Opheffer

We weten je te vinden

Een doodsbedreiging is zo’n beetje de zelfmoordbom geworden van de rancunelijer die momenteel een echt biefstukje mag eten maar alleen bloed ruikt.

Wie ook maar enigszins kritisch is over de LPF kan het «we weten je te vinden»-briefje krijgen.

Heb er al twee gehad — wat ik op mijn beurt toch al weer zie als een volksprijs voor letterkunde, want ik heb natuurlijk ook zo mijn rancunes.

Het is op het ogenblik elke dag raak.

De één is nog niet klaar met het oproepen tot censuur, of de ander heeft alweer zomaar iemand ontslagen, of de derde blijkt in het buitenland lid te zijn geweest van de plaatselijke SA, terwijl de vierde net iets wil regelen bij de minister voor een familielid. En onderling kunnen ze elkaar ook wel opvreten.

«Maar we weten je te vinden, jij met je linkse vriendjes.»

Heb ik linkse vrienden? Het was aan de verkiezingsuitslag niet te merken.

Ik moet steeds denken aan het inmiddels klassiek geworden televisie-interview-dialoogje.

«En mevrouw, waarom bent u zo treurig over Pim Fortuyn?»

«Hij zei wat ik dacht.»

«En wat dacht u dan?»

«Wat hij zei.»

Wat mij nu verbaast, is toch de algehele verlamming bij links. Of je nu Jeltje of Wim ziet of hoort, niemand schijnt daar te kunnen «analyseren» waar het nu eigenlijk fout is gegaan, terwijl dat toch het makkelijkst is.

Al jaren weten we dat wie roept: «Sodemieter die buitenlanders het land uit» op warme sympathie kan rekenen. Fortuyn heeft dat gedaan — sterker, hij heeft het op dezelfde intellectualistische wijze verwoord als de manier waarop links vaak het tegenovergestelde aan de man wilde brengen.

«Wat dacht u dan?»

«Wat hij zei.»

Dat links — dat minderheden altijd aan de boezem heeft gedrukt — verloor, is niet zo vreemd. Mij verbaast veel meer het verlies van de VVD, die de lijn-Bolkestein niet heeft kunnen doortrekken. Daar over hoor je weinig, en dat komt waarschijnlijk doordat in de huidige situatie iets paradoxaals steekt, want dan moet je concluderen dat Dijkstal waarschijnlijk te beschaafd was — maar dat desondanks de VVD nu kan regeren alsof ze de verkiezingsuitslagen hebben gekocht.

Beschaving is absoluut nastrevenswaardig, maar je wint er geen verkiezingen mee. Het fijne van democratie is dat de grootste pleureslijers het ook eens voor het zeggen mogen hebben.

En dat is nu het geval.

Met als natuurlijk gevolg dat ze meteen roepen dat ze met de pers nog een appeltje hebben te schillen en dat de journalisten dat wel zullen merken, dat ze ex-volksmilitiesoldaten de emancipatie willen laten regelen, dat ze meteen zaken voor hun eigen familie willen laten regelen, en dat ze uiteraard ook meteen de rechterlijke macht willen ontheffen, want die straffen niet hard genoeg en zijn zelf vroeger ook links geweest, want die rechters hebben gestudeerd aan een universiteit.

Soms is democratie niets anders dan noodgedwongen toekijken hoe anderen voor ons allen een afgrond scheppen — daar moet dan nog een nieuwe autoweg komen.

Ondertussen zit de moordenaar van Pim Fortuyn, Volkert van der G., in zijn cel een tweede moord te beramen: die op zichzelf.

Hij is nu in hongerstaking (maar toch een pond aangekomen, stond er in de krant — de wereld staat op z’n kop) en bedreigt zichzelf met de dood omdat hij geen infraroodcamera in zijn cel wenst. Die camera hebben ze juist daar geplaatst omdat ze bang zijn voor wat hij nu dus doet: zichzelf met de dood bedreigen.

Volkert weet dat hij, stel dat hij vrijkomt, ook meteen een briefje krijgt met: we weten je te vinden. Hij weet dat hij ons dubbel straft door zwijgend te sterven.