Sylvain Ephimenco

We zijn niet allen misters Bin!

Nee, wij zijn niet allen New Yorkers, zoals wij ook niet allen Mohammed Benzakours zijn. Ikzelf ben meer een WTC'er en een Palestijn tegelijk. Hoewel ik als blind en doof heel goed weet dat de Palestijnse zaak uiteindelijk niets met het WTC te maken heeft. Behalve in de belevenis van mensen die desperaat op zoek zijn naar sluitend bewijsmateriaal om het onvoorstelbare toch voorstelbaar te maken. Ik verenig dus beide identiteiten in mij, zonder botsingen en haat. De WTC'er en de Palestijn in mij kunnen goed met elkaar overweg. Ze praten veel vanonder het stof en het bloed dat hen bedekt, en vertellen me soms dat het niet meevalt om door mensen als Benzakour in gijzeling te worden genomen, omdat zij puzzelstukjes nodig hebben om hun knutselwerk in elkaar te zetten. Benzakour is een consciëntieuze hobbyist, vertrouwen ze me toe.

Ja maar, zult u zich afvragen, wie is die Benzakour eigenlijk? Heel moeilijk te beantwoorden. Hij draait met alle vliegtuigen mee, zodat je nooit precies weet of hij vanuit het Westen of het Midden-Oosten het gebouw van je gedachten gaat betreden. Begin dit jaar schreef hij een opiniërend artikel voor de Volkskrant waarin hij begrip toonde voor de afgelasting van de opera Aïsja. Regisseur Timmers had gewoon Aïsja niet moeten willen afbeelden. In hetzelfde stuk jodelt hij de merites uit van het dragen van een islamitische sluier: «Hoe opwindender zijn de lonkende gazellenogen van het gesluierde gelaat, dan het naakte vertoon van haar slijmerige, onwelriekende liefdesgleuf?» Ik zie u al denken: Benzakour is een Taliban. Fout.

Een paar weken later schreef Benzakour een liefdesbrief aan Theo van Gogh (op de site van aangeschrevene te bezichtigen). Hierin ontdekte hij tal van gemeenschappelijke afwijkingen met Theo, onder meer zijn walging voor «beroepsallochtonen». De ex-Taliban op weg naar de verlichting paait zo de moslimhater: «Al die vervloekte en impotente ‹moslims› die onder de vlag van de islam zich de meest verwerpelijke en immorele gedragingen permitteren…» Theo beantwoordt deze calculerende liefde met een woord: «Oplichter». Voor deze keer zijn we het eens.

Maar nu, vorige week in De Groene, is Benzakour een nieuwe richting ingeslagen. Plots draagt hij de militante jas van de onderdrukte moslimse intellectueel. Zo heeft hij van de aanslagen in de VS een mooie Arabische bazaar gemaakt waar je ongeveer alles kunt vinden wat je nodig hebt. Mits, natuurlijk, je niet blind en doof bent en je bereid verklaart hetzelfde jampotbrilletje als Benzakour te dragen. Wat zie je dan? Dat het Westen al decennialang meedogenloos over de waarden van de islam heen loopt. En verder: globalisering, mondialisering, nederzettingenpolitiek, sancties tegen Libië, Syrië, Iran, Irak en Soedan. Hoe kun je dan geen bewondering voor die arme brokkenpiloten koesteren? Je kunt ook het uitroeien van de indianen erbij halen, of de atoombom, Grenada, Chili of Kioto. Allemaal waar.

Toch even aandacht voor de boetiek in onze bazaar waar Benzakour keer op keer met wijd gesloten ogen langswandelt. Hier zitten bataljons moslimse fundamentalisten zich een turbannetje te lachen. Te midden van vliegtuigonderdelen en verrijkt uranium oreren ze: Wat kan ons Pales tina, Irak en Libië schelen? Alsof we na het stoppen van de nederzettingenpolitiek van plan waren in het civiele leven naar een baan als opbouwwerker te solliciteren. We willen de islam met een baard en niets anders. Gebedsruimtes in alle McDonald’s, sandalen in plaats van Nike, Zidane de verrader laten ontploffen en Madonna met stinkgleuf en al onder de sluier. We willen een mooie botsing der beschavingen ten gunste van het ware geloof. En al die vrede lievende en dus «impotente moslims» die wegkijken als we cockpits binnenstormen, sturen we naar Algerije voor een GIA-coupe soleil.