De RMS verjaart

«We zijn geen separatisten»

Ambon is sinds kort verboden terrein voor buitenlandse journalisten. De maatregel is genomen in afwachting van de verjaardag van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) op 25 april. Alexander Manuputty, onafhankelijkheidsstrijder, wil dan de illegale RMS-vlag hijsen. Hij is gearresteerd.

Volgens de autoriteiten is er vrede in Ambon. In februari werd een staakt-het-vuren getekend. Maar twee weken geleden kwamen zeven christenen om bij een bomaanslag. Even later werd het kantoor van de gouverneur in de as gelegd. Moslims en christenen leven in enclaves strikt gescheiden in de hoofdstad van de Molukken. Alleen op de markt lijken de religieuze grenzen even weg te vallen. Op elke hoek van de straat wemelt het van de militairen. Hun aanwezigheid is sinds twee maanden sterk opgevoerd.

De chauffeur van het busje stopt niet voor rood licht. Stilstaan is te gevaarlijk. De geblindeerde ramen moeten dicht blijven. We zijn op weg naar de christelijke enclave Kuda Mati. Links en rechts passeren we de restanten van afgebrande huizen en kantoren. Dit moet ooit een mooie stad zijn geweest, maar nu is het een en al verwoesting. Ambon is getraumatiseerd sinds het uitbreken van gewelddadige conflicten tussen moslims en christenen in de Molukken in januari 1999. Tussen de vijf- en tienduizend mensen vonden de dood in deze oostelijke provincie van Indonesië. Honderdduizenden zijn op de vlucht geslagen.

In Kuda Mati is plotseling geen soldaat meer te bekennen. Dit is de thuishaven van de onafhankelijkheidsbeweging FKM, het Front voor de Soevereiniteit van de Molukken. Bij aankomst wordt iedere bezoeker grondig gefouilleerd. Alexander Manuputty is zijn leven niet zeker. De leider van de overwegend christelijke organisatie wordt in Jakarta gezien als een van de obstakels voor vrede in de Molukken. Maar volgens hem staat juist het Indonesische leger vrede in de weg.

Manuputty blijkt te leven als een kluizenaar. Met lang steil zwart haar en een grijzende baard cultiveert hij die indruk. Hij draagt een korte spijkerbroek en een wit T-shirt. In zijn huis is het halfdonker. Dramatische afbeeldingen van Jezus Christus sieren de muren in de kamer. Voor hem staat een kleine RMS-vlag op tafel. Boven zijn stoel hangen plastic bloemen.

Hij telt de dagen tot 25 april. Dan is de verjaardag van de RMS, het legitieme thuisland van de Molukkers, zegt hij. Naar zijn mening heeft Indonesië de Molukken geannexeerd toen de regering in Jakarta in 1950 besloot de Verenigde Staten van Indonesië te veranderen in een eenheidsstaat, de Republiek Indonesië. Volgens Manuputty stonden de Molukken daarom in hun recht toen zij zich op 25 april onafhankelijk verklaarden. Maar de realiteit was dat de regering in Jakarta het ook in Ambon voor het zeggen kreeg. De Verenigde Naties en Nederland, de voormalige kolonisator, lieten het allemaal gebeuren.

In de laatste decennia was het onafhankelijkheidsstreven, ook van de RMS-regering in ballingschap in Nederland, op de achtergrond geraakt. Maar sinds twee jaar propageert Alexander Manuputty met de FKM dat onafhankelijkheid de enige oplossing is voor het bloedige conflict in de Molukken. «We zijn geen separatisten», benadrukt hij. «We zijn een soevereine staat die zijn onafhankelijkheid claimt.»

De Indonesische regering beschouwt de FKM als staatsgevaarlijk. De beweging zou zeer goed zijn georganiseerd. Een bezoek aan het hoofdkwartier wekt niet die indruk. «We verspreiden folders over het onafhankelijkheidsstreven en houden voorlichtingssessies», vertelt Manuputty. Het is niet duidelijk hoeveel sympathisanten de organisatie heeft in de Molukken. Analisten geloven dat de beweging hooguit enkele honderden mensen, overwegend christenen, aan zich heeft weten te binden. Internationaal beschikt de FKM over een bescheiden netwerk met vertegenwoordigers in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten.

Net als vorig jaar wilde Manuputty op donderdag 25 april op verschillende plaatsen in de Molukken de RMS-vlag hijsen. En het had hem niet verbaasd als hij, net als toen, na het hijsen van de vlag zou zijn opgepakt. Het pakte anders uit. Afgelopen woensdag deden tientallen zwaar bewapende politiemannen bij hem een inval. Dit keer werd hij al voor het vlaghijsen gearresteerd. Waarom wilde Manuputty olie op het vuur gooien? «De mensen moeten weten dat onze strijd onverminderd doorgaat en de Verenigde Naties moeten de teruggave van onze soevereiniteit op de internationale agenda zetten», zei hij voor zijn arres tatie.

Hij spreekt graag in krachttaal. «We zullen strijden tot de dood erop volgt», is een van zijn terugkerende uitspraken. «Niemand is moedig genoeg om ons te verslaan», is een ander zich herhalend refrein. Het is stevige taal, maar toch is de FKM tegen een gewapende strijd. «We vechten met woorden. We vechten met onze integriteit, onze moraliteit, nooit met geweld», zegt Manuputty. «Ze zullen me moeten doden om me het zwijgen op te leggen.»

Waarom is de FKM dan toch tegen het staakt-het-vuren dat onlangs werd overeengekomen? De partijen die het akkoord sloten zijn niet representatief voor de Molukse bevolking, aldus Manuputty. De FKM was niet uitgenodigd voor het beraad dat in de stad Malino in Centraal Sulawesi werd gehouden. «Nu heeft de regering een zogenaamd vredesakkoord waar het mee voor de dag kan komen. Het presenteert ‹Malino› alsof het probleem in de Molukken daarmee is afgedaan. Ze denken hiermee te hebben aangetoond dat Indonesië zijn eigen interne aangelegenheden kan oplossen en geen buitenlandse bemoeienis nodig heeft. Ondertussen sturen ze een paar extra bataljons en belegeren ze ons land.»

Op 3 april werd de vrede ruw verstoord door de bomaanslag in een christelijke wijk en de brandstichting in het gouverneurskantoor. Manuputty wordt boos als de brand ter sprake komt. «Waarom krijgen de christenen meteen de schuld in de schoenen geschoven? Daar is geen enkel bewijs voor.» Zoals velen ziet hij de hand van het leger in het incident. «Kopasus, de elitetroepen van het leger, hebben het gedaan. Om belastende documenten in het kantoor te vernietigen. Papieren waaruit de corrupte praktijken van de gouverneur en het leger zouden blijken. Ze wisten dat de schuld automatisch in de schoenen van de christenen zou worden geschoven.»

Het is een bekend geluid. Complottheorieën omtrent het leger doen al lange tijd de ronde. De militairen hebben er belang bij om het conflict in de Molukken in stand te houden om hun eigen aanwezigheid, zo niet hun hele bestaansgrond in Indonesië, te rechtvaardigen. Bovendien biedt de stationering in de Molukken een aantrekkelijke inkomstenbron. Militairen heffen hun eigen willekeurige belastingen in de haven of tol langs de weg. Ze verlangen beschermingsgeld van de lokale bevolking en rekenen een tarief voor de beveiliging van ondernemingen. Manuputty: «Wij zijn de rechtmatige eigenaren van dit land, maar we moeten dezelfde militairen betalen die ons terroriseren.»

Manuputty legt de schuld niet bij de moslims, maar bij de militairen en de door het leger gesteunde islamitische militie Laskar Jihad. «We hebben ook moslims in onze organisatie. Onze vertegenwoordiger in Nederland, Umar Santi, is een moslim», zegt de leider van de FKM. «We willen samenleven met de moslims. En de moslims willen samenleven met ons. Net als voor 1999. Maar ze kunnen dat niet zolang de Laskar Jihad en het leger in de Molukken zijn. Alleen in het diepste geheim hebben we contact met moslims in Ambon. Maar als zij bekend worden zijn ze ten dode opgeschreven.» Hij haalt zijn hand langs zijn keel. «De Laskar Jihad zal ze vermoorden.»

De Laskar Jihad werd begin 2000 in Java opgericht als reactie op de overtuiging dat christenen aan de winnende hand waren in het conflict in de Molukken. De organisatie rekruteerde leden die vervolgens een militaire training door legerofficieren ondergingen. In de loop van dat jaar vertrokken enkele duizenden militieleden naar de Molukken om hun moslimbroeders te helpen.

«Het is geen strijd tussen christenen en moslims», zegt Manuputty. «Het is een complot van buitenaf. Het is allemaal begonnen met de infiltratie vanuit Java, toen de moslims hier werd voorgehouden dat er een islamitische staat voor ze zou worden gesticht. Het leger heeft het vuurtje opgestookt en vervolgens is de Laskar Jihad erop afgekomen.»

Volgens veel waarnemers was het begin van het conflict in 1999 een gevolg van een geleidelijke verandering in de getalsmatige verhouding tussen christenen en moslims in de Molukken. Vroeger waren christenen verreweg in de meerderheid. Tegenwoordig zijn er ongeveer net zoveel moslims als christenen in Ambon. In de rest van de provincie hebben de moslims de overhand gekregen. Naast spontane migratie vanuit andere delen van het land is dit een gevolg van het jarenlange migratie beleid onder de vroegere president Soeharto. Manuputty verwerpt het argument dat de christenen voorheen onevenredig waren vertegenwoordigd in het bestuur van Ambon en de lokale economie. «Die jaloezie is onder de moslims aangewakkerd door intriganten van buiten.»

Zijn overtuiging, die door sommige analisten wordt gedeeld, dat een groep binnen het leger achter het conflict zit, sterkt zijn geloof dat alleen onafhankelijkheid een uitweg zal bieden voor de Molukken. Maar dat zal de regering nooit laten gebeuren. Oost-Timor is het eerste en laatste gebied dat zich van Indonesië heeft weten los te rukken, zo is de algemene overtuiging. Waarom dan toch al die energie steken in een strijd die alleen maar slachtoffers lijkt op te leveren? Manuputty, geërgerd: «Na ruim vijftig jaar is wel duidelijk dat het experiment Indonesië is mislukt.»