Antisemitisme - In Nederland

‘We zijn de gekookte kikker’

Het antisemitisme dat door de oorlog in Gaza is losgebarsten, ervaart de joodse gemeenschap in Nederland als een keerpunt: wat er al langer leeft, komt nu naar buiten. ‘De grens tussen tweets en fysiek geweld wordt dunner.’

Medium anp 27225567

Op 20 juli was Maurice Swirc, hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW), tussen duizenden mensen op het Museumplein als verslaggever aanwezig bij de pro-Gaza-demonstratie. Hij voelde zich even een vreemde in zijn eigen stad, vertelt hij op een terrasje vol toeristen in hartje Amsterdam. ‘Het publiek scandeerde “Allah akhbar”, jongens droegen IS-vlaggen, er hing een opgefokte sfeer. Een van de sprekers op het podium deed de oproep dat iedereen die geen moslim was zijn hand moest opsteken, als zogenaamd bewijs dat er ook autochtone Nederlanders zijn die deugen. Ik vond dat weerzinwekkend. Toen ik niet meedeed werd ik door een meisje naast me gecorrigeerd. Tijdens de wandeling door de straten ging een vlag van Israël in de fik en werd geroepen “Fuck the jews”. Een heftige ervaring, terwijl meisjes met wie ik na afloop in gesprek kwam het juist een heerlijke dag vonden.’

Deze zomer is heel Europa geconfronteerd met haat tegen joden zoals nog niet eerder gebeurde sinds de Tweede Wereldoorlog. Al jaren wekt de situatie in Israël, anders dan enig ander conflict in de wereld, internationaal woede op die zich via het antizionisme ook richt op joden. De loyaliteit met de slachtoffers in Gaza gaat nu meer dan voorheen gepaard met onversneden antisemitisme. Complottheorieën over dé joden, geëxporteerd via sites uit de Arabische wereld of binnengelepeld via de opvoeding, gulpen op de sociale media maar ook daarbuiten de wereld in. Afgelopen weekend nog strekte een allochtone jongen tijdens een demonstratie in Amsterdam voor het oog van de nos-camera de rechterarm met de woorden ‘Heil Hitler’, terwijl twee politieagentes een beetje schaapachtig toekeken. Dat het antisemitisme toeneemt, wordt bevestigd door recente cijfers (zie kader onderaan).

Dit komt hard aan bij de joodse gemeenschap in Nederland, die naar schatting bestaat uit vijftigduizend mensen en die net zo divers is in religie en politieke kleur als de hele Nederlandse samenleving. ‘Deze zomer is een keerpunt’, zegt Esther Voet, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Ze laat op haar telefoon een ladder van tweets zien. De ene nog grover dan de andere, zoals het bericht van vriendjes van rapper Appa die haar kanker toewensen en kindermoordenaar noemen.

‘De grens tussen tweets en fysiek geweld wordt steeds dunner’, zegt Jaap Fransman, voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO), de spreekbuis van de joodse gemeenschap namens acht organisaties. Hij zit in een kamer in het Joods Cultureel Centrum in Buitenveldert. ‘We verschillen over alles van mening, vooral ook over de politiek van Israël, maar als we bedreigd worden sluiten de gelederen zich. De spanningen binnen onze gelederen zijn voelbaar, het maakt vooral bij de oudere generatie emoties los. Ik hoor mensen, jonge gezinnen, spreken over verhuizen naar bijvoorbeeld Vancouver. Je krijgt allerlei vragen: kan ik nog wel met een keppeltje over straat? Moet ik de mezoeza – een gebedsrolletje – van de voordeur verwijderen? We zijn altijd argwanend en gevoelig voor bedreigingen, het is heel subtiel hoe dat werkt. Nu is het allemaal direct en openlijk.’

Drie jaar geleden heerste er nog een laconieke houding ten aanzien van antisemitisme. De uitspraak van Frits Bolkestein in 2011 dat bewuste joden hier geen veilige toekomst meer hadden en beter konden vluchten werd binnen de joodse gemeenschap met gemengde gevoelens ontvangen. Hij kaartte wel een probleem aan: orthodoxe joden hebben last op straat en alle joodse instellingen moeten beveiligd worden, in tegenstelling tot kerken en moskeeën. Maar niemand herkende zich in zijn beeld van een onguur klimaat en niemand wilde wijzen naar moslims. Het illustreerde eerder de verharding en de toenemende intolerantie tegenover ‘vreemden’, inclusief moslims, in de hele samenleving.

Dat gevoel van ‘het waait wel over’ is verdwenen. Het relatief goede nieuws is dat antisemitisme niet meer gezien wordt als een exclusief probleem van joden. Op 7 augustus stond er in De Telegraaf een paginagrote advertentie, ‘Geen excuus voor Jodenhaat’, waarmee een divers gezelschap van BN’ers, zoals Louis van Gaal en Jan Marijnissen, zich uitsprak tegen antisemitisme. Fransman: ‘Het is niet langer meer óns probleem, of ónze overgevoeligheid.’ ‘Bestrijding van antisemitisme is de verantwoordelijkheid van de hele samenleving, onder leiding van de overheid, niet van joodse organisaties!’ zegt Jonathan Soesman, voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK), dat veel ‘zichtbare joden’ in de gelederen heeft.

Op het Catshuis vonden onlangs gesprekken plaats tussen premier Rutte en de ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie) en Asscher (Integratie) en vertegenwoordigers van de joodse gemeenschap, onder wie Voet en Fransman. Ze spraken over een interdepartementale aanpak van antisemitisme en discriminatie en stelden een gezamenlijke verklaring op. De overheid heeft bovendien beloofd ‘alle beschikbare maatregelen’ te nemen: joodse instellingen worden extra beveiligd. Fransman is vol lof over deze daadkracht. ‘Het kabinet heeft zich expliciet uitgesproken. Over de bewaking wordt concreet onderhandeld. Dat sterkt ons in ons gevoel van veiligheid.’

De beveiliging – ongeveer een miljoen euro per jaar – betaalt de joodse gemeenschap tot nu toe zelf, hoewel de gemeente Amsterdam al langer een deel van de kosten op zich neemt. De oncomfortabele waarheid is dat instellingen van één groep in de samenleving al jaren bewaakt moeten worden. De overheid kon niet langer wegkijken na de moord in Toulouse (2012) op joodse leerlingen, militairen en een rabbijn, gepleegd door een moslim. De alarmbellen gingen in mei van dit jaar helemaal af toen vier bezoekers van het Joods Museum in Brussel een kogel door het hoofd kregen. De dader bleek een Franse teruggekeerde jihadstrijder. In Milaan volgde een top met alle Europese ministers om over de aanpak van antisemitisme te praten. Het besef was dat dit overal iedere dag kon gebeuren.

‘We roepen al jaren richting de overheid dat zij een specifiek gevaar voor de joodse gemeenschap onderschat. De dreiging uit extremistisch islamitische hoek is er al sinds 9/11 en de moord op Theo van Gogh. Brussel heeft ons nu helaas gelijk gegeven’, zegt Dennis Mok, voorzitter van de joodse beveiligingsinstelling Bij Leven en Welzijn (BLW). De tanige veertiger is vriendelijk maar strak. Op sommige vragen zegt hij afgemeten: daar kan ik niks over zeggen, dat brengt dit werk met zich mee. ‘Er is verhoogde waakzaamheid en we hebben continu overleg met de Amsterdamse politie. Er staan overal politiecontainers, de politie surveilleert extra. Meer joodse instellingen worden gescand op veiligheid.’

Mok sloot zich als zeventienjarige jongen, sportief en geëngageerd, aan bij de beveiligingsclub die werd opgericht naar aanleiding van de moord in 1972 op Israëlische deelnemers aan de Olympische Spelen in München. Het heft werd in eigen hand genomen. Stevige joodse mannen gingen bij de deur staan van synagogen en joodse feesten, en sindsdien is de organisatie uitgegroeid tot een professioneel bedrijf met vrijwilligers die eerst een officiële opleiding tot beveiliger krijgen alvorens ze worden ingezet bij allerlei gelegenheden door het hele land. Bij de bewakers, veelal mannen van in de twintig, heerst niet de gettomentaliteit van wie geschoren wordt moet stilzitten. blw maakt eigen veiligheidsanalyses waarbij ze denkt in termen van concrete bedreiging. ‘We willen niet afhankelijk zijn van de overheid. Onze mensen doen het werk vanuit betrokkenheid. Iedereen moet gewoon met zijn poten van ons afblijven. Onze kinderen moeten veilig naar school kunnen.’

In Amsterdam-Buitenveldert, waar veel orthodoxe joden wonen, staan op verschillende punten containers, zoals voor het Cheider, een streng orthodoxe basis- en middelbare school met 180 leerlingen, en voor een joodse kindercrèche. Nu de lessen weer zijn begonnen posten ook ME’ers voor de deur. Dit gegeven blijft schokkend, maar de ouders zijn eraan gewend om hun kinderen af te leveren in een soort militair bastion. Het is nou eenmaal zo, zeggen ze. Of zoals Mok het nuchter zegt: ‘We zijn de gekookte kikker. Jodenhaat laait in de geschiedenis altijd weer op.’

In Davids Corner, een kosjere kruidenier, is het druk. De klanten spreken Nederlands en Hebreeuws door elkaar. ‘De zaken lopen goed, ik mag niet klagen’, zegt eigenaar David Bar-on (27). Zijn jongere broer Daniel runt het kosjere restaurant ernaast. Beiden zijn ‘gezond joods religieus’, maar de ironie is dat ze, geboren in Marokko, eruitzien als Marokkanen. Drie jaar geleden sprak ik ze over toenemend antisemitisme naar aanleiding van de uitspraak van Frits Bolkestein. Ze hadden toen nergens last van. Dat hebben ze nog steeds niet, zeggen ze aan een tafel in het restaurant. Maar er is volgens hen wel wat veranderd: het is meer een mediaoorlog geworden en met sómmige vrienden valt niet te praten over Israël. Dat betekent soms einde vriendschap.

‘In onze buurt letten we allemaal op elkaar, we zijn alerter dan anders’, zegt David. Hij draagt inmiddels een trouwring. Met een brede grijns: ‘Dat is écht veranderd, ik kan niet meer in het weekend met vrienden uitgaan.’ En ze hebben bij de inkoop van levensmiddelen last van de boycot tegen Israël. ‘Maar als er een pacemaker uit Israël geïmporteerd moet worden, dan gelden er even geen principes’, zeggen ze spottend. Ze moeten gauw weer verder met het uitpakken van dozen vol bestellingen en hun hulpje, een goeiige puber met een keppeltje op, aan het werk zetten.

‘Hetzelfde jongetje dat rotjood roept wordt zelf twee straten verderop uitgescholden voor rot-Marokkaan’

Natascha van Weezel (28) is van ‘de derde generatie’. Dit jaar verscheen van haar de documentaire Elke dag 4 mei, een indrukwekkend egodocument van haar coming of age als enig kind van linkse joodse ouders die opgroeiden in de schaduw van de holocaust. ‘Natuurlijk denk ik veel na over wat er nu gebeurt. Maar ik heb er in mijn persoonlijke leven nooit last van. Ik draag een davidster en ga daarmee écht niet openlijk in Amsterdam-West lopen. Dat wéét iedereen al jaren.’

Onlangs had ze een ervaring die de onoverbrugbare kloof over het conflict in Israël pijnlijk blootlegt. Ze zat deze zomer in het tv-programma Hollandse Zaken voor een rondetafelgesprek over ‘de toestand’. ‘Ik zei dat ik kritisch zionist ben. Maar mijn standpunt is dat je áltijd met elkaar moet blijven praten. Meisjes in een T-shirt met Free Gaza zaten bij alles wat ik zei nee te knikken. Toen we na afloop in gesprek kwamen zei een van hen: “Met zo iemand als jij wil ik nooit samenwerken.” “Waarom dan?” vroeg ik en legde uit wat mijn achtergrond is, dat mijn hele familie is uitgemoord in de Tweede Wereldoorlog. Ze antwoordde: “Omdat jij een fascistische ideologie aanhangt.” Dat kwam hard aan, het voelde als een dolkstoot en toen ik spontaan tranen kreeg zei ze: “Daar heb je weer zo’n hysterische jood, het tekent hoe zwak je in je ideologie staat.” Toen ik thuiskwam, las ik op mijn Facebook-pagina weer reacties van joodse mensen die me verweten dat ik te genuanceerd was.’

Daar wordt ze dan moedeloos van. Maar ze zegt opgewekt: ‘Ik blijf geloven in het goede van de mens en ben tégen polarisatie, want dat leidt niet tot vrede. Voor moslims ben ik niet bang, wel voor fundamentalisten. Alleen, je kunt niet zien wie het zijn.’

Hoewel joden, slechts een kleine minderheid in Nederland, als groep onder vuur liggen zegt niemand persoonlijk bang te zijn. ‘We leven nog altijd in een vrij en fijn land met intelligente bestuurders’, aldus Mok. ‘Het zijn hier geen Franse toestanden’, zegt Voet van het Cidi. Het antisemitisme, hoewel heftig, wordt nog steeds gezien als een exponent van een breder maatschappelijk probleem, waarbij de hand ook in eigen boezem wordt gestoken.

‘Hetzelfde jongetje dat rotjood roept wordt zelf twee straten verderop uitgescholden voor rot-Marokkaan’, zegt Fransman. ‘Het tekent het gepolariseerde klimaat. In onze kring hoor ik net zo goed geluiden over Palestijnen die ik te ver vind gaan. Je moet joden en Israël niet één op één op elkaar leggen, maar het gebeurt ook bij ons. En wij joden moeten oppassen voor self-fulfilling prophecy: datgene waar je bang voor bent oproepen. Ik wil het niet bagatelliseren, maar de veewagens staan niet klaar en de koffers hoeven niet gepakt te worden.’

Ook Swirc stoort zich aan grove uitspraken over Palestijnen, die op de sociale media worden voorzien van filmpjes en links naar artikelen die ‘bewijzen’ hoe slecht en immoreel zij zijn. ‘Deze luidruchtige minderheid noemt iemand met een genuanceerd tegengeluid al snel een “linkse theedrinker” of een “verrader”. Velen binnen onze gemeenschap hebben het gevoel in een spagaat te zitten: we staan voor de zelfverdediging van Israël, en er worden dagelijks raketten op burgers afgevuurd. Tegelijk zien we vreselijke beelden van de doden in Gaza. De emoties lopen hierover hoog op.’

Hetzelfde geluid is te beluisteren bij nik-voorzitter Jonathan Soesman. ‘De leden van onze joodse gemeenten’, legt hij uit, ‘geven ieder een individuele invulling aan het traditionele jodendom en de mate waarin de voorschriften uit dat jodendom gevolgd worden. Wij doen dat met respect voor een ieder, vandaar ook de uitspraak dat wij staan voor jodendom op basis van 3xT: Tora, Traditie en Tolerantie.’ En juist met die tolerantie is er volgens hem nu zo veel mis: ‘Onze maatschappij verhardt, uitingen van antisemitisme en óók andere vormen van intolerantie worden helaas steeds ongeremder gedaan. We hoorden vanaf medio jaren negentig “Hamas, Hamas, joden aan het gas”. In de voetbalstadions wordt van alles geroepen dat misschien niet antisemitisch bedoeld is maar wel tot drempelverlaging heeft geleid. Het misbruik van termen als genocide en apartheid in de discussie raakt ons joden natuurlijk direct op een walgelijke manier. Het is helaas aannemelijk dat bijvoorbeeld de opvatting die Yasmina Haifi twitterde diep verankerd zit bij bepaalde groepen in onze maatschappij. Maar we moeten niet alle moslims over één kam gaan scheren. We moeten oppassen dat het conflict in Israël niet versimpeld wordt tot een joods-islamitische oorlog.’

De joodse gemeenschap blijft streven naar een dialoog met moslimorganisaties, vooral ook vanuit het idee dat beide geloven dicht tegen elkaar aan leunen. Maar de hoop op een goede, genuanceerde verhouding is aan het verdampen. Zolang er raketten en bommen door de lucht vliegen vermengt ‘Israël’ zich met allerlei gevoelens die verder gaan dan geopolitiek.

‘Ik vind het pijnlijk’, zegt Swirc, ‘dat ik Marokkanen en Turken, onder wie mensen die ik al jaren ken, radicale dingen hoor zeggen die ik eerder niet voor mogelijk hield. Mensen die hoogopgeleid zijn en geëmancipeerd lijken, nemen klakkeloos denkbeelden over waarvan de bronnen flut of duister zijn. Hier is nog een horde te nemen voor de hele samenleving. Het is eveneens pijnlijk dat veel media tijdens interviews met hen mee framen en hen niet met feiten om de oren slaan.’

‘De welwillende moslims zijn geen probleem’, zegt Fransman. ‘We hebben met een aantal organisaties contact. Alleen, Israël is altijd de olifant in de kamer. Dat is dus dodelijk voor de verhoudingen, het wordt zwart-wit. We moeten toch daarover het gesprek aangaan. Mijn overtuiging is dat er een kleine groep schreeuwt maar dat de gematigde moslimgemeenschap die groep niet durft af te vallen, uit loyaliteit met de gemeenschap. Wij joden hebben ook onze loyaliteiten en we moeten met elkaar kunnen praten over hoe wij beiden daarmee te dealen hebben.’


Meldingen

Dat het antisemitisme toeneemt, blijkt uit een inventarisatie van de antidiscriminatiebureaus in Nederland, die vorige week werd gepubliceerd. Het aantal meldingen van antisemitisme is nu al groter dan in voorgaande jaren. Tot en met 18 augustus van dit jaar kregen de bureaus honderd meldingen, in 2013 waren het er 84, het jaar ervoor 96. De meldingen betreffen vooral scheldpartijen en beledigingen op straat of in winkels. Maar het is ook fysiek: deze zomer kreeg bijvoorbeeld opperrabbijn Jacobs in Amersfoort keien door de ruit.

Het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI) krijgt sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza meer meldingen van antisemitische uitingen online: tien keer meer, allemaal gerelateerd aan het conflict in Israël. Het MDI ziet zelf op de sociale media een enorme explosie van antisemitisme. De hashtag #hitlerwasright werd op Twitter meer dan tienduizend keer gebruikt, #hitlerdidnothingwrong bijna 3700 keer.

Maar meldingen zeggen niet alles, wantniet iedereen doet er aangifte van. Over onderliggende denkbeelden over joden ontbreekt het in Nederland aan data, in tegenstelling tot andere landen. Zo verscheen in België een groot onderzoek, uitgevoerd door het Jeugd Onderzoeks Platform (JOP) met de titel Jong zijn in Gent en Antwerpen (2013), met onrustbarende beeldvorming over joden. In Engeland werd enkele jaren geleden door een parlementaire commissie onderzoek gedaan naar de positie van joden. Minister Asscher gaat een trigger-onderzoek starten om vooroordelen achter de voordeur te onderzoeken. Uit het dreigingsrapport 2014 van de stichting Bij Leven en Welzijn blijkt uit een kwantitatieve en kwalitatieve analyse dat het dreigingsniveau vanuit jihadistische hoek in Nederland kritiek is. De beveiligingsorganisatie constateert ‘een onevenredig grote voedingsbodem van antisemitisme en politieke acceptatie van de grensvervaging tussen antizionisme en antisemitisme’.


Beeld: Velserbroek, 11 mei (Evert Elzinga, / ANP).