We willen ook links wel eens horen over de asieldilemma’s

We konden het vier jaar lang zien aankomen en nu is het dus zover: de verkiezingen gaan over asielzoekers. En waarom ook niet? In een democratie moet overal over kunnen worden gepraat - zelfs in verkiezingstijd. ‘Er moet paal en perk gesteld worden aan de opvang van asielzoekers’, en ‘Bijna niemand wordt het land uit gezet’, verklaarde het VVD-Kamerlid Rijpstra vorige week bij het kamerdebat over het asielbeleid.

Natuurlijk is het vals van de VVD om juist nu de discussie weer flink op te stoken met populistische uitspraken, maar het is zwak om de VVD alleen te bestrijden met het argument dat ze uit is op electoraal gewin. De andere partijen hebben zich vier jaar lang kunnen voorbereiden op deze strijd, maar laten zich voor de zoveelste keer overvallen. Jazeker, de PvdA liet onder leiding van Ed. van Thijn het rapport Wisselwerking schrijven en GroenLinks kwam vorige week met Recht op bescherming. Beide geschriften bevatten behartenswaardige aanbevelingen, maar nauwelijks concrete antwoorden op de dilemma’s die er rondom het vraagstuk van migratie en asielzoekers wel degelijk zijn.
Of eigenlijk is er één vraagstuk waar links (laten we het gemakshalve zo noemen) geen antwoord op heeft. En dat is de vraag wat te doen met de uitgeprocedeerde en afgewezen asielzoekers. En door op dat ene vraagstuk geen antwoord te hebben, zitten de voorstanders van een humaner vreemdelingenbeleid steeds in de verdediging. De VVD wil afgewezenen opsporen en uitzetten. Het CDA wil hen, zoals De Hoop Scheffer vorige week in De Groene vertelde, in hun illegale sop gaar laten koken. Maar wat wil de PvdA? Nee, niet actief opsporen en uitzetten, maar soms ook weer wel, maar niet als ze Gümüs heten. Dus illegalen gedogen, maar ze tegelijkertijd via de Koppelingswet uitsluiten van voorzieningen. Inmiddels staat echter de invoering van die Koppelingswet bij de sociaal-democraten weer ter discussie. Kortom, een zwalkend verhaal. Van GroenLinks mogen afgewezenen in ieder geval niet op straat worden gezet, de partij wil ‘zeer sobere opvang’ en dan maar hopen dat ze toch vertrekken.
De uitgeprocedeerde asielzoekers - en ook de illegalen die überhaupt nooit asiel hebben aangevraagd - zijn de achilleshiel van de vreemdelingendiscussie. Over alle andere problemen rond het asielbeleid hebben de progressieve partijen een duidelijk verhaal. Natuurlijk moeten mensen hier asiel kunnen aanvragen, moet de procedure zorgvuldig zijn, liefst sneller dan het nu gaat, moet er goede opvang zijn en moeten erkende vluchtelingen zo goed mogelijk kunnen integreren. Ook moet er vrijheid van gezinsvorming en gezinshereniging zijn. Op deze punten krijgt de VVD geen poot aan de grond. Het wordt pas moeilijk als het over de uitgeprocedeerde afgewezenen gaat.
De vraag over uitzetting wordt door links vaak vermeden met de constatering dat veel mensen onterecht worden afgewezen. Maar stel dat er wel een zorgvuldige en snelle procedure is. Gaan we dan wel akkoord met actieve uitzetting? Of pas als de afgewezenen een terugkeerproject aangeboden krijgen, zodat ze de kans krijgen een bestaan op te bouwen in het land van herkomst? Maar het organiseren van zo'n terugkeerproject kost tijd. Mag je tot die tijd mensen dan opsluiten, met als argument dat ze anders toch de Nederlandse illegaliteit in gaan? Nee, want het zijn geen misdadigers. Dus gaan ze de illegaliteit in - straks met de Koppelingswet een meer dan verschrikkelijk bestaan. Is dat acceptabel? Maar als mensen dat nou zelf verkiezen boven terugkeer? Of moeten we de Koppelingswet afschaffen, zodat iedereen die handig is wel degelijk, ook als illegaal, een baan en een huis kan bemachtigen? Maar waarom dan nog een vreemdelingenbeleid handhaven?
Het probleem van de uitzetting beïnvloedt in sterke mate de toelating. Doordat beleidsmakers donders goed weten dat asielzoekers, eenmaal binnen, niet meer verdwijnen, is het vreemdelingenbeleid er steeds meer op gericht te zorgen dat asielzoekers Nederland helemaal niet meer bereiken. Door controle aan de vliegtuigtrap in het land van herkomst, door een toenemende visumplicht. De echte vluchtelingen worden de dupe van onze verlegenheid met de afgewezen vluchtelingen.
Misschien zou het helpen om, naast de opvang van erkende vluchtelingen, een quotum vast te stellen voor andere (al dan niet tijdelijke) migranten. Mensen die hier een tijdje willen werken, of willen studeren, of gewoon wonen, zoals Nederlanders ook graag een jaar in Amerika wonen. Waarbij het quotum afhankelijk kan zijn van de economische groei. Drie procent groei betekent 30.000 extra verblijfsvergunningen, twee procent betekent 20.000. Gewoon, in het kader van het eerlijk delen. Dat doet niets af aan de edele plicht om vluchtelingen altijd te verwelkomen, maar je erkent daarmee dat er ook andere motieven zijn om naar Nederland te komen.
De VVD schermt met het argument dat Nederland verhoudingsgewijs veel meer asielzoekers opvangt dan andere Europese landen. Dat is zo, en natuurlijk moet er zo snel mogelijk een Europees vluchtelingenbeleid komen. Tot die tijd kan Nederland trots zijn op haar opvang. Het gaat bovendien om relatief kleine aantallen. In 1996 kwamen er 22.000 asielzoekers Nederland binnen, waarvan zo'n zeventig procent wordt afgewezen. Maar opnieuw, een groot deel van die afgewezenen blijft in Nederland. Dus wederom de vraag: wat te doen met uitgeprocedeerde, afgewezen asielzoekers?
Speelt het uitzettingsprobleem de VVD in de kaart? Vooralsnog wel. En zolang progressief Nederland geen sluitend verhaal heeft, blijft dat ook zo. Er zijn nog elf weken tot de Tweede-Kamerverkiezingen om met dat verhaal te komen. Het onderwerp buitenlanders behoort nu aan de VVD, maar dat hoeft niet zo te blijven.
De liberalen doen graag alsof het draagvlak voor vluchtelingen en migranten iets is waar de politiek geen enkele invloed op heeft. De werkelijkheid is natuurlijk dat de politiek, door de toon van de discussie, in belangrijke mate het draagvlak bepaalt. De VVD is met haar populisme consequent bezig het draagvlak af te breken. Het is dus de grote kunst om het, zonder die negatieve toonzetting, toch over een paar reële dilemma’s te hebben.