We willen verdomme echt progressief beleid

Ooit stond het woord progressief voor de herverdeling van kennis, inkomen en macht. Het was de vlag waaronder het kabinet-Den Uyl in 1973 de ongelijkheid te lijf ging. Ruim twintig jaar later is er weer een kabinet van PvdA en D66, nu aangevuld met de VVD. De centrale rol van de overheid bij het vormgeven van de samenleving is inmiddels overgenomen door de markt. En bijgevolg is werkgelegenheidspolitiekverschrompeld tot het wegwerken van het financierings- tekort, het uitdelen van lastenverlichting en het stimuleren van loonmatiging.

Nu de overheidsfinanciën na een saneringsperiode van vijftien jaar zo,n beetje op orde zijn, ontstaat er een ideologisch vacuüm. De overheid mag dan financieel gezond zijn, de samenleving ligt er met een torenhoge werkloosheid, groter wordende verschillen tussen arm en rijk en toenemende milieuproblemen allesbehalve aangeharkt bij. Hoogste tijd dus voor nieuwe politieke ambities. Maar welke? En wat is heden ten dage progessiviteit?
Afgelopen zaterdag deed minister Wijers in NRC Handelsblad zijn duit in het zakje. Onder de kop ,Nederland moet zich uit de problemen weg investeren’ presenteerde hij zijn Plan voor meer Groei: gematigde loonontwikkeling, voortgaande sanering van de overheidsfinanciën, lastenverlichting voor het bedrijfsleven, overheids- investeringen in infrastructuur en scholing, en afschaffing van het minimumloon. Het heilige doel vatte de gedreven bewindsman als volgt samen: ‘We willen verdomme drie procentgroei.’
Nieuw is het allemaal niet. De eerste drie punten zijn vanaf het eerste kabinet- Lubbers hoeksteen van beleid. De overheidsinvesteringen worden met de Betuwelijn, de HSL en een tweede nationale luchthaven al opgepept en Ritzen is begonnen aan een kennisdebat. Het nieuwe is dus dat na CDA en VVD nu ook D66 voor afschaffing van het minimumloon is. Dat ,verdomme’ is wel echt paars. Hoort u het de koningin al zeggen op Prinsjesdag? Kortom, Wijers voorziet het beleid van het kabinet-Kok van een D66-stempel.
Na de 'exclusieve presentatie’ van zaterdag commentarieerde NRC Handelsblad maandag onder de kop 'Het platform van Wijers’ nog eens: 'Het aardige van (Wijers’) schets (…) is dat hij een nieuwe invulling aan progressiviteitgeeft. Geen gezeur over verdelingskwesties of institutionele arrangementen met desociale partners en het “middenveld” die de nationale- politiek zo vaak verlammen, maar aanzetten om de dynamiek van Nederland te vergroten, ambitie te tonen en een vooruitstrevend beleid te voeren.’
Progressiviteit blijft herverdeling van kennis, inkomen en macht. Maar nu onder regie van de markt. Dat is de boodschap. Van Wijers. Maar ook van de NRC. Een boodschap die de krant een paar jaar geleden ook al predikte, in een eveneens zelf gearrangeerd gesprek tussen Timmer (Philips), Bolkestein (VVD) en Geelhoed (Economische Zaken) onder leiding van hoofdredacteur Ben Knapen. Die verruilt dezer dagen de redactieburelen voor een plaats in de top van Philips. Zijn werk zit erop: de krant is van waarnemer en verslaggever boodschapper geworden. Verdomme.