Interview met Werner Herzog

‘We willen weten dat wat we zien echt is’

Filmmaker Werner Herzog behoort al jaren tot de secret mainstream. Met digitale effecten heeft hij weinig: ‘Ik wil dat de kijker op zijn ogen kan vertrouwen.’

Delft. Het is koud en donker. Onder het toeziend oog van Hugo de Groot maken chaos en waanzin zich meester van het stadje: op het marktplein probeert een man maniakaal lachend achter op een schaap te springen; een orkest speelt; mensen lopen met doodskisten op hun schouders; ratten scharrelen op de grijze klinkers, wild door de geur van bloed en uitwerpselen. Te midden van dit alles staat een jonge man met een snor en een sterke, wakkere blik bewegingloos te kijken naar wat hij allemaal heeft aangericht. De jonge man is Werner Herzog; het is 1978; en de film is een making of van zijn remake van de F.W. Murnau-klassieker Nosferatu. Herzog is aan het woord, geeft spontaan een masterclass: ‘Ik draai nooit wanneer ik de set niet zelf met mijn eigen lichaam heb onderzocht.’ En inderdaad: als een hulpje loopt hij over de set om een shot in gereedheid te brengen. Dan vervolgt hij: ‘Het is de eerste keer dat ik een genrefilm maak. Een waagstuk. Maar zo ben ik. Voor mijn eerste film werkte ik twee jaar lang ’s nachts in een staalfabriek om genoeg geld te sparen om op 35 mm te kunnen draaien. Dat gedoe op 8 mm en 16 mm vind ik niks. Amateuristisch. Wat mij betreft moet het meteen goed zijn. En als het misgaat, wil ik dat het meteen goed misgaat, dat ik volledig doodga.’

Amsterdam. Dertig jaar later. De snor is weg, maar de blik is onveranderd. In verband met het Idfa is Werner Herzog (München, 1942) op bezoek in Nederland. Hij oogst momenteel succes met de briljante oorlogsfilm (‘correctie’, zegt Herzog, ‘overlevingsfilm’) Rescue Dawn (2006) over Amerikaanse krijgsgevangenen in Vietnam, en met Encounters at the End of the World (2007), een documentaire over Antarctica.

Opvallend genoeg wordt Herzog ook in Amerika, waar hij een huis in Los Angeles heeft, steeds populairder. De criticus Roger Ebert schreef hem onlangs een lange brief vanaf zijn ziekbed waarin hij zijn eeuwige liefde voor Herzogs werk betuigt. Het verbaast de regisseur niet. Hij vindt het normaal dat hij na zoveel jaren in de hoofdstroom staat: ‘Neem Aguirre: The Wrath of God, een film die ik begin jaren zeventig maakte. Toen gaf niemand erom. Maar in de loop der jaren is een steeds groter publiek juist deze film gaan accepteren. In zekere zin was ik altijd al de secret mainstream…’

We zitten in een hotel in het centrum. Het is vroeg, maar Herzog straalt stijl en charme uit, óók wanneer ik hem vraag naar zijn herinneringen aan Delft en de burgemeester en de bizarre controverse rond de duizenden ratten uit Hongarije. Zonder een spier te vertrekken zegt Herzog: ‘Delft als locatie is uniek in de wereld. Er was een probleem met de ratten, ja, hoewel we alle mogelijke vergunningen hadden. Maar voor alle duidelijkheid: we hebben geen enkele rat verloren!’

Zijn ogen twinkelen. Herzog de cineast én het Herzog-oeuvre bestaan uit dit soort verhalen: van de strijd tussen kunstenaar en landschap, van de spanning tussen visie en werkelijkheid.

Het ging destijds zo: de burgemeester van Delft had Herzog verboden scènes met ratten binnen de stadsgrenzen op te nemen, omdat men vreesde dat het de volksgezondheid in gevaar zou brengen. Zelfs de hulp van Maarten ’t Hart als ‘rattenexpert’ mocht niet baten. De vrouw van Maarten ’t Hart vertelde destijds dat ‘honderden ratten’ tijdens de reis van Hongarije naar Nederland in kooien waren omgekomen. Hoe dan ook, wegens de tegenstand in Delft moest Herzog voor sommige scènes naar Schiedam uitwijken. Daar vond hij een welwillende boer en de ratten konden worden ‘geschminkt’. Het waren namelijk witte ratten. En Herzog had grijze nodig.

Wie de geschiedenis van Nosferatu en Delft naspeurt, stuit op wilde verhalen die desalniettemin een echo van waarheid bevatten. Deze mystificatie past volmaakt in de wereldvisie van Herzog. De regisseur is namelijk wars van feiten. Ze bevatten volgens hem niets meer dan een ‘oppervlakkige waarheid’. Wat hij wil, is een ‘extase van waarheid’. Aldus toegepast op Delft en het verhaal rond de komst van de vampier: de stad was in rep en roer.

‘Delft was volmaakt: een stad van netheid en orde’, zegt hij nu, nippend van zijn ijswater in Hotel de l’Europe. ‘En dan komt er een donkere kracht van beklemming en angst – de vampier en in zijn kielzog de pest en tienduizenden ratten. Ik regisseerde de stad alsof het een personage was, en zo werd het een gestileerde versie van de stad. Dat is mijn werkwijze: tijdens het draaien zijn ook de acteurs onderworpen aan het stileren. En daarmee bedoel ik Kinski. Ik ben een regisseur, ik regisseer landschap, acteurs… en ratten…’

Kinski. De naam is gevallen. Onvermijdelijk. Klaus Kinski. Met de vrije geest Kinski maakte Herzog vijf films, onder meer Aguirre, misschien wel zijn beste film ooit: Herzog: ‘Kinski… er zal nooit een vampier als Kinski zijn. Een van zijn beste rollen. Minder dan twintig minuten op het scherm. Maar hij domineert de hele film.’

Kinski (1926-1991) was een instinctieve acteur, zoals Herzog een instinctieve filmmaker is. Een mooie illustratie van de kracht van Kinski is te zien in Aguirre, in een scène tegen het einde van de film, waarin de bange conquistadores drijvend op een vlot bijna in een psychose zijn geraakt door uitdroging en angst. Kinski is als een gevangen dier. Hij schreeuwt iets tegen de dikke ‘keizer’, draait zich om, en ziet dat er een paard in zijn weg staat. Hij talmt. Een seconde, twee seconden. Dan, met zijn hoofd millimeters van dat van het paard, gilt hij tegen het dier: ‘Get out of my way!’ Het paard schrikt, glijdt uit op het gladde hout en valt neer. Kinski stormt woest weg, het beeld uit. Het is een geweldige scène. De natuurlijke reactie van acteur en dier geeft de film een oerkracht, een extatische waarheid die uniek is.

Zo maakten Kinski en Herzog films: puur en reflexief. Kinski die deed wat hij wilde, Herzog de aartsrebel: ‘Ik trek me niets aan van cinematografische regels of wat dan ook. Ik ben een verhalenverteller. Ik maak films zoals ze gemaakt moeten worden, en dat wordt gedicteerd door verhaal en landschap en alle uitdagingen die daarbuiten op mij wachten.’

Door het accent dat Herzog legt op de rol van de filmmaker rijst de vraag hoe hij reageert op de technologische ontwikkelingen in zijn vak. In films als Fata Morgana (1971) en Heart of Glass (1976) creëerde Herzog de mooiste cinematografische beelden ooit. In die laatste film zat Herzog dagen boven op een bergtop om wolken in beweging te fotograferen. Het resultaat is adembenemend: een woeste, meedogenloos voortsnellende rivier van wolken. Herzog: ‘De wolken als natuurkundige werkelijkheid vloeien niet als een rivier.’

Met zijn blote handen regisseert Herzog het landschap, zodat bergen en wolken een nieuwe, gestileerde waarheid bevatten: ‘Als je nu Fitzcarraldo zou maken, zou iedere regisseur digitale effecten gebruiken. Maar: het publiek heeft dat meteen door. Een kind kan zien dat het om een virtueel schip op een kunstmatige berg gaat. Ik wil dat kijkers terugkeren naar een elementaire situatie waarin zij op hun eigen ogen kunnen vertrouwen. Er is tegenwoordig te veel aandacht voor digitale effecten in film, en te weinig voor het vertellen van verhalen. Films als Casablanca of The Treasure of the Sierra Madre hebben we al heel lang niet meer gezien. En in die traditie pas ik op de een of andere manier. Ik ben een verhalenverteller. De begeerte iets op het scherm te zien dat we kunnen vertrouwen – dat is een zoektocht, een queeste in een wereld waarin we weten dat alles gefabriceerd is, een wereld van virtual reality en reality tv. Een foto kun je niet meer vertrouwen. Fitzcarraldo wel. In die film weet je: dit is geen digitaal effect.

We willen er zeker van zijn dat wat we zien echt is. Het gevaar is verwijdering van de werkelijkheid. Niet lang geleden was ik met een paar vrienden aan het barbecuen op een strand in Los Angeles. Opeens zagen we politiehelikopters en zoeklichten en we hoorden een megafoonstem die ons gebood meteen naar binnen te gaan. Het bleek te gaan om een incident bij een nabijgelegen restaurant. Een jongen, misschien een jaar of veertien, wachtte met een skateboard onder de arm bij de ingang. Een jong stel liep naar buiten. De jongen schoot ze beiden dood. Hij schreeuwde: ‘Dit is echt! Dit is echt!’ Hij ontvluchtte. Nooit gepakt. Blijkbaar wou hij een statement maken: dit is geen videogame – dat lees ik er in ieder geval in. Er zijn altijd complexe redenen voor zo’n incident, maar er is zeker sprake van een verlies van realiteit. En Hollywood is zeker niet de wortel van het kwaad. Dat zou te makkelijk zijn. Hollywood reageert alleen maar op de behoefte aan collectieve dromen. Ook ik werk voor een publiek, ook al weet ik nooit precies wie dat zijn! Maakt niet uit. Ik hoef in ieder geval geen films voor mezelf te maken.

Iedere film die ik ooit heb gemaakt is een vorm van mainstream verhalen vertellen. Als Hollywood mij ooit een Treasure of the Sierra Madre zou aanbieden, zou ik dat meteen accepteren.’

De dvd-boxWerner Herzog. Zijn films met Klaus Kinski is te koop in de webshop>>

Medium werner