Het verdriet van Oslo

‘We zijn de generatie-22 juli geworden’

Bij de slachtpartij die Anders Breivik op het Noorse eiland Utøya aanrichtte had hij het gemunt op politiek geëngageerde jongeren. Hoe verging het de Noren vijf maanden na hun eigen 9/11?

OSLO - Voor het eerst dit jaar is er een dik pak sneeuw gevallen. Over de wegen rijden auto’s langzaam achter sneeuwschuivers aan. De trein naar Drammen rijdt keurig op schema, langs de uitlopers van fjorden met tegen de berghellingen houten huizen in lichtgeel, wit en oxblood, badend in het zachte licht van de lage zon. Sprookjesachtig maar ook onherbergzaam.

Drammen is een provinciestadje waar veel migranten zijn neergestreken en relatief veel rechts-radicale jongeren wonen. De Rødskog Skole, een basisschool met 150 leerlingen, is etnisch gemengd. Het is een grijs gepleisterd ouderwets gebouw met een schoolplein zonder poespas en een sportveld. In de gangen hangt de geur van gebakken koekjes. Klas 5 kreeg onlangs de opdracht van juf Camilla Moeistad om een tekening te maken aan de hand van de vraag: ‘Waar ben je bang voor?’ Op alle tekeningen verschenen tot haar verbazing geen spinnen of spoken maar explosies, kogels en een figuur die Anders Breivik voorstelt. Meestal lachend, want hij is getypeerd als 'de lachende moordenaar’, iemand die genot voelde bij ieder raak schot.

De kinderen van elf jaar spreken allemaal goed Engels. Dat leren ze in Noorwegen al jong op school. Salif, een dikkerdje dat een beetje gehandicapt is, maakte een strip van de aanslagen. Hij wil rapper worden en zegt: 'Noorwegen is een goed en veilig land.’ Het uiterlijke contrast tussen de Ghanese Salif en zijn beste vriend Sander, een olijk ventje met spierwit haar, kan niet groter. Sander heeft een tekening gemaakt over de bom en eentje met een groen eiland erop waar 69 poppetjes liggen. Miriam, een frêle meisje uit Afghanistan, zegt dat haar ouders doodsbang zijn. Muneet is een sikh met een zwarte sjaal in een knot boven op het hoofd. Zijn haar reikt wel tot zijn enkels, lacht hij goeiig. Hij is héél bang en denkt er iedere avond in bed aan. 'Ik wil niet dat Breivik uit de gevangenis komt.’ Salifa, met een beugel en een dikke vlecht, hoorde het nieuws toen ze met haar ouders op familiebezoek was in Pakistan. 'Ik wilde meteen naar huis’, zegt ze. Haar ouders, gevlucht voor het geweld aan de grens met Afghanistan, voelen angst.

'We merken dat migranten banger zijn dan oorspronkelijke Noren’, zegt juf Moeistad. Zij is met haar lange blonde haren, bleke gelaat en ijsblauwe ogen de prototypische Noor. 'Je merkt verschil in basisveiligheid. Ik leer de kinderen dat je ziet wat één persoon kan veroorzaken. Maar dat het ook mogelijk is in positieve richting.’

Zij ervaart de aanslagen als een reality check: 'We waren altijd zo veilig, zo aardig, zo verstandig. Je deed hier de deur niet op slot. Geweld was iets voor de boze buitenwereld. Heel naïef. Het goede is dat wij, stugge mensen, meer open zijn geworden.’

Schoolhoofd Randi Nysaether zit in haar kantoor met achter zich een foto van het lerarenkorps, net als in Nederland bijna allemaal vrouwen. In het land met een veertig-procent-quotum voor vrouwen op hoge maatschappelijke posities wordt nu gediscussieerd om het omgekeerde in te voeren voor mannen in het onderwijs. 'Na de vakantie’, zegt Nysaether, 'kregen we van het ministerie van Onderwijs aanbevelingen hoe we er in de klas mee moeten omgaan: goed luisteren, maak ze niet banger. Door te tekenen proberen we kinderen zich te laten uiten. Noren zijn geen praters, bang voor bemoeienis met vreemden. We hebben een sterke traditie met familie. Daarom doen we misschien wel zoveel aan het decoreren van ons interieur. Ons huis is onze burcht. Maar het verdriet over Utøya delen we vrijmoedig. Typerend is dat een aantal vrouwen spontaan een steungroep voor de moeder van Breivik heeft opgericht om haar te beschermen tegen eventuele woede.’

NOORWEGEN is het land van de Nobelprijs, van vredestichters in internationale conflicten en van burgers die betrokken zijn bij de eigen democratie. Hier wonen mensen die zijn gevormd door de natuur en een klimaat van lange koude winters met korte dagen. Van zichzelf zeggen ze dat ze gereserveerd zijn. Maar ook dat ze, als je ze volgiet met sterke drank, leeglopen.
Noren zijn trots op hun open samenleving, wat geïllustreerd wordt door een klein politiekorps dat geen wapens draagt, áls je al blauw tegenkomt op straat. Er hangen nauwelijks camera’s in de publieke ruimte en politici gaan gewoon met de tram naar huis. Noorwegen is ook een multiculturele samenleving. Maar je ziet geen hoofddoeken, want in tegenstelling tot andere Europese landen zijn er nauwelijks gastarbeiders uit Turkije en Marokko. De grootste groep van de acht procent migranten komt uit Pakistan, gevolgd door Somaliërs en Iraniërs. En de Polen niet te vergeten.

Uitgerekend dit vredelievende en open land, schatrijk vanwege de olie en met een verzorgingsstaat waar je jaloers op kunt zijn - kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg zijn gratis - werd opgeschrikt door aanslagen. Eerst een bomexplosie voor het regeringsgebouw in Oslo, later gevolgd door een executiejacht op het eiland Utøya waar ruim vijfhonderd jongeren van AUF, de jongerenafdeling van de sociaal-democratische Arbeiderspartiet (AP), hun jaarlijkse zomerkamp hielden. Er vielen 77 doden en tientallen gewonden. Alle vijf miljoen Noren zijn diep aangeslagen. In dit dunbevolkte land kent iedereen wel iemand die erbij was, ook omdat AUF door het hele land verspreid tientallen zeer actieve afdelingen heeft. Met 22 juli beleefde Noorwegen zijn eigen 9/11, het grootste drama sinds de Tweede Wereldoorlog. Te meer omdat de dader een Noor onder de Noren is. De kogels kwamen niet uit radicaal islamitische hoek, zoals iedereen in eerste instantie dacht en waarvoor veel mensen zich nu schamen.

Bij de ingang van de Domkerk, waar in de zomer de herdenkingen plaatsvonden, liggen de resten van de bloemenzee als een gesmolten plasje ijs. Verdorde bloemen, dode plantjes, een galerij portretten van de slachtoffers. Het ene na het andere jonge gezicht kijkt je aan. Er hangt een groot rood hart met de tekst 'og størst av alt er kjaerligheten’ met daarnaast de vertaling: 'greatest of all is love’.

Maar de liefde overwint inmiddels niet meer alles. Achter de vrolijke kerstsfeer gaan pijn en woede schuil. De saamhorigheid van de eerste weken verdampt langzaam. Er is een debat uitgebroken over het net verschenen psychiatrische rapport over Breivik, die in twaalf gesprekken is onderzocht door twee aan de rechtbank verbonden psychiaters. Hij is paranoïde-schizofreen verklaard en daarmee utilregnelig - strafrechtelijk ontoerekeningsvatbaar. Dat zint 48 procent van de bevolking niet, want het ontzenuwt de lading van zijn ideologische boodschap, vastgelegd in zijn vijftienhonderd pagina’s lange manifest.

Bij de slachtoffers begint puur verdriet plaats te maken voor woede. Dat wordt losgemaakt door de eerste rechtszittingen waar 'ABB’, zoals Anders Behring Breivik steevast wordt genoemd, zichtbaar was. Bovendien neemt na een periode van kaarsen en bloemen, huilen en huggen het dagelijks leven weer zijn gang. Het nieuws over de aanslagen is van de voorpagina’s verdwenen en de eerste ABB-grap is gevallen, hoewel niemand dat kon waarderen. Maar het politieke debat over de multiculturele samenleving blijft gedempt.

'HET THEMA wordt vermeden en politici benaderen elkaar in voorzichtige bewoordingen’, zegt Katerine Fangen, professor in de menswetenschappen, gevestigd in het Harriet Holters Hus op het universiteitscomplex Blindern. De faculteiten staan langs lommerrijke lanen. In de bomen met rijp op de takken hangen kerstlampjes. Eromheen ligt een wijk met houten villa’s. Een man is bezig sneeuw te ruimen. Vogels vliegen krijsend uit de takken.

Fangen is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving en racisme. 'Bij ons ziet het plaatje, gemeten naar werkgelegenheid en taalbeheersing, er vergeleken met andere landen goed uit. Maar wij kennen óók integratieproblemen.

Extreem-rechts was groot in de jaren negentig, met als dieptepunt de moord in januari 2001 op de Ghanese jongen Benjamin Hermansen. Hij werd ’s nachts in een buitenwijk doodgeslagen door twee leden van de neo-nazigroep BootBoys. Wat toen zichtbaar was doordat Vikingjongeren de straat op gingen, vindt nu anoniem plaats op internet. Was extreem-rechts vroeger gericht tegen joden en zwarte mensen, nu is het anti-islam. Een van hen, Fjordman, heeft zich enkele weken geleden in de openbaarheid laten zien. Dat is goed, rechts-radicaal heeft een gezicht gekregen.’

Volgens Fangen is Noorwegen zijn onschuld verloren. 'De eerste weken was de focus gericht op tolerantie. Nu discussiëren we over veiligheidsmaatregelen. Dat wordt ook aangewakkerd door een aantal verkrachtingen afgelopen zomer, een aantal dat statistisch gezien abnormaal hoog is. De dader zou een migrant zijn, en dat voedt angsten.’

Katerine Fangen is zo'n typisch gereserveerde Noor. Ze is afstandelijk, maar ze verschiet van kleur als ze vertelt over toen ze het nieuws op vakantie in Frankrijk hoorde. 'Drie dagen later waren we in de gate op het vliegveld om naar huis te gaan. Alle Noren zaten te huilen.’ Ze denkt iedere dag aan Breivik, zeker nu hij mentaal ziek is verklaard. 'Ik geloof niet dat hij schizofreen is, dan had hij dit niet jarenlang kunnen plannen. Ze willen hem behandeld krijgen, misschien ook omdat hij in zijn manifest heeft geschreven dat zijn grootste angst is om gek verklaard te worden. Naast zijn anti-islamagenda koestert hij haat tegen het staatsfeminisme in ons land, waar oud-premier Gro Brundtland in zijn ogen symbool voor staat. Zij stond op zijn executielijst op nummer één. Zijn wrok is ideologisch gestuurd en gecontroleerd uitgevoerd.’

Dezelfde mening heeft Sven Torgersen, oud-hoogleraar psychiatrie en onderzoeker bij een psychotherapeutisch universitair centrum in Nydalen, een mooi aangelegd bedrijventerrein met faculteiten, kantoren en mediastudio’s. Buiten worden net opnamen gemaakt voor het programma The Voice of Norway. Opgetutte meisjes tippelen giechelend over een rode loper langs zoemende camera’s. Torgersen zegt in zijn rommelige werkkamer vol foto’s van beren en bergen dat deze 'unieke misdaad is gepleegd door een man die wél toerekeningsvatbaar was’. Nadat hij de 250 pagina’s van het officiële rapport - voor het publiek ontoegankelijk - had gelezen gooide hij als eerste in Noorwegen de knuppel in het hoenderhok door het rapport af te kraken. Daarmee heeft hij tweespalt veroorzaakt.

'Breivik zou een geïsoleerd wezen zijn met een verstoorde moederrelatie’, zegt hij. 'Hij haalde neurotisch zijn batterij uit zijn gsm en dat zou “extern” ingegeven zijn. Maar dat toont juist hoe gecontroleerd hij was, omdat hij niet getraceerd wilde worden. Hij wist twee jaar lang onder de radar van de politie te blijven - een schizofreen kan dat niet. Hij dacht dat hij de wereld kon redden, maar dat getuigt eerder van een fanatiek über-ego. Hij is beschreven als een lone wolf, maar hij liep ooit mee met de homoparade en was tot twee jaar geleden lid van de Fremskrittspartiet. Ik kan zelf geen diagnose maken, want ik heb hem niet onderzocht, maar de argumentatie klopt niet. De nazi-top was net zo, kil en tegelijk ideologisch gepreoccupeerd. Ontoerekeningsvatbaar is makkelijk voor de advocaat en voor de rechter. Er kan sprake zijn van een tunnelvisie bij de twee psychiaters, die al jaren op hetzelfde instituut werken. Een van hen heeft de moeder van Breivik ooit in behandeling gehad. Als de diagnose in april door de rechter wordt overgenomen, dan breekt er in ons land tumult uit. Het is bovendien heel belastend voor de samenleving als hij iedere drie jaar beoordeeld moet worden.’

Torgersen is een kleine tanige man, gekleed in het zwart, die een hekel heeft aan de stoïcijnse mentaliteit in zijn land. Dit 'enorme trauma’ heeft volgens hem de Noren niet veranderd: 'We zijn een volk dat gelaten wacht op het noodlot. Van oudsher zijn we gewend dat er mensen omkomen, op zee of in de bergen. We accepteren de dingen zoals ze zijn. Nooit hysterisch zijn, altijd alles onder controle. De aanslagen hebben wél invloed op het debat, alles ligt gevoelig. Maar het probleem is juist: het debat is nóóit open geweest. Er is een kloof tussen de poor white trash en de weldenkende intellectuelen.’

Hij vreest nu een doorgeslagen slachtoffercultuur, zoals in Amerika. 'Een programma met veel associatief praten werkt niet voor iedereen. Je moet ruimte overlaten voor mensen die van een andere aanpak houden. Eroverheen leven door te studeren en te werken, dat helpt vaak ook, en zeker als ze hun hele leven nog voor zich hebben.’

KHAMSHAJINY GUNARATNAM , 23 jaar, is zo iemand die het haat om te huilen in het openbaar. Ze ging dit jaar voor de zesde keer naar Utøya. Ze vertelt in een café met strak Scandinavisch design liever over haar passie: de politiek. Ze is geboren in Sri Lanka, kwam op haar derde naar Noorwegen en raakte toen ze zestien was actief in de Tamil-partij. Daar viel ze op als een felle debater en in 2006 werd ze gescout door AUF. Tussen 2009 en januari van dit jaar was ze president van de afdeling Oslo. Nu is ze in de hoofdstad twee dagen per week gemeenteraadslid. 'Ik was teleurgesteld dat we bij de lokale verkiezingen in het najaar niet hebben gewonnen. De verwachtingen waren hoog gespannen, want na de aanslagen kregen we veel nieuwe leden. Het verlies heeft ons gekwetst.’

AUF staat erom bekend jonge mensen op te leiden tot de politieke elite. Op het jaarlijks terugkerende zomerkamp wordt een netwerk aan relaties gelegd. Gro Brundtland en de huidige premier Jens Stoltenberg gingen ook in hun jeugd naar het eiland. 'We hebben veel talent verloren, de meeste doden zijn gevallen onder onze leiders. En onder de jongsten, kinderen van dertien, veertien jaar. Misschien omdat zij het eiland nog niet goed kenden.’

Dan begint Gunaratnam zonder aarzeling rechttoe rechtaan te vertellen. Ze zat op de top van een heuvel waar ze werkte in de winkel en wilde net naar het hoofdgebouw gaan om te worden geïnformeerd over de bomaanslag in Oslo. 'Ik probeerde mijn ouders te bellen, maar het netwerk was overbezet. We waren allemaal nog vrij relaxt. Toen hoorden we geknal. Ik dacht aan vuurwerk, maar een paar jongens die in het noorden wonen en de rendierenjacht kennen riepen meteen dat het ging om geweerschoten. Een jongen zag in het dal het eerste stuk van de schietpartij en riep “rennen!” Ik ging naar de wc’s, die we altijd de Nato noemen, en sloot me in een hokje op. Om me heen hoorde ik schreeuwen, huilen, knallen. Ik was helemaal alleen. Ik hoorde Breivik schietend vlak langs mij passeren. Ik dacht aan terrorisme en de politie die ons kwam helpen. Toen rende ik de Nato uit, het weggetje omlaag naar de uiterste hoek van het eiland. Daar waren twintig mensen. Enkelen begonnen te zwemmen, maar ik dacht: dát nooit. Ik was bang voor de golven. Sommigen keerden terug uit het water.

Matea, een jongen van zestien die al in het water was, dwong me te komen. Later bleek dat hij achter me Breivik zag, maar hij was zo slim me dat niet te zeggen. Matea is tijdens het zwemmen bij me gebleven en toen ik het na vierhonderd meter opgaf en zei: “Ik ga verdrinken”, heeft hij me reddingzwemmend nog tweehonderd meter meegetrokken tot we bij een boot kwamen. Alle mensen die op de oever bleven zijn omgekomen.’

Ze heeft niet gehuild, de eerste dag niet, de tweede dag in de kerk niet. En eigenlijk nog niet. 'Voor mijn ouders was ik al om zeven uur safe, andere ouders hebben meer dan drie uur moeten wachten op nieuws over hun kinderen. Om twee uur ’s nachts keerde ik, na een politieverhoor, naar huis. Zonder schoenen en in kleren van een benzinestation. Daar zag ik mijn vader. Misschien kan ik niet huilen omdat ik geen doden heb gezien. En geen Breivik. Mijn beste vriend Holder, mijn opvolger als president, is dood. Ik denk nog steeds dat hij elk moment kan binnenkomen.’

Eén keer verloor ze haar zelfbeheersing: 'Ik heb het uitgekrijst toen ik een dag later hoorde hoeveel doden er waren, terwijl ik nog dacht dat het er negen zouden zijn. In de tijd daarna was ik druk met de verkiezingen. Maar ik brak toen een nieuw lid vroeg: “Holder, wie is dat?”’

Als de deur van het café met een klap dichtslaat, duikt ze met haar hoofd omlaag. 'Soms ga ik een uurtje in de kerk zitten of op het kerkhof. Schrijven op mijn blog helpt ook. Ik ben naar het eiland gegaan en bij het pompgebouw besefte ik dat daar de meesten zijn omgekomen, dertig. Ik begin me nu voor te stellen wat een kogel in een lichaam doet.’

Ze leest er niets over en ze is niet naar de eerste rechtszittingen geweest. 'Advocaten informeren ons over de rechtsgang en onze rechten. Ook over smartengeld, wat ik helemaal niet wil. Maar van ons heeft men hoge verwachtingen en het kan best zijn dat je later niet in staat bent om carrière te maken. Nu kan ik me dat niet voorstellen.’

AAN HET Youngstorget, een groot plein met een kerstmarkt, ligt in een groot gebouw met bovenop in rode neonletters Arbeiderpartiet, het kantoor van AUF. Landelijk leider Eskil Pedersen is een frisse jongen met zijn blonde haar in een kuifje. Ontwapenende blik, blauwe ogen en heel rustig. Hij zit in de vergaderzaal met aan de muur de portretten van de AP-leiders, chronologisch op rij. Pedersen haalde de wereldpers met zijn voorbeeldige optreden tijdens de persconferentie de ochtend na de slachtpartij. In een gestreepte trui riep hij op tot meer openheid en democratie. 'Met meer bedoelen we dat we ons niet, zoals Amerika na 9/11, willen dichtmetselen met camera’s, politiesurveillances en detectorpoorten. Onze reactie was dat er driehonderdduizend mensen, en ook de politie, de straat op gingen met rozen in de hand. We willen nu de stemgerechtigde leeftijd naar zestien jaar verlagen. AUF kreeg na Utøya vijftig procent meer leden - dat is een statement van jongeren.’

Pedersen stond op Breiviks executielijst op de derde plaats en dat moet doorwerken in zijn veiligheidsgevoel. Of hij nu beveiligd wordt? 'Dat is een zaak voor de politie’, zegt hij afwerend. 'Het was heel schokkend te horen dat ik een target was, maar niks verraste me meer. Het is zo groot, zo onbevattelijk.’
Ja, zegt hij, hij krijgt psychologische hulp. 'En ik word omringd door mensen vol begrip. Mijn werk en privé-leven lopen door elkaar.’

Zijn zelfverzekerdheid riep bewondering op, maar ook kreeg hij forse kritiek, omdat hij samen met zeven anderen met de veerboot het eiland af was gevlucht, terwijl daar normaal zeventig mensen op kunnen. Een pijnlijk punt. 'Achteraf zie je het altijd anders, toen was het een overlevingsreactie. We waren toevallig op die plek. Opeens hoorden we schoten. Het geluid kwam in onze richting, aan de andere kant was het water. We konden maar in één richting vluchten: over het water. Aan de overkant ben ik meteen iedereen gaan bellen en vanaf dat moment doorgedenderd. Tussen toen en de persconferentie zat elf uur, maar het voelde als dagen.’

Op zijn vijftiende ging Pedersen in de politiek, wat in Noorwegen niet abnormaal is. 'Wij voelen ons verantwoordelijk voor degenen die het minder goed hebben dan wij. We focussen daarom op internationale issues, zoals de Palestijnse kwestie. In eigen land komen we op voor de multiculturele samenleving en strijden tegen islamhaat. Als de dader een moslim was geweest, dan was de islam weggezet, terwijl bij Breivik, die zich christen noemt, dat niet gebeurt met het christendom. Ook ik dacht eerst dat het ging om een moslimterrorist. Het heeft me geconfronteerd met mijn eigen vooroordeel. Veel politici voelen dat zo.’

Hij wijst naar het regeringsgebouw aan de overkant. Het verduisterde gebouw torent hoog boven alles uit en is met dichtgetimmerde ramen en gaten een open wond in het centrum. De een wil het met de grond gelijk maken, de ander wil het juist renoveren om het als symbool te behouden. Pedersen, die in de toekomst misschien in de regering komt, weet het niet: 'We beginnen nu over van álles te discussiëren. Maar ik ben optimistisch dat het goed komt.’
In de kantine beneden zitten Hella en Signe, beiden achttien jaar en in hun eindexamenjaar. Ze zitten vol toekomstplannen. Ze vertellen hoe er op hun school geen dag voorbij gaat zonder dat ze het over Breivik hebben. 'Ik kan zijn kop niet meer zien’, zegt Hella, geboren op het platteland en AUF-lid. Ze ontsprong de dans in de zomer omdat ze op het laatste moment met haar ouders mee moest naar een huwelijksfeest van vrienden. 'Ik was boos dat ik niet mee kon op kamp, nu zie ik het verdriet van mijn vrienden.’

Signe, een prerafaëlitische schoonheid, heeft niks met AUF maar is wel sociaal bewust opgevoed. 'We hebben het hier zo ontzettend goed. We zijn een rijk land waarin iedereen door gratis onderwijs gelijke kansen heeft. We zijn de generatie-22 juli geworden. Het maakt ons misschien wat opener.’

Hella zegt als grap: 'De prijzen van de drank in de cafés verlagen, dat helpt ook.’