Voormalige mijnwerkershuizen in Shirebrook, Groot-Brittannië. November 2019 © Laetitia Vancon / The New York Times / ANP

Op de laatste zaterdagochtend in september staan auto’s in een rij voor een benzinestation. Ze versperren de busbaan en een deel van de kruising en elke keer als iemand probeert voor te dringen, stijgt een luid getoeter op. Pas aan het eind van de dag, het elektronische Esso-bord staat dan op zwart, keert de rust terug. Het benzinestation is leeg, de brandstof is op.

Het belooft voor de Britten een zware winter te worden. Wereldwijde economische problemen als stijgende brandstofprijzen en verstoorde aanvoerketens treffen Groot-Brittannië extra hard. Dat is deels aan de Brexit te wijten, want zo’n veertienduizend Europeanen die vorig jaar nog in het Verenigd Koninkrijk werkten als vrachtwagenchauffeur doen dat inmiddels niet meer. Maar er zijn ook oorzaken die verder in het verleden liggen. Zo heeft de Britse staat de afgelopen veertig jaar de aanleg van energie-infrastructuur overgelaten aan het bedrijfsleven. Daardoor zijn de Britse energieprijzen extra gevoelig voor schommelingen in de internationale energiemarkt. Sinds de revolutie van Margaret Thatcher is het economische model van het Verenigd Koninkrijk gebaseerd op lage lonen, een terughoudende overheid en een flexibele arbeidsmarkt. Dat lijkt zich deze winter te gaan wreken.

Te midden van brandstoftekorten, lege schappen en woekerende energieprijzen deed de Britse premier Boris Johnson een grote belofte. Hij koos de vlucht naar voren. ‘We gaan niet terug naar hetzelfde oude gebroken model met lage lonen, lage groei, laagopgeleid werk en lage productiviteit, allemaal mogelijk gemaakt door onbeperkte immigratie.’ De tekorten in de supermarkten en de benzinestations leiden op den duur tot hogere lonen en een sterkere economie, beweerde hij. Het kwam hem op berispingen te staan van rechtse denktanks en belangenverenigingen. Desondanks houdt Johnson vast aan zijn boodschap: het is tijd voor een economische omslag.

Wie de oude economie uit de speech van Johnson wil begrijpen, moet naar Shirebrook in het midden van Engeland. Een klein stationnetje biedt een langzame, onbetrouwbare treinverbinding met de stad Nottingham. De stationsweg loopt langs simpele twee-onder-een-kapwoningen van rode baksteen en een enkel Victoriaans gebouw. Ook in Shirebrook is de krapte op de arbeidsmarkt voelbaar. In het café staat een bordje: vandaag serveren we vanwege personeelstekort alleen drankjes, cake en snacks. Er is geen kok. De grotere vraag naar personeel heeft zich echter nog niet vertaald naar grotere welvaart. Market Place biedt een volle bingokaart van postindustriële clichés: gesloten rolluiken, een gokhuis en een drankwinkel met ‘Ba gain Booze’ op de gevel, waarbij de ‘r’ is verdwenen.

‘Ik woon graag in Shirebrook’, zegt Renata Spadding, die in 2005 vanuit Brazilië naar Engeland verhuisde voor de liefde. Ze drinkt een dubbele espresso met vier zakjes suiker, op z’n Braziliaans. Shirebrook is klein en stil, zegt ze, en toch rijk aan allerlei culturen. In de fabrieken en distributiecentra in de buurt vind je Roemenen, Polen, Letten en vele andere nationaliteiten. ‘Britse mensen solliciteren niet op die banen, die willen geen diensten draaien van zes uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags.’ Komt dat niet doordat de slecht betaalde, onregelmatige diensturen lastig zijn te combineren met ouderschap of andere zorgtaken? Renata denkt even na en knikt. ‘Misschien ben ik te hard voor de Engelsen, die al met al toch goed voor me zijn geweest.’

Vroeg in de middag loopt er een stoet mensen in oranje-gele veiligheidshesjes langs de wegen. Net buiten het dorp ligt de gigantische grijze kolos van Sports Direct, dat vanuit dit grootste distributiecentrum van Engeland sportartikelen verstuurt. Tijdens drukke diensten werken er duizenden mensen, met name arbeidsmigranten via uitzendbureaus. Om twee uur ’s middags is het een drukte van belang. De ochtendshift is net voorbij, de middagshift staat op het punt om te beginnen. ‘Vrachtwagenchauffeurs gezocht’, staat er op een groot bord. Uurloon: tussen 13,80 en 31,05 pond. Je kunt direct aan de slag.

Op nieuwjaarsdag in 2014 vond er een incident plaats in de damestoiletten van het distributiecentrum. Om een uur of acht ’s avonds liep beveiligster Marguerite Severn de damestoiletten in, waar ze stuitte op een jonge vrouw met een besmeurde spijkerbroek. Op de vloer lag een plas bloed. De vrouw wilde snel weg, zei ze volgens de Daily Mail. Want medewerkers die te lang deden over hun plaspauze kregen een formele waarschuwing. Ook verzuim, bijvoorbeeld vanwege ziekte, kon na een aantal waarschuwingen op ontslag uitdraaien.‘ Ik moet terug naar mijn werk’, herhaalde de jonge vrouw. Toen collega’s te hulp schoten, zag een van hen dat er ook in het volgende toilethokje bloed lag. In een emmer vonden ze een pasgeboren baby.

‘Britse mensen willen geen diensten draaien van zes uur ’s ochtends tot twee uur ’s middags’

Shirebrook is een van de oude pit villages rondom het stadje Mansfield van circa honderdduizend inwoners. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw was dit een welvarende regio, een thuishaven voor de textielindustrie en rijk aan kolenmijnen. De mijnwerkers uit de dorpjes rondom de stad kwamen op vrijdagmiddag met hun loon op zak naar de kroegen in het centrum. Ook de vrouwen uit de textielindustrie wandelden Mansfield in, of werden afgezet per bus, om de kroegen in te duiken. Veel van hen herinneren zich nog goed hoe levendig de stad was aan het begin van het weekend. Dat alles begon te veranderen toen de kolen- en textielindustrieën grofweg tegelijkertijd verdwenen. Grote Britse bedrijven als Marks & Spencer haalden hun textiel voortaan uit lagelonenlanden. De kolenmijnen gingen één voor één dicht. In 1993 sloot ook Shirebrook Colliery.

De distributiecentra namen de plaats in van de mijnen, soms letterlijk: het distributiecentrum in Shirebrook is boven op de oude mijn gebouwd. ‘Naar mijn mening hebben ze ons dorp simpelweg aan Mike Ashley (de eigenaar van Sports Direct – sh) gegeven’, zegt Andy Done-Johnson, een lokale journalist. Hij deed als eerste verslag van het incident in de toiletten. ‘Ashley mocht het hebben, zolang hij er maar iets mee deed.’ De gemeenteraad stemde unaniem in met de plannen.

Mike Ashley en Sports Direct kregen geld voor het creëren van banen in een gebied waar te weinig werk was sinds het sluiten van de mijnen. Pas later werd duidelijk hoe slecht die banen waren en hoe weinig vacatures er werden gevuld door ex-mijnwerkers en hun kinderen. In een parlementaire enquête die volgde verklaarden getuigen dat medewerkers in de praktijk werkten voor minder dan het minimumloon, onder grote druk en gevaarlijke omstandigheden. Een medewerker verloor een vinger, een andere werd afgevoerd met een verpletterde hand, een derde met een gebroken nek. Het distributiecentrum kwam bekend te staan als ‘de Goelag’. Mike Ashley pendelde ondertussen naar Shirebrook per helikopter.

De banen die in de regio rondom Mansfield overbleven zijn de banen die niet konden worden verplaatst naar het buitenland: logistiek, vers voedsel, werk voor de gemeente. De lonen liggen aanzienlijk lager dan elders. De federatie van vakbonden berekende dat het gemiddelde loon in Mansfield tussen 2008 en 2018 nog eens met vijftien procent was gezakt. Ook in onderzoeken naar sociale mobiliteit komt Mansfield slecht uit de bus. De jongeren die uit het stadje vertrekken om naar de universiteit te gaan, komen meestal niet meer terug en dat is een doorn in het oog van de lokale bestuurders. Hoe moeten ze ooit goedbetaalde banen aantrekken als ze geen hoogopgeleide arbeidskrachten kunnen bieden? Soms wordt geopperd dat de bestaande banen op den duur goede banen kunnen worden, zoals ook het werk in de mijnen uiteindelijk beter werd dankzij druk van arbeiders en vakbonden. Maar in een tijd van zwakke vakbonden en strikte wetgeving is dat veel moeilijker geworden. Vooralsnog kunnen de distributiecentra niet bieden wat de mijnen en textielfabrieken boden.

Op een koude dinsdagavond in de bar van het stadion van Mansfield Town FC legt een aantal voetbalfans uit hoe het zit. ‘De mijnen waren op’, zegt een van hen. Hij wordt prompt gecorrigeerd door een ander: ‘De mijnen werden gesloten.’ Het is nog altijd een pijnpunt dat de mijnbouw stopte terwijl er nog kolen in de grond zat. De machines werden onder de grond achtergelaten en de mijnschachten werden dichtgegooid. ‘Ik zou morgen teruggaan als ik kon’, zegt een derde voetbalfan. Natuurlijk was het vies en gevaarlijk werk – hun vaders, die zelf ook mijnwerker waren, wilden absoluut niet dat hun zoons hetzelfde werk zouden gaan doen – maar het betaalde goed en je maakte vrienden voor het leven. Vooral die kameraadschap wordt gemist.

Het sluiten van de mijnen en de rol die mijnwerkers daar zelf bij speelden, ligt nog steeds gevoelig. Mijnwerkers uit Mansfield staan erom bekend dat veel van hen bleven doorwerken tijdens de beroemde mijnwerkersstaking van 1984-85. Scabs worden zulke stakingsbrekers genoemd. Op de avond van mijn bezoek speelt Mansfield Town FC tegen Sheffield Wednesday uit Yorkshire, een regio waar de meeste mijnwerkers wel het werk neerlegden. ‘Als we straks op de tribune zitten, zul je de Sheffield-fans horen zingen: “Scabs, scabs, scabs.”’

De regio rondom Mansfield is geen postindustriële hel. Sinds ik er woon ben ik gesteld geraakt op delen van de stad. Zo is er een volkstuinencomplex aan de noordkant van Mansfield waar lokale bewoners een gemeenschappelijke groentetuin onderhouden. De oogst gaat grotendeels naar families die weinig te besteden hebben. Sommige oprichters zijn trotse socialisten. Kippen scharrelen tussen enorme pompoenen en een gepensioneerde boswachter zet voor iedereen kopjes thee of waterige koffie. Mansfield kent een rijke selectie van volkstuinen, evenals wandelverenigingen, dansgroepen en koffieclubjes. Er zijn vriendelijke mensen, goedkope huizen en mooie bossen. Je kunt er heerlijke, goedkope sushi krijgen die wordt gemaakt door een Lets-Litouws echtpaar op een bedrijventerrein in een goedkoop deel van de stad. Andre en Jolanta hopen op den duur uit te breiden tot een bistro.

‘Ze nemen onze parken en velden over en bouwen dure nieuwe huizen van slechte kwaliteit’

Tegelijkertijd zijn de gevolgen van het verdwijnen van de industrie nog steeds zichtbaar. In de jaren negentig en nul verdwenen de laatste mijnen en textielfabrieken. In de jaren tien, de jaren van austerity, volgden ook veel publieke voorzieningen. Voetbalfans vertellen me over een oude man uit een van de voormalige mijnwerkersdorpjes. Vanwege het schrappen van lokale bussen uit de dienstregeling kon hij niet meer naar de avondwedstrijden komen kijken. Dat soort dingen doen pijn. Boris Johnson hamert dan ook constant op dezelfde boodschap: er moet weer geïnvesteerd worden in het noorden en midden van Engeland. In een interview met journalist Sebastian Payne van de Financial Times gaat Johnson in op zijn visie. ‘Het ministerie van Financiën heeft de afgelopen veertig jaar een catastrofale fout gemaakt’, zegt de premier, ‘toen ze bedachten dat het hele land op de een of andere manier profijt zou hebben van de groei in Londen en het zuidoosten.’

Voormalige mijnwerkershuizen in Shirebrook, Groot-Brittannië. November 2019 © Laetitia Vancon / The New York Times / ANP

Johnsons uitspraken over hogere lonen en betere banen doen het goed in Mansfield en omstreken en dat is geen toeval. De Conservative Party gaf in de aanloop naar de verkiezingen van 2019 miljoenen uit aan publieksonderzoek, vooral gericht op gebieden als Mansfield – kleine steden en dorpen met een grotendeels wit electoraat en veel steun voor de Brexit. Mansfield was in zekere zin een strategische wegwijzer. In 2017 had het kiesdistrict voor het eerst in zijn geschiedenis een conservatieve MP verkozen en dat toonde aan dat het wel degelijk mogelijk was voor de Conservatieven om te winnen in de oude industriegebieden die altijd trouw Labour hadden gestemd.

Toch is Shlomo Dowen sceptisch. De inwoner van de wijk Forest Town werd de held van de buurt toen hij een succesvolle campagne leidde tegen een afvalverwerkingscentrale boven op de oude mijn, een plan dat door veel mensen werd gezien als vies en beledigend. Dowen heeft een wilde bos grijze krullen en een vrolijk gezicht. Zijn hele leven werd hij voorbereid om als rabbijn in de voetsporen van zijn vader te treden. Maar toen werd hij verliefd op een ongelovige mijnwerkersdochter. Hij werd door zijn familie in de ban gedaan en aan zijn ambities om religieus leider te worden kwam prompt een einde. Nu probeert hij op andere manieren hulp te bieden aan de gemeenschap die hem inmiddels adopteert. Bijvoorbeeld door campagne te voeren tegen de verschillende plannen die de buurt worden opgedrongen onder het mom van vernieuwing.

Dowen ziet weinig bewijs van economische verbetering in Mansfield, ondanks de vele beloften dat er in de regio geïnvesteerd gaat worden. Het bestaande systeem, zegt hij, is gebaseerd op uitbuiting van plekken als Mansfield. ‘We zijn beter af zonder dat geld, want het geld blijft hier niet. Ze nemen onze parken en velden over en bouwen dure nieuwe huizen van slechte kwaliteit. Ze bouwen grote nieuwe bedrijvenparken en mega-supermarkten. Elke dag geven lokale bewoners hun zuurverdiende geld uit in Asda (een grote supermarkt – sh) en dan schiet het geld de lucht in en verdwijnt het voor eeuwig uit onze lokale economie. Als dit is hoe investeren eruitziet, zie ik liever desinvestering.’

Kleine ondernemers hebben het zwaar gehad tijdens de pandemie en ook grote merken als Topshop zijn uit de stad vertrokken. Tegelijkertijd is er aan de zuidgrens van het district een nieuw distributiecentrum gebouwd, wederom op een gesubsidieerd bedrijventerrein. Ditmaal is het een distributiecentrum van Amazon. Het bedrijf is rap aan het uitbreiden: in de zomer van 2020 ging een derde van alle nieuwe vierkante meters in distributiecentra in Engeland naar de internetgigant. In Mansfield doemt geen nieuwe economie op, maar vooral een versterking en verdieping van het bestaande economische model.

In sectoren met grote arbeidstekorten, zoals bouw en transport, gaan de uurlonen nu weliswaar omhoog, schrijft econoom Duncan Weldon in zijn nieuwsbrief, maar dat is een hoofdpijndossier. Als de lonen harder stijgen dan de arbeidsproductiviteit ontstaat het gevaar van inflatie. Hogere inflatie kan leiden tot hogere rente en lagere huizenprijzen en dat is het laatste wat de huizen bezittende achterban van Johnson wil. Het ministerie van Financiën, schrijft Weldon, is zich maar al te bewust van deze spiraal.

Om plekken als Mansfield en Shirebrook echt te verbeteren zouden er grote investeringen nodig zijn in infrastructuur, technologie en het beroepsonderwijs. Die investeringen lijken grotendeels uit te blijven. Zo heeft het beroepsonderwijs in Mansfield zijn budgetten de afgelopen jaren alleen maar zien slinken. De Britse overheid besteedt elk jaar zo’n 3,5 miljard aan further education in Engeland. Dat is, zoals de Financial Times fijntjes opmerkt, minder dan het opgetelde budget van de universiteiten van Oxford en Cambridge. Grote investeringen in het vakonderwijs worden echter niet gezien als haalbaar zonder de belastingen verder te verhogen. Ook schrapt de regering veel beloofde investeringen in hogesnelheidstreinen in de regio. Johnsons politieke project botst tegen de grenzen van wat mogelijk is onder gematigd vrijemarktconservatisme.

Sinds de komst van het nieuwe distributiecentrum is Renata Spadding niet meer de enige Braziliaanse in de regio. Af en toe hoort ze Portugees in de straten en dan spitst ze haar oren. De kleine gemeenschap in Mansfield groeit rap, vooral omdat Brazilianen vertrekken uit een duurdere stad als Nottingham. Amazon biedt inmiddels een bonus van duizend pond voor nieuwe werknemers om in te springen in de drukke periode voor Kerst. Op sommige andere locaties zijn de bonussen al opgelopen tot drieduizend pond. Alles wordt uit de kast gehaald om Kerstmis veilig te stellen. Op een Facebook-groep voor Brazilianen in Nottinghamshire geven mensen elkaar tips voor huurwoningen in Mansfield, doorgaans om te komen werken in het nieuwe distributiecentrum. Het grappige, vertelt een Braziliaanse inwoner me, is dat ze zij aan zij komen te werken met Roemenen. Tot zijn verbazing bleek hij de taal van zijn nieuwe collega’s een beetje te kunnen verstaan. Gezellig vond hij dat. Het is wellicht niet het nieuwe Mansfield dat de Brexit-stemmers voor ogen hadden, maar nieuw is het wel.