeks maken met uitsluitend vrouwen in de hoofdrol, vertelt ze. ‘Ik wil laten zien dat vrouwen mensen zijn met gevoelens en ideeën. Ja, ik weet het, het klinkt absurd maar dat is iets wat geen door God gegeven feit is in dit land.’

De afgelopen jaren werden verschillende vrouwelijke journalisten en fotografen aangevallen en zelfs verkracht

Grote maatschappelijke thema’s worden aan de hand van de levens van de vrouwen uitvergroot. Burgerschap, de vrouw in de islam, werkloosheid, de relaties tussen mannen en vrouwen. ‘Het zijn verhalen over strijd en ook hoop’, benadrukt Maguid. ‘Bijvoorbeeld over een boerin in de Nijldelta die zelf geen land heeft en daarom een moestuin heeft gemaakt op het dak van haar huis. Zij is nog steeds arm maar geeft niet op. Ik wil de Egyptenaren het vertrouwen in zichzelf teruggeven. Na de eerste revolutie waren we enorm zelfbewust, nu brengen veel media de boodschap dat het volk er een puinhoop van heeft gemaakt en dat we een grote leider nodig hebben die orde op zaken stelt.’

Na enig aandringen stemt Maguid erin toe dat Anis en ik aanwezig zijn bij de opnamen van een gesprek met vier toonaangevende vrouwelijke fotojournalisten: Ronda Shaath, Labna Tarek, Eman Helal en Heba Khalifa. Alle vier maken ze naast hun reguliere werk voor de grotere kranten ook controversiële kunstfoto’s die de taboes in de samenleving op indringende wijze in beeld brengen. Heba’s driejarige dochtertje Ward is mee, er zijn ballonnen en er wordt een soort picknick aan tafel geïmiteerd. De vier vrouwen nemen namelijk regelmatig samen een falouka (typisch Egyptische zeilboot), dus wordt de Nijl de setting van het vraaggesprek. Een team van zo’n twintig regisseurs, cameramannen, geluidsmannen, fotografen en assistentes zwermt urenlang om de vrouwen heen. De vrouwen lachen, spelen met het kind, de sfeer is ontspannen. Maar ondertussen worden er wel serieuze thema’s behandeld. Ze praten bijvoorbeeld over de uitdagingen van het werken als vrouw met een camera op straat. Zo werden de afgelopen jaren verschillende vrouwelijke journalisten en fotografen aangevallen, onder de voet gelopen en zelfs verkracht.

De voorzichtige aanpak mocht niet baten. Terug in Nederland hoor ik dat ontv de serie van de buis heeft gehaald. De tweede aflevering, van Reem Maguid met de vier vrouwelijke fotojournalisten, vond nog doorgang.

De Egyptische media lopen over het algemeen aan de leiband van het regime en de publieke opinie, maar soms breekt er toch eentje los. Zo kwam Al-Masry al-Youm in april onverwacht met een uitgebreid dossier van de onderzoeksredactie over marteling door de Egyptische veiligheidsdiensten. Dezelfde dag omsingelden tientallen agenten het hoofdkantoor. Het verantwoordelijke ministerie van Binnenlandse Zaken reageerde woedend op ‘de onpatriottische en lasterlijke berichten’ en klaagde de hoofdredacteur, de chef van de onderzoeksredactie en de drie verantwoordelijke journalisten aan.

Yosru al-Badri, de verantwoordelijke chef van de onderzoeksredactie, is nog druk aan het werk als we hem op een woensdagavond ontmoeten. De koran, een gebedsketting en een gebedsmatje liggen op zijn met boeken overladen bureau. Snel propt hij het matje in een la. Al-Badri is een Egyptenaar van de oude stempel. Wel een snor, geen baard. Middellang, middelslank, middeldonker, de kleding van een kantoorklerk, een serieuze frons op het gezicht. Hij spreekt een ouderwets Egyptisch, met plechtige beleefdheidsvormen en vrome verwijzingen naar God.

Hij maakt een drukke, maar ontspannen indruk. Maakt enkele grappen naar de redacteuren, neemt dan weer ernstig de telefoon op. Bedankt voor de steunbetuigingen, mompelt zinnen als: ‘Als God het wil zal alles goed komen’, en: ‘God zal het recht doen overwinnen.’

Hij zet zijn telefoon stil en begint aan een lang relaas over de geschiedenis van de oudste onafhankelijke krant van Egypte (opgericht in 2004) en hun pro-revolutionaire houding vanaf het eerste uur: kritisch op Mubarak, kritisch op veldmaarschalk Tantawi, kritisch op Morsi, kritisch op interim-president Mansour en nu kritisch op El-Sisi. ‘We zaten boven op het nieuws. We schreven de hele tijd tegen het regime, niet om dwars te liggen, maar om de waarheid te dienen. We waren de eerste krant die in januari 2011 op de voorpagina het woord inzar (spanningen) durfde te gebruiken voor de ontluikende volksopstand. Toen Morsi aantrad waren we erg kritisch op zijn regering. De president heeft zelfs persoonlijk een rechtszaak tegen 26 journalisten ingediend, waaronder ook enkele journalisten van deze krant. We zijn nooit bang geweest en nu nemen we dus deze regering kritisch onder de loep.’

Waar Reem Maguid, Roger Anis en anderen spreken van een verstikkende censuur ziet al-Badri hoegenaamd geen inperking. ‘Er zijn zaken die niet vrij zijn, maar dat zijn bepaalde onderwerpen zoals…’ – hij aarzelt even – ‘verkrachting bijvoorbeeld. Dat vindt de overheid niet wenselijk en ook de conservatieve delen van onze samenleving maken bezwaar. Maar dat was altijd al zo.’ Natuurlijk was er na de val van Mubarak meer vrijheid, erkent hij. ‘Maar noem je dat vrijheid of chaos? Nu komt er meer balans. Maar dat betekent niet dat we overheidsfunctionarissen, belangenvertegenwoordigers of zelfs de president niet kunnen bekritiseren.’

Het volk wil op dit moment niet te veel kritiek op de overheid horen, meent Al-Badri. ‘De straat steunt El-Sisi omdat mensen voelden dat ze onder de Moslimbroederschap hun land aan het kwijtraken waren. Ze vertrouwen El-Sisi omdat hij iets voor hen kan betekenen, hij heeft oog voor de Egyptenaren en werkt voor hen.’

Hij begint een lofzang op de Egyptische president, de financiële top in Sharm al-Sheikh, zijn diplomatieke handelen en de moeilijke strijd tegen terreurgroepen. Over politiegeweld wil hij ook niet echt meer spreken. ‘Ik hanteer liever een term als… “overmatig optreden”.’

‘O journalisten van Egypte, laat uw stem horen! Verhef uw stem luider en luider! Laat uw mond niet snoeren!’

Hij is niet bang voor de rechtszaak tegen hem, vertelt Al-Badri: ‘We hebben niets verkeerd gedaan. Wij hebben ons land een dienst bewezen. We houden van ons land en doen dit uit patriottisme. De regering is goed, doet haar best, maar ze maakt ook fouten. Wij wijzen haar op die fouten en geven haar de kans te groeien en te verbeteren. We verspreiden geen leugens. Alles is gedocumenteerd. De rechter zal inzien dat wij niets anders doen dan deze overheid dienen.’

Een week later wordt op de trappen van het Syndicaat van Journalisten door een groep van 33 journalisten gedemonstreerd tegen de groeiende inperking van de persvrijheid. Het zijn vrijwel allemaal fotojournalisten die elkaar fotograferen. ‘O journalisten van Egypte, laat uw stem horen!’ roept de directeur van het Syndicaat, en zijn woorden worden braaf herhaald door de aanwezigen. ‘Verhef uw stem luider en luider! Nee, journalisten, laat uw mond niet snoeren!’

Er is geen enkele journalist van Al-Masry al-Youm aanwezig, ook al gaan er geruchten dat de krant zal worden gesloten. Aan het eind van de schreeuwpartij leest de directeur een bericht voor. ‘Onder hoge druk van het Syndicaat, de Egyptische pers en internationale organisaties heeft de Egyptische overheid besloten de vervolging van de vijf betreffende journalisten uit te stellen en eerst verder onderzoek te doen. Wij zullen de druk op het ministerie van Binnenlandse Zaken blijven opvoeren tot wij in vrijheid ons werk kunnen doen.’

Tijdens de machtsgreep van El-Sisi kwamen verschillende journalisten om en werd er een groot aantal gearresteerd. De twee prominente Al-Jazeera-journalisten Baher Mohamed en Mohamed Fahmy kwamen na 411 dagen vrij. Andere, niet expliciet aan Al-Jazeera gelieerde journalisten zoals fotojournalist Mahmoud Abu Zied waren minder gelukkig.

De 27-jarige freelance fotograaf, bekend onder het pseudoniem Shawkan, werd op 14 augustus 2013 op de al-Tayaran-straat gearresteerd en zit sindsdien zonder vorm van proces vast. Zijn vier jaar oudere broer Mohammed is net terug van het wekelijks toegestane bezoek, waarbij hij voedsel mag brengen. De Egyptische gevangenis voorziet namelijk niet in kleding, voeding of sanitaire voorzieningen.

‘Het gaat steeds slechter met hem’, zegt Mohammed. ‘Ze zitten met twaalf personen in een cel van twaalf vierkante meter, de wc in het midden van de ruimte meegerekend. De gevangenen delen wat ze krijgen, water, voedsel. Ze moeten zich in de cel wassen met een emmer. Hij zit er samen met politieke gevangenen. Degenen die bij Raba’a zijn gearresteerd zijn nu allemaal vrijgelaten. Maar de medegevangenen van Shawkan zijn gearresteerd in de omliggende straten rond het Raba’a-plein, ze waren toevallige passanten waar geen zaak tegen is en ze worden “voor de zekerheid” toch maar vastgehouden.’

Mohammed ontkent dat zijn broer enige betrokkenheid had bij de Moslimbroederschap. Shawkan fotografeerde als amateurfotograaf sinds 2005. Hij werkte een tijdje voor Al-Ahram en daarna als freelancer voor Demotix en Corbis Image. Dit zijn stockfoto-websites waar fotografen zelf een account aanmaken en hun werk uploaden, maar dus geen enkele vorm van bescherming hebben. ‘Hij maakte foto’s samen met een buitenlandse fotograaf van The Daily Beast. Die is vrijgelaten, mijn broer niet. De Al-Jazeera-journalist Abdullah Elshamy begon een hongerstaking en werd vrijgelaten, mijn broer niet.’

Het is in Egypte strafbaar om zonder persvergunning als journalist te werken. Het probleem is echter dat freelancers deze vergunning niet kunnen aanvragen en dat ze daardoor in feite gedwongen zijn illegaal te opereren. ‘Het is een bizarre zaak’, vervolgt Mohammed. ‘Er is geen enkel rapport of dossier tegen hem. Toch houden ze hem vast. Laatst vroeg een veiligheidsagent aan mijn broer: “Waarom denk je dat je vast zit?” Hij antwoordde: “Dat weten jullie, niet ik.” “Nee, er moet iets zijn”, reageerde de man. “We weten alleen niet wat.”’

Amnesty International lanceerde binnen en buiten Egypte een campagne voor zijn vrijlating. Al-Masry al-Youm wijdde een artikel aan hem. Op Facebook is een grote vriendenpagina. ‘Ondertussen zit mijn broer bijna twee jaar vast. Het gaat steeds slechter met hem. Hij vermagert, is depressief en ziek. Er is geen enkel uitzicht op wat ook. Onder de oude wetgeving moest een verdachte na twee jaar worden vrijgelaten als er nog steeds geen rechtszaak was gestart. Maar interim-president Adly Mansour heeft met een presidentieel decreet de wetgeving veranderd. Ze kunnen hem nu levenslang vasthouden zonder ooit een zaak tegen hem te openen.’

Hoe kijkt u nu naar Egypte? vraag ik hem.

Mohammed zwijgt. Dan ik het Engels: ‘No comment.’


Monique Samuel heet vanaf nu Mounir Samuel


Beeld: (1) Reem Maguid tijdens opnames van haar nieuwe show over vrouwelijke journalisten; (2) journalisten verslaan een demonstratie waarin wordt gevraagd om heropening van het onderzoek naar de moord op journalist Mayada Ashraf in 2014, tijdens rellen tussen de politie en islamisten; (3) Een demonstratie
tegen de gevangenhouding van fotojournalist Shawkan, 12 juli 2014