Loeiend alarm bij afnemende criminaliteit

‘We zijn een lieve, geweldloze samenleving geworden’

Hoewel de misdaad de afgelopen jaren significant is afgenomen, smeken burgemeesters en OM toch om meer geld voor veiligheid. Ook politieke partijen schreeuwen moord en brand. ‘Terwijl de mensen veiliger zijn dan ooit.’

Medium sfa001007822
Wijkagenten wijzen de postbode de weg in de nieuwe stadswijk Tuinstad/Slotermeer bij Amsterdam, 1954 © Spaarnestad / HH

Criminelen krijgen in Nederland ‘vrij spel’ als er geen maatregelen worden genomen. Met deze alarmerende waarschuwing voor het komende kabinet, vervat in twee notities, kwamen de regioburgemeesters en het Openbaar Ministerie. Criminelen worden professioneler en gebruiken steeds meer ‘excessief geweld, ingewikkelde financiële constructies’, cybersystemen en internationale netwerken. Welke zaken blijven nu liggen? vroeg NRC Handelsblad in een interview met Herman Bolhaar, voorzitter van het college van procureurs-generaal, die de notities samen schreef met scheidend burgemeester Jozias van Aartsen van Den Haag. ‘Vooral de meer onzichtbare vormen van criminaliteit. Witwassen, fraude, cyberaangiftes, drugshandel’, antwoordde Bolhaar.

Uit de oproep rijst het beeld op van een politie die de strijd met de misdaad dreigt te verliezen. Nu al blijft een ‘aanzienlijk deel’ van de criminaliteit buiten beeld en kan van de misdaad die wél zichtbaar is maar een deel worden aangepakt. ‘Het tekort is daarmee op zo’n niveau gekomen dat het vertrouwen van de burger in de strafrechtspleging onder druk dreigt te komen staan’, aldus het OM en de regioburgemeesters. Ze vragen bijna één miljard euro (930 miljoen) extra voor de politie (op een begroting van 5,5 miljard). Het geld is bestemd voor meer wijkagenten, financiële, forensische en digitale specialisten, hoger opgeleide functionarissen en betere ict.

‘Het is een vast ritueel vlak voor de verkiezingen om de politiek met dit soort verhalen te beïnvloeden’, reageert Marc Schuilenburg in een telefonisch interview. Hij kent het klappen van de zweep, want hij werkte zelf zes jaar bij het OM. Nu is hij universitair docent op het snijvlak van sociologie, filosofie en criminologie aan de Vrije Universiteit (VU). De komende maanden verblijft hij in Ipswich, waar hij visiting professor aan University of Suffolk is. ‘Onzichtbare criminaliteit is er altijd geweest. Ik zou daarom een betere onderbouwing willen zien van die één miljard die nu wordt gevraagd’, zegt hij.

Bovendien zal de oproep ‘als een boemerang’ terugkomen bij de politie en het OM, die in de notities overkomen als matig functionerende organisaties die niet met de tijd zijn meegegaan. ‘Wat hebben ze de afgelopen tien à vijftien jaar lopen doen, als ze zich nu opeens overvallen voelen door bijvoorbeeld cybercrime? Het zegt wat over de professionaliteit en kwaliteit van die organisaties als ze plots één miljard extra nodig hebben. Het probleem is vooral dat het allemaal te log en te langzaam is. Meer geld is niet altijd de oplossing.’ Het enige waar Schuilenburg extra budget voor zou willen is het aantrekken van hoger opgeleide rechercheurs voor complexere misdrijven. ‘Geld moet in betere kwaliteit.’

Jan van Dijk, internationaal gelauwerd criminoloog en hoogleraar criminologie en victimologie aan de Universiteit van Tilburg, heeft geen goed woord over voor de oproep. ‘Het was een sluw pamflet dat doet voorkomen alsof de dijken op doorbreken staan. Het is een ordinaire poging om door misleiding en bangmakerij de minister van Financiën geld uit de zak te kloppen’, stelt hij, als hij na het koffie zetten is gaan zitten op een comfortabele bank in zijn woonkamer. Zijn huis aan de Amstel baadt in een winterzonnetje. ‘Het is volksverlakkerij. Maar het gaat erin als koek. Het bestuurlijke establishment durft er niet tegenin te gaan, want ze voelen Wilders in de nek. Bovendien krijgen ze wellicht op deze manier een miljard extra. Maar ze weten net zo goed als ik dat de misdaad is gehalveerd.’

Diverse politieke partijen hebben ‘veiligheid’ prominent in hun verkiezingsprogramma staan. De pvv begint het A4’tje met de stelling dat ‘miljoenen’ Nederlanders ‘schoon genoeg’ hebben van ‘massa-immigratie en asiel, terreur, geweld en onveiligheid’. Bij punt negen eist de partij ‘fors extra geld voor defensie en politie’. Voor Nederland, met boegbeeld Jan Roos, stelt dat ‘Nederland zucht onder criminaliteit. Geweld, overvallen en inbraken zijn aan de orde van de dag’, en ‘het tuig heerst op straat’. vnl pakt misdaad, overlast en terrorisme ‘keihard’ aan en wil een miljard euro extra voor politie, justitie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Bij de vvd is deze heftige toon afwezig, maar veiligheid en vrijheid vormen wel het openingshoofdstuk van het verkiezingsprogramma. Als het erop aankomt schuwen ook pvda-leiders harde woorden niet, zegt Schuilenburg. ‘Uit electoraal gewin roepen de meeste partijen op tot repressie, want dat straalt kracht en maakbaarheid uit. Ze hebben allemaal de Wilders-agenda overgenomen. Maar het is nog nooit zo veilig geweest in Nederland.’

‘De criminaliteit is in een vrije val’, zegt Van Dijk, die redacteur is van het boek The International Crime Drop. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de geregistreerde misdaad al jaren gestaag afneemt. Vermogensdelicten gingen van 792.000 geregistreerde gevallen in 2005 naar 607.000 in 2015. In die periode gingen vernieling en misdrijven tegen openbare orde en gezag van 231.000 naar 122.000 geregistreerde gevallen. Geregistreerde verkeersmisdrijven namen af van 161.000 naar 108.000 in 2016. Geregistreerde gevallen van geweld en seksuele misdrijven daalden van 122.000 in 2005 naar 91.000 in 2015. De trend blijft doorzetten, ook al is die daling de afgelopen jaren (tussen 2012 en 2016) het sterkst geweest in de provincies in het oosten en zuiden van het land, aldus het cbs begin maart.

Ook al wordt het publiek opgeschrikt door liquidaties in woonwijken en ‘krankzinnige toestanden’ zoals het afgehakte hoofd dat voor een Amsterdamse shisha-lounge werd neergelegd, ‘toch is het aantal moorden enorm gedaald’, zegt Van Dijk. In 2015 kwamen 120 mensen om het leven door moord of doodslag: 77 mannen en 43 vrouwen. ‘Dit is het laagste aantal in twintig jaar’ volgens het cbs. In 1996 waren er nog 240 moorden.

Hoe zit het dan met de drugscriminaliteit die door OM-baas Bolhaar wordt genoemd? Iedereen die het nieuws volgt heeft beelden gezien van politie-invallen in gewone woonhuizen die in wietplantages blijken te zijn veranderd. Half februari schreven de burgemeesters van Eindhoven, Breda, Helmond, Den Bosch en Tilburg en de Brabantse commissaris van de koning een brandbrief waarin zij pleiten voor een ‘deltaplan’ tegen de oprukkende georganiseerde drugscriminaliteit en een ‘strijdkas’ met 150 miljoen euro voor de landelijke aanpak. ‘Nederland speelt nu eenmaal een grote rol in West-Europese handel’, zegt Van Dijk. ‘Maar ook de drugscriminaliteit is niet erg toegenomen de laatste twintig jaar. Het gaat in golven.’

Ook Schuilenburg stelt dat er niets nieuws onder de zon is. Drugs zijn ‘al heel lang’ een probleem. Hij verwijst naar de omvang van de wietplantages, de kapitalen die erin omgaan en de moeite die het OM heeft om strafzaken tot een goed einde te brengen. ‘Maar het heeft alles te maken met een gedoogsituatie die niet uit te leggen is’, meent hij. In het ooit zo vooruitstrevende Nederland wordt de verkoop van cannabis door coffeeshops gedoogd, maar zijn de teelt en aanlevering verboden waardoor dit criminele activiteiten zijn, in handen van de onderwereld. ‘Het is vooral een politieke keuze om het zo te regelen. Inmiddels zijn we al lang ingehaald door Californië en Uruguay, waar softdrugs wel zijn gelegaliseerd. Van voorloper zijn we achterloper geworden’, aldus Schuilenburg.

De oplossing voor dit probleem ligt in Den Haag, waar onlangs wellicht een eerste stap is genomen. Vlak voor de verkiezingen is het d66-wetsvoorstel ‘gesloten coffeeshopketen’ door de Tweede Kamer gekomen. Het betekent dat productie van cannabis strafbaar blijft, maar wordt gedoogd als professionele telers zich aan de regels houden.

Waar Schuilenburg zich wel echt zorgen over maakt, is het risico dat kleine gemeenten lopen. ‘Vroeger hadden de gevestigde partijen het in deze plaatsen voor het zeggen. Maar nu kunnen criminelen via de lokale-belangenpartijen gemeenteraadslid of wethouder worden. Dat is een nieuwer fenomeen. Mij verontrust dat nog het meest.’

‘Wat hebben ze de afgelopen tien à vijftien jaar lopen doen, als ze zich nu overvallen voelen door bijvoorbeeld cybercrime?’

De notities luiden ook de noodklok over de opkomst van cybercrime. ‘Een groot deel van deze misdaad wordt al decennialang, nauwkeurig, secuur en vriendelijk afgedaan door private partijen’, legt Marc Schuilenburg uit. ‘Banken en bedrijven als American Express hebben hun eigen fraudedienst om deze criminaliteit op te sporen. Deze bedrijven willen geen negatieve publiciteit en niet in het strafrechtelijke circuit komen, want dat vinden ze slecht voor hun imago. Dus deze vorm van criminaliteit is eigenlijk bijna nooit een strafrechtelijk issue, behalve als je het hebt over het hacken van verkiezingen en mogelijke aanvallen op infrastructuur.’

Uit de laatste cijfers van het cbs blijkt dat 10,7 procent van de Nederlanders in 2016 slachtoffer is geweest van cybercrime, hetgeen overeenkomt met 2015, maar iets lager is dan in 2012 (12,1 procent).

De notities zoomen in op de georganiseerde criminaliteit, maar hoe zit het met huiselijk geweld? ‘Dat is bij uitstek verborgen criminaliteit’, reageert Jan van Dijk. ‘In enkele landen worden er met regelmaat speciale enquêtes uitgevoerd naar ervaringen met huiselijk geweld. De resultaten van deze enquêtes wijzen op een daling gedurende de laatste tien jaar van het percentage vrouwen dat zegt recent zoiets te hebben meegemaakt.’

Tevens wijzen het OM en de regioburgemeesters erop dat ‘een groot deel van de delicten niet bij de politie bekend is omdat burgers geen melding of aangifte doen’. Dat veronderstelt groot onbekend leed. Maar Schuilenburg stelt daar andere gegevens tegenover. Hij wijst op de ‘sterke daling van mensen die zeggen dat ze slachtoffer zijn van criminelen’. Volgens het cbs was zeventien procent van de bevolking in 2016 slachtoffer van criminaliteit, en dat is opnieuw één procent minder dan in het voorgaande jaar. Wel zijn er grote verschillen tussen delen van het land. Het slachtofferschap is veruit het grootst in de vier grote steden.

Schuilenburg vat de conclusies uit verschillende bronnen samen: ‘Er is een crime drop, want de geregistreerde misdaad neemt af. De cijfers van slachtoffer-enquêtes bevestigen dit. Ook is er een fear drop: een verbetering van de veiligheidsgevoelens.’

Wat de twee wetenschappers sterkt in hun overtuiging dat criminaliteit daalt, en niet stijgt, is dat het geen exclusief Nederlands fenomeen is. De Europese landen en westerse landen zoals de Verenigde Staten laten een zelfde patroon zien. ‘We lopen in de pas met vergelijkbare landen voor dezelfde vermogensdelicten, zoals diefstal, inbraken en straatroof, en geweldsdelicten als mishandeling, verkrachting en moord’, aldus Schuilenburg. Van Dijk: ‘We zijn terug op het niveau van de jaren zeventig.’

Medium hh 5680214
Amsterdam, zomer 1998. De Amsterdamse politie houdt in de zomer een voorlichtingscampagne voor toeristen. Ze dragen blauwe klompen met het politielogo © Marco Okhuizen / HH

‘Overal hingen touwtjes uit de brievenbussen. De kinderen konden gewoon de voordeuren opentrekken en bij mekaar binnenlopen. Volwassenen ook. We vertrouwden mekaar.’ Toen d66-nestor Jan Terlouw eind november in De wereld draait door met deze woorden nostalgisch terugblikte op de naoorlogse periode toen hij met zijn jonge gezin in Utrecht woonde, kreeg hij veel bijval. Het is een zacht beeld waar verlangen naar een tijd van meer vertrouwen uit spreekt. De jaren die Terlouw beschrijft, vormden het kantelpunt. Toen Nederland rijker werd, steeg ook de criminaliteit. Er kwamen warenhuizen. Steeds meer mensen kregen auto’s. Er was meer te halen. De verzorgingsstaat bleek geen barrière.

‘De criminaliteit ging met tien procent omhoog. Er is een ijzeren correlatie tussen groei van welvaart en misdaad’, zegt Van Dijk. ‘Mensen die het niet zo goed deden op school gingen auto’s stelen en inbraken doen. Het was lucratief. Je kon er gemakkelijk van rondkomen. Ze ontwikkelden een alternatief leven met een bestaan in de misdaad.’

In de jaren tachtig werkte Jan van Dijk op het ministerie van Justitie, dat toen kampte met een tekort aan penitentiaire instellingen. Hij herinnert zich nog de ‘wegzendofficier’ die belast was met het vrijlaten van honderden gedetineerden uit het huis van bewaring, om vlak voor het weekend ruimte te maken voor nieuwe boeven. ‘Tot op een dag de wegzendofficier besloot om expres de “verkrachter met hond” vrij te laten. Zo werd die figuur genoemd. Het ging om een aanrander die een hond had. Zijn vrijlating was een enorm schandaal. Het departement was in rep en roer. De Amsterdamse officier Henk Wooldrik wilde zo de politiek onder druk zetten om snel nieuwe gevangenissen te bouwen.’

En zo geschiedde. In de jaren negentig is het gevangeniswezen verdubbeld. Maar vrij snel daarna, vanaf de millenniumwisseling, begon de criminaliteit te dalen. De twee deskundigen zijn het eens over de oorzaak van die afname. ‘De gigantische investering in betere beveiliging. De geweldige mobilisering van de bevolking en bedrijven op het gebied van veiligheid’, zegt Van Dijk. De VS liepen hierbij voorop, maar ook in Nederland werden vanaf de jaren tachtig eigendommen beter beveiligd. Op de voordeuren kwamen twee sloten, die van betere kwaliteit waren. Auto’s werden voorzien van startonderbrekers en alarmsystemen. In winkels lopen nu bewakers rond, zijn veel producten gemerkt en staan er beveiligingspoortjes bij de uitgang.

‘Het had geen zin meer om een cd te stelen, want de doosjes waren leeg. Deze aanpak werkt gewoon. Zodra je investeert in veiligheid, zie je dat tien jaar later terug in de cijfers: minder diefstallen en inbraken’, vertelt Van Dijk.

‘Sinds de jaren negentig zijn we eraan gewend om de deur op slot te doen, in plaats van het touwtje uit de deur van Jan Terlouw’

Volgens Schuilenberg is men gewend geraakt om met risico’s om te gaan. ‘We hebben het geïnternaliseerd en ons gedrag erop aangepast. Sinds de jaren negentig zijn we eraan gewend geraakt om de deur op slot te doen, in plaats van het touwtje uit de deur van Jan Terlouw. Als je weggaat, laat je het licht in huis aan.’

Het gevolg was dat het voor beginnende tienercrimineeltjes moeilijker werd om een carrière in de misdaad te beginnen. Van Dijk: ‘Je kon opeens geen auto meer stelen of bij een bedrijf in de buurt inbreken. Dan ging het alarm af. De bekende opstapdelicten verdwenen. Er kwam daardoor minder aanwas van beginnende criminelen. Omdat er minder gestolen goederen waren, had je minder helers. Dan krijg je later ook minder roofovervallen, want je start niet meteen als roofovervaller. De misdaadcijfers gingen naar beneden.’

Er zijn ook andere factoren. Heroïneverslaafden die vroeger het geld voor hun shot bijeen roofden, zijn gestorven of bejaard geworden. ‘Mensen gebruiken andere drugs, zoals cocaïne, waarbij men minder geneigd is tot vermogensdelicten’, zegt Schuilenburg. Verder zitten jongeren meer achter de laptop dan dat ze zich buiten bevinden en met types in aanraking kunnen komen die hen tot allerlei zaakjes verleiden. Bovendien vergrijst de samenleving. Ouderen zijn minder geneigd een spannend bestaan als crimineel op te bouwen.

Beide criminologen wijzen erop dat de rol van de overheid hierbij minimaal was. ‘Als je kijkt naar de maatregelen die succesvol waren bij de daling van criminaliteit komen politie en overheid er nauwelijks aan te pas’, stelt Schuilenburg. ‘Er is geen verband met opsporingsbeleid’, zegt Van Dijk. Hij noemt één uitzondering: de politieafdeling Voorkoming Misdrijven. ‘Die organisatie, waar vroeger honderden specialisten werkten, is echter wegbezuinigd. De politiek, en de politiechefs, hebben tien jaar geleden besloten dat het geen echt politiewerk was. Terwijl dat het nuttigste was wat de politie op het gebied van het tegengaan van misdaad deed. De preventie is bij de politie totaal doodgevallen.’ Ook Schuilenburg weet een voorbeeld: de maatregel ‘inrichting stelselmatige daders’ waarmee sinds 2004 draaideurcriminelen twee jaar kunnen worden opgesloten, kan ‘op het conto van de staat geschreven worden’.

Gevangenisstraffen zijn geen belangrijke factor bij het voorkomen van misdaad. ‘Of je nu drie of vier jaar voor een roofoverval krijgt, dat zal geen rol spelen bij de afweging van een crimineel’, aldus Van Dijk. ‘De straffen zijn wel iets omhoog gegaan’, legt hij uit. Maar over het algemeen kent Nederland, net als de Scandinavische landen en Duitsland, een relatief mild strafklimaat. ‘De Engelsen zijn punitiever, en ook zeer voor gevangenisstraf. In Oost-Europa wordt, vanwege de sovjet-traditie, veel zwaarder gestraft. Je hebt daar zo tien jaar te pakken.’

Maar uiteindelijk is het strafrecht er vooral voor het slachtoffer. ‘Het is een ritueel van genoegdoening voor het slachtoffer. Het is belangrijk dat ze worden gehoord en dat de dader wordt terechtgewezen en gestraft. Of de straf nu drie of zes jaar is, is op zich niet zo’n belangrijk element van het ritueel’, zegt Van Dijk. Hij vindt wel dat er in Nederland iets is scheefgegroeid bij de verkeersmisdrijven. ‘Het kan echt niet dat je een taakstraf van honderd uur geeft aan wegpiraten die hun rijbewijs al zijn kwijtgeraakt maar opnieuw dronken achter het stuur kruipen om hun echtscheiding af te reageren en een vrouw met kind scheppen. Het is terecht dat daar discussie over ontstaat.’

De criminaliteitsdaling had ook tot gevolg dat het aantal gedetineerden afnam. Op peildatum 30 september zaten er in 2006 nog 16.230 mensen (onder wie 1085 vrouwen) vast. In 2015 waren dat er nog maar 9145 (onder wie 510 vrouwen). ‘Natuurlijk zijn er altijd nog mensen in de misdaad te vinden. Dat zijn niet de mensen die afgestudeerd zijn in de cardiologie of die ingenieur zijn. We hebben het over mensen uit de onderste lagen van de samenleving. Crimineel zijn is geen geliefd beroep. Je komt daarop uit als je mislukt bent’, zegt Jan van Dijk.

Het is een ongemakkelijke waarheid dat het percentage van de gedetineerden met een migratieachtergrond is toegenomen. Met 63 procent zijn ze oververtegenwoordigd. ‘Voor Marokkanen die op school mislukken en alleen vakkenvuller kunnen worden is misdaad een alternatief voor werkloosheid. Ook vormen Roemenen en Bulgaren, die door de open grenzen rondzwerven en inbreken, een reëel probleem. Het gaat hier om de armsten van de armsten. Vaak zijn het Roma. Ik ben vorig jaar voor de Raad van Europa in Oost-Bulgarije geweest. Mensen leven er in de zeventiende eeuw. Kinderen lopen zonder kleren en schoenen rond. Je zult er drie generaties in moeten investeren.’ Maar Van Dijk wijst er nog eens op: ‘De inbraakcijfers in Nederland zijn stabiel. Het antwoord is: goed blijven beveiligen. Als het te moeilijk wordt, blijven ze weg.’

Inmiddels kampen alle penitentiaire inrichtingen met leegstand, ondanks de sluiting van zo’n twintig locaties of zelfs hele instellingen. Het aantal plaatsen nam af van 12.219 in 2011 naar 11.497 in 2015. Sluitingen kunnen steevast rekenen op luid protest van vakbonden en de politiek. ‘Alsof gevangenisbewaarder zo’n fijn beroep is. Er is een ziekteverzuim van veertig procent. Maar je kunt toch geen gevangenissen open blijven houden in de hoop dat er meer gevangenen komen?’ zegt Van Dijk. Voor de Koning Willem II-gevangenis in Tilburg kwam tijdelijk uitstel omdat België vanaf 2010 de inrichting huurde om er Belgische gedetineerden onder te brengen. Inmiddels zijn de laatste Belgen vertrokken. Noorwegen huurt de gevangenis Norgerhaven in Veenhuizen.

De veranderingen zijn terug te zien in de rest van de samenleving. ‘Vroeger werd op het schoolplein dagelijks geslagen en gevochten. Ook de politie knokte altijd’, herinnert Van Dijk zich. ‘Maar we zijn een lieve, geweldloze samenleving geworden. Het in elkaar rammen van vrouwen is minder geworden. Je weet dat je kinderen niet mag slaan. Dat is door de overheid bevorderd, maar het komt vooral door mensen zelf. Van binnenuit. Mijn moeder gaf me nog wel eens een tik. Ook ik zal mijn kinderen nog één of twee keer een klap hebben gegeven. Maar mijn kinderen zullen hun kinderen niet slaan. Dat komt door het beschavingsoffensief. De civilisering is heel snel gegaan. Het heeft wellicht met de feminisering te maken. Op school staan er vooral onderwijzeressen voor de klas.’ Van Dijk plaatst de zwaardere straffen voor seksuele misdrijven ook in die ontwikkeling. ‘Vroeger kon je daar nog mee wegkomen. Dan gingen rechters grapjes in de rechtszaal maken. Maar tegenwoordig zijn de rechters veelal vrouwen, en de officieren ook.’

Ondanks de vooruitgang is er sprake van onbehagen en onzekerheid in de samenleving. ‘Waarom mensen zich onveilig voelen, terwijl ze veiliger zijn dan ooit?’ vraagt Jan van Dijk zich af. Hij vermoedt dat er iets anders aan de hand is, een kwestie die zich vooral op het gebied van politieke meningsvorming afspeelt. ‘Ik denk dat mensen eigenlijk bedoelen te zeggen dat ze zich onveilig voelen omdat er in Nederland gekleurde mensen en vrouwen met hoofddoekjes zijn. Het veiligheidsdenken heeft een soort alibifunctie. Je mag geen racist zijn, maar je mag je wel onveilig voelen.’

In hun notities schrijven het OM en de burgemeesters dat ook internationale ontwikkelingen ‘lokaal een ongekende impact op de veiligheid’ hebben. Ze verwijzen naar de onrust in grote delen van de wereld, de komst van terreurbeweging IS en ‘het daarmee samenhangende vluchtelingenvraagstuk’. ‘Veiligheidsgevoelens gaan tegenwoordig minder over overvallen en roof’, zegt Marc Schuilenburg. ‘De angst is diffuser. Politici springen in dat gat. Ze kunnen gevoelens van onveiligheid nieuw leven inblazen door te wijzen op de dreiging van vluchtelingen en terreur, om daarna maatregelen in te voeren. Het is heel productief, want het leidt tot angst en woede. Ik zeg altijd: naarmate de dreiging abstracter wordt, worden we hysterischer.’

Honderd procent veiligheid bestaat niet. ‘Het is een illusie om een criminaliteitsvrije samenleving te hebben’, zegt Schuilenburg. Misdaad is een oergegeven. Van Dijk: ‘De angst ervoor zal altijd blijven. Ook zal criminaliteit altijd intrigeren en fascineren. Maar we zijn nu op het niveau van vóór de misdaadgolf. We kunnen nog terug naar de jaren vijftig, toen was er vrijwel geen misdaad. Maar toen was er ook niks te stelen.’

‘Als politici het over veiligheid hebben, hebben ze het eigenlijk over onveiligheid en criminaliteit die bestreden moet worden’, zegt Schuilenburg. ‘Men pleit voor meer camera’s, meer regels, hogere boetes, meer politie en de wapenstok. Maar er zit een grens aan het repressieve instrumentarium, zoals hard optreden en preventief fouilleren in kwetsbare wijken, want de legitimiteit van de politie neemt erdoor af.’ Ook de ‘oorlogstaal’ die ermee gepaard gaat, zoals war on crime en war on drugs, heeft een keerzijde. ‘Welke boodschap zend je uit als je het altijd over het bestrijden van onveiligheid hebt? Uiteindelijk creëert dat meer wantrouwen en onveiligheid. Dat is de paradox.’

Schuilenburg pleit voor een andere manier van denken en methoden die gericht zijn op het creëren van veiligheid: het werken aan sociale binding en een ‘sense of belonging’ in wijken. ‘Ik noem dat positieve veiligheid. Daar is bij de politiek, het OM en de politie weinig aandacht voor geweest.’ Maar er gloort hoop voor dat nieuwe concept. Onlangs presenteerde Schuilenburg een rapport over positieve veiligheid aan het managementteam en de teamleiders van de Directie Veiligheid van de gemeente Rotterdam, een stad met een repressief beleid. Tot zijn verrassing voelen de Rotterdammers voor zijn visie. ‘De Directie Veiligheid heeft besloten om de komende vier jaar in te zetten op positieve veiligheid. Het maakt Rotterdam echt tot een pionier. Het wordt nog een hele uitdaging om het vorm te geven. Maar er komt meer aandacht voor vertrouwen, cohesie en geborgenheid. In Rotterdam gaan ze, zoals ik altijd zeg, niet alleen onkruid wieden, maar ook bloemetjes planten.’