Crisis in Oost-Congo

We weten je overal te vinden

Gevlucht mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira werd ontvoerd, mishandeld en wordt nog steeds gezocht door Tutsi-rebellen die zijn thuisland veroveren. Het Congolese leger is machteloos.

Op een avond vlak voor Kerst gaan twaalf vrouwen net buiten het vluchtelingenkamp Mugunga III hout sprokkelen voor hun kookvuur. Ze worden overvallen door soldaten van het Congolese leger. De vijf aantrekkelijkste vrouwen worden eruit gepikt; ze worden drie dagen lang verkracht in het nabijgelegen kamp van het leger. Een nacht later stelen rebellen van M23 een deel van de watervoorraad van het vluchtelingenkamp. De naar Nederland gevluchte mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira schudt machteloos zijn hoofd als hij de berichten leest op het schermpje van zijn gsm. Niemand is meer veilig in zijn Noord-Kivu.

Tijdens het gesprek rinkelen de mobieltjes van Sylvestre Bwira onophoudelijk. De meeste telefoongesprekken komen uit Congo. Voor Bwira zijn die telefoontjes een enorme kostenpost, want hij gebruikt Congolese nummers. Voor de bellers is het goedkoop, maar Bwira is maandelijks honderden euro’s kwijt. Hij lijdt soms gewoon honger. Maar de nummers opgeven doet hij niet; het is voor hem de enige manier om snel rechtstreeks contact te houden met Congo. Bwira praat net zo makkelijk met ministers als met de T-shirtverkoper op de hoek van de straat. Ze bellen hem en hoewel hij al twee jaar in Nederland woont, is hij voor hen nog steeds de integere vraagbaak die haarscherp analyseert.

Ik ken Bwira sinds 2009. Hij is mijn ‘fixer’ in Goma. Een fixer is iemand die voor een journalist alles kan regelen en uitstekend op de hoogte is van de lokale situatie. Destijds is Bwira voorzitter van de lokale hulporganisaties in Masisi en blijkt van onschatbare waarde, al kan hij soms eindeloos preken. Hij is niet voor niets priester-student geweest. Die studie geeft hij op als zijn moeder en twee broertjes voor zijn ogen in elkaar worden gehakt. Hij gaat zorgen voor zijn familie.

Die familie is minder blij als Bwira zich ook gaat inzetten voor de mensenrechten in Masisi, zijn geboortestreek. Hij zorgt samen met andere lokale hulporganisaties voor sociale en economische vangnetten, voor wegen, voor boomkwekerijen, voor grootschalige groentekwekerijen. De familie weet wat al deze activiteiten kunnen betekenen: Bwira wordt een doelwit van zowel de overheid als de rebellen. Maar Bwira kan niet anders. Hij ziet hoe de mensen om hem heen verhongeren, terwijl dag in dag uit voor kapitalen aan coltan en cassiteriet wordt gedolven door kinderen die ook nog eens dagenlang door de bush moeten lopen om de grondstoffen af te leveren. Hij ziet hoe vrouwen worden verkracht door soldaten, rebellen, dorpsgenoten of familie, omdat er toch niemand voor wordt gestraft. Hij ziet hoe er langzaamaan een nieuwe leiding komt in een groot deel van Noord-Kivu: die van de cndp (National Congres for the Defense of the People). Deze Tutsi-rebellen nemen de touwtjes in handen. Als zij met de vingers knippen, springen lokale chefs, burgemeesters, politie, politici en gouverneurs in de houding. Hoofd van het cndp is Laurent Nkunda. Maar als hij wordt gearresteerd begin 2009 – een een-tweetje tussen president Kabila en president Kagame van buurland Rwanda omdat het hun beiden het beste uitkomt op dat moment – wordt hij opgevolgd door Bosco Ntaganda, beter bekend als de Terminator.

Ntaganda groeit uit tot een fenomeen: hij wordt gezocht door het Internationaal Strafhof in Den Haag vanwege de rekrutering van kindsoldaten. Hij heerst tot dit voorjaar als een ware ‘killer-koning’ in Noord-Kivu. Hij en zijn mannen kunnen straffeloos moorden, plunderen en verkrachten, ook al zijn ze sinds maart 2009 officieel onderdeel van het Congolese leger fardc, (Armed Forces of the Democratic Republic of Congo). De streek Masisi wordt niet per ongeluk de thuisbasis: van daaruit is het fijn grondstoffen roven. Een deel houdt Ntaganda zelf, een ander deel gaat naar Rwanda, waarmee hij warme banden heeft.

De situatie wordt steeds onbeheersbaarder. Het is eind juli 2010 dat Bwira in een open brief de president smeekt om Ntaganda en zijn mannen weg te halen uit het gebied. De president laat niets van zich horen, maar Ntaganda besluit Bwira een lesje te leren en hem als voorbeeld te stellen: begin augustus wordt hij ontvoerd.

Bwira wordt in het donker opgesloten met rottende lijken, krijgt nauwelijks eten en drinken, wordt geslagen, geschopt en zwaar ondervraagd. Na een week wordt hij uiteindelijk meer dood dan levend achtergelaten in de bush. Het touw waarmee hij is vastgebonden, heeft zo gesneden in zijn bovenarmen dat de littekens voor altijd zichtbaar zullen blijven. Bwira wordt vrijgelaten met een waarschuwing: dit is tijdelijk. We weten je te vinden. Overal. Om hem nog meer angst aan te jagen geven ze hem een injectie. Het duurt drie weken voor testen uitwijzen dat het heroïne is en geen dodelijk virus. Bwira vlucht naar Kinshasa en reist met behulp van de Nederlandse ambassade naar Nederland. In Congo kan hij niet blijven, zelfs in Zuid-Afrika, waar hij ook naartoe kan vluchten, is zijn leven niet zeker.

In dezelfde tijd besluiten de Verenigde Staten een wet aan te nemen waardoor bedrijven moeten aantonen dat ze hun grondstoffen betrekken uit ‘schone’ landen. Congo valt daar uiteraard niet onder. Ook door de ontvoering van Bwira wordt de druk op president Kabila opgevoerd. De internationale gemeenschap wil maatregelen. In het najaar van 2010 sluit hij tijdelijk de mijnen en verordonneert dat Ntaganda en zijn mannen elders gestationeerd moeten worden. Ntaganda weigert ook maar een voet te verzetten.

Nadat de oprichter van het Verzetsleger van de Heer, Joseph Kony, begin 2012 door een videofilmpje wereldwijd wordt aangewezen als een boef, bedenkt de internationale gemeenschap dat Congo ook zo iemand heeft: Bosco Ntaganda. Kabila kan niet anders dan achter Ntaganda aangaan. Die deserteert daarop uit het leger en neemt zijn mannen, uniformen en wapens mee. Een nieuwe organisatie is geboren: M23, vernoemd naar de datum, 23 maart 2009, waarop het akkoord wordt gesloten tussen Ntaganda en zijn mannen en het Congolese leger. Zij legitimeren hun desertie door de Congolese regering ervan te beschuldigen de condities van het akkoord niet na te komen.

Sinds het voorjaar 2012 neemt M23 stukje bij beetje delen in van Noord-Kivu. Honderdduizend mensen raken op drift, bovenop de ruim honderdduizend mensen die al in kampen leefden. Het Congolese leger is machteloos. Niet verwonderlijk: het is onderbetaald, slecht opgeleid en ondervoed. Het hoogtepunt voor M23 wordt bereikt op 20 november, wanneer de hoofdstad Goma wordt ingenomen. De banken worden geplunderd, net als de villa’s van de rijken en de voorraden van het leger. Maar ook het Congolese leger weet er wel raad mee: zij plunderen en verkrachten net zo hard als ze met de staart tussen de benen Goma verlaten. De VN-vredesmacht Monusco staat erbij en kijkt ernaar. Als M23 alle gevangenen uit de centrale gevangenis loslaat is de wetteloosheid in Goma volledig. Geen mens is zijn leven meer zeker. Geen mens durft ’s nachts nog een voet buiten de deur te zetten.

Hoewel Bwira in Nederland met alle egards wordt ontvangen als erkend mensenrechten­activist, moet ook hij eerst naar een opvangkamp, net als alle andere asielzoekers. Het is november 2010 en het is bitter koud. Bwira komt in een kleine houten hut met nog zes andere vluchtelingen uit Afrika. Hij laat er weinig over los, behalve dan dat hij zegt dat het best lastig wonen is met zoveel verschillende mensen die weinig met elkaar gemeen hebben, vooral omdat niemand dezelfde taal spreekt. Maar Bwira is toch vooral vol bewondering voor Nederland. Hier is een overheid die zorgt voor haar inwoners. Toegegeven, niet iedereen is het eens met de manier waarop, maar de politie zorgt voor veiligheid op straat en is niet vooral bezig met het afzetten van mensen. Vanaf het begin is Bwira dol op de trein. Maar hij heeft een probleem als hij na een bezoek aan het ministerie voor Buitenlandse Zaken ergens op een klein station strandt. De trein gaat niet verder en het is nog minstens vijftig kilometer naar zijn opvangkamp. Daar staat hij dan, vers uit Congo, geen cent op zak. En dus doet hij wat alle arme Congolezen doen: ze lopen. Kilometers. Hij probeert zoveel mogelijk de spoorlijn te volgen. Soms belandt hij in een greppel, een keer komt hij met een been in een sloot. Hij moet uitgeput zijn als hij tegen de middag aankomt. Maar als je hem ernaar vraagt, dan lacht hij alleen wat.

Natuurlijk wordt Bwira ook slachtoffer van onze administratieve organisatie. Omdat hij mede opgevangen wordt door Amnesty International en al snel als vrijwilliger aan de slag kan bij de in Den Haag gevestigde mensenrechtenorganisatie Justitia et Pax, wordt er voor hem een huis gezocht, nog voordat er een uitkering is geregeld. Maar dat is niet de manier waarop Nederland vindt dat het moet, er zijn nu eenmaal regels, nietwaar? Het betekent dat Bwira zo’n acht maanden later een uitkering krijgt dan gebruikelijk. Tot overmaat van ramp blijkt zijn voorlopige huisvesting in Den Haag te krioelen van de wandluizen die ook van zijn bed bezit hebben genomen. Pas als hij verhuist, blijkt dat Bwira maandenlang niet in zijn bed heeft geslapen, maar zittend achter zijn bureau, met zijn hoofd op zijn armen. Als hij al slaapt, want sinds zijn ontvoering lijdt Bwira aan chronische slapeloosheid. Hij krijgt hulp van een therapeut, maar Bwira maakt duidelijk dat hij al dat gepraat maar niets vindt. Dat zal dan wel de Nederlandse manier zijn om over een trauma heen te komen, de zijne is het niet. Integendeel. Al dat gepraat maakt dat hij Masisi, zijn familie en Congo nog meer gaat missen.

Die familie ondertussen is ook in gevaar. Omdat Bwira veilig in Nederland zit, worden de pijlen van het cndp ook op hen gericht. Zij moeten vluchten en zijn sinds november 2010 nog steeds op de vlucht. Ook het netwerk dat hij leidde werkt niet meer publiekelijk aan de goede zaak, zoals ze dat noemen. Want het cndp heet weliswaar sinds dit voorjaar M23, maar ver­geten zijn ze Bwira nog lang niet.

Bwira zit met een van zijn weinige Nederlandse vrienden in een restaurant als hij weer een dreigtelefoontje krijgt. ‘Als je naar Congo komt, dan ben je er geweest. We weten je broer en je zus nu al te vinden.’ Hij reageert kalm en gaat zelfs even in discussie met de ‘generaal’ aan de andere kant. Bwira sluit het gesprek af met de woorden: ‘De dood hoort bij het leven.’ Pas na het telefoontje blijkt hoezeer het ingrijpt: Bwira zit enkele minuten doodstil en kan zich maar met moeite herpakken. Naderhand zegt hij wel ­verbaasd te zijn dat hij nog steeds om de zoveel tijd dreigtelefoontjes krijgt en dat ook zijn ­familie hun leven niet zeker is daar in ­Noord-Kivu. Dat betekent dat ze hem nog steeds zien als actor op het politieke toneel van zijn land.

De dreigtelefoontjes betekenen ook dat Bwira zich volledig isoleert van de Congolese gemeenschap. Hij weet nooit wie vriend en wie vijand is, en dus neemt hij het zekere voor het onzekere. Wie toenadering zoekt, kan rekenen op een hartelijk weerwoord, maar hij zal niet snel zelf op mensen afstappen. Bwira leidt dus een eenzaam bestaan, ondanks een enkele goede Nederlandse vriend en zijn bureau bij Justitia et Pax. Het betekent ook dat zijn kennis, zijn analyses en zijn contacten in Congo nauwelijks worden benut in Nederland. Bwira dringt zich niet op en heeft eigenlijk ook niet de energie om voor zijn land op die manier te lobbyen. Wat hij wel doet is onderzoek doen vanachter zijn computer en bellen met al zijn contacten in Congo. Zo af en toe weet hij een subsidie daarvoor los te peuteren. Bij Justitia et Pax zijn ze onder de indruk van zijn haarscherpe analyses die soms lijnrecht tegenover de gangbare opinie staan.

Voor Bwira is het helder: achter M23, de Tutsi-rebellen die sinds dit voorjaar plaats na plaats in Noord-Kivu veroveren op het Congolese leger, staat buurland Rwanda, waar de president een Tutsi is en een kleine groep Tutsi’s het voor het zeggen heeft. Bwira staat niet alleen. Twee achtereenvolgende rapporten van VN-deskundigen zeggen dat Rwanda de rebellen steunt met geld, materieel en soldaten, ja zelfs dat de Rwandese minister van Defensie in de praktijk fungeert als opperbevelhebber.

Bwira gelooft er niets van dat M23 zich zou hebben teruggetrokken uit Goma. Volgens het netwerk van Bwira zit een deel van M23 verscholen vlak bij het vliegveld iets buiten Goma en wandelt een deel gewoon in burger door de hoofdstad.

Over Ntaganda zelf doen verschillende verhalen de ronde. Zijn familie zou in Rwanda schuilen; hijzelf zou daar ook een tijd hebben gezeten, maar nu weer terug zijn op Congolese bodem. Hij laat, sinds Congo actiever op hem jaagt, het bevel van M23 over aan collega’s. Volgens Bwira is Bosco Ntaganda opgenomen in de hoogste kring rond president Paul Kagame. Ook zijn voorganger, Laurent Nkunda, zit in de Kagame-coterie. Bwira zegt dat Kagame deze mensen gebruikt om zijn eigen positie te versterken, nu de afgelopen jaren belangrijke getrouwen hem de rug hebben toegekeerd. Het is bekend dat Kagame geen zin heeft de macht uit handen te geven in 2017 als er nieuwe presidentsverkiezingen zijn. Hij is op zoek naar iemand die hem kan vervangen en die hij kan vertrouwen. Zijn vrouw gooit hoge ogen.

Volgens Bwira is er een aantal oorzaken voor de huidige crisis in Oost-Congo. Allereerst is daar een uiterst zwakke overheid die het niet voor elkaar krijgt een goed georganiseerd leger, een degelijk politiecorps en een gezond justitieel apparaat in te richten. De overheid biedt zijn burgers geen enkele veiligheid. Chronisch geldgebrek is een van de oorzaken en dat chronische geldgebrek komt weer doordat er geen sterke overheid is die de eigen grondstoffen veilig stelt en die met ferme hand belastingen weet te innen. Het betekent dat andere krachten gebruik maken van deze zwakte.

De VN-vredesmacht Monusco, met een ­budget van één miljard dollar per jaar de duurste ooit uit de geschiedenis, blijkt machteloos. Ze keek toe hoe M23 Noord-Kivu veroverde, ­terwijl er toch een helder mandaat lag dat sprak van ‘burgerbescherming met alle mogelijke ­middelen’. Dat betekent ook terugschieten als er op je geschoten wordt, of zelfs het initiatief nemen als je denkt dat dit in het belang is van de bevolking. Monusco zelf zegt dat ze het mandaat nakomt. Ze beschermt de bevolking door ze in kampen te huisvesten, en ze wijst op het ­Congolese leger dat de afspraken niet nakwam en met de staart tussen de benen het hazenpad koos.

Een andere oorzaak voor de crisis zijn grondstoffen zoals kobalt, coltan, cassiteriet, olie en gas die in het gebied worden gewonnen. De grondstoffen zijn gewild, er wordt dan ook om gevochten. Mede daarom heeft Rwanda het gebied graag onder controle. Via een label­systeem en veilinghuizen wordt geprobeerd de illegale handel tegen te gaan, maar voorlopig heeft dit een marginaal succes. Illegale grondstoffen verdwijnen met tonnen tegelijk over de grenzen en Rwanda speelt hierin een belangrijke rol, dankzij de aanwezigheid van Rwanda-gezinde rebellen, zoals M23, die het mogelijk maken op een ‘veilige’ manier de grondstoffen te winnen en te transporteren. Overigens wordt niet alleen met de vinger naar Rwanda gewezen als het gaat om verrijking met Congolese grondstoffen; buurlanden Oeganda en Kenia pikken eveneens heel wat graantjes mee. Ook grote internationale bedrijven kunnen dankzij een afwezige overheid hun gang gaan.

Hoewel twee VN-rapporten Rwanda en Oeganda aanwijzen als landen die de rebellen van M23 steunen en er enkele landen zijn, waaronder Nederland, die hun steun opschortten, blijft algehele veroordeling uit. Volgens Bwira weet Rwanda nog steeds met succes in te spelen op sentimenten die leven binnen de internationale gemeenschap door hun genocide van 1994 te vergelijken met de genocide van de joden, waardoor met name landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, ondanks oplopende kritiek, Rwanda blijven steunen. De sterke band van Nederland met Rwanda beziet hij met een kritisch oog. Nederland stopt veel geld in de versterking van bijvoorbeeld het justitiële apparaat, van 2009 tot 2012 ging daar meer dan dertien miljoen euro naartoe.

Er worden sinds begin december onderhandelingen gevoerd tussen M23 en de Congolese overheid, tot nu toe zonder zichtbaar resultaat. Er was sprake van de komst van een neutrale Afrikaanse vredesmacht in aanvulling op de VN-vredesmacht, maar ook deze laat op zich wachten. Er is nog steeds geen duidelijkheid over hoe Monusco en die Afrikaanse legermacht met elkaar kunnen samenwerken

Aan het eind van het gesprek krijgt Bwira een telefoontje. In redelijk goed Nederlands belooft hij straks te wachten bij de ingang van het Haags Gemeentemuseum. Zijn inburgeringscursus heeft hij achter de rug, hij is nu bezig met een aanvullende studie Nederlands om in september mee te kunnen met de economiestudie aan het uaf, de universiteit voor hoger opgeleide vluchtelingen en asielzoekers. Want voor Bwira is – naast een vreedzame dialoog met alle partijen, ja zeker ook Rwanda en de installatie van een sterk, niet corrupt bestuur – de ontwikkeling van de economie de sleutel tot de toekomst. Voorlopig zal hij zijn activiteiten vanuit Nederland moeten voortzetten, want zolang rebellen van M23 actief zijn in Kivu is hij zijn leven niet zeker.

Sylvestre Bwira leerde ik kennen in september 2009; hij was toen mijn ‘fixer’, de lokale gids die alles weet en alles voor je kan regelen. Ik was in Rwanda toen Bwira in augustus 2010 werd ontvoerd; ik stond op het punt om naar Goma af te reizen voor onderzoek, hij zou weer mijn fixer zijn. Dat ging dus niet door. Zie ook de eerdere Groene- artikelen ‘De hemel wacht niet’ (21 oktober 2010) en ‘Sylvestre bijna dood maar vrij’ (1 september 2010). Sylvestre woont tegenwoordig praktisch bij mij om de hoek. In Nederland waren de zaken in het begin omgedraaid en was ik zijn fixer: ik leerde hem hoe een supermarkt werkte, een bank, het openbaar vervoer, de bibliotheek. Maar ook dat mannen in Nederland soms zittend plassen, dat ministers hier ook wel fietsen en dat een fooi geven niet betekent dat de ober corrupt is. Fietsen kon hij merkwaardig genoeg al.