Kunst: Heropen de museumsector

‘We willen weer gevoed worden’

Shoppen en proosten mag weer, maar de gebouwen van troost en ontroering blijven vooralsnog op slot. Het is tijd om de musea te openen.

Henk Helmantel, Kweeperen en flessen (uitsnede), 2019. Olieverf op paneel, 100 x 122 cm © Art Revisited, Tolbert / Collectie Museum Helmantel

Zware potten met statige bloemstukken worden naar weerszijden van de ingang van het Drents Museum versleept, de rode loper ligt al uitgerold over het plein en wordt nog snel even gestofzuigd. Een handjevol mensen staat ernaar te kijken, bezoekers van de oudere generatie die zich, zodra de draaideur wordt aangezet, niet kunnen bedwingen om zo snel mogelijk naar binnen te gaan. Hun dagje uit dreigt echter bij de kassa al te stranden. De speciale app met daarin de QR-code van het ‘testbewijs’ moet daar gescand worden. Nee, de e-mail met het negatieve testresultaat telt niet. Ter plekke zal de app gedownload moeten worden, en ja, daarvoor heeft u het wachtwoord van uw Apple-id nodig.

Een selecte groep kon als onderdeel van de pilot op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gedurende drie dagen zeventien musea in het land bezoeken. Een zeer selecte groep, kun je zeggen: mensen die beschikten over een Museumkaart (1,4 miljoen) en die bereid en in de gelegenheid waren om naar een speciale testlocatie te rijden voor een sneltest, een test die zelf overigens langer duurt dan een reguliere test (tien lange seconden in de neus!) maar met snel resultaat. Mensen die twee apps downloadden en sms-berichten met verificatiecodes aan de betreffende hokjes in die apps wisten te koppelen. En o ja, mensen die geen corona hadden.

Check, check, dubbelcheck en daar waren de gelukkigen, de proefkonijnen die nodig zijn voor de voltooiing van de Tijdelijke wet testbewijzen COVID-19, de voorhoede van de testsamenleving. In de toelichting bij de wet staat de inzet van testen als volgt beschreven: ‘bij het gefaseerd afschalen van maatregelen ter bestrijding van de epidemie’ en ‘bij het gefaseerd opschalen van maatregelen ter bestrijding van de epidemie’. Met andere woorden, willen culturele instellingen weer open of moeten ze mogelijk weer dicht, op de grens wacht de bezoeker een test. Dat is geen licht middel: het raakt aan grondrechten waaronder het recht op lichamelijke integriteit en het recht op privacy, maar het experiment is nodig, aldus de politiek. Demissionair minister Hugo de Jonge: ‘Het lukt mensen die besmet zijn vooraf te vinden, en van het evenement zo geen feest voor het virus te maken.’

Een ‘evenement’ is een museumbezoek nauwelijks te noemen. Het museum is de plek bij uitstek waar mensen niets mogen aanraken, bij voorkeur niet op een kluitje staan en maar amper met elkaar praten en zeker niet zingen. Met alle maatregelen die musea voor de heropening na de eerste golf namen – vastgelegd in een protocol compleet met reserveringssysteem, looproutes en bewegwijzering, mondkapjes, handpompjes en 1,5 meter afstand – kan de sector volgens de Museumvereniging ook nu al verantwoord open. Toch oordeelt de politiek anders. We mogen weer shoppen en proosten, maar de echte beschaving blijft vooralsnog op slot.

Sinds 15 december 2020 bevinden we ons in de derde sluiting van de culturele sector binnen een jaar en instellingen, kunstenaars en publiek lijken wel verlamd. De Hermitage deed een oproep om te helpen het gat van een miljoen te dichten, maar een groot deel van de kaalslag voltrekt zich in stilte. Het voorspelde failliet van een kwart van de musea bleef vooralsnog uit, maar uit een enquête van de Museumvereniging onder haar leden bleek dat 30,5 procent van de deelnemers tijdelijke contracten niet heeft verlengd, dat 23,5 procent deze binnenkort verwacht niet te verlengen en dat tien procent al vaste medewerkers heeft moeten ontslaan. Vele zelfstandigen in de sector liepen het afgelopen jaar in de fuik van de partnertoets.

Voor de Taskforce culturele en creatieve sector, het overkoepelende samenwerkingsverband dat werd opgericht bij de eerste sluiting, is alles wat de sector vervroegd kan doen openen, de moeite van het overwegen waard. Voorzitter Jan Zoet, in de Taskforce namens Kunsten ’92, vertelt: ‘De kunstenaars, uitvoerenden en zzp’ers die al een jaar thuis zitten zonder werk zijn de grootste slachtoffers. Als de sector eerder open kan, al is het maar twee of drie maanden, en die mensen weer een inkomen krijgen, dan is dat waar we voor gaan.’ Dus ook een sneltest, zolang het gaat om een tijdelijke maatregel en de kosten ervan niet op publiek of instelling worden verhaald. De Taskforce benadrukt echter geen voorstander te zijn van een testsamenleving en waarschuwt ervoor deze maatregel niet zomaar op de hele sector toe te passen. Het is balanceren, aldus Zoet: ‘In doorstroomlocaties zoals musea is het bijna onmogelijk om besmet te raken en ook theaters zijn aantoonbaar veilig met de protocollen die daar gehandhaafd worden. Het belangrijkste argument van de overheid om opening niet toe te staan, is dat reisbewegingen tot een minimum beperkt moeten worden. Van daaruit vloeien maatregelen voort die, als je puur naar de instelling kijkt, niet nodig zijn.’

Zodra de fase ‘zeer ernstig’ geweken is, kunnen museum en theater zonder sneltest functioneren, met behoud van 1,5 meter afstand. Maar, zegt Zoet, als je met een sneltest ook vervroegd de 1,5 meter kunt loslaten, is dat winst in bijvoorbeeld theater, festival en concertzaal. De resultaten van de recente Fieldlabs bevestigen dat dit mogelijk is. Het Zuiderstrandtheater, waar hij directeur is, organiseert op 14 mei een Fieldlab-concert waarbij het Residentie Orkest ‘Beethoven 5’ zal spelen voor een ouderwets volle zaal.

‘Dat een kunstwerk pas een kunstwerk is als het gezien wordt, voel ik nu heel sterk. Treurig’

Het openingsplan van het kabinet kent vijf stappen. Voor culturele instellingen geldt dat ze in de tweede stap, vanaf 11 mei, open kunnen mét en vanaf 26 mei zonder testbewijs van bezoekers. Maar lees de kleine lettertjes: een testbewijs staat ook als optie voor culturele instellingen vanaf 26 mei genoteerd, en dan springt de kalender alweer naar 16 juni.

Kunstenaar Anne Wenzel en kunstcriticus Lucette ter Borg startten in maart de petitie ‘Open de musea en de presentatie-instellingen’, die inmiddels ruim dertigduizend keer getekend is, om de gelatenheid die zij voelden te doorbreken. Wenzel benadrukt aan de telefoon de gevolgen van de langdurige sluiting voor kunstenaars. Sinds corona heeft ze alleen maar afzeggingen gehad en er kwamen geen uitnodigingen voor nieuwe exposities. Wenzel: ‘De onzekerheid is dusdanig groot dat niemand durft te plannen en er valt ook niets te plannen. In het buitenland waagt men zich niet aan een kunstenaar van over de grens en overal is een waanzinnige vertraging in de programmering opgetreden. De musea zijn al zo lang dicht, de tentoonstellingen die gepland stonden gaan straks als eerste open. Ik vergelijk het met een stuk kauwgum dat heel erg uit elkaar getrokken wordt. Als kunstenaars zijn wij afhankelijk van instituten en dit is funest.’ Ze heeft inmiddels een atelier vol nieuw werk, maar geen bezoeker, curator of verzamelaar die het kan zien. ‘Ik was me nooit zo bewust van het idee dat een kunstwerk pas een kunstwerk is als het gezien wordt. Maar nu voel ik dat heel sterk en het is ontzettend treurig.’

De nood is hoog, ziet zij, bij kunstenaars maar ook bij het publiek. Wenzel: ‘Juist in deze tijd willen we gevoed worden met kunst en in het debat mis ik het aspect van mentale voeding. Wij zijn niet alleen maar mensen waar je berekeningen op kunt loslaten.’ De petitie is bedoeld om politici van de noodzaak van kunst te doordringen, maar vooral ook om het publiek, dat nergens aan het woord komt, een stem te geven.

De Oude Kerk in Amsterdam, zondags gewoon open voor de dienst, sprong als eerste culturele instelling op die behoefte in. Directeur Jacqueline Grandjean vertelde in de kranten een ‘mentale nood’ bij de mensen te zien en besloot niet te wachten met de opening van de tentoonstelling van Aimée Zito Lema. ‘Vervult kunst in deze tijd voor veel mensen niet de rol van religie? Kunst biedt evengoed troost, verbinding en inspiratie’, zei ze. Het bleek ook te kunnen – de Oude Kerk is juridisch gezien een besloten gebouw en mag dertig mensen ontvangen – en de Veiligheidsregio Amsterdam gaf toestemming. Op drieduizend vierkante meter kan men nu zonder testbewijs, op afspraak en gratis de kerk en tentoonstelling bezoeken. Het regent positieve reacties.

Ook in het Drents Museum is aan alle voorzorgsmaatregelen voldaan. De trap naar de zalen is met pijlen opgedeeld in looprichtingen, er is een dwingende wandelroute en overal hangen stickers die aan de maatregelen herinneren. De medewerkers dragen neongele hesjes alsof ze het verkeer op Times Square moeten regelen. Na een half uur in het museum heb ik al drie keer mijn handen ontsmet, en amper een mens gezien.

De route leidt als eerste door de tentoonstelling van Henk Helmantel. In mijn ogen passen zijn stillevens perfect bij deze steriele tijd: levenloze objecten die schitteren in detail (Helmantel: ‘Ik schilder fijn maar ik ben geen fijnschilder’) in een wereld verstoken van mensen. Maar in de laatste zaal kunnen bezoekers een brief achterlaten voor de kunstenaar en zijn schilderijen hebben hen diep ontroerd. Iemand schrijft: ‘Ik zie God in uw werk.’

Iets soortgelijks overkomt me alsnog. In de donkere kelder van het museum, in een klein kabinet, worden vijf veenlijken tentoongesteld. Er is een horrorfilm over de Drentse veenlijken in de maak en ook in het museum klinkt een onheilspellend muziekje. Voor me in een vitrine ligt het beroemde meisje van Yde, een zestienjarige die eens door geweld om het leven kwam en in het veen wonderwel bewaard bleef. Op de vloer een sticker ter herinnering aan de 1,5 meter afstand, maar zo veel ruimte zit er tussen ons niet in. Ik mompel gedag vanachter mijn mondkapje en de absurditeit van de situatie overvalt me. Daar sta ik, getest en gescreend, ontsmet en met een mondkapje op, bij een voorouder met het touw nog om haar nek, want als je tweeduizend jaar dood bent, en er toch nog blijkt te zijn, ben je meer vondst dan mens. Na een jaar van gemis, van kunst, prikkeling en ontroering, en voor velen ook een jaar van verlies en verdriet, blijkt het museum nog altijd een plek van bezinning. De een vindt er God, de ander komt er tot zichzelf. Een jaar uit ons leven stelt plots niet zo veel meer voor.


Henk Helmantel – Meesterschilder is na de heropening t/m 5 september te bezoeken in het Drents Museum, drentsmuseum.nl