17 en dan…

‘We weten heel weinig van de wereld’

Raphael Vellenga is een geboren en getogen Amsterdammer. Hij zit in de vijfde klas van het Vossius Gymnasium. Hij speelt gitaar en doet aan taekwondo. Om bij te verdienen werkt hij in een ijssalon. Zijn moeder heeft een eigen uitgeverij, zijn vader is documentairemaker.

Medium mvdgjongereraphael4481

‘Net zoals veel klasgenoten weet ik nog niet wat ik wil gaan doen. Een toekomstdroom heb ik nog niet. Ik ben een echte alfa. Op school wordt nog wel eens lacherig over het cultuur maatschappij-profiel gedaan, het wordt wel het cultuur minimumloon-profiel genoemd. Met een natuur techniek-profiel zijn je kansen op de arbeidsmarkt veel groter. Ik volg alle talen “verzwaard”: Cambridge-Engels, Delf-Frans en Goethe-Duits. Een aantal klasgenoten weet al welke richting of studie ze willen gaan doen, daar ben ik soms wel licht jaloers op. Maar de meerderheid van mijn klasgenoten twijfelt enorm.

Over een tussenjaar hoor je verschillende berichten – aan de ene kant dat het saai is, want bijna al je vrienden studeren dan al. Aan de andere kant kun je de tijd goed gebruiken om na te denken over wat je echt wilt gaan doen en dat bijvoorbeeld combineren met vrijwilligerswerk. Mijn vaders adagium is dat ik vooral moet gaan doen waar ik zin in heb. Mijn moeder probeert me ervan te doordringen dat ik op tijd kies en me goed informeer.

Ik zou graag in het buitenland willen studeren. Europa ligt voor de hand, maar dan kom ik toch weer dezelfde blik, gewoontes en perspectieven tegen. Ik wil juist graag mijn grenzen verbreden en ik denk dat het goed is voor mijn ontwikkeling om niet in Nederland te studeren. Naar Azië en Zuid-Amerika ben ik heel nieuwsgierig. Hoe anders zou het daar zijn? Maar voor nu ligt de focus op Parijs, Londen of Berlijn. Vorige maand bezocht ik een voorlichting op het Institut Français – een programma om in Parijs een jaar lang een brede studie te volgen, vijf verschillende vakken, sprak mij het meest aan.

Of school ons goed klaarstoomt en we straks wereldwijs zijn, weet ik niet. In de geschiedenislessen hebben we ons voornamelijk op Europa gericht. Bij een praktische opdracht die daarbij hoorde koos iedereen een ontdekkingsreiziger buiten Europa. Toen besefte ik hoe weinig we weten van de rest van de wereld. Bij vakken als filosofie en maatschappijleer bespreken we regelmatig de actualiteit. De aanslagen in Brussel werden meegenomen in de lessen. Ook op het schoolplein of met vrienden komen die gebeurtenissen ter sprake.

In mijn klas wordt hard gewerkt, maar bijna niemand maakt echt al het huiswerk zoals dat van de leerlingen wordt gevraagd. Er gaan verhalen dat een aantal leerlingen dat wél doet en daardoor slechts drie à vier uur slaap per nacht heeft. Zij volgen naast het reguliere programma ook extra vakken. Het lijkt er niet op dat hun ouders dit van ze vragen, volgens mij is het echt leergierigheid. Zij willen er het allerbeste uit halen.

Zo’n twintig procent van mijn klasgenoten maakt gebruik van bijles. Ik denk dat de meesten dit doen om echt efficiënt te leren, misschien ook zodat ze nog tijd over hebben om andere, leuke dingen te doen. Thuis is er altijd meer kans op afleiding – die zit ’m voornamelijk in de computer. Veel vrienden van mij gamen. Ik heb een Mac en geen pc, daarom besteed ik minder tijd aan games. Volgend jaar doe ik eindexamen. Gelukkig sta ik er goed voor. Ik ga ervan uit dat ik het haal. Maar wat dan, is de grote vraag.’