Liever geen revolutie in Syrië

We zijn de angst voorbij

De Syrische werkelijkheid is veel genuanceerder dan we denken. Een groot deel van de bevolking steunt nog steeds het regime en het leger opent niet altijd als eerste het vuur. Een westerse Syrië-kenner die het land al tien jaar frequenteert doet verslag.

DAMASCUS - Een paar weken geleden vroeg een goede Syrische vriend of ik mee feest ging vieren. Ik kende hem niet echt als een feestbeest, maar in een stad als Damascus, waar hippe clubs sinds een paar jaar wedijveren om de beste cocktailformule, was het geen gekke vraag. ‘Waar is het feest?’ vroeg ik, naïef als ik toen nog was. 'Douma of Midaan, we hebben nog niets besloten maar we gaan met een groepje’, luidde het antwoord in het Arabisch. Terwijl ik luisterde naar de namen van de stadsdelen viel het kwartje. Mijn vriend nodigde me niet uit voor een nachtje dansen, drinken en meiden versieren. 'Feesten’ was het nieuwe codewoord voor protesteren.
Sinds die tijd word ik bijna dagelijks uitgenodigd voor zo'n feestje en zo nu en dan bezoek ik er ook een. Het is niet het typische nachtclubpubliek dat je er aantreft. Verwesterde jongelui met gelikte zonnebrillen en glanzend haar demonstreren zij aan zij met gesluierde vrouwen en besnorde mannen. Het is een bont gezelschap, verenigd in de leus 'Wij zijn Syrië en wij willen vrijheid’. Wat men precies onder vrijheid verstaat is niet altijd even duidelijk, maar sinds een paar weken menen de demonstranten dat zij begint waar het huidige regime eindigt. 'Het volk eist de val van Bashar.’
Elke dag zijn er tientallen demonstraties in Syrië. In de meeste gevallen staat de politie toe te kijken, maar soms wordt er gewelddadig ingegrepen. Meestal worden wapenstokken gebruikt, soms zwaarder geschut. Een Koerdische man uit de Damasceense wijk Rukneddin vertelde me: 'We liepen met een paar honderd man in de richting van een wegversperring die bestond uit dwars geparkeerde legervoertuigen en soldaten. Toen we op ongeveer twintig meter afstand waren gekomen begon een van de soldaten opeens te schieten. Iedereen rende de zijstraten in, twee jongens werden in hun borst geraakt.’
De vrijheidsstrijd van het Syrische volk is te volgen via YouTube. Het is fantastische televisie, maar zoals met alles in het Midden-Oosten is de waarheid een stuk genuanceerder. Om met het schokkendste nieuws te beginnen: een groot deel van de bevolking steunt nog steeds de president.
De groep Syriërs die achter de regering blijft staan is minstens zo divers en omvangrijk als de groep die vraagt om haar val. Ze bestaat voornamelijk uit minderheden, zakenlui en de groeiende middenklasse: mensen die veel te verliezen hebben bij het destabiliseren van het land. Het grootste deel van de bevolking - inclusief de gematigde aanhangers van het regime - is het er echter over eens dat het Baath-systeem, een eenpartijstelsel met beperkte vrijheid van meningsuiting, niet langer werkt. Het is de wijze waarop verandering moet plaatsvinden - drastisch of geleidelijk - waarover men van mening verschilt.
Ik bezocht Omar, een oude man met een textielwinkeltje in centraal Damascus. 'Ik ben mijn kleinzoon het vak aan het leren’, vertelde hij. 'Hopelijk kan hij met die kennis de winkel overnemen en hem naar zijn eigen inzicht exploiteren. Zo werkt het bij de overheid ook. President Bashar al-Assad is al jaren bezig het land een nieuwe richting uit te sturen. Maar veel mensen zien dat niet. Als Bashar zijn winkel overdoet aan iemand zonder ervaring en kunde, dan krijgen we hier een toestand zoals in Irak. Het moet geleidelijk en ik vertrouw op de wijsheid van de politici en onze president.’

GEDURENDE de afgelopen tien jaar heb ik Syrië enorm zien veranderen, van een gesloten socialistische staat tot een land waar economisch alles mogelijk is. Sinds een paar maanden is Syrië ook op het vlak van de politiek bezig met een enorme inhaalslag. Op straat wordt openlijk gediscussieerd over politiek, de pers durft zich (voorzichtig) uit te spreken voor verandering, vrije verkiezingen zijn aangekondigd en reisverboden zijn opgeschort. Allemaal zaken die tot een paar maanden geleden onvoorstelbaar leken. Tijdens een lunch vertelde een vriend: 'Wat er veranderd is? Dít is er veranderd! Vijf maanden geleden hadden we hier nooit over politiek gepraat. Ik had de ober en de gasten niet vertrouwd, en jij zou ook voor de geheime dienst kunnen werken.’
Al deze veranderingen zijn de verdienste van de demonstranten. Met hun betogingen is niet alleen de opstelling van de overheid veranderd, maar ook die van de mensen zelf. 'We zijn de angst voorbij’, vertelde Bashir (23). 'We moeten er nu alleen voor zorgen dat het een duurzame vrijheid wordt.’ Helaas worden de positieve veranderingen overschaduwd door het agressieve legeroptreden.
De Syrische overheid heeft jarenlang alle tegengeluiden effectief uit de weg geruimd. Tegenstanders werden gevangen genomen en gemarteld of verdwenen simpelweg van de aardbodem. Ik sprak met Abdulhamid, een jongeman die twee maanden gevangen zat. 'Tijdens een demonstratie werd ik meegesleurd en in een busje gegooid. Ze schreeuwden tegen me dat ik een hond was, een jood, een verrader’, vertelde hij. 'In de cel kreeg ik bijna dagelijks klappen. Een van mijn celgenoten werd zo hard tegen het hoofd getrapt dat hij niet meer wakker werd.’
Sinds een paar weken is het niet meer alleen de overheid die geweld gebruikt. Toen ik de steden Hama en Deir az-Zor bezocht zag ik ook burgergeweld. Op een rustige avond in Deir az-Zor, een paar dagen voor het begin van de ramadan, werd ik opgeschrikt door het geluid van automatisch geweervuur. Op zich niets vreemds in het tribale oosten van Syrië, waar veel mensen over een kalasjnikov beschikken, maar meestal zijn het vreugdesalvo’s. Deze keer was er echter geen festiviteit te bekennen. Vanuit mijn raam zag ik een groepje jongeren, behangen met wapentuig, richting een moskee rennen. Ze hadden zojuist een legerbusje beschoten. Het geweld werd snel beantwoord en de rest van de nacht vlogen de kogels, granaten en molotovcocktails over en weer langs mijn raam terwijl ik me verschanste op het toilet. Een man uit Homs verwoordde de crisis in zijn eigen regio als volgt: 'De protesten begonnen vreedzaam, maar zijn inmiddels gekaapt door dieselsmokkelaars. Die zijn de afgelopen maanden hard bestreden door de overheid. Nu vechten ze terug via de protesten. Het is een drama!’

ZONDER de Syrische overheid een excuus te willen geven voor haar wandaden is de escalatie van de huidige situatie grotendeels terug te voeren op twee problemen. Het eerste probleem is de geringe professionaliteit van het leger en de politie, iets waar menige Syriër normaal gesproken graag grappen over maakt. Een van mijn kennissen, een man die jarenlang als officier in het leger diende, omschreef het leger als 'een grote chaos’: 'Niets werkt, officieren zitten de hele dag backgammon te spelen en soldaten worden enkel ingezet om de auto te wassen. Het zou me verbazen als de helft van de soldaten weet hoe je een geweer goed gebruikt, laat staan hoe je een terrorist uitschakelt.’
Hisham, een Palestijnse Syriër en voormalig dienstplichtig militair, vertelde een gelijksoortig verhaal. 'Als dienstplichtige ben je vaker bezig met allerlei rotklusjes dan met het verdedigen van je land. Alleen de elite-eenheden krijgen echt een goede uitrusting en training. Ze bestaan volledig uit geloofsgenoten of supporters van de president.’
Het leger, en ook de politie, heeft simpelweg geen enkele ervaring met het beëindigen van een complexe volksopstand zonder onschuldige slachtoffers te maken. Rubberkogels lijkt men niet te hebben en waterkanonnen worden zelden gebruikt. Als het leger hard ingrijpt - de enige mogelijkheid die de overheid kent om verzet te breken - vallen er gegarandeerd veel onschuldige slachtoffers. Rami (38), een hoteleigenaar in Deir az-Zor, gaf een goed beeld van de werkwijze van het leger twee weken geleden: 'Nadat de jeugd de tanks had beschoten en bekogeld met flessen benzine antwoordde het leger door een groepje bange soldaten het geweer te laten legen in de richting van de jongeren. Het enige wat ze daarmee bereikten was dat alle ramen braken en de onschuldige bewoners van een flat, waaronder kinderen, doodsbang op de grond moesten gaan liggen.’
En daarmee komen we bij het tweede probleem. De overheid lijkt pas sinds kort te beseffen dat de wereld niet meer zo gesloten is als een paar jaar geleden. Vroeger kon men ongestoord zijn gang gaan zonder pottenkijkers, tegenwoordig staan de beelden binnen een half uur op YouTube. Zelfs als de overheid met geweld de deur gesloten probeert te houden, sijpelen er beelden en verhalen naar buiten. Als je dan ook nog eens onafhankelijke journalisten de toegang tot het land weigert, is je probleem als overheid niet meer te controleren. Het scenario tot nog toe verliep ongeveer als volgt: er is een grote volksopstand die je als overheid met geweld probeert te beëindigen. Dat gaat niet geheel volgens plan, want leger en politie hebben geen idee hoe dat moet. Er wordt hard opgetreden en op ongewapende betogers geschoten. Er vallen doden. Beelden raken bekend, de wereld keert zich tegen je. Vervolgens probeer je de schade te beperken door je op de achtergrond te houden, maar het volk begint terug te schieten. Je reageert met grof geschut, want een andere methode ken je niet. De vijand wordt gedood, maar ook zijn onschuldige buren, en de buren van de buren. Nieuwe beelden lekken uit, het debat polariseert en de protesten en het geweld escaleren nog verder.
Door het lompe legeroptreden worden ook steeds meer slachtoffers gemaakt in het eigen kamp. Dit is wat een kennis uit Damascus die ik vroeger kende als fervent aanhanger van de president vertelde: 'Ik heb familie uit Hama in huis. Het is verschrikkelijk wat ze daar hebben meegemaakt. Goddank is het ze gelukt om de stad veilig te verlaten. Om veiligheidsredenen moesten ze hun huis uit en omdat het leger geweld gebruikt is het onzeker of het er volgende week nog staat. Ik hoop echt, voor het welzijn van iedereen, dat dit zo spoedig mogelijk zal eindigen.’ Op zijn gezicht was de teleurstelling duidelijk te lezen. De overheid was niet langer wat hij dacht dat ze was. Als het regime in Syrië uit is op het vasthouden van de macht, dan heeft het dat niet slim aangepakt. Of zou het escalerende geweld en de negatieve publieke opinie ook voor het regime een verrassing zijn geweest? Verschillende overheidskanalen benadrukken dat het leger toch écht tegen gewapende bendes vecht. Maar het is al te laat, niemand gelooft het meer.

DAT ER in Syrië dingen gaan veranderen lijkt onvermijdelijk. Maar door het gebruik van overmatig geweld is de overheid haar eigen legitimiteit aan het verspelen en daarmee ook de kans om tot een geleidelijke transitie te komen. Abrupte verandering, zoals de internationale gemeenschap bepleit, is gevaarlijk. Als het regime wegvalt dreigt een machtsvacuüm. De belangen van het leger zijn door afkomst en politieke affiliatie van de elite-eenheden nagenoeg samengesmolten met de belangen van de machthebbers, en het is onduidelijk wat zij zullen doen in een veranderde politieke situatie. Daarnaast is er het geweld vanuit de burgerbevolking, dat door de polarisering van het conflict (opstandelingen zijn goed, het regime is het kwaad) onvoldoende onderkend is door de internationale gemeenschap. Zal dat geweld stoppen? Of zullen mensen uit zijn op vergelding en deze kans grijpen om met politieke en wellicht etnische tegenstanders af te rekenen? In het stof van de auto van mijn alevitische buurman - ook de president maakt deel uit van deze religieuze stroming - stond afgelopen week 'Alevieten zijn onrein’ geschreven. Het zou een teken aan de wand kunnen zijn, of gewoon een kwajongensstreek. Het feest is in volle gang. Maar wellicht moet de kater nog komen.


Om veiligheidsredenen is de naam van de auteur niet vermeld. De namen van enkele personen in dit artikel zijn gefingeerd